Aftrek kosten advocaat echtscheiding

In het kader van zijn echtscheiding heeft een man diverse procedures gevoerd tegen zijn ex. Alleen al voor procedures over partneralimentatie heeft hij € 30.000 advocaatkosten gemaakt. Een en ander heeft geresulteerd in een overeenkomst: over en weer zullen de ex-partners geen alimentatie verschuldigd zijn. Zijn de advocaatkosten aftrekbaar?

Kosten die zijn gemaakt tot verwerving, inning en behoud van partneralimentatie zijn aftrekbaar,  als daadwerkelijk alimentatie wordt verkregen. Maar is dat ook zo als vast staat dat de man geen alimentatie van zijn ex-echtgenote heeft ontvangen?

Standpunt man
De man stelt dat zijn advocaatkosten zijn gemaakt ter verwerving van alimentatie van zijn ex-echtgenote. Hij had namelijk in de procedures, nadat zij in eerste aanleg alimentatie van hem had gevorderd, in verweer van zijn ex-echtgenote alimentatie gevorderd. Dat pas later, door het sluiten van de overeenkomst, is komen vast te staan dat belanghebbende geen alimentatie van zijn ex-echtgenote heeft ontvangen, doet daar niet aan af. Voor aftrek van advocaatkosten is volgens belanghebbende niet vereist dat de procedure succesvol moet worden afgerond.

Standpunt Belastingdienst
Uit de stukken valt niet af te leiden dat sprake is van een wederzijdse alimentatievordering. De man is niet een procedure gestart ter verkrijging van alimentatie. De procedures gaan over de door de ex-echtgenote gevorderde alimentatie.

Oordeel rechter
De man heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij de advocaatkosten heeft gemaakt tot verwerving, inning en behoud van alimentatie. Het is niet aannemelijk dat belanghebbende alimentatie heeft gevorderd van zijn ex-echtgenote. De omstandigheid dat iemand (in theorie) aanspraak op alimentatie zou kunnen maken, is onvoldoende om het bestaan van een alimentatievordering aan te nemen. De advocaatkosten zijn niet aftrekbaar.

Let op: Advocaatkosten tot verwerving, inning of behoud  van partneralimentatie zijn aftrekbaar. Maar het moet wel gaan om een reële vordering van partneralimentatie.

Eindelijk aanvraagloket open voor tegemoetkoming schade coronarellen

Hebt u tijdens de coronarellen van 23 tot 28 januari jl. fysieke schade opgelopen aan uw bedrijfspand, inventaris of voorraad? U komt dan mogelijk in aanmerking voor de tijdelijke ‘Regeling bedrijvenschade coronarellen’ van de overheid. Het aanvraagloket voor deze tegemoetkoming is eindelijk opengegaan. U kunt de tegemoetkoming tot 14 juni 2021 17.00 uur aanvragen via een digitaal formulier in het e-Loket bij rvo.nl. U komt voor deze regeling in aanmerking als de schade niet door een verzekering (vanwege eigen risico of onderverzekering) of op een andere wijze wordt vergoed.

Tip

Vindt u het lastig om zelf de aanvraag in te dienen? Vraag dan uw adviseur om na te gaan of u voor de tegemoetkoming in aanmerking komt en zo ja, om de aanvraag voor u in te dienen.

Eindelijk aanvraagloket open voor tegemoetkoming schade coronarellen

Hebt u tijdens de coronarellen van 23 tot 28 januari jl. fysieke schade opgelopen aan uw bedrijfspand, inventaris of voorraad? U komt dan mogelijk in aanmerking voor de tijdelijke ‘Regeling bedrijvenschade coronarellen’ van de overheid. Het aanvraagloket voor deze tegemoetkoming is eindelijk opengegaan. U kunt de tegemoetkoming tot 14 juni 2021 17.00 uur aanvragen via een digitaal formulier in het e-Loket bij rvo.nl. U komt voor deze regeling in aanmerking als de schade niet door een verzekering (vanwege eigen risico of onderverzekering) of op een andere wijze wordt vergoed.

Tip

Vindt u het lastig om zelf de aanvraag in te dienen? Vraag dan uw adviseur om na te gaan of u voor de tegemoetkoming in aanmerking komt en zo ja, om de aanvraag voor u in te dienen.

VL Q1 vanaf 12 april aanvragen met eHerkenning niveau 3

Wilt u nog een Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) aanvragen voor het eerste kwartaal (Q1). Dat kan nog tot en met 18 mei 2021. De aanvraagperiode is namelijk met twee weken verlengd. Maar daarvoor moet u vanaf 12 april a.s. wel beschikken over eHerkenning van minimaal niveau 3. Inloggen met eHerkenning niveau 1 en eHerkenning niveau 2 of 2+ is alleen nog mogelijk om uw aanvragen over de periode juni-september 2020 en over het vierde kwartaal 2020 (Q4) in te zien en om te reageren op het vaststellingsverzoek. Vraagt u TVL aan met DigiD, dan verandert er voor u niets.

 Tip

Steeds vaker wordt minimaal eHerkenning niveau 3 of hoger gevraagd om te kunnen inloggen. Hebt u nog geen eHerkenning niveau 3? Neem dan contact op met uw eHerkenningsleverancier om de eHerkenning te verhogen. Hebt u helemaal nog geen eHerkenning, dan kunt u dit bij een eHerkenningleverancier aanvragen. Houd daarbij rekening met een levertijd van 1 tot 5 werkdagen en zorg ervoor dat u alle documenten en handtekeningen juist en volledig aanlevert. Dit verkort de levertijd.

VL Q1 vanaf 12 april aanvragen met eHerkenning niveau 3

Wilt u nog een Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) aanvragen voor het eerste kwartaal (Q1). Dat kan nog tot en met 18 mei 2021. De aanvraagperiode is namelijk met twee weken verlengd. Maar daarvoor moet u vanaf 12 april a.s. wel beschikken over eHerkenning van minimaal niveau 3. Inloggen met eHerkenning niveau 1 en eHerkenning niveau 2 of 2+ is alleen nog mogelijk om uw aanvragen over de periode juni-september 2020 en over het vierde kwartaal 2020 (Q4) in te zien en om te reageren op het vaststellingsverzoek. Vraagt u TVL aan met DigiD, dan verandert er voor u niets.

 Tip

Steeds vaker wordt minimaal eHerkenning niveau 3 of hoger gevraagd om te kunnen inloggen. Hebt u nog geen eHerkenning niveau 3? Neem dan contact op met uw eHerkenningsleverancier om de eHerkenning te verhogen. Hebt u helemaal nog geen eHerkenning, dan kunt u dit bij een eHerkenningleverancier aanvragen. Houd daarbij rekening met een levertijd van 1 tot 5 werkdagen en zorg ervoor dat u alle documenten en handtekeningen juist en volledig aanlevert. Dit verkort de levertijd.

Vraag na of de massaalbezwaarprocedure tegen box-3-heffing 2020 voor u zinvol is

Ook de bezwaarschriften die gericht zijn tegen de box-3-heffing in de definitieve aanslag inkomstenbelasting (IB) 2020 worden onder voorwaarden aangewezen als massaal bezwaar. Er lopen momenteel nog massaalbezwaarprocedures tegen de box-3-heffing over de jaren 2017 tot en met 2019. Wilt u deelnemen aan de massaalbezwaarprocedure tegen de box-3-heffing over 2020? Zorg dan dat u tijdig bezwaar maakt (of laat maken) tegen de definitieve IB-aanslag 2020. Bij aanwijzing als massaal bezwaar wordt er niet op elk bezwaarschrift individueel uitspraak gedaan. Er komt dan ten aanzien van de bepaalde bezwaargronden één collectieve uitspraak die gepubliceerd zal worden in de Staatscourant en wordt bekendgemaakt via de pers.

Tip

Vraag uw adviseur of het voor u zinvol is om gebruik te maken van de massaalbezwaarprocedure tegen de box-3-heffing over 2020.

Vraag na of de massaalbezwaarprocedure tegen box-3-heffing 2020 voor u zinvol is

Ook de bezwaarschriften die gericht zijn tegen de box-3-heffing in de definitieve aanslag inkomstenbelasting (IB) 2020 worden onder voorwaarden aangewezen als massaal bezwaar. Er lopen momenteel nog massaalbezwaarprocedures tegen de box-3-heffing over de jaren 2017 tot en met 2019. Wilt u deelnemen aan de massaalbezwaarprocedure tegen de box-3-heffing over 2020? Zorg dan dat u tijdig bezwaar maakt (of laat maken) tegen de definitieve IB-aanslag 2020. Bij aanwijzing als massaal bezwaar wordt er niet op elk bezwaarschrift individueel uitspraak gedaan. Er komt dan ten aanzien van de bepaalde bezwaargronden één collectieve uitspraak die gepubliceerd zal worden in de Staatscourant en wordt bekendgemaakt via de pers.

Tip

Vraag uw adviseur of het voor u zinvol is om gebruik te maken van de massaalbezwaarprocedure tegen de box-3-heffing over 2020.

Kortere loondoorbetaling bij ziekte voor werkende AOW’ers per 1 april 2021 gaat níet door!

In de ‘Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd’ (1 januari 2016) was bepaald dat u onder meer bij ziekte van een werkende AOW’er zes weken loon moest gaan doorbetalen. Die periode werd echter in het kader van een overgangsregeling tijdelijk op dertien weken vastgesteld. Op 1 april 2021 zou deze overgangsregeling eindigen. De duur van de loondoorbetaling bij ziekte van doorwerkende AOW’ers – – ook voor bestaande ziektegevallen – zou dan weer van dertien naar zes weken worden teruggebracht. Dit gaat echter voorlopig niet door. Het UWV kan de wijziging namelijk niet uitvoeren voor 1 januari 2022. De duur van de loondoorbetaling bij ziekte van werkende AOW’ers blijft daarmee dus ook na 1 april 2021 dertien weken.

Tip

Houd in uw administratie rekening met het feit dat het verkorten van de loondoorbetalingsplicht van 13 naar 6 weken per 1 april 2021 niet doorgaat.

Kortere loondoorbetaling bij ziekte voor werkende AOW’ers per 1 april 2021 gaat níet door!

In de ‘Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd’ (1 januari 2016) was bepaald dat u onder meer bij ziekte van een werkende AOW’er zes weken loon moest gaan doorbetalen. Die periode werd echter in het kader van een overgangsregeling tijdelijk op dertien weken vastgesteld. Op 1 april 2021 zou deze overgangsregeling eindigen. De duur van de loondoorbetaling bij ziekte van doorwerkende AOW’ers – – ook voor bestaande ziektegevallen – zou dan weer van dertien naar zes weken worden teruggebracht. Dit gaat echter voorlopig niet door. Het UWV kan de wijziging namelijk niet uitvoeren voor 1 januari 2022. De duur van de loondoorbetaling bij ziekte van werkende AOW’ers blijft daarmee dus ook na 1 april 2021 dertien weken.

Tip

Houd in uw administratie rekening met het feit dat het verkorten van de loondoorbetalingsplicht van 13 naar 6 weken per 1 april 2021 niet doorgaat.

Ondernemers met gezamenlijke BV

Een aantal zelfstandige rentmeesters werken samen via een gezamenlijk gehouden BV. De BV fungeert met een gezamenlijke naam als vehikel voor facturatie en incasso. De omzet wordt per rentmeester gescheiden geadministreerd. Iedere rentmeester heeft in de BV een eigen soort aandelen en een strikt gescheiden eigen winstreserve. De rentmeesters lopen ondernemers- en debiteurenrisico. De Belastingdienst stelt dat van fiscaal ondernemerschap geen sprake is.

Juridische vragen
In de kern komt het geschil erop neer of de werkzaamheden naar fiscaalrechtelijke maatstaven zijn verricht voor rekening en risico van de rentmeesters zelf of van de BV.

Als de werkzaamheden voor eigen rekening en risico van rentmeesters zelf zijn verricht, is de volgende vraag of zij ook rechtstreeks worden verbonden voor de verbintenissen van hun ondernemingen.

Twee walletjes
In de kern gaat het om de vraag: is het mogelijk om van twee walletjes te eten? Aan de ene kant externe bescherming door naar buiten toe in de rechtsvorm van een BV te werken, en tegelijkertijd de voordelen van de ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting.

Overwegingen rechter
Aannemelijk is dat de rentmeesters intern, achter de schermen, zelfstandig het beroep van rentmeester uitoefenen en voor eigen rekening en risico opdrachten verrichten. Dat doen ze naar fiscaalrechtelijke maatstaven zelfstandig en voor eigen rekening en risico. Dat ze de contracten, facturering en betaling via de BV laten lopen, doet daar wel wat aan af, maar is van te weinig gewicht om de doorslag te geven. Voor zover het gaat om het verzenden van de facturen en het ontvangen van de betalingen, heeft de BV alleen maar opgetreden als kassier.

Volgens de rechter staat de wettelijk voorwaarde ‘rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen betreffende die onderneming’ niet in de weg aan het ondernemerschap. De rentmeesters zijn op zichzelf niet direct tegenover de externe schuldeisers van de BV aansprakelijk, maar wel degelijk rechtstreeks verbonden voor dergelijke schulden tegenover de BV, voor zover die voortkomen uit door hen aanvaarde en uitgevoerde opdrachten.

Oordeel rechter
De slotsom van de rechter is dat de rentmeesters inderdaad van twee walletjes kunnen eten. De wetgever heeft geen rekening gehouden met deze uitzonderlijke structuur. De situatie van de rentmeesters voldoet aan zoveel essentiële criteria voor het fiscale ondernemerschap, zoals de zelfstandigheid en het lopen van ondernemersrisico’s, dat het voldoen aan die criteria zwaarder moet wegen dan de civiel-juridische huls van de BV die ze gebruiken bij de uitvoering van hun werkzaamheden.

Let op: Een bijzondere uitspraak over een bijzondere structuur. De uitkomst kan voor veel samenwerkende ondernemers in het MKB zeer interessant zijn. We vermoeden echter dat er eerst nog hogere rechters ingeschakeld gaan worden.