Start aanvraag tegemoetkoming doorbetaalde kinderopvangkosten tijdens sluitingsperiodes

Sinds 15 mei 2021 is de Tijdelijke tegemoetkomingsregeling Kinderopvang zonder overheidsvergoeding (TTKZO) opengesteld. U komt in aanmerking voor deze tegemoetkoming voor de kinderopvangkosten als u geen kinderopvangtoeslag of andere overheidssubsidie hebt ontvangen voor de kinderopvang én u tijdens de sluitingsperiodes van de kinderopvang, buitenschoolse opvang (BSO) en gastouderopvang de kinderopvangfactuur hebt doorbetaald. U kunt de tegemoetkoming tot 15 juli 2021 aanvragen bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De tegemoetkoming is per uur niet hoger dan de maximum uurprijs per opvangsoort.

 

Tip

Hebt u wél kinderopvangtoeslag ontvangen en de factuur doorbetaald, dan krijgt u – net als voor de eerste sluitingsperiode – ook voor de tweede sluitingsperiode een tegemoetkoming. De SVB zal deze tegemoetkoming eind mei aan u overmaken. U hoeft dus geen aanvraag in te dienen. Hebt u voor de eerste sluitingsperiode gebruikgemaakt van een gemeentelijke tegemoetkoming, dan krijgt u ook een tegemoetkoming van uw gemeente voor de tweede sluitingsperiode.

Mededeling einde contract via MS Teams

Een junior marketeer met een jaarcontract meldt zich na negen maanden ziek. Zes weken later krijgt hij tijdens een MS teams-meeting te horen dat zijn contract niet zal worden verlengd. Na einde contract claimt de marketeer de wettelijke aanzegvergoeding. Met succes?

Aanzegvergoeding
Een werkgever is verplicht de werknemer uiterlijk een maand voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, schriftelijk te informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Indien de werkgever deze verplichting in het geheel niet is nagekomen, is hij aan de werknemer een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het loon voor één maand.

Niet verlenging voor werknemer duidelijk
Volgens de werkgever heeft de eis van een schriftelijke aanzegging geen waarborgfunctie meer als komt vast te staan dat het voor de werknemer volkomen helder is dat de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd.

Standpunt rechter
De kantonrechter verwerpt dit verweer. Het enkele feit dat geen schriftelijke aanzegging heeft plaatsgevonden is in principe voldoende om aanspraak te kunnen maken op de aanzegvergoeding. Dat is een bewuste keuze van de wetgever.

Hoewel voorstelbaar is dat de aanspraak van de werknemer op de aanzegvergoeding, voor de werkgever onrechtvaardig voelt, aangezien deze er in zijn ogen alles aan heeft gedaan rekening te houden met de belangen van de werknemer – zoals het onverplicht aanbieden van beroepskeuzetesten – leidt dit niet tot een ander oordeel.

Niet relevant is ook dat de werknemer direct na eind contract in een andere baan is gestart en dus geen nadeel heeft ondervonden van het uitblijven van een schriftelijke aanzegging.

Conclusie
De werkgever moet de aanzegvergoeding ter hoogte van een maandsalaris betalen, verhoogd met wettelijke rente.

Tip: Tijdige schriftelijke aanzegging blijft een aandachtspunt bij contracten voor bepaalde tijd van ten minste zes maanden. De aanzegging kan plaatsvinden bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst.

Slapende rekening: geld weg?

Wat gebeurt er met een bankrekening die lange tijd niet is gebruikt en waarbij er ook geen contact meer is tussen de bank en de rekeninghouder? Dit kan komen doordat rekeninghouders hun verhuizing niet aan de bank doorgeven, rekeninghouders de rekening simpelweg vergeten, of omdat de erfgenamen niet weten dat de overledene een rekening bij de bank heeft. Vervallen dergelijke tegoeden aan de bank?

Bank zoekt rekeninghouder
In geval van een inactieve rekening proberen banken in het kader van hun zorgplicht de rekeninghouder te traceren.

Als deze zoektocht niets oplevert en het tegoed op de rekening wordt gedurende twintig jaar niet opgeëist door de rekeninghouder of in het geval van overlijden door diens erfgenamen, dan verkrijgt de bank dat tegoed door het verstrijken van de algemene verjaringstermijn van twintig jaar. In de praktijk maken banken hier geen aanspraak op en laten ze de tegoeden staan. Wanneer de rekeninghouder of erfgenaam van de rekeninghouder kan aantonen dat de rekening hem of haar toebehoort, keren banken ook na twintig jaar de tegoeden uit.

Rekeninghouder overleden
Blijkt uit de zoektocht van de bank meteen al dat de rekeninghouder (vermoedelijk) is overleden en komt de bank niet in contact met de erfgenamen of is niet bekend of er erfgenamen zijn, dan is de situatie anders. In dat geval komen de gelden op het moment van overlijden toe aan de Staat. Rechthebbenden kunnen gedurende twintig jaar nadat de nalatenschap is opengevallen aanspraak maken op de gelden.

Convenant onbeheerde nalatenschappen
Overheid en banken werken aan een convenant over deze problematiek dat vermoedelijk dit jaar wordt getekend. Bankrekeningen met meer dan 8.000 euro van mensen van wie wordt aangenomen dat zij zijn overleden, omdat zij volgens het systeem 115 jaar of ouder zouden zijn, worden door de bank aangemeld bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Dit geldt ook voor bankrekeningen waarvan duidelijk is geworden dat de rekeninghouder is overleden en waar niet van bekend is of er erfgenamen zijn of waarvan de bank de erfgenamen niet kan bereiken. Het RVB gaat vervolgens op zoek naar (eventuele) erfgenamen. Het RVB kan hierbij gebruik maken van het Centraal Testamentenregister, de Basisregistratie Personen of (extern) onderzoek. Vervolgens wordt het geld ofwel uitgekeerd aan de erfgenamen ofwel de tegoeden komen  toe aan de Staat.

Tip: Erfgenamen die willen weten of een overleden familielid nog ergens een tegoed bij een bank heeft staan, kunnen terecht bij het digitale Loket Slapende tegoeden van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). 

Fiscus corrigeert beloning DGA onjuist

Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) met enkele BV ’s maakt met de Belastingdienst de afspraak dat zijn arbeidsbeloning in een van de BV’s verlaagd mag worden naar € 13.500. Die afspraak komt hij niet na. In zijn aangifte inkomstenbelasting verwerkt de DGA € 5.000 inkomen uit de BV. De Belastingdienst corrigeert het inkomen met € 44.000, op dat moment het wettelijke fictief loon. De DGA gaat naar de rechter. 

De rechter constateert dat de fiscus het gebruikelijke loon heeft vastgesteld op € 44.000, het wettelijke normbedrag, voor alle BV’s van de DGA tezamen.

Het is aan de DGA om aannemelijk te maken dat in dit geval moet worden uitgegaan van een lager gebruikelijk loon. De DGA beroept zich op het afgesproken gebruikelijke loon van € 13.500 voor een van de BV’s. Volgens de rechter is dat onvoldoende. Het bewijst niet dat het gebruikelijke loon voor alle BV’s tezamen lager zou moeten zijn dan € 44.000.

Maar met de € 5.000 die de DGA heeft aangegeven als inkomen uit deze BV moet de Belastingdienst wel rekening houden. De correctie wordt dus verlaagd tot € 39.000.

Tip: In 2021 is het wettelijk fictief loon € 47.000. Hebt u als gevolg van de coronacrisis te maken met een omzetdaling van ten minste 30% ten opzichte van 2019? Dan mag u over 2021 het gebruikelijk loon onder voorwaarden lager vaststellen. We zijn u hierbij graag van dienst.

Hypotheeklasten ex geen alimentatie

Man en vrouw zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. Ze hebben een eigen woning. Op enig moment gaat de vrouw elders wonen. Beide partners kunnen zelf in hun levensonderhoud voorzien en van partneralimentatie is geen sprake. Pas vier jaar later wordt het echtscheidingsconvenant ingeschreven. De man betaalt echter in de tussentijd de volledige hypotheeklasten, omdat zijn vrouw die niet wil betalen. Vormt zijn betaling van haar aandeel aftrekbare alimentatie?

Hoezo alimentatie?
De man stelt dat de betalingen wettelijk verplicht zijn omdat beide echtgenoten voor het geheel aansprakelijk zijn voor de verbintenissen aangegaan ten behoeve van de gewone gang van de huishouding. Hij moest de bank wel betalen, omdat zijn vrouw weigerde haar aandeel te betalen. Feitelijk betaalde hij dus haar aandeel namens haar aan de bank. Deze betalingen moeten volgens de man worden gezien als partneralimentatie.

De rechter denkt er anders over
Er is geen (schriftelijke) afspraak tussen de partners waaruit volgt dat de man verplicht was om ten behoeve van de vrouw de betalingen te verrichten. De man kan wel vanwege de hoofdelijke aansprakelijkheid betalingen aan de bank doen, maar dat schept geen specifieke betalingsverplichtingen tussen echtgenoten onderling. Omdat hiermee niet is bewezen dat de man de betalingen heeft verricht ingevolge een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichting of rechtens afdwingbare verbintenis, komen de betalingen niet voor aftrek in aanmerking.

Tip: De combinatie van een eigen woning en echtscheiding kan flinke fiscale consequenties hebben. Vaak is een optimale fiscale uitkomst een bespreekbaar gezamenlijk belang. Vraag daarom tijdig advies.

Betalingsregeling NOW-terugbetalingen

Als u gebruik maakt van de NOW-regeling, ontvangt u eerst een voorschot. Die is gebaseerd op uw geschatte omzetverlies. Vervolgens verzoekt u om vaststelling van de definitieve NOW-steun. Die is gebaseerd op uw werkelijke omzetverlies. De uitkomst kan zijn dat u NOW-steun moet terugbetalen. Daarvoor kunt u een betalingsregeling treffen met het UWV. Dat kan telefonisch (088- 898 20 04) maar sinds kort ook digitaal via een formulier. Momenteel is er een formulier beschikbaar voor de terugbetaling van NOW-steun over de eerste periode (maart t/m mei 2020) en een formulier voor de tweede NOW-periode (juni t/m september 2020). U hebt voor het invullen van het formulier het loonheffingennummer nodig en het bedrag van de terugbetaling. U kunt aangeven in hoeveel maandelijkse termijnen u het bedrag wenst terug te betalen.

 Tip

U kunt dus alleen een terugbetalingsregeling aanvragen, nadat u een beslissing hebt ontvangen op uw aanvraag van de definitieve vaststelling. Wacht dus eerst die beslissing af, voordat u de betalingsregeling aanvraagt.

 

Betalingsregeling NOW-terugbetalingen

Als u gebruik maakt van de NOW-regeling, ontvangt u eerst een voorschot. Die is gebaseerd op uw geschatte omzetverlies. Vervolgens verzoekt u om vaststelling van de definitieve NOW-steun. Die is gebaseerd op uw werkelijke omzetverlies. De uitkomst kan zijn dat u NOW-steun moet terugbetalen. Daarvoor kunt u een betalingsregeling treffen met het UWV. Dat kan telefonisch (088- 898 20 04) maar sinds kort ook digitaal via een formulier. Momenteel is er een formulier beschikbaar voor de terugbetaling van NOW-steun over de eerste periode (maart t/m mei 2020) en een formulier voor de tweede NOW-periode (juni t/m september 2020). U hebt voor het invullen van het formulier het loonheffingennummer nodig en het bedrag van de terugbetaling. U kunt aangeven in hoeveel maandelijkse termijnen u het bedrag wenst terug te betalen.

 Tip

U kunt dus alleen een terugbetalingsregeling aanvragen, nadat u een beslissing hebt ontvangen op uw aanvraag van de definitieve vaststelling. Wacht dus eerst die beslissing af, voordat u de betalingsregeling aanvraagt.

 

Geef tijdig werkelijke omzet TVL juni-september 2020 door aan RVO

Heeft u in de periode 1 juni tot en met 30 september 2020 een voorschot (80%) op de TVL ontvangen? In dat geval hebt u in februari 2021 een e-mail ontvangen van de RVO met het verzoek om vóór 1 juni a.s. uw werkelijke omzet over die periode door te geven. U kunt dit doen met de btw-aangiftes van het tweede en derde kwartaal 2020. Op basis van uw werkelijke omzet wordt de definitieve TVL in de betreffende periode vastgesteld. Is het omzetverlies gelijk aan de opgegeven schatting bij de aanvraag van het voorschot? In dat geval ontvangt u de laatste 20% TVL. Is het omzetverlies hoger, dan wordt de definitieve TVL naar boven bijgesteld. Is uw werkelijke omzetverlies kleiner dan u opgaf bij de schatting, dan wordt minder dan 20% uitbetaald of u moet (een deel van) de TVL terugbetalen. Hiervoor kunt u een betalingsregeling treffen met de RVO.

Tip

Kunt u de te veel ontvangen TVL niet in een keer terugbetalen, maak dan gebruik van de betalingsregeling. U kunt de TVL dan in 6 of 12 maandelijkse termijnen terugbetalen. Ook is het mogelijk om met de RVO een persoonlijke betalingsregeling te treffen.

Geef tijdig werkelijke omzet TVL juni-september 2020 door aan RVO

Heeft u in de periode 1 juni tot en met 30 september 2020 een voorschot (80%) op de TVL ontvangen? In dat geval hebt u in februari 2021 een e-mail ontvangen van de RVO met het verzoek om vóór 1 juni a.s. uw werkelijke omzet over die periode door te geven. U kunt dit doen met de btw-aangiftes van het tweede en derde kwartaal 2020. Op basis van uw werkelijke omzet wordt de definitieve TVL in de betreffende periode vastgesteld. Is het omzetverlies gelijk aan de opgegeven schatting bij de aanvraag van het voorschot? In dat geval ontvangt u de laatste 20% TVL. Is het omzetverlies hoger, dan wordt de definitieve TVL naar boven bijgesteld. Is uw werkelijke omzetverlies kleiner dan u opgaf bij de schatting, dan wordt minder dan 20% uitbetaald of u moet (een deel van) de TVL terugbetalen. Hiervoor kunt u een betalingsregeling treffen met de RVO.

Tip

Kunt u de te veel ontvangen TVL niet in een keer terugbetalen, maak dan gebruik van de betalingsregeling. U kunt de TVL dan in 6 of 12 maandelijkse termijnen terugbetalen. Ook is het mogelijk om met de RVO een persoonlijke betalingsregeling te treffen.

Aftrek vast bedrag verblijfskosten eigen rijders 2021

Bent u een transportondernemer (eigen rijder) die meerdaagse internationale ritten maakt? En geeft u uw winst aan in de inkomstenbelasting? In dat geval kunt u onder voorwaarden ervoor kiezen om een vast bedrag per gereden dag in aftrek te brengen voor uw verblijfskosten. Dit bedrag is voor 2021 vastgesteld op € 39,50 per gereden dag (in 2020: € 38,50). U hoeft dan geen bewijsstukken van de verblijfskosten te bewaren. U kunt er ook voor kiezen om de werkelijke verblijfskosten af te trekken. In dat geval moet u wel bewijsstukken bewaren om te kunnen aantonen dat de werkelijke verblijfskosten hoger zijn dan het vaste bedrag per gereden dag.

Tip

Wilt u uw administratieve lasten verminderen? Overweeg dan om gebruik te maken van deze vaste aftrek voor verblijfskosten.