Einde aanvraagtermijn TVL Q1 nadert

Wilt u nog de tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) aanvragen voor het eerste kwartaal van 2021 (Q1)? Doe dit dan snel, want het aanvraagloket bij RVO.nl is nog tot en met 18 mei 2021 open. Het maximale subsidiepercentage in het eerste kwartaal bedraagt 85%. Vanaf het tweede kwartaal (Q2) wordt het subsidiepercentage van de TVL-regeling verhoogd naar 100%. De aanvraag voor het tweede kwartaal kunt u waarschijnlijk vanaf de tweede helft van mei tot 31 juli 2021 indienen. Let op: u hebt nu minimaal eHerkenning niveau 3 nodig voor het aanvragen van TVL Q1. Vraagt u aan met DigiD, dan is er voor u niets gewijzigd.

Tip

Het aanvraagloket voor TVL Q1 sluit 18 mei a.s. om 17:00 uur. Zorg dus dat u de aanvraag op tijd indient!

Maak tijdig gebruik van de Vaste Lasten Evenementenbranche

Hebt u een bedrijf in de evenementenbranche? U behaalt uw omzet dan vaak in de lente- en zomermaanden. De omzet in de winter ligt een stuk lager, waardoor u vaak niet in aanmerking komt voor de gebruikelijke TVL-regeling. Daarom is er een speciale tegemoetkoming voor de vaste lasten in de evenementenbranche ontwikkeld: de Vaste Lasten Evenementenbranche (VLE). Deze subsidie geldt in 2021 alleen voor het eerste kwartaal. U kunt sinds 26 april jl. de VLE onder voorwaarden aanvragen bij de RVO. Als u aan de voorwaarden voldoet, heeft u – als het goed is – hierover een bericht gehad van de RVO. U kunt de VLE aanvragen tot en met 26 mei 2021.

Tip

U hebt slechts een maand de tijd om de VLE aan te vragen. Zorg dus dat u op tijd begint met het verzamelen van de benodigde gegevens, zodat u de aanvraag tijdig kunt indienen.

Maak tijdig gebruik van de Vaste Lasten Evenementenbranche

Hebt u een bedrijf in de evenementenbranche? U behaalt uw omzet dan vaak in de lente- en zomermaanden. De omzet in de winter ligt een stuk lager, waardoor u vaak niet in aanmerking komt voor de gebruikelijke TVL-regeling. Daarom is er een speciale tegemoetkoming voor de vaste lasten in de evenementenbranche ontwikkeld: de Vaste Lasten Evenementenbranche (VLE). Deze subsidie geldt in 2021 alleen voor het eerste kwartaal. U kunt sinds 26 april jl. de VLE onder voorwaarden aanvragen bij de RVO. Als u aan de voorwaarden voldoet, heeft u – als het goed is – hierover een bericht gehad van de RVO. U kunt de VLE aanvragen tot en met 26 mei 2021.

Tip

U hebt slechts een maand de tijd om de VLE aan te vragen. Zorg dus dat u op tijd begint met het verzamelen van de benodigde gegevens, zodat u de aanvraag tijdig kunt indienen.

Attendeer werknemers tijdig op vervallen wettelijke vakantiedagen

Wettelijke vakantiedagen over een kalenderjaar vervallen, als deze niet binnen de eerste 6 maanden van het daarop volgende jaar zijn opgenomen. Zo vervallen de wettelijke vakantiedagen over het jaar 2020, als uw werknemers die dagen niet opnemen vóór 1 juli 2021. Eind 2018 heeft de Europese rechter echter beslist dat de wettelijke vakantiedagen níet vervallen als u uw werknemers niet duidelijk en tijdig hebt geïnformeerd over de vervaltermijn van hun vakantiedagen. U moet uw werknemers stimuleren en ook in staat stellen om de wettelijke vakantiedagen op te nemen. Doet u dit niet (goed), dan behouden uw werknemers de wettelijke vakantiedagen en kunnen zij later bij uitdiensttreding om uitbetaling van die dagen verzoeken.

Tip

Zijn er op dit moment nog vakantiedagen van het kalenderjaar 2020 door werknemers niet opgenomen? Informeer dan deze werknemers over de datum waarop die dagen vervallen én stel hen in staat om die dagen vóór 1 juli 2021 op te nemen. Zonder vervulling van deze voorwaarde kan er dus nog steeds een stuwmeer aan niet opgenomen vakantiedagen ontstaan.

Attendeer werknemers tijdig op vervallen wettelijke vakantiedagen

Wettelijke vakantiedagen over een kalenderjaar vervallen, als deze niet binnen de eerste 6 maanden van het daarop volgende jaar zijn opgenomen. Zo vervallen de wettelijke vakantiedagen over het jaar 2020, als uw werknemers die dagen niet opnemen vóór 1 juli 2021. Eind 2018 heeft de Europese rechter echter beslist dat de wettelijke vakantiedagen níet vervallen als u uw werknemers niet duidelijk en tijdig hebt geïnformeerd over de vervaltermijn van hun vakantiedagen. U moet uw werknemers stimuleren en ook in staat stellen om de wettelijke vakantiedagen op te nemen. Doet u dit niet (goed), dan behouden uw werknemers de wettelijke vakantiedagen en kunnen zij later bij uitdiensttreding om uitbetaling van die dagen verzoeken.

Tip

Zijn er op dit moment nog vakantiedagen van het kalenderjaar 2020 door werknemers niet opgenomen? Informeer dan deze werknemers over de datum waarop die dagen vervallen én stel hen in staat om die dagen vóór 1 juli 2021 op te nemen. Zonder vervulling van deze voorwaarde kan er dus nog steeds een stuwmeer aan niet opgenomen vakantiedagen ontstaan.

Traineeship: stage of arbeid?

Een afgestudeerde ICT-er gaat aan de slag als trainee op basis van een Traineeship Contract. Hij gaat aan het werk tegen een vergoeding per gewerkte dag, 26 vakantiedagen, een opleiding en begeleiding. Einddoel is een arbeidsovereenkomst.  Na zes maanden stopt de trainee en hij eist nabetaling van salaris op basis van het wettelijk minimumloon.

Standpunt trainee
De trainee verrichtte dezelfde werkzaamheden als de andere werknemers van het bedrijf. Het traineeship is niet gelijk te stellen met een stage (in het kader van een opleiding), maar met een volwaardige baan. Er was een arbeidsovereenkomst en dus recht op ten minste het minimumloon.

Oordeel rechter
In dit geval gaat het om een leerovereenkomst van een volledig opgeleide beroepsbeoefenaar, die aan zijn of haar eigen ontwikkeling en kennisvergroting kan werken, maar die zonder beperkingen inzetbaar is voor de opdrachtgever en daarbij een bijdrage levert aan het primaire doel van de onderneming. Wellicht is het werk van de trainee nog niet volledig declarabel. Maar hij nam deel aan de normale dagelijkse activiteiten, zoals die bij het bedrijf werden uitgevoerd, en daarmee streefde de werkgever wel degelijk ook een eigen doel na, namelijk de trainee klaarstomen om hem na het traineeship als volwaardig werknemer te kunnen inzetten.

De rechter vindt het in dit kader opvallend dat een trainee volgens het Traineeship Contract de volledige stagevergoeding aan de werkgever moet terugbetalen, als hij een arbeidsovereenkomst krijg aangeboden, maar deze niet accepteert. Daarmee ontkracht de werkgever zelf dat de werkzaamheden van de trainee enkel en alleen ten behoeve van diens professionele ontwikkeling zijn.

Daarom was inderdaad sprake van een arbeidsovereenkomst. De werkgever moest ten minste het minimumloon aan de trainee betalen.

Let op: De werkgever probeerde hier een afgestudeerde ICT-er genoegen te laten nemen met een stageovereenkomst en dito vergoeding. Kenmerk van een stageovereenkomst is dat deze plaatsvindt in het kader van een opleiding voor een diploma. Als deel van de ‘beloning’ voor zijn werkzaamheden krijgt de stagiair dan studiepunten, die vereist zijn voor het diploma. In dit geval moest de afgestudeerde ICT-er ongetwijfeld nog veel leren, maar zijn diploma had hij al en hij werkte gewoon mee in het bedrijf.

Weer ziek, weer loondoorbetaling?

Een manager wordt ziek en werkt twee jaar lang aan re-integratie. Na twee jaar krijgt hij geen WIA-uitkering, omdat hij volgens het UWV dan nog ongeveer 80% van zijn oude loon kan verdienen. Hij gaat weer aan het werk bij zijn werkgever, maar drie jaar later valt hij weer uit door ziekte. Na enkele maanden krijgt hij een brief dat de salarisbetaling stopt. Kan dat zomaar?

Standpunt werkgever
De werkgever stelt dat hij niet verplicht is het loon door te betalen tijdens ziekte. Dat heeft hij al eerder gedurende 104 weken gedaan. Daarna vervalt die wettelijke verplichting, tenzij de werknemer een nieuwe functie heeft gekregen. En dat is niet het geval.

Loondoorbetalingsverplichting opgebruikt
Als de werknemer na meer dan 104 weken arbeidsongeschiktheid weer werkzaam is voor de werkgever in de bedongen arbeid en op een later moment opnieuw arbeidsongeschikt wordt, bestaat er geen loondoorbetalingsverplichting meer. Die is als het ware ‘opgebruikt’.

Ander werk nieuw bedongen arbeid?
Als de werknemer na 104 weken loondoorbetaling echter ander werk bij dezelfde werkgever gaat doen dan waarvoor hij oorspronkelijk arbeidsongeschikt is geraakt, kan het inderdaad zo zijn dat bij een latere uitval tóch recht op loondoorbetaling tijdens ziekte bestaat.

Daarvoor is vereist dat het andere werk de ‘nieuw bedongen arbeid’ is geworden, oftewel: dat partijen met elkaar overeenkomen dat de arbeidsovereenkomst is aangepast. Dit is volgens de rechter hier niet het geval.

Een tweede mogelijkheid is dat de werknemer erop mocht vertrouwen dat het werk dat hij nu verricht, en dat past bij zijn beperkingen (passende arbeid), de bedongen arbeid is geworden. Daarvan kan sprake zijn als de werknemer gedurende een niet te korte periode arbeid heeft verricht waarvan de aard en de omvang tussen partijen niet ter discussie staat. Ook dit is volgens de rechter hier niet het geval. De werknemer is nog niet terug op zijn oude niveau en uit niets blijkt dat de werkgever zich daarbij neerlegt.

Let op: Als een werknemer na het einde van de doorbetalingsplicht weer aan de slag gaat, kan er alleen een nieuwe loondoorbetalingplicht ontstaan als sprake is van nieuw bedongen arbeid. Dat is het geval als werkgever en werknemer ander werk op een ander niveau afspreken of zich daarbij neerleggen.

Woonhuis ondernemer privévermogen

Een vertaler met een eenmanszaak woont en werkt sinds juli in een eigen woning van hem en zijn echtgenote. De woning hadden ze al enkele jaren en stond fiscaal te boek als privévermogen. In september koopt hij een appartement. Ze gaan scheiden en de man verhuist eind december met zijn eenmanszaak naar het appartement. Achteraf wil de man de gezamenlijke woning alsnog aanmerken als ondernemingsvermogen, wellicht omdat deze na de echtscheiding met verlies is verkocht.  

Oordeel rechter
De rechter is van oordeel dat de onroerende zaak niet als ondernemingsvermogen kan worden aangemerkt. Ten eerste omdat de vertaler onvoldoende onderbouwt in welke mate de onroerende zaak werd gebruikt voor zijn eenmanszaak. Ten tweede omdat de ex-partner de woning  ook heeft gebruikt voor haar werkzaamheden. En ten derde omdat de vertaler in juli in de woning is getrokken en al weer zes maanden later is verhuisd.

Tip: Het woonhuis van een ondernemer is, behoudens bijzondere omstandigheden, fiscaal privévermogen. Van ondernemingsvermogen kan sprake zijn als de bewoning mede, en meer dan bijkomstig, dienstbaar is aan de bedrijfsuitoefening. De bewijslast hiervan ligt bij de ondernemer. En dat valt niet mee. Het is complexe materie. Een eenmaal gemaakte keuze, privé- of ondernemingsvermogen, is bijna altijd definitief. De fiscale belangen zijn groot. We staan voor u klaar met fiscaal advies.

Verkoop gekregen antiek belast

Iemand die behulpzaam is bij de ontruiming van een klooster mag van de paters een flinke hoeveelheid antieke stukken meenemen. Hij geeft het antiek aan zijn zoon. Vijftien jaar later verkoopt de zoon het antiek om in zijn levensonderhoud te voorzien. Volgens de Belastingdienst is dit belast als resultaat uit overige werkzaamheden. Wat vindt de rechter?

Als het antiek van de paters is verkregen met als mogelijk doel om het op termijn te verkopen, is in dit geval inderdaad sprake van belast resultaat uit werkzaamheden. Er waren immers werkzaamheden, enerzijds het helpen met opruimen en anderzijds de stelselmatig uitgevoerde verkoopactiviteiten. Bovendien ging het om een behoorlijke hoeveelheid antiek die tussentijds ergens was opgeslagen.

In hoger beroep en bij de hoogste rechter wordt dit oordeel bevestigd. Het maakt niet uit dat de paters de spullen eerst aan de vader schonken, waarna de vader ze aan zijn zoon gaf. Gezien de omvang en de opslag van de spullen ligt een oogmerk tot verkoop met het doel op het maken van winst voor de hand. Gelet op het grote aantal stukken acht de rechter niet aannemelijk dat vader deze uitsluitend heeft meegenomen voor persoonlijk gebruik.

Tip: Als u iets in natura ontvangt, waarbij al meteen duidelijk is dat u dat een keer gaat verzilveren, en waarvoor door u of iemand anders werkzaamheden zijn verricht, kan de verkoopopbrengst belast zijn. In dit geval ging het om zoveel antiek dat op voorhand vaststond dat het geheel of deels verkocht zou gaan worden.

Tijd dringt voor aanvragen woonhuissubsidie particuliere rijksmonumenten

Bent u eigenaar van een rijksmonument met een woonfunctie? In dat geval kunt u subsidie aanvragen voor de instandhoudingskosten van 2020 bij de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed. U kunt de subsidieaanvraag nog tot en met 30 april indienen. Hiervoor is de factuurdatum bepalend. De subsidie bedraagt 38% van de kosten voor de instandhouding van uw rijksmonument. Wilt u de aanvraag laten indienen door uw adviseur, vul dan samen met hem of haar een machtigingsformulier in.

Ook kosten van werkzaamheden die zijn gericht op het voorkomen van verval of vervolgschade kwalificeren voor de subsidie. Hiertoe worden onder meer gerekend kosten voor schilderwerk, gevelreparaties, herstel van voegen, het vervangen van kapotte dakpannen, het repareren of vervangen van goten en afvoeren en het herstel van scheuren in het buitenpleisterwerk.

Tip

Bedragen de totale kosten waarvoor u subsidie wilt aanvragen meer dan € 70.000? In dat geval moet u een inspectierapport overleggen, dat een deskundige persoon of instantie heeft opgesteld, bijvoorbeeld de Monumentenwacht.