Vraag tijdig tegemoetkoming amateursportorganisatie aan

De aanvraag van de eenmalige tegemoetkoming van maximaal € 3.500 voor amateursportorganisaties is sinds 22 september jl. eindelijk mogelijk geworden. De tegemoetkoming is bedoeld voor de doorlopende lasten in de periode 1 maart tot 1 juni 2020 en/of 1 juni t/m 31 augustus 2020. Het gaat hier om de kosten aan gas, licht, water, belastingen en heffingen, hypotheeklasten of kosten die samenhangen met leningen en verzekeringen. Ook personeelslasten en onderhoudskosten die betrekking hebben op het gebruik van de sportaccommodatie kwalificeren. U kunt de tegemoetkoming aanvragen met een speciaal formulier. De tegemoetkoming wordt verstrekt als door de coronamaatregelen in de genoemde periode(s) een omzetverlies van ten minste 20% is geleden ten opzichte van dezelfde periode in 2019. Daarnaast is hiervoor ook de hoogte van de doorlopende lasten van belang. Komt uw amateursportorganisatie voor de tegemoetkoming in aanmerking, zorg dan dat u de aanvraag tijdig doet: uiterlijk zondag 11 oktober 2020.

Vermogenstoets bij Tozo 3.0 uitgesteld

Vanaf vandaag 1 oktober 2020 gaat het derde steunpakket van start om de gevolgen van de voortdurende coronacrisis te bestrijden. Een van de maatregelen betreft de verlenging van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) met negen maanden tot 1 juli 2021. Aanvankelijk was voorgesteld om in deze Tozo 3.0 een aanvullende beperkte vermogenstoets op te nemen. Die toets hield in dat als u meer dan € 46.520 aan direct beschikbare geldmiddelen (zoals contant geld, bank- en spaarsaldo en aandelen, obligaties en opties e.d.) heeft, u niet in aanmerking zou komen voor Tozo 3.0. Het kabinet heeft echter inmiddels besloten om deze beperkte vermogenstoets nog niet in te voeren, maar uit te stellen tot 1 april 2021. Dit Betekent dat u voor de maanden oktober 2020 tot en met maart 2021 een uitkering voor levensonderhoud kunt aanvragen zonder dat er een beperkte vermogenstoets wordt uitgevoerd.

 

Vermogenstoets bij Tozo 3.0 uitgesteld

Vanaf vandaag 1 oktober 2020 gaat het derde steunpakket van start om de gevolgen van de voortdurende coronacrisis te bestrijden. Een van de maatregelen betreft de verlenging van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) met negen maanden tot 1 juli 2021. Aanvankelijk was voorgesteld om in deze Tozo 3.0 een aanvullende beperkte vermogenstoets op te nemen. Die toets hield in dat als u meer dan € 46.520 aan direct beschikbare geldmiddelen (zoals contant geld, bank- en spaarsaldo en aandelen, obligaties en opties e.d.) heeft, u niet in aanmerking zou komen voor Tozo 3.0. Het kabinet heeft echter inmiddels besloten om deze beperkte vermogenstoets nog niet in te voeren, maar uit te stellen tot 1 april 2021. Dit Betekent dat u voor de maanden oktober 2020 tot en met maart 2021 een uitkering voor levensonderhoud kunt aanvragen zonder dat er een beperkte vermogenstoets wordt uitgevoerd.

 

Overdrachtsbelasting in 2021 vrijstelling, 2 of 8 procent

In 2021 komt er een vrijstelling van overdrachtsbelasting voor starters op de woningmarkt. Beleggers krijgen juist te maken met een tarief van acht in plaats van zes procent. Dat is het gevolg van de voorgestelde Wet differentiatie overdrachtsbelasting. Wat zijn de hoofdlijnen?

Eigen woning: vrijstelling voor starters
Wanneer is iemand starter? Het gaat om een verkrijger van een eigen woning die meerderjarig is en jonger dan 35 jaar. Deze verkrijger moet de woning, anders dan tijdelijk, als hoofdverblijf gaan gebruiken en mag de vrijstelling niet eerder hebben gebruikt. Het hoeft niet om de eerste eigen woning te gaan.

Eigen woning: 2%
Overige natuurlijke personen die een eigen woning verkrijgen, hebben recht op het verlaagde tarief van 2%. Ook zij moeten de woning, anders dan tijdelijk, als hoofdverblijf gaan gebruiken.

Overige onroerende zaken: 8%
Het algemene tarief van de overdrachtsbelasting wordt verhoogd van 6% naar 8%.

Tijdstip van de verkrijging
De beoordeling of iemand voldoet aan de criteria voor vrijstelling of verlaagd tarief vindt plaats op het moment waarop de woning wordt verkregen. Dat is, in de situatie waarvoor een notariële akte moet worden ingeschreven in het register, het moment waarop de akte wordt opgemaakt bij de notaris.

Tip: Door de verkrijging via de notaris voor of na de jaarwisseling te plannen kunt u belasting besparen. Dat kan ook voor woningen en onroerende zaken waarvoor nu al een koopovereenkomst wordt gesloten. Het wetsvoorstel dient nog wel aangenomen te worden.

Baangerelateerde investeringskorting (BIK)

Het kabinet stimuleert bedrijven om investeringen te doen met een nieuwe investeringskorting, de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Deze tijdelijke regeling zorgt ervoor dat bedrijven ook in deze roerige tijden blijven investeren in bijvoorbeeld nieuwe machines. Bedrijven kunnen deze kosten verrekenen met hun loonheffing. Het gaat dus om investeringen door werkgevers.

BIK wordt verder uitgewerkt
Details van de regeling worden verder uitgewerkt. Voor de aanvraag en uitvoering van de BIK werken Rijksdienst voor Ondernemers (RVO) en de Belastingdienst samen.

De wijziging gaat naar verwachting in op 1 januari 2021.

Belasting sparen en beleggen in 2021

Bijna 1 miljoen mensen betalen in 2021 geen belasting meer in box 3. Het heffingsvrij vermogen gaat omhoog naar € 50.000, of € 100.000 met de fiscale partner. Iedereen met een spaar- of belegd vermogen tot € 220.000 (of € 440.000 met fiscale partner) gaat daarover minder belasting betalen dan in 2020.

Berekening in 2020 (per belastingplichtige)

  • Bezittingen min schulden kleiner dan € 30.846: geen fictief rendement
  • Bezittingen min schulden tussen € 30.846 en € 103.643: 1,79% fictief rendement
  • Bezittingen min schulden tussen € 103.643 en € 1.036.418: 4,19% fictief rendement
  • Bezittingen min schulden meer dan € 1.036.418: 5,28% fictief rendement

Over uw fictieve rendement wordt 30% belasting berekend.

Berekening in 2021 (per belastingplichtige)

  • Bezittingen min schulden kleiner dan € 50.000: geen fictief rendement
  • Bezittingen min schulden tussen € 50.000 en € 100.000: 1,9% fictief rendement
  • Bezittingen min schulden tussen € 100.000 en € 1.000.000: 4,5% fictief rendement
  • Bezittingen min schulden meer dan € 1.000.000: 5,69% fictief rendement

Over uw fictieve rendement wordt 31% belasting berekend.

Leeftijdsdiscriminatie sollicitant?

Een bedrijf plaatst een vacature voor een Senior Auditor. Een sollicitant moet volgens de vacaturetekst minimaal drie jaar ervaring in een vergelijkbare functie hebben. Een zeer ervaren kandidaat wordt afgewezen met de mededeling dat de voorkeur van de manager uitgaat naar iemand met 5 tot 10 jaar werkervaring. Volgens deze wat oudere sollicitant is sprake van indirecte leeftijdsdiscriminatie.

College voor de Rechten van de Mens
De sollicitant dient een klacht in bij het College voor de Rechten van de Mens. Het College stelt de sollicitant in het gelijk en wenst te vernemen welke maatregelen de werkgever naar aanleiding van dit oordeel heeft getroffen en of de sollicitant daarmee tevreden is. Hieraan geeft de werkgever geen gevolg.

Rechter
De sollicitant gaat tevens naar de rechter en eist een verklaring voor recht dat de werkgever een verboden onderscheid naar leeftijd heeft gemaakt en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld. Bovendien eist de sollicitant een materiële schadevergoeding van € 90.512,64 bruto en een immateriële schadevergoeding van € 5.000.

De rechter geeft aan dat de uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens geen bindende werking hebben, zoals een uitspraak van de rechter. Wel dient de rechter een beslissing die afwijkt van een uitspraak van het College deugdelijk te motiveren.

De werkgever moet bewijzen dat van leeftijdsdiscriminatie geen sprake is. Daartoe voert de werkgever aan dat de vijf kandidaten die wel voor een vervolggesprek zijn uitgenodigd, allen meer dan tien jaar werkervaring hadden (variërend van veertien tot vijfentwintig jaar) en dat een van hen uiteindelijk is aangenomen voor deze functie.

Volgens de rechter staat hiermee vast dat leeftijd, ondanks de voorkeur van de manager voor een kandidaat met vijf tot tien jaar werkervaring, geen selectiecriterium van betekenis is geweest. Van schadevergoeding is dus geen sprake. De rechter komt dus tot een ander oordeel dan het College voor de rechten van de Mens.

Tip: Zowel direct als indirect onderscheid op grond van leeftijd is in situaties die met de arbeid samenhangen verboden, tenzij het onderscheid objectief gerechtvaardigd is. Bij direct onderscheid wordt leeftijd als onderscheidend criterium gebruikt. Bij indirect onderscheid gaat het om een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelwijze die personen met een bepaalde leeftijd in vergelijking met andere personen bijzonder treft. Overtreding van het verbod vormt een onrechtmatige daad en kan tot een schadevergoeding leiden.

Opbrengst uit tijdelijk verhuur tuinhuisje toch belast in box 1

De Hoge Raad heeft onlangs geoordeeld dat de opbrengst uit de tijdelijke verhuur van een tuinhuisje via Airbnb belast is in box 1. Van de opbrengst moet 70% bovenop het eigenwoningforfait geteld worden. Eerder hadden lagere rechters geoordeeld dat deze 70%-bepaling niet van toepassing is omdat slechts een deel van de eigen woning werd verhuurd. De Hoge Raad overweegt echter dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het de bedoeling was om de opbrengsten uit de tijdelijke verhuur – van zowel de gehele woning als een gedeelte daarvan – te belasten in box 1. Het tuinhuisje blijft onderdeel van de eigen woning tijdens de tijdelijke verhuurperiodes. Verhuur van tuinhuisjes via Airbnb is dus fiscaal minder aantrekkelijk dan gedacht. Overigens neemt de Belastingdienst steeds vaker het standpunt in dat opbrengsten uit (tijdelijke) verhuur via Airbnb moeten worden belast als resultaat uit overige werkzaamheid (ook belast in box 1).

Opbrengst uit tijdelijk verhuur tuinhuisje toch belast in box 1

De Hoge Raad heeft onlangs geoordeeld dat de opbrengst uit de tijdelijke verhuur van een tuinhuisje via Airbnb belast is in box 1. Van de opbrengst moet 70% bovenop het eigenwoningforfait geteld worden. Eerder hadden lagere rechters geoordeeld dat deze 70%-bepaling niet van toepassing is omdat slechts een deel van de eigen woning werd verhuurd. De Hoge Raad overweegt echter dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het de bedoeling was om de opbrengsten uit de tijdelijke verhuur – van zowel de gehele woning als een gedeelte daarvan – te belasten in box 1. Het tuinhuisje blijft onderdeel van de eigen woning tijdens de tijdelijke verhuurperiodes. Verhuur van tuinhuisjes via Airbnb is dus fiscaal minder aantrekkelijk dan gedacht. Overigens neemt de Belastingdienst steeds vaker het standpunt in dat opbrengsten uit (tijdelijke) verhuur via Airbnb moeten worden belast als resultaat uit overige werkzaamheid (ook belast in box 1).

Vrijstelling overdrachtsbelasting voor jonge starters op de woningmarkt

In het Belastingplan 2021 stelt het kabinet voor om starters op de woningmarkt vanaf 1 januari 2021 vrij te stellen van overdrachtsbelasting (OVB). Hieraan zijn wel voorwaarden verbonden. De starters moeten 18 jaar of ouder zijn en jonger dan 35 jaar, de woning als hoofdverblijf gebruiken en de vrijstelling nog niet eerder hebben benut. Voor doorstromers op de woningmarkt blijft het OVB-tarief 2%, tenzij ze jonger dan 35 jaar zijn en de vrijstelling nog niet eerder hebben benut (ze hebben dus ook nog recht op de vrijstelling). Voor andere kopers van woningen wordt het OVB-tarief per 1 januari 2021 verhoogd van 2% naar 8%.

De verhoging van het OVB-tarief van 2% naar 8% geldt vanaf 1 januari 2021 voor:

  • de verkrijging van niet-woningen, zoals bedrijfspanden;
  • woningen die niet of slechts tijdelijk worden gebruikt als hoofdverblijf, zoals vakantiewoningen of een woning die ouders kopen voor hun kind.

Tot deze laatste categorie behoren ook de verkrijgingen van woningen door niet-natuurlijke personen, zoals rechtspersonen, waaronder woningcorporaties.