Nihil-aangiften gedaan maar nog steeds ondernemer? Kom in actie!

Heeft u minimaal 1 jaar op uw btw-aangiften ingevuld dat u niets hebt aan te geven, waardoor u dus ook geen btw hebt betaald of teruggevraagd? De Belastingdienst stuurt u dan een brief, waarin staat dat ervan wordt uitgegaan dat u uw onderneming hebt gestaakt en er dus geen economische activiteiten meer zijn. De Belastingdienst kondigt vervolgens in deze brief aan uw ob-nummer te zullen intrekken, waarmee het btw-identificatienummer komt te vervallen. Hebt u uw onderneming niet gestaakt, dan moet u dit uiterlijk 2 maart 2021 doorgeven aan de Belastingdienst/ Nihilaangiften in Heerlen. Als de Belastingdienst de brief  tijdig heeft ontvangen, wordt uw ob-nummer niet ingetrokken, voordat er met u contact is geweest. U neemt in de brief de volgende gegevens worden op:

  • het kenmerk van de brief van de Belastingdienst (ob-nummer);
  • de reden waarom u al 1 jaar op de btw-aangiften hebt ingevuld dat er niets is aan te geven;
  • uw telefoonnummer en e-mailadres; en
  • de reden waarom u onder een ontheffing, vrijstelling of bijzondere regeling valt.

Tip 

Is uw onderneming inderdaad gestaakt, dan hoeft u voor de btw in beginsel niks te doen. Maar staat de onderneming ingeschreven bij de Kamer van Koophandel? Laat dan uw onderneming uitschrijven via www.kvk.nl/uitschrijven.

Nihil-aangiften gedaan maar nog steeds ondernemer? Kom in actie!

Heeft u minimaal 1 jaar op uw btw-aangiften ingevuld dat u niets hebt aan te geven, waardoor u dus ook geen btw hebt betaald of teruggevraagd? De Belastingdienst stuurt u dan een brief, waarin staat dat ervan wordt uitgegaan dat u uw onderneming hebt gestaakt en er dus geen economische activiteiten meer zijn. De Belastingdienst kondigt vervolgens in deze brief aan uw ob-nummer te zullen intrekken, waarmee het btw-identificatienummer komt te vervallen. Hebt u uw onderneming niet gestaakt, dan moet u dit uiterlijk 2 maart 2021 doorgeven aan de Belastingdienst/ Nihilaangiften in Heerlen. Als de Belastingdienst de brief  tijdig heeft ontvangen, wordt uw ob-nummer niet ingetrokken, voordat er met u contact is geweest. U neemt in de brief de volgende gegevens worden op:

  • het kenmerk van de brief van de Belastingdienst (ob-nummer);
  • de reden waarom u al 1 jaar op de btw-aangiften hebt ingevuld dat er niets is aan te geven;
  • uw telefoonnummer en e-mailadres; en
  • de reden waarom u onder een ontheffing, vrijstelling of bijzondere regeling valt.

Tip 

Is uw onderneming inderdaad gestaakt, dan hoeft u voor de btw in beginsel niks te doen. Maar staat de onderneming ingeschreven bij de Kamer van Koophandel? Laat dan uw onderneming uitschrijven via www.kvk.nl/uitschrijven.

Doe tijdig aangifte schenkbelasting

Heeft u in 2020 van uw ouders een eenmalig vrijgestelde schenking ontvangen? U moet dan – anders dan de woorden wellicht doen vermoeden – hiervoor wel een schenkingsaangifte indienen. Deze eenmalige vrijstelling kan u namelijk alleen benutten als u in de schenkingsaangifte hebt verzocht om toepassing van de vrijstelling. De schenkingsaangifte moet u uiterlijk vóór 1 maart 2021 hebben ingediend. U logt hiervoor in met uw DigiD op MijnBelastingdienst.

 Tip

De eenmalig vrijgestelde schenkingen zijn:

  • een vrij te besteden schenking van € 26.457 (in 2021: € 26.881); of
  • een extra verhoogde schenking van € 55.114 (in 2021: € 55.996) voor een dure studie; of
  • een extra verhoogde schenking voor de eigen woning van € 103.643 (in 2021: € 105.302).

Heeft u in 2020 een van deze eenmalige schenkingen ontvangen? Zorg dan dat u vóór 1 maart a.s. een schenkingsaangifte hebt ingediend.

 

Doe tijdig aangifte schenkbelasting

Heeft u in 2020 van uw ouders een eenmalig vrijgestelde schenking ontvangen? U moet dan – anders dan de woorden wellicht doen vermoeden – hiervoor wel een schenkingsaangifte indienen. Deze eenmalige vrijstelling kan u namelijk alleen benutten als u in de schenkingsaangifte hebt verzocht om toepassing van de vrijstelling. De schenkingsaangifte moet u uiterlijk vóór 1 maart 2021 hebben ingediend. U logt hiervoor in met uw DigiD op MijnBelastingdienst.

 Tip

De eenmalig vrijgestelde schenkingen zijn:

  • een vrij te besteden schenking van € 26.457 (in 2021: € 26.881); of
  • een extra verhoogde schenking van € 55.114 (in 2021: € 55.996) voor een dure studie; of
  • een extra verhoogde schenking voor de eigen woning van € 103.643 (in 2021: € 105.302).

Heeft u in 2020 een van deze eenmalige schenkingen ontvangen? Zorg dan dat u vóór 1 maart a.s. een schenkingsaangifte hebt ingediend.

 

Aanvraagperiode TVL voor het eerste kwartaal 2021 gestart

Sinds 15 februari kunt u bij de RVO met een speciaal formulier een Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) aanvragen voor de periode 1 januari tot en met maart 2021 (Q1)? Het subsidiepercentage voor de TVL is afhankelijk van uw omzetderving. Dit percentage bedraagt tussen de 50% bij een omzetderving van 30% en 70% bij een omzetderving van 100%. Uw TVL-aanvraag wordt gebaseerd op de TVL-regeling zoals die gold voor het vierde kwartaal 2020 met uitzondering van de referentieperiode. Die is voor het eerste kwartaal van 2021 namelijk januari, februari en maart 2019. Was u op 1 januari 2019 nog niet gestart met uw onderneming, dan kunt u terugvallen op een andere referentieperiode. Dit is het eerste gehele kalenderkwartaal volgend op de maand waarin u de ondernemingsactiviteiten startte.

Tip

U kunt de TVL voor het eerste kwartaal van 2021 aanvragen tot en met 30 april 2021, voor 17.00u. Noteer deze datum in uw (digitale) agenda.

Aanvraagperiode TVL voor het eerste kwartaal 2021 gestart

Sinds 15 februari kunt u bij de RVO met een speciaal formulier een Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) aanvragen voor de periode 1 januari tot en met maart 2021 (Q1)? Het subsidiepercentage voor de TVL is afhankelijk van uw omzetderving. Dit percentage bedraagt tussen de 50% bij een omzetderving van 30% en 70% bij een omzetderving van 100%. Uw TVL-aanvraag wordt gebaseerd op de TVL-regeling zoals die gold voor het vierde kwartaal 2020 met uitzondering van de referentieperiode. Die is voor het eerste kwartaal van 2021 namelijk januari, februari en maart 2019. Was u op 1 januari 2019 nog niet gestart met uw onderneming, dan kunt u terugvallen op een andere referentieperiode. Dit is het eerste gehele kalenderkwartaal volgend op de maand waarin u de ondernemingsactiviteiten startte.

Tip

U kunt de TVL voor het eerste kwartaal van 2021 aanvragen tot en met 30 april 2021, voor 17.00u. Noteer deze datum in uw (digitale) agenda.

Studiekostenbeding werkt niet

Een leerling schadehersteller volgt een opleiding die volledig door zijn werkgever wordt vergoed. De arbeidsovereenkomst bevat een studiekostenbeding. Als de werknemer vrijwillig uit dienst treedt, moet hij de studiekosten terugbetalen. In stappen van 25 procent per jaar wordt dit afgebouwd. De werknemer zegt de arbeidsovereenkomst op en de werkgever claimt terugbetaling van de studiekosten. Via de rechter verzet de werknemer zich hiertegen.

Eisen studiekostenbeding
Een dergelijk studiekostenbeding is alleen aanvaardbaar als het gaat om een regeling die:

  1. de tijdspanne vaststelt gedurende welke de werkgever geacht wordt baat te hebben van de door de werknemer tijdens diens studiewerkzaamheden verworven kennis en vaardigheden;
  2. bepaalt dat de werknemer, indien de dienstbetrekking eindigt, het loon over die periode aan de werkgever zou moeten terugbetalen, en
  3. deze terugbetalingsverplichting vermindert naar evenredigheid van het voortduren van de dienstbetrekking gedurende de onder a. bedoelde tijdspanne.

Aan deze vereisten wordt volgens de rechter voldaan, maar er is meer.

Verplichting uitleg consequenties studiekostenbeding
De werkgever moet op voorhand duidelijk maken wat de consequenties voor de werknemer zijn indien hij studiekosten moet terugbetalen. Met name als het om grote bedragen gaat – afgezet tegen het verdiende salaris – moet het voor de werknemer op voorhand duidelijk zijn om welk bedrag het concreet gaat, zodat hij een weloverwogen afweging kan maken om al dan niet het dienstverband voort te zetten. Daar wringt in deze zaak de schoen.

Oordeel rechter
Er is een groot verschil tussen het loon van de werknemer en de omvang van de studieschuld. Het gaat om een bruto maandloon van € 876,80. De omvang van de uiteindelijke studieschuld na drie jaren studie is € 7.693,75.

Als de werkgever dergelijke – naar verhouding tot het loon – hoge studiekosten wil verhalen, had hij op voorhand in het studiekostenbeding concreet moeten maken welke specifieke bedragen terugbetaald dienden te worden. En als de werkgever pas tijdens het verloop van de studie zelf kennis kreeg van de omvang van de kosten, had hij de werknemer daar op dat moment van op de hoogte moeten stellen.

Was dit gebeurd, dan zou voor de werknemer duidelijk zijn geweest welk bedrag hij moest terugbetalen bij vrijwillige beëindiging van de dienstbetrekking en had hij dit kunnen meenemen bij zijn besluit om het dienstverband op te zeggen. Nu was dat niet mogelijk en is hij pas na zijn opzegging met de financiële gevolgen daarvan, wat betreft de terugbetalingsverplichting, geconfronteerd.

De werknemer hoeft de studiekosten daarom niet terug te betalen.

Tip: Werkgevers betalen vaak studiekosten voor werknemers. Om te voorkomen dat werknemers met hun verhoogde kennis en vaardigheden direct naar een concurrent overstappen, wordt vaak een studiekostenbeding afgesproken. Zorg er als werkgever voor dat u, zodra dat kan, concreet bent over het bedrag van de terugbetaling van de studiekosten, anders kan de rechter het beding terzijde schuiven.

Functie vervalt: transitievergoeding?

De functie van een kwaliteitsmanager in ploegendienst komt te vervallen. De werkgever zegt de arbeidsovereenkomst op met een ontslagvergunning van het UWV. Door aangeboden passende functies te weigeren, handelt ze volgens de werkgever ernstig verwijtbaar. Daarom krijgt ze geen transitievergoeding. Wat zegt de rechter hierover?

Overwegingen rechter
Werkgever heeft eerst dezelfde en een andere functie aangeboden, maar in dagdienst. Werkneemster weigerde omdat ze in ploegendienst wilde blijven werken, net als haar man, die bij hetzelfde bedrijf werkt. Ze willen samen met de auto reizen. Reizen met het openbaar vervoer is voor haar gezien een chronische oogaandoening geen optie.

Uiteindelijk heeft de werkgever toch een functie als productiemedewerker in ploegendienst aangeboden. Van een passende functie is sprake wanneer deze aansluit bij de opleiding, ervaring en capaciteiten van de werknemer. Vast staat dat de aangeboden functie in deze zin passend was.

De werkneemster is niet op deze functie ingegaan, omdat ze meteen zou moeten beginnen en ze daar gelet op haar arbeidsongeschiktheid niet toe in staat was. Vastgesteld wordt dat de werkgever helemaal niet verlangde dat ze direct zou beginnen.

Intussen had de werkneemster zich namelijk ziek gemeld. Volgens de bedrijfsarts was ze door ziekte niet in staat om haar oude en de nieuwe functie uit te voeren. Maar dat betekent volgens de rechter niet dat zij de aangeboden functie niet kon aanvaarden.

Bij de rechter voert de werkneemster verder geen redenen aan waarom ze niet de derde aangeboden functie kon aanvaarden.

Oordeel rechter
De werkneemster had eventuele belemmeringen tegen de derde aangeboden functie direct constructief met haar werkgever moeten bespreken. Nu kon de werkgever haar door haar eigen weigerachtige houding niet herplaatsen. Dat acht de rechter ernstig verwijtbaar. Daarom hoeft de werkgever geen transitievergoeding te betalen.

Tip: Als een werknemer zonder goede redenen een passende functie weigert, die u aanbiedt om ontslag te voorkomen, kan de rechter oordelen dat u geen transitievergoeding hoeft te betalen.

Monteur geen ondernemer

Een zzp-er heeft een eenmanszaak in interieurreiniging, kassenbouw en laad- en loswerkzaamheden. Voor een opdrachtgever in de haven verricht hij werkzaamheden rond het laden en lossen, maar ook onderhoud en reparaties aan machines. Dat doet hij op fulltime basis. De Belastingdienst schrapt de ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling.

Standpunt Belastingdienst
Van ondernemerschap is geen sprake omdat er onvoldoende zelfstandigheid is ten opzichte van de opdrachtgever en niet gestreefd wordt naar continuïteit door het verkrijgen van verschillende opdrachten van verschillende opdrachtgevers. 

Standpunt zzp-er
In de twee voorafgaande jaren had hij drie opdrachtgevers. Dit jaar had hij slechts een opdrachtgever omdat die zoveel werk had. Soms moest de ondernemer zijn broer inschakelen om alle werkzaamheden te kunnen verrichten. De ondernemer kon zelfstandig de inrichting van zijn werkzaamheden bepalen, hij hoefde bijvoorbeeld geen verlof te vragen. Ook liep hij ondernemersrisico.

Overwegingen rechter
Hoewel sprake is van een zekere duurzaamheid en een gerechtvaardigde voordeelsverwachting, streeft de zzp-er niet duurzaam naar het verkrijgen van opdrachten van verschillende opdrachtgevers, bezit hij onvoldoende zelfstandigheid ten opzichte van zijn opdrachtgever en loopt hij ook geen ondernemersrisico.

Weliswaar waren er in voorgaande jaren verschillende opdrachtgevers, maar ook in die jaren kwam meer dan 98% van de omzet uit werkzaamheden voor de huidige opdrachtgever. Bovendien waren de andere opdrachten schoonmaakwerkzaamheden. Er is dus geen sprake van samenhang tussen de verschillende opdrachten.

De zzp-er is onvoldoende zelfstandig. Hij krijgt een lijst met werkzaamheden die hij per dag of per week dient te verrichten en hij moet op vaste tijden aanwezig zijn. Het benodigde materiaal wordt door de opdrachtgever ter beschikking gesteld. Bovendien was er door de ouderdom van de machines altijd voldoende onderhoudswerk. De zzp-er werkte minimaal vijf dagen per week voor de opdrachtgever. Er was geen sprake van jaarlijks sterk wisselende opbrengsten, de werkzaamheden hebben qua omvang een duurzaam karakter en hij verrichtte al drie jaar werkzaamheden voor dezelfde opdrachtgever. Als er niet voldoende werk was, werd de zzp-er toch betaald. Deze uren werden gecompenseerd met de dagen dat hij had overgewerkt.

Van ondernemersrisico was geen sprake en het debiteurenrisico hield niet meer in dan dat van een werknemer die loon ontvangt van zijn werkgever. Ook heeft de zzp-er niet aannemelijk gemaakt dat hij actief bekendheid gaf aan zijn onderneming en hij hield zich evenmin bezig met acquisitie. De inschrijving bij de KvK doet aan het voorgaande niet af.

Oordeel rechter
De Belastingdienst heeft de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling terecht geweigerd.

Tip: Fiscaal ondernemerschap met alle voordelen die daarbij horen, vraagt meer dan een inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Achteraf forse belastingvoordelen terugbetalen, is uitermate zuur. Laat u tijdig adviseren over uw fiscale positie.

Bewijs urencriterium te mager

Een ondernemer handelt in consumentenartikelen en faillissementspartijen. Hij claimt in zijn aangifte inkomstenbelasting een verlies uit onderneming en ruim € 7.000 zelfstandigenaftrek. De Belastingdienst twijfelt aan zijn gewerkte uren in de onderneming en schrapt de zelfstandigenaftrek.

De ondernemer komt met urenoverzichten: 160 uur per maand, bestaande uit 120 uur winkel en 40 uur inkoop – verkoop. Zijn adviseur presenteert de Belastingdienst twee foto ‘s van borden met de openingstijden en inkoopactiviteiten van de winkel. Het urenboek zou onvindbaar zijn.

Overwegingen belastingrechter
Voor zelfstandigenaftrek is vereist dat de ondernemer gedurende het kalenderjaar ten minste 1.225 uren besteedt aan werkzaamheden voor een of meer ondernemingen waaruit hij als ondernemer winst geniet. De ondernemer moet dat aannemelijk maken. Urenspecificaties mogen niet algemeen en oncontroleerbaar zijn.

Oordeel rechter
De ondernemer heeft in dit geval niet voldaan aan deze bewijslast. Alleen zeggen dat hij dagelijks tijdens openingstijden in de winkel is, is onvoldoende.

Tip: Zorg als ondernemer voor een zo specifiek mogelijke urenadministratie en houd deze regelmatig bij. Dan is de bewijslast van het urencriterium voor u een peulenschil. Het gaat om besparing van een fors bedrag aan inkomstenbelasting.