Anticipeer op hoger tarief overdrachtsbelasting bij aankoop tweede woning

Koopt u volgend jaar een woning die u niet als hoofdverblijf gaat gebruiken? In dat geval betaalt u bij de aankoop 8% (!) in plaats van 2% overdrachtsbelasting. Dat is dus het geval als u een tweede woning of vakantiewoning koopt en u die niet of slechts tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt. Dit hoge tarief geldt ook bij de aankoop van een woning voor uw kind of als u een woning aanschaft voor de verhuur. Wilt u met een van deze bedoelingen een woning aanschaffen, dan doet u er verstandig aan om dat dit jaar nog te doen. Daarbij is wel haast geboden, want de woning moet daarvoor vóór het einde van het jaar aan u zijn geleverd.

Tijdig aanmelden must voor deelname aan KOR per 1 januari 2021

Verwacht u dat uw jaaromzet de komende jaren onder de € 20.000 blijft? Dan kan het interessant zijn om u aan te melden voor de kleineondernemersregeling (KOR). U bent dan vrijgesteld van btw en u heeft minder administratieve verplichtingen. Zo hoeft u geen btw-aangifte meer te doen. Deelname aan de KOR kan voor u voordelig zijn als u jaarlijks btw moet betalen of als uw afnemers de btw niet in aftrek kunnen brengen. De vrijstelling maakt uw producten of diensten voor hen dan in beginsel goedkoper. Krijgt u jaarlijks btw terug of kunnen uw afnemers de btw in aftrek brengen, dan is deelname meestal niet interessant. Dat geldt ook als uw omzet ieder jaar sterk wisselt en u niet zeker bent dat uw omzet onder de drempel van € 20.000 blijft. Zodra uw omzet in een kalenderjaar namelijk boven de € 20.000 komt, vervalt de KOR en kunt u 3 jaar lang niet meer deelnemen. Om per 1 januari 2021 deel te nemen aan de KOR, moet uw aanmelding uiterlijk 3 december a.s. binnen zijn bij de Belastingdienst. Laat u bij uw afwegingen adviseren door een btw-adviseur.

Tijdig aanmelden must voor deelname aan KOR per 1 januari 2021

Verwacht u dat uw jaaromzet de komende jaren onder de € 20.000 blijft? Dan kan het interessant zijn om u aan te melden voor de kleineondernemersregeling (KOR). U bent dan vrijgesteld van btw en u heeft minder administratieve verplichtingen. Zo hoeft u geen btw-aangifte meer te doen. Deelname aan de KOR kan voor u voordelig zijn als u jaarlijks btw moet betalen of als uw afnemers de btw niet in aftrek kunnen brengen. De vrijstelling maakt uw producten of diensten voor hen dan in beginsel goedkoper. Krijgt u jaarlijks btw terug of kunnen uw afnemers de btw in aftrek brengen, dan is deelname meestal niet interessant. Dat geldt ook als uw omzet ieder jaar sterk wisselt en u niet zeker bent dat uw omzet onder de drempel van € 20.000 blijft. Zodra uw omzet in een kalenderjaar namelijk boven de € 20.000 komt, vervalt de KOR en kunt u 3 jaar lang niet meer deelnemen. Om per 1 januari 2021 deel te nemen aan de KOR, moet uw aanmelding uiterlijk 3 december a.s. binnen zijn bij de Belastingdienst. Laat u bij uw afwegingen adviseren door een btw-adviseur.

Spreiden investeringen voor meer KIA

Het is zinvol om voor het optimaal benutten van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) te bekijken of u bepaalde investeringen nog in 2020 moet doen of dat u die beter kunt doorschuiven naar 2021. Het spreiden van investeringen kan u meer KIA opleveren. Investeert u tussen € 2.400 en € 58.238, dan krijgt u hierover 28% KIA. U kunt voor een totale investering tussen € 58.238 en € 107.848 een vast bedrag claimen van € 16.307. Voor investeringen van in totaal tussen € 107.848 en € 323.544 neemt dit vaste bedrag geleidelijk af. Boven een investeringsbedrag van € 323.544 krijgt u geen KIA meer. Spreiden van de investeringen over twee jaren is dan dus altijd voordeliger.

Spreiden investeringen voor meer KIA

Het is zinvol om voor het optimaal benutten van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) te bekijken of u bepaalde investeringen nog in 2020 moet doen of dat u die beter kunt doorschuiven naar 2021. Het spreiden van investeringen kan u meer KIA opleveren. Investeert u tussen € 2.400 en € 58.238, dan krijgt u hierover 28% KIA. U kunt voor een totale investering tussen € 58.238 en € 107.848 een vast bedrag claimen van € 16.307. Voor investeringen van in totaal tussen € 107.848 en € 323.544 neemt dit vaste bedrag geleidelijk af. Boven een investeringsbedrag van € 323.544 krijgt u geen KIA meer. Spreiden van de investeringen over twee jaren is dan dus altijd voordeliger.

Start aanvraag voorschot NOW 3.0 eerste tijdvak

Vanaf aanstaande maandag 16 november 2020 om 9.00 uur gaat het loket open voor de aanvraag van NOW 3.0-subsidie voor het eerste tijdvak (1 oktober tot en met 31 december 2020). Aanvragen kunnen tot en met 13 december 2020 worden ingediend. Na het toekennen van de subsidie wordt het voorschot van 80% in drie termijnen aan u uitbetaald. Zorg dat u de aanvraag voor het eerste tijdvak tijdig indient.

Het aanvraagtijdvak voor het tweede tijdvak van NOW 3.0 (1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021) is 15 februari tot en met 14 maart 2021. Voor de derde en laatste tijdvak (1 april tot en met 30 juni 2021) is het beoogde aanvraagtijdvak 17 mei tot en met 13 juni 2021. Als u voor alle drie de tijdvakken subsidie hebt ontvangen, vindt de vaststelling voor alle drie de tranches plaats vanaf 1 september 2021, maar u moet wel voor iedere tranche een aparte aanvraag om vaststelling doen.

Start aanvraag voorschot NOW 3.0 eerste tijdvak

Vanaf aanstaande maandag 16 november 2020 om 9.00 uur gaat het loket open voor de aanvraag van NOW 3.0-subsidie voor het eerste tijdvak (1 oktober tot en met 31 december 2020). Aanvragen kunnen tot en met 13 december 2020 worden ingediend. Na het toekennen van de subsidie wordt het voorschot van 80% in drie termijnen aan u uitbetaald. Zorg dat u de aanvraag voor het eerste tijdvak tijdig indient.

Het aanvraagtijdvak voor het tweede tijdvak van NOW 3.0 (1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021) is 15 februari tot en met 14 maart 2021. Voor de derde en laatste tijdvak (1 april tot en met 30 juni 2021) is het beoogde aanvraagtijdvak 17 mei tot en met 13 juni 2021. Als u voor alle drie de tijdvakken subsidie hebt ontvangen, vindt de vaststelling voor alle drie de tranches plaats vanaf 1 september 2021, maar u moet wel voor iedere tranche een aparte aanvraag om vaststelling doen.

Rekening-courant eigen BV wordt onzakelijk

Een kapper drijft een kapperszaak in een VOF met zijn echtgenote. Daarnaast heeft hij een BV met een nieuwe winkelformule gericht op verkoop van haarverzorgingsproducten. De VOF en de BV sluiten een rekening courantovereenkomst. Na enige jaren verkoopt de BV de winkelformule met verlies. De VOF heeft dan € 158.000 tegoed van de BV. Daarvan wordt € 118.000 afgeboekt wegens oninbaar. De Belastingdienst schrapt deze aftrekpost.

Hoofdregel
Indien en voor zover een geldverstrekking door een aandeelhouder aan een vennootschap plaatsvindt onder zodanige voorwaarden en omstandigheden dat daarbij door die aandeelhouder een debiteurenrisico wordt gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen, moet – behoudens bijzondere omstandigheden – ervan worden uitgegaan dat die aandeelhouder dat debiteurenrisico in zoverre heeft aanvaard met de bedoeling het belang van de vennootschap in zijn hoedanigheid als aandeelhouder te dienen. Dit brengt mee dat een eventueel verlies op de geldlening in zoverre niet in mindering op de winst van de onderneming kan worden gebracht.

Toename rekening courant door inroepen hoofdelijke aansprakelijkheid
Onderdeel van de rekening-courantvordering van de VOF op de BV is een bedrag van € 103.000, dat de bank heeft verhaald op de VOF omdat de BV na verkoop van de winkelformule insolvabel was. De bank heeft zo de hoofdelijke aansprakelijkheid ingeroepen die in de financieringsovereenkomst was afgesproken.

De rechter ziet de financieringsovereenkomst als een zogenoemde paraplu-financiering. Het aanvaarden door de VOF van hoofdelijke aansprakelijkheid voor de schulden van de BV was onzakelijk. Dit betekent dat geen afwaardering ten laste van de winst van de VOF kan worden gebracht met betrekking tot dit deel van de rekening-courantvordering.

Beoordeling restant rekening-courant
Bij een rekening-courant is sprake van diverse momenten waarop de VOF gelden aan de BV heeft verstrekt. Steeds zal dan ook moeten worden beoordeeld of elke geldverstrekking op zichzelf op dat moment aangemerkt moet worden als het aanvaarden van een debiteurenrisico dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen.

Bij het aangaan van de rekening-courantverhouding was geen sprake van een onzakelijke lening. De BV ging een nieuwe activiteit opstarten. De kapper had vooraf een extern onderzoek laten doen naar de financiële haalbaarheid. Hij had geen reden om te twijfelen aan dit externe rapport, zeker nu de bank bereid was tot financiering.

Ook het feit dat in de eerste jaren van de opstart van deze onderneming verliezen worden geleden, betekent niet dat op dat moment een derde niet langer bereid zou zijn geweest een dergelijk debiteurenrisico te nemen. De opstart van een nieuwe onderneming vergt in het begin veelal extra investeringen en inspanningen alvorens de beoogde resultaten worden behaald. Dit betekent dan ook niet dat een financiering direct moet worden gestopt wanneer de resultaten in zo’n opstartfase tegenvallen. Vervolgens was in 2008 sprake van het begin van de economische crisis, waarvan niet kon worden voorzien hoe lang deze zou aanhouden. Het verder financieren van de activiteiten van de BV, mede in het licht van het feit dat de BV tevens een leverancier voor de VOF was, vindt de rechter nog steeds niet onzakelijk.

Dit wordt echter anders op het moment dat de BV haar winkelformule overdraagt aan een derde. De potentiële winstgevende activiteit verdwijnt dan, en was er geen zicht op nieuwe activiteiten die mogelijk winstgevend zouden zijn. De verdere toename van de rekening-courantvordering na de overdracht vormt daarom een onzakelijke lening.

De rechter stelt vast dat direct na de overdracht van de winkelformule het saldo van de rekening-courantvordering € 85.000 was. Nadien hebben er aflossingen plaatsgevonden van totaal € 54.000. Voor het verschil, € 31.000, is een afwaardering mogelijk ten laste van het resultaat van de VOF.

Tip: Een oplopend rekening-courantsaldo in gelieerde verhoudingen vraagt aandacht. Zo kan vanaf een bepaald moment een verdere toename fiscaal een onzakelijke lening worden. Eventueel verlies op dat gedeelte is dan niet aftrekbaar.

Tegemoetkoming vaste lasten MKB-breed

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) wordt met een paar aanpassingen verlengd tot en met juni 2021. Mkb-ondernemers en zzp’ers kunnen hiermee opnieuw een subsidie aanvragen voor hun vaste lasten. Welke aanpassingen gelden voor het vierde kwartaal van 2020?

Verbreding
Alle mkb-bedrijven met 30% omzetverlies die ook aan de andere voorwaarden voldoen, krijgen toegang tot de TVL. Er is tijdelijk geen beperking van SBI-codes. Dit geldt alleen voor het vierde kwartaal, van 1 oktober t/m 31 december 2020.

Evenementenbranche
Ondernemers en toeleveranciers in de evenementenbranche die in de zomer TVL subsidie hebben ontvangen, maar in het vierde kwartaal de omzetdrempel van 30% niet halen, worden toch geholpen. Deze ondernemers ontvangen een subsidiebedrag, gebaseerd op hun TVL subsidie in de zomermaanden.

Horeca
Verplicht gesloten eet- en drinkgelegenheden krijgen eenmalig een aanvullende subsidie. Dit bedrag komt bovenop de TVL subsidie. Deze steun is bedoeld om te helpen met de kosten voor onbruikbare voorraad en aanpassingen aan de 1,5 meter afstandregel. Denk aan voedselvoorraad die bederft, kuchschermen, aanleg en overkapping van een buitenterras voor de winter. Het gaat gemiddeld om een bedrag van circa € 2.500.

Maximum bedrag per bedrijf
Het maximum subsidiebedrag is per 1 oktober 2020 verhoogd naar € 90.000 per bedrijf per drie maanden. Dat was € 50.000 per bedrijf per 4 maanden.

Aanvraag
U kunt de TVL voor het vierde kwartaal van 2020 vanaf medio november aanvragen.

Tip: Wilt u een mail ontvangen zodra u de digitale aanvraag kunt doen? Meld u dan hier aan.

Belastinguitstel corona tot 1 januari aanvragen

Hebt u nog geen uitstel voor de betaling van belastingschulden verzocht, of wilt u dat nogmaals doen? U kunt tot 1 januari 2021 een beroep doen op het versoepelde uitstelbeleid. Als u aan de voorwaarden voldoet, komt u daarnaast in aanmerking voor de aflossingsregeling van 36 maanden voor de opgebouwde belastingschuld.

Digitaal uitstelportaal
De Belastingdienst heeft het digitale uitstelportaal op woensdag 4 november weer opengesteld om het indienen van een verzoek om uitstel zo makkelijk mogelijk te maken. Uitstelverzoeken die sinds 1 oktober 2020 op een andere manier bij de Belastingdienst binnen zijn gekomen, worden ook conform het versoepelde uitstelbeleid behandeld.

Afbetalingsregeling
Vanaf 1 juli 2021 begint de afbetaling van de openstaande belastingbedragen waarvoor u bijzonder uitstel van betaling hebt gekregen. U krijgt van 1 juli 2021 tot 1 juli 2024 de tijd om uw belastingschuld af te lossen. U betaalt dan 36 maanden lang elke maand een vast bedrag. Als u eerder wilt afbetalen, kan dat natuurlijk. Ook kunt u naast het vaste maandelijkse bedrag extra aflossen.

Tijdelijke verlaging invorderingsrente
Als u een aanslag niet op tijd betaalt, moet u normaal gesproken 4% invorderingsrente (de te betalen rente als u een aanslag niet op tijd hebt betaald) betalen vanaf het moment dat de betaaltermijn is verstreken. Veel ondernemers zullen het de komende tijd financieel nog steeds moeilijk hebben. Daarom blijft het eerder aangepaste tarief van de invorderingsrente tot en met 31 december 2021 op 0,01%. Dit zorgt ervoor dat u de komende tijd ook vrijwel geen rentekosten heeft op de belastingschuld die u gaat aflossen.

Tip: Uitstel betekent geen afstel. We adviseren u graag over het aanvragen van uitstel. Uiteraard helpen we u ook graag bij de aanvraag zelf.