Gewijzigde tarieven vennootschapsbelasting en box 2

Het tarief voor de vennootschapsbelasting en het box-2-tarief zijn gewijzigd per 1 januari 2021. Het 16,5%-tarief voor de eerste tariefschijf van de vennootschapsbelasting is verlaagd naar 15%. Bovendien is deze schijf verlengd tot een jaarwinst van € 245.000. Het 25%-tarief in de tweede schijf voor belastbare winst boven € 245.000 is ongewijzigd gebleven. De voorgenomen verlaging is niet doorgegaan. Het box-2-tarief is per 1 januari 2021 verder verhoogd van 26,25% naar 26,9%. Een dividenduitkering uit uw eigen bv is dus weer duurder geworden.

Gewijzigde tarieven vennootschapsbelasting en box 2

Het tarief voor de vennootschapsbelasting en het box-2-tarief zijn gewijzigd per 1 januari 2021. Het 16,5%-tarief voor de eerste tariefschijf van de vennootschapsbelasting is verlaagd naar 15%. Bovendien is deze schijf verlengd tot een jaarwinst van € 245.000. Het 25%-tarief in de tweede schijf voor belastbare winst boven € 245.000 is ongewijzigd gebleven. De voorgenomen verlaging is niet doorgegaan. Het box-2-tarief is per 1 januari 2021 verder verhoogd van 26,25% naar 26,9%. Een dividenduitkering uit uw eigen bv is dus weer duurder geworden.

Wijziging BTW zonnepanelen

Op 1 januari 2020 is de nieuwe kleineondernemersregeling (KOR) in werking getreden. Deze heeft gevolgen voor de BTW-heffing bij particulieren die zonnepanelen aanschaffen. De Belastingdienst heeft een nieuw besluit met praktische vragen en antwoorden over deze BTW-gevolgen gepubliceerd. Dit besluit geldt met ingang van 24 december 2020.

Belangrijke wijzigingen zijn de verplichte aanmelding en afmelding voor de KOR, de automatische omzetting naar de nieuwe KOR van onder de oude KOR geregistreerde zonnepaneelhouders, de minimale toepassingsduur van de kleineondernemersregeling van drie jaar, en de uitbreiding van de reikwijdte van de kleineondernemersregeling tot rechtspersonen.

Tip: Hebt u zonnepanelen of overweegt u de aanschaf ervan, en wilt u op de hoogte zijn van alle BTW-aspecten, lees dan deze vragen en antwoorden van de Belastingdienst.

Ontslag na reis oranje gebied

Een beveiliger in loondienst gaat in de zomer van 2020 naar Turkije op vakantie. Op dat moment gold voor Turkije in verband met het coronavirus code oranje. De verplichte quarantaine zou hem drie weken salaris kosten. Bij terugkomst liegt hij dat hij in Duitsland en Griekenland op vakantie is geweest, op dat moment gebieden met code geel. Als dit uitkomt, dient de werkgever bij de rechter een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in.

Wanneer ontbinding?
De rechter kan een arbeidsovereenkomst tussen partijen alleen ontbinden, wanneer daar een redelijke grond voor is en herplaatsing binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Het gaat hier om de vraag of de beveiliger zodanig verwijtbaar heeft gehandeld dat van de werkgever niet kan worden gevraagd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren en of dit handelen als ernstig verwijtbaar moet worden getypeerd.

Gedragscode
De werknemer werkt reeds 25 jaar voor de werkgever. Hij is op de hoogte van de geldende gedragscode met kernwaarden als respect, betrouwbaarheid, openheid en professionaliteit. In het functieprofiel wordt integriteit genoemd als een competentie waarover de medewerker moet beschikken. De gedragscode bepaalt dat het opzettelijk verstrekken van onjuiste of gemanipuleerde informatie niet wordt getolereerd.

De werknemer heeft in strijd met de geldende gedragscode gehandeld. Allereerst door herhaaldelijk te liegen over zijn verblijf tijdens zijn vakantie. Dit heeft hij gedaan ten aanzien van meerdere leidinggevenden en de bedrijfsarts. Hij heeft het zelfs schriftelijk bevestigd. Daarnaast heeft hij zijn leugen ondersteund met het overleggen van een vals document. Hij is zelfs naar het reisbureau gegaan om een document met door hem van internet geviste vluchtgegevens te laten voorzien van een handtekening. Hiermee wilde hij aantonen dat hij in de zomer niet in Turkije is geweest. Dit is ontoelaatbaar. Hiermee heeft de werknemer duidelijk een grens overschreden.

Ontbinding disproportioneel?
De werknemer somt redenen op waarom de arbeidsovereenkomst toch in stand zou moeten blijven:

  • hij heeft al meer dan 25 jaar een onberispelijke staat van dienst
  • een dergelijk incident past niet bij hem
  • hij handelde onder extreme stress, veroorzaakt door financiële zorgen
  • hij heeft zich in Turkije laten testen met een negatieve uitslag
  • hij heeft uiteindelijk zijn leugens opgebiecht
  • de werkgever heeft geen schade
  • ontbinding zou onevenredig zware (financiële) gevolgen voor hem hebben

Oordeel rechter
Van een professionele medewerker met ruime ervaring mag worden verwacht dat hij ook in situaties van stress andere wegen bewandelt dan het hanteren van leugens en valse documenten.

De rechter acht het gedrag van de werknemer zo ernstig en verwijtbaar, dat van de werkgever niet kan worden gevraagd de arbeidsovereenkomst nog langer te laten voortduren. Herplaatsing in een andere passende functie ligt niet in de rede. De rechter wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst toe, zonder toepassing van de opzegtermijn en zonder toekenning van een transitievergoeding.

Let op: De Coronamaatregelen leiden bij veel Nederlanders tot stress en daardoor tot ongebruikelijk gedrag. Wat is daarbij acceptabel in de relatie werkgever-werknemer? In dit geval lijkt de gedragscode van de werkgever de doorslag te geven in het door leugens van de werknemer ontstane arbeidsconflict.  

VOF, dus ondernemer?

Een ICT-consultant en zijn vrouw, een ambulant pedicure, hebben allebei een eenmanszaak. Ze gaan een vennootschap onder firma (VOF) aan en schrijven deze in bij de Kamer van Koophandel. De winst van de VOF wordt verdeeld op basis van de omzet en kosten van ieders bedrijfsonderdeel. Beide partners claimen fiscale ondernemersfaciliteiten. Hoe reageert de Belastingdienst?

Fiscaal geen VOF
De Belastingdienst stelt dat voor de inkomstenbelasting geen sprake is van een VOF. Daarbij is nog van belang dat er geen VOF-overeenkomst is opgesteld. De man doet wat administratief werk voor de pedicurepraktijk. Na de oprichting van de VOF is in de bedrijfsvoering niets veranderd. De activiteiten zijn totaal branchevreemd van elkaar en de partners hebben geen zeggenschap in elkaars onderneming. Ook de expertise in de bedrijfshandelingen van de partner ontbreekt.

Geen ondernemerschap
De man werkte ook toen de VOF al bestond telkens langdurig voor slechts 1 opdrachtgever. Gezien de grootte van de omzet, 1 opdrachtgever en minimale bedrijfsmiddelen is de Belastingdienst van mening dat het resultaat als ‘resultaat uit overige werkzaamheid’ moeten worden aangemerkt en niet als winst uit onderneming.

Oordeel rechter
Het is aan de ICT-consultant om aannemelijk te maken dat hij fiscaal ondernemer is, nu de Belastingdienst dit gemotiveerd bestrijdt. De man stelt dat hij wel aan 1 partij heeft gefactureerd, maar dat dit feitelijke verzamelfacturen zijn die zijn opdrachtgever doorbelast aan groepsvennootschappen. Verder komt de man niet. Hij heeft bijvoorbeeld niet inzichtelijk gemaakt in hoeverre hij als zelfstandige naar buiten is getreden, wat de aard van zijn werkzaamheden zijn geweest, in hoeverre hij debiteurenrisico heeft gelopen, hoe hij zich als ondernemer naar buiten toe heeft opgesteld, of hij investeringen heeft gedaan of dat hij reclame heeft gemaakt.

Daarom is de man fiscaal geen zelfstandig ondernemer, zodat van een vennootschap onder firma geen sprake is. Het maakt niet uit dat de VOF is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Evenmin dat de VOF voor de omzetbelasting wel is geaccepteerd.

Tip: De fiscale ondernemersfaciliteiten – zoals de MKB winstvrijstelling en zelfstandigenaftrek – maken fiscaal ondernemerschap aantrekkelijk. Maar voor fiscaal ondernemerschap gelden objectieve criteria. Inschrijving bij de Kamer van Koophandel is niet van doorslaggevende betekenis.

Uitruil reiskosten

Als een werknemer een eigen vervoermiddel gebruikt voor zakelijke reizen, mag de werkgever een onbelaste vergoeding verstrekken van maximaal € 0,19 per kilometer. Het gaat dan om woon- werkverkeer of ander zakelijk verkeer. Soms betaalt een werkgever hiervoor een lagere maximum vergoeding, maar kan de werknemer een andere beloningscomponent uitruilen tegen een aanvullende netto reiskostenvergoeding. Hoe zit dat als de werknemer door de coronamaatregelen verplicht thuis werkt?

Hoofdregel
Een werknemer die in een kalenderjaar op tenminste 128 dagen van zijn woning naar een vaste plaats van werkzaamheden reist, mag belastingvrij een vaste reiskostenvergoeding ontvangen alsof op 214 dagen (het hele jaar rekening houdend met weekenden, vakanties, ziekte) naar die plaats wordt gereisd. Voor parttimers moet de regeling naar evenredigheid worden toegepast.

Coronaregel
Als werknemers een vaste reiskostenvergoeding krijgen, maar zij werken sinds 13 maart (bijna) volledig thuis, mag de reiskostenvergoeding in ieder geval tot 1 februari 2021 hetzelfde blijven. Voorwaarde is dat de coronamaatregelen nog gelden en dat de vaste vergoeding voor 13 maart 2020 was toegekend.

Uitruil en coronaregel
Over uitruil in relatie tot de coronaregel heeft de Belastingdienst onlangs negen vragen en antwoorden gepubliceerd. Hieronder vindt u de vier belangrijkste.

Uitruil: vraag 1
Een werknemer krijgt een vaste reiskostenvergoeding van € 0,08 per kilometer. Hij werkt sinds de coronamaatregelen vanuit huis. In december 2020 geeft de werknemer aan dat hij bruto loon wil uitruilen tegen een aanvullende reiskostenvergoeding. Kan de werkgever onbelast uitruilen tot € 0,19 per kilometer?

De werkgever mag de coronaregel alleen toepassen als de werknemer zijn keuze voor de uitruil vóór 13 maart 2020 heeft gemaakt. In dit geval geldt de coronaregel dus niet. De werknemer mag alleen uitruilen op basis van 214 dagen als aan het einde van het jaar blijkt dat hij in 2020 meer dan 128 dagen werkelijk heeft gereisd. Heeft hij minder dan 128 dagen gereisd, dan mogen alleen de werkelijke reisdagen uitgeruild worden.

Uitruil: vraag 2
Werknemers van een bedrijf kunnen meerdere keren per jaar uitruilen. In het salarissysteem moet de werknemer de keuze iedere keer opnieuw maken. Mag een werknemer het hele jaar onbelast uitruilen tot € 0,19 per kilometer als hij al 2 maanden heeft uitgeruild vóór 13 maart 2020?

Nee. De werkgever mag de coronaregel voor uitruil alleen toepassen voor de keuzes die de werknemer vóór 13 maart 2020 heeft doorgegeven. Omdat de werknemer meerdere keren per jaar de keuze moet maken, geldt de goedkeuring niet voor de keuzes die hij na deze datum doorgeeft.

Uitruil: vraag 3
Een werknemer heeft vóór 13 maart 2020 doorgegeven dat hij wil uitruilen tot € 0,19 per kilometer. Hij heeft nog niet aangegeven of hij de uitruil maandelijks wil toepassen of aan het einde van het jaar. Kan de werkgever de coronaregel voor de uitruil toepassen?

Ja. De coronaregel ziet op reiskostenvergoedingen waarop de werknemer een onvoorwaardelijk recht had vóór 13 maart 2020. Dit geldt als de werkgever en werknemer vóór die datum zijn overeengekomen dat de werknemer in 2020 gaat uitruilen tegen een onbelaste reiskostenvergoeding. De werkgever is in dat geval op 13 maart 2020 verplicht tot de uitruil. Alleen het moment van uitruilen stond nog niet vast.

Uitruil: vraag 4
Een werknemer heeft vóór 13 maart de keuze gemaakt voor onbelaste uitruil tot € 0,19 per kilometer van een reiskostenvergoeding voor het hele jaar op basis van 5 reisdagen per week. Per 1 juni heeft de werknemer een contract voor 4 dagen per week. Mag hij dan nog uitruilen op basis van de 214-dagenregeling? Of moet de werkgever vanaf 1 juni uitgaan van de werkelijke reisdagen?

De werkgever kan de coronaregel blijven toepassen op de uitruil voor een reiskostenvergoeding op basis van 5 reisdagen. Dit geldt als er een onvoorwaardelijk recht bestond vóór 13 maart 2020. Dit recht wijzigt niet na 12 maart, alleen het aantal werkdagen van de werknemer. De coronaregel vervalt hierdoor niet. Het kan zijn dat de werkgever de reiskostenvergoeding naar beneden bijstelt. Fiscaal gezien is dat niet vereist.

Tip: Biedt uw bedrijf de werknemers een reiskostenvergoeding die lager is dan fiscaal toegestaan, en tevens een uitruilmogelijkheid? U kunt bij ons terecht met vragen over de uitruil onder de coronamaatregelen.

Maak gebruik van de eenmalige voorraadvergoeding

Bent u een ondernemer in de non-foodsector en hebt u voorraden ingekocht die na de lockdown (19 januari 2021) niet meer kunnen worden verkocht of in waarde zijn verminderd? U kunt dan onder voorwaarden een eenmalige belastingvrije voorraadvergoeding krijgen. De vergoeding bedraagt ten minste 2,8% van uw omzetverlies (bij een omzetverlies van 30%). Het maximum subsidiebedrag is € 20.160. De voorraadvergoeding komt bovenop de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) en zal naar verwachting vanaf de tweede helft van januari 2021 aan u kunnen worden uitbetaald.

 

Tozo 3.0 lening later en langer terugbetalen

Maakt u gebruik van de Tozo-lening van uw gemeente voor bedrijfskapitaal? U zou zonder nadere maatregelen dan op 1 januari 2021 moeten beginnen met het aflossen op deze lening. Maar inmiddels is besloten dat u daarvoor uitstel krijgt. De aflossingsdatum is namelijk verschoven naar 1 juli 2021. Ook de renteopbouw is tot die datum stilgezet. Bovendien krijgt u drie en een half jaar – in plaats van drie jaar – de tijd om de lening af te lossen.

Tozo 3.0 lening later en langer terugbetalen

Maakt u gebruik van de Tozo-lening van uw gemeente voor bedrijfskapitaal? U zou zonder nadere maatregelen dan op 1 januari 2021 moeten beginnen met het aflossen op deze lening. Maar inmiddels is besloten dat u daarvoor uitstel krijgt. De aflossingsdatum is namelijk verschoven naar 1 juli 2021. Ook de renteopbouw is tot die datum stilgezet. Bovendien krijgt u drie en een half jaar – in plaats van drie jaar – de tijd om de lening af te lossen.

Vaste reiskostenvergoeding ook na 1 januari

Krijgen uw werknemers een onbelaste vaste reiskostenvergoeding, en werken zij vanwege het coronavirus (bijna) volledig thuis? Dan hoeft u de vaste vergoeding toch niet per 1 januari 2021 aan te passen, zo heeft de Belastingdienst bekendgemaakt. 

In ieder geval tot 1 februari 2021 kunnen de bestaande vaste reiskostenvergoedingen door de werkgever nog onbelast worden vergoed. Ook al worden deze reiskosten als gevolg van het thuiswerken niet meer (volledig) gemaakt. Voorwaarde is dat het vaste vergoedingen betreft die al voor 13 maart 2020 door de werkgever werden toegekend.

Let op: In januari 2021 meldt het kabinet hoe het na 1 februari 2021 om wil gaan met de onbelaste vaste reiskostenvergoedingen.