Einde uitstel publicatieplicht anbi-gegevens 2019 nadert

Algemeen nut beogende instellingen (anbi’s) kregen vanwege de coronacrisis maximaal vier maanden langer de tijd om de jaarstukken over 2019 elektronisch te publiceren. Een anbi met een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar heeft hiervoor dus uitstel gekregen tot uiterlijk 1 november 2020. Daar zijn wel twee voorwaarden aan verbonden. Het bestuur van de anbi moest uiterlijk binnen zes maanden na afloop van het boekjaar het bestuursbesluit tot verlenging van de publicatieplicht op de website hebben gepubliceerd. Daarnaast moet uit het bestuursbesluit blijken waarom de financiële gegevens over 2019 niet binnen de gebruikelijke 6-maandstermijn konden worden gepubliceerd. Een anbi die haar jaarcijfers niet tijdig publiceert, loopt het risico de anbi-status met terugwerkende kracht te verliezen. Hierdoor vervallen de fiscale faciliteiten voor de anbi én haar begunstigers. Zorg dus dat de jaarcijfers 2019 tijdig worden gepubliceerd.

Tatoeagebeleid werkgever

Een werkgever in het openbaar vervoer hanteert voor controleurs een tatoeagebeleid. Tatoeages en andere lichaamsversieringen zoals piercings mogen niet zichtbaar zijn tijdens de uitvoering van de werkzaamheden in uniform. Dat zou immers afbreuk kunnen doen aan het gezag dat controleurs uit dienen te stralen. Een werknemer protesteert via de rechter.

Tatoeagebeleid toegestaan
Volgens de rechter heeft een werkgever in principe het recht een tatoeagebeleid te voeren. En werkgever bepaalt hoe hij, via zijn medewerkers, naar buiten wil treden, hoe terecht of onterecht de medewerker of ieder ander die regel ook vindt. De werkgever hoeft bijvoorbeeld niet aan te tonen dat reizigers tatoeages onwenselijk vinden.

Grenzen
Aan het recht van een werkgever regels aan tatoeages en andere lichaamsversieringen te stellen zitten echter wel grenzen, bijvoorbeeld als het voorschrift in strijd is met goed werkgeverschap, de redelijkheid en de billijkheid en/of de fundamentele grondrechten van de werknemer.

Oordeel
De rechter is van oordeel dat het gemotiveerde tatoeagebeleid in dit geval deze grenzen niet overschrijdt. De werkgever legt uit dat de controleur een bijzondere positie heeft die een neutrale en professionele uitstraling vereist. In de praktijk zal het beleid leiden tot een lange mouw, een extra knoopje dicht of een pleister. Het tast de vrijheid van een medewerker een tatoeage te zetten en in zijn privétijd te tonen dan ook niet wezenlijk aan. De werknemer wordt veroordeeld in de kosten van de procedure.

Tip: Als werkgever mag u een tatoeagebeleid voeren. U dient uw belang wel goed te motiveren in relatie tot de privébelangen van de medewerkers voor wie het geldt.

Inschrijving UBO-register

Sinds 27 september 2020 moeten bedrijven en organisaties hun uiteindelijk belanghebbenden inschrijven in het UBO-register. UBO’s zijn de mensen die de uiteindelijke eigenaar zijn van of zeggenschap hebben, zoals aandeelhouders van een BV of vennoten in een VOF. Wat betekent dit voor u?

Verplichte inschrijving
In het MKB gaat het vooral om BV’s, maatschappen, vennootschappen onder firma en commanditaire vennootschappen. Daarnaast geldt de inschrijvingsplicht voor niet-beursgenoteerde naamloze vennootschappen, stichtingen, verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid, verenigingen met beperkte rechtsbevoegdheid maar met onderneming, onderlinge waarborgmaatschappijen, coöperaties, rederijen, Europese naamloze vennootschappen (SE), Europese coöperatieve vennootschappen (SCE), Europese economische samenwerkingsverbanden die volgens hun statuten hun zetel in Nederland hebben (EESV) en kerkgenootschappen.

Geen verplichte inschrijving
Eenmanszaken hoeven zich niet te registreren. Dat geldt ook voor beursgenoteerde besloten en naamloze vennootschappen, 100% dochters van beursgenoteerde vennootschappen, verenigingen van eigenaars, rechtspersonen in oprichting, verenigingen met beperkte rechtsbevoegdheid die geen onderneming drijven, publiekrechtelijke rechtspersonen en overige privaatrechtelijke rechtspersonen, waaronder historische rechtspersonen (zoals gilden en hofjes).

Wie is UBO?
Een UBO is altijd een natuurlijk persoon en elke organisatie heeft er minstens 1. Het gaat om de natuurlijke personen die meer dan 25% zeggenschap hebben en/of direct of indirect economisch belang hebben van meer dan 25%. Zijn deze personen er niet, dan gaat het om een persoon die behoort tot het hoger leidinggevend personeel (bij rechtspersonen de bestuurder).

Wanneer inschrijven?
Voor rechtspersonen en personenvennootschappen die op of na 27 september 2020 worden opgericht, meldt u de UBO’s aan bij de inschrijving in het Handelsregister. Bedrijven en  organisaties die vóór 27 september 2020 zijn opgericht, hebben achttien maanden de tijd om de UBO’s aan te melden bij de KvK. Niet op tijd melden is een economisch delict, waarop een boete staat en uiteindelijk zelfs gevangenisstraf.

UBO-register deels openbaar
Wettelijk is bepaald dat een deel van de UBO-gegevens openbaar is. Iedereen mag deze gegevens inzien. Het gaat om de volgende gegevens:

  • voor- en achternaam
  • geboortemaand en –jaar
  • nationaliteit
  • woonland
  • de aard en omvang van het belang

Tip: Bestaat uw bedrijf op 27 september 2020 en valt het onder de registratieplicht, schrijf de UBO(‘s) dan in voor 27 maart 2022. Dat kan digitaal.

BIK in Belastingplan 2021

De baangerelateerde investeringskorting (BIK) is inmiddels toegevoegd aan het belastingplan 2021. De regeling geldt voor 2021 en 2022. Met de BIK kunnen werkgevers een deel van het bedrag van hun investering in mindering brengen op hun afdracht loonheffing (loonbelasting en premie voor de volksverzekering). Wat zijn de hoofdlijnen?

Gericht op MKB
De BIK is alleen van toepassing op nieuwe bedrijfsmiddelen. Bedrijven kunnen de BIK pas toepassen als de investeringen met een laatste betaling in 2021 en 2022 volledig zijn betaald en binnen zes maanden na volledige betaling in gebruik zijn genomen. Voor een totaal investeringsbedrag tot en met € 5.000.000 per inhoudingsplichtige per kalenderjaar bedraagt de afdrachtvermindering 3% van het investeringsbedrag. Voor het deel van het investeringsbedrag boven de € 5.000.000 per kalenderjaar bedraagt de afdrachtvermindering 2,44% van het investeringsbedrag. Door deze staffel komt circa 60% van de BIK-afdrachtvermindering terecht bij het MKB.

De BIK vormt een tijdelijke aanvulling op reeds bestaande meer specifieke stimuleringsmaatregelen zoals de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de energie-investeringsaftrek (EIA), de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de willekeurige afschrijving milieu-bedrijfsmiddelen (VAMIL).

Minimale investering
Als minimale investering per bedrijfsmiddel die onderdeel kan uitmaken van een aanvraag wordt uitgegaan van een bedrag van € 1.500, als minimale investering per aanvraag geldt een bedrag van € 20.000. Daarmee geldt een minimaal financieel voordeel van € 600 voor een bedrijf als het gebruik maakt van de BIK.

Voorwaarden
De BIK is alleen van toepassing op nieuw aangeschafte bedrijfsmiddelen. Bedrijven kunnen de BIK pas toepassen als de investeringen met een laatste betaling in 2021 en 2022 volledig zijn betaald en binnen zes maanden na volledige betaling in gebruik zijn genomen.

Aanvraag
Een aanvraag voor de BIK doet het bedrijf bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Een aanvraag kan gelijktijdig voor meerdere investeringen in bedrijfsmiddelen gedaan worden. Een bedrijf kan maximaal één keer per kwartaal een aanvraag doen. De RVO controleert de aanvraag en geeft bij goedkeuring een BIK-verklaring af. Op grond van de BIK-verklaring kan het bedrijf de BIK toepassen in de loonaangifte in het jaar waarin de BIK-verklaring is afgegeven. Het is de bedoeling dat het aanvraagloket in ieder geval per 1 september 2021 open gaat.

Let op: Het wetsvoorstel is nog niet aangenomen. Ook komen er nog uitvoeringsregelingen. We houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.

TOZO 3 toch zonder vermogenstoets

Met de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) steunt de overheid ondernemers tijdens de coronacrisis. De regeling is voor zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers. Bij de aanvraag voor de Tozo-3 uitkering zou per 1 oktober 2020 getoetst worden op beschikbaar geld. Dat is uitgesteld tot 1 april 2021.

Het invoeren van de beperkte vermogenstoets per 1 april 2021 betekent dat er een Tozo 3 (van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021) is en een Tozo 4 met toets op beschikbaar geld (van 1 april 2021 t/m 30 juni 2021). Begin 2021 wordt gecommuniceerd over Tozo 4 en de invoering van de toets op beschikbaar geld. 

Tip: Download de digitale folder met alle informatie over de TOZO.

Aanvraagperiode definitieve vaststelling NOW 1.0 gestart

Hebt u gebruikgemaakt van de NOW 1.0-regeling? U hebt die steun dan als voorschot ontvangen. Hoe hoog de steun precies moet zijn, wordt nog vastgesteld op basis van uw feitelijke omzetverlies en loonsom over maart, april en mei 2020. Daarvoor moet u een aanvraag voor een definitieve berekening van de NOW 1.0 indienen bij het UWV. Dat kan sinds 7 oktober. De definitieve vaststelling van NOW 1.0-subsidie kan leiden tot een nabetaling, maar ook tot een terugvordering als blijkt dat u te veel voorschot hebt gehad. Dat is bijvoorbeeld aan de orde als uw omzetverlies kleiner is dan u had verwacht bij de voorschotaanvraag of als uw loonsom is gedaald. Het UWV stelt de NOW-subsidie vast 52 weken na indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling.

Let op: het is van groot belang dat u een aanvraag voor vaststelling van de NOW 1.0-subsidie doet. Als u dit niet (tijdig) doet, dan wordt de subsidieverlening ingetrokken. Dit heeft tot gevolg dat het subsidievoorschot onverschuldigd is betaald en volledig wordt teruggevorderd.

Aanvraagperiode definitieve vaststelling NOW 1.0 gestart

Hebt u gebruikgemaakt van de NOW 1.0-regeling? U hebt die steun dan als voorschot ontvangen. Hoe hoog de steun precies moet zijn, wordt nog vastgesteld op basis van uw feitelijke omzetverlies en loonsom over maart, april en mei 2020. Daarvoor moet u een aanvraag voor een definitieve berekening van de NOW 1.0 indienen bij het UWV. Dat kan sinds 7 oktober. De definitieve vaststelling van NOW 1.0-subsidie kan leiden tot een nabetaling, maar ook tot een terugvordering als blijkt dat u te veel voorschot hebt gehad. Dat is bijvoorbeeld aan de orde als uw omzetverlies kleiner is dan u had verwacht bij de voorschotaanvraag of als uw loonsom is gedaald. Het UWV stelt de NOW-subsidie vast 52 weken na indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling.

Let op: het is van groot belang dat u een aanvraag voor vaststelling van de NOW 1.0-subsidie doet. Als u dit niet (tijdig) doet, dan wordt de subsidieverlening ingetrokken. Dit heeft tot gevolg dat het subsidievoorschot onverschuldigd is betaald en volledig wordt teruggevorderd.

Belastingdienst roept op tot tijdig aanvragen artikel 23-vergunning

Bent u MKB-ondernemer en importeert u goederen uit het Verenigd Koninkrijk (VK)? U doet er dan verstandig aan om een zogenoemde artikel 23-vergunning aan te vragen. Als u dat vóór 15 oktober 2020 doet, ontvangt u de vergunning volgens de Belastingdienst voor het eind van het jaar. Dan loopt namelijk de overgangsregeling af die de EU heeft getroffen met het VK in verband met de Brexit. Hierin is geregeld dat bestaande fiscale regels blijven gelden tot het eind van het jaar. U heeft hierover  waarschijnlijk een brief ontvangen van de Belastingdienst met een bijgevoegd aanvraagformulier. De artikel 23-vergunning kunt u gebruiken bij de import uit een niet-EU-land. De btw op de geïmporteerde goederen hoeft u dan niet bij de inklaring aan de douane te betalen, maar geeft u aan in uw btw-aangifte. In dezelfde aangifte kunt u de btw als voorbelasting in aftrek brengen, mits u de goederen voor btw-belaste prestaties gebruikt. Kijk ook eens bij het Brexitloket. Daar vindt u onder meer een Brexitscan, waarmee u kunt nagaan welke gevolgen de Brexit heeft voor uw bedrijf.

Belastingdienst roept op tot tijdig aanvragen artikel 23-vergunning

Bent u MKB-ondernemer en importeert u goederen uit het Verenigd Koninkrijk (VK)? U doet er dan verstandig aan om een zogenoemde artikel 23-vergunning aan te vragen. Als u dat vóór 15 oktober 2020 doet, ontvangt u de vergunning volgens de Belastingdienst voor het eind van het jaar. Dan loopt namelijk de overgangsregeling af die de EU heeft getroffen met het VK in verband met de Brexit. Hierin is geregeld dat bestaande fiscale regels blijven gelden tot het eind van het jaar. U heeft hierover  waarschijnlijk een brief ontvangen van de Belastingdienst met een bijgevoegd aanvraagformulier. De artikel 23-vergunning kunt u gebruiken bij de import uit een niet-EU-land. De btw op de geïmporteerde goederen hoeft u dan niet bij de inklaring aan de douane te betalen, maar geeft u aan in uw btw-aangifte. In dezelfde aangifte kunt u de btw als voorbelasting in aftrek brengen, mits u de goederen voor btw-belaste prestaties gebruikt. Kijk ook eens bij het Brexitloket. Daar vindt u onder meer een Brexitscan, waarmee u kunt nagaan welke gevolgen de Brexit heeft voor uw bedrijf.

Vraag tijdig tegemoetkoming amateursportorganisatie aan

De aanvraag van de eenmalige tegemoetkoming van maximaal € 3.500 voor amateursportorganisaties is sinds 22 september jl. eindelijk mogelijk geworden. De tegemoetkoming is bedoeld voor de doorlopende lasten in de periode 1 maart tot 1 juni 2020 en/of 1 juni t/m 31 augustus 2020. Het gaat hier om de kosten aan gas, licht, water, belastingen en heffingen, hypotheeklasten of kosten die samenhangen met leningen en verzekeringen. Ook personeelslasten en onderhoudskosten die betrekking hebben op het gebruik van de sportaccommodatie kwalificeren. U kunt de tegemoetkoming aanvragen met een speciaal formulier. De tegemoetkoming wordt verstrekt als door de coronamaatregelen in de genoemde periode(s) een omzetverlies van ten minste 20% is geleden ten opzichte van dezelfde periode in 2019. Daarnaast is hiervoor ook de hoogte van de doorlopende lasten van belang. Komt uw amateursportorganisatie voor de tegemoetkoming in aanmerking, zorg dan dat u de aanvraag tijdig doet: uiterlijk zondag 11 oktober 2020.