Vraag tijdig compensatie transitievergoeding aan bij ontslag na 2 jaar ziekte

Sinds 1 april jl. kunt u bij het UWV compensatie aanvragen voor de transitievergoeding die u bij ontslag aan de langdurige zieke werknemer hebt betaald. De arbeidsovereenkomst moet dan wegens langdurige arbeidsongeschiktheid op of na 1 juli 2015 zijn beëindigd via een (juiste) vaststellingsovereenkomst of zijn opgezegd na het verkrijgen van een ontslagvergunning via het UWV. Dit geldt ook als het dienstverband deels is beëindigd. Was de werknemer al vóór 1 juli 2015 104 weken of langer arbeidsongeschikt, dan wordt geen compensatie toegekend. Had u werknemers in dienst die na 1 juli 2015 104 weken of langer arbeidsongeschikt waren en hebt u tussen 1 juli 2015 en 1 april 2020  bij ontslag transitievergoedingen aan hen betaald? Voor deze zogenaamde ‘oude gevallen’ moet u de aanvraag voor compensatie uiterlijk 30 september 2020 hebben ingediend. Het UWV wijst te laat ingediende aanvragen af. Wees dus op tijd!

Zorg voor tijdige aangifte en betaling verhuurderheffing 2020

Was u op 1 januari 2020 in het bezit van meer dan 50 huurwoningen met een maximale huurprijs van € 737,14 per maand? In dat geval bent u verhuurderheffing verschuldigd. De verhuurderheffing wordt berekend over de WOZ-waarde van deze huurwoningen  – met een maximum van € 294.000 per woning – verminderd met 50 x de gemiddelde WOZ-waarde van deze woningen. U bent vrijgesteld van verhuurderheffing als uw woningen Rijksmonumenten zijn. Dit zijn woningen die volgens de Erfgoedwet als zodanig zijn aangewezen. Sinds 1 juli 2020 doet u de aangifte verhuurderheffing in Mijn Belastingdienst Zakelijk. Bent u een particuliere verhuurder, zzp’er of heeft u een eenmanszaak? Dan logt u in met uw DigiD. Rechtspersonen en andere verhuurders loggen in met eHerkenning niveau 3. U moet de aangifte en de betaling uiterlijk 30 september 2020 hebben gedaan.

Let op: Bent u mede-eigenaar van meer dan 50 huurwoningen? U krijgt dan een aanslag verhuurderheffing naar rato van de eigendom. Voorheen werd de aanslag alleen opgelegd aan degene die de WOZ-beschikking ontving.

Zorg voor tijdige aangifte en betaling verhuurderheffing 2020

Was u op 1 januari 2020 in het bezit van meer dan 50 huurwoningen met een maximale huurprijs van € 737,14 per maand? In dat geval bent u verhuurderheffing verschuldigd. De verhuurderheffing wordt berekend over de WOZ-waarde van deze huurwoningen  – met een maximum van € 294.000 per woning – verminderd met 50 x de gemiddelde WOZ-waarde van deze woningen. U bent vrijgesteld van verhuurderheffing als uw woningen Rijksmonumenten zijn. Dit zijn woningen die volgens de Erfgoedwet als zodanig zijn aangewezen. Sinds 1 juli 2020 doet u de aangifte verhuurderheffing in Mijn Belastingdienst Zakelijk. Bent u een particuliere verhuurder, zzp’er of heeft u een eenmanszaak? Dan logt u in met uw DigiD. Rechtspersonen en andere verhuurders loggen in met eHerkenning niveau 3. U moet de aangifte en de betaling uiterlijk 30 september 2020 hebben gedaan.

Let op: Bent u mede-eigenaar van meer dan 50 huurwoningen? U krijgt dan een aanslag verhuurderheffing naar rato van de eigendom. Voorheen werd de aanslag alleen opgelegd aan degene die de WOZ-beschikking ontving.

Start aanvraag tegemoetkoming amateursportorganisatie uitgesteld

De start voor de aanvraag van de eenmalige tegemoetkoming van maximaal € 3.500 voor amateursportorganisaties is uitgesteld van 1 september 2020 naar 8 september 2020. De tegemoetkoming is bedoeld voor de doorlopende lasten in de periode 1 maart tot 1 juni 2020 en/of 1 juni t/m 31 augustus 2020. Het gaat hier om de kosten aan gas, licht, water, belastingen en heffingen, hypotheeklasten of kosten die samenhangen met leningen en verzekeringen. Ook personeelskosten en onderhoudskosten die betrekking hebben op het gebruik van de sportaccommodatie kunnen worden betaald uit de tegemoetkoming. Hiervoor komt een speciaal formulier beschikbaar. U kunt dit formulier dan vinden op www.dus-i.nl. De tegemoetkoming wordt verstrekt als in de genoemde periode(s) een omzetverlies van ten minste 20% is geleden door de coronamaatregelen en als er geen gebruik is gemaakt van een andere tegemoetkoming voor de doorlopende lasten (TOGS).

Start aanvraag tegemoetkoming amateursportorganisatie uitgesteld

De start voor de aanvraag van de eenmalige tegemoetkoming van maximaal € 3.500 voor amateursportorganisaties is uitgesteld van 1 september 2020 naar 8 september 2020. De tegemoetkoming is bedoeld voor de doorlopende lasten in de periode 1 maart tot 1 juni 2020 en/of 1 juni t/m 31 augustus 2020. Het gaat hier om de kosten aan gas, licht, water, belastingen en heffingen, hypotheeklasten of kosten die samenhangen met leningen en verzekeringen. Ook personeelskosten en onderhoudskosten die betrekking hebben op het gebruik van de sportaccommodatie kunnen worden betaald uit de tegemoetkoming. Hiervoor komt een speciaal formulier beschikbaar. U kunt dit formulier dan vinden op www.dus-i.nl. De tegemoetkoming wordt verstrekt als in de genoemde periode(s) een omzetverlies van ten minste 20% is geleden door de coronamaatregelen en als er geen gebruik is gemaakt van een andere tegemoetkoming voor de doorlopende lasten (TOGS).

Verzoek tijdig om teruggaaf buitenlandse btw

Bent u een btw-ondernemer aan wie door ondernemers in een andere EU-lidstaat in 2019 buitenlandse btw in rekening is gebracht? Die btw kunt u terugvragen via de Belastingdienst, mits het teruggaafverzoek tijdig is ingediend. Hiervoor moet u inloggen op een speciale website. Zodra het teruggaafverzoek is ingediend, stuurt de Belastingdienst dit verzoek binnen 15 dagen door naar de belastingdienst van het EU-land waar de btw wordt teruggevraagd. Duurt dit langer, dan maakt u  mogelijk aanspraak op coulancerente. De teruggaafverzoeken moeten uiterlijk op 30 september 2020 bij de Belastingdienst zijn ingediend. Uitstel is niet mogelijk.

Verzoek tijdig om teruggaaf buitenlandse btw

Bent u een btw-ondernemer aan wie door ondernemers in een andere EU-lidstaat in 2019 buitenlandse btw in rekening is gebracht? Die btw kunt u terugvragen via de Belastingdienst, mits het teruggaafverzoek tijdig is ingediend. Hiervoor moet u inloggen op een speciale website. Zodra het teruggaafverzoek is ingediend, stuurt de Belastingdienst dit verzoek binnen 15 dagen door naar de belastingdienst van het EU-land waar de btw wordt teruggevraagd. Duurt dit langer, dan maakt u  mogelijk aanspraak op coulancerente. De teruggaafverzoeken moeten uiterlijk op 30 september 2020 bij de Belastingdienst zijn ingediend. Uitstel is niet mogelijk.

Einde contract na kolfverlof

Een cateringmedewerkster krijgt op 1 augustus 2018 een arbeidscontract voor zeven maanden. Na drie weken meldt ze zich ziek als gevolg van beperkingen door haar zwangerschap. Op 12 november start ze met passende werkzaamheden. Op 22 februari start het zwangerschapsverlof. Haar contract wordt intussen verlengd tot 31 augustus 2019. Na het bevallingsverlof neemt ze eerst 5 en dan 15 uur per week ouderschapsverlof op. In deze periode wordt haar contract verlengd tot 31 januari 2020. Ze krijgt ook kolfverlof tot 2 januari 2020. Op 27 december 2019 krijgt ze te horen dat de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd. Van dit gesprek maakt ze een opname.

Gebruik van wettelijke rechten of gebrek aan loyaliteit?
In het gesprek geeft de werkgever aan dat er meerdere redenen zijn, maar dat meespeelt dat ze teveel bezig zou zijn met waar ze allemaal recht op heeft – ‘recht op dit, recht op dat, recht op borstvoeding, ziek of zwangerschap’ – en te weinig met de belangen van de werkgever. Er zijn twijfels over haar houding en loyaliteit ontstaan. Ze zou onvoldoende flexibel zijn bij de inroostering van haar werkzaamheden. Ook verliep de communicatie met haar vaak moeizaam.

Verboden discriminatie, dus billijke vergoeding?
Volgens de werkneemster is sprake van discriminatie en heeft ze recht op een billijke vergoeding.

Overwegingen rechter
In beginsel hoeft een werkgever geen reden op te geven voor het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst. Als echter vast komt te staan dat het maken van een direct onderscheid tussen mannen en vrouwen daaraan ten grondslag ligt, kan dit worden beschouwd als ernstig verwijtbaar handelen. Onder direct onderscheid wordt mede verstaan onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap.

Vast staat dat de medewerkster niet zwanger was op het moment van beëindiging van het dienstverband, geen zwangerschaps- of bevallingsverlof genoot en haar kolfverlof op 2 januari 2020 zou eindigen, enkele dagen na het gesprek over het niet verlengen van het dienstverband.

Dat het gebruik maken van deze verloven reden is geweest om de arbeidsovereenkomst niet voort te zetten, is dan ook niet voldoende aannemelijk geworden.

Het dienstverband is zelfs tweemaal verlengd tijdens het zwangerschapsverlof (de eerste keer) en tijdens de periode waarin zij van het kolfverlof gebruik maakte (de tweede keer). Evenmin kan worden aangenomen dat zij op het moment van beëindiging van het dienstverband beperkter beschikbaar was als gevolg van de verloven. Zij maakte immers op dat moment al geen gebruik meer van het zwangerschaps- en bevallingsverlof en het kolfverlof zou binnen een week aflopen. De manager heeft zich in het telefoongesprek waarin de medewerkster om uitleg vroeg op onderdelen ongelukkig uitgedrukt, maar dit is onvoldoende om een verboden onderscheid tussen mannen en vrouwen aan te nemen.

Oordeel rechter
Het verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding wordt afgewezen en de medewerkster moet de proceskosten betalen, omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.

Let op: Hoewel de werkgever zich in het opgenomen gesprek wat ongelukkig heeft uitgedrukt over de redenen van niet-verlenging, lijkt de rechter zwaarder te wegen dat de werkgever het tijdelijke contract in de periode voor en na de bevalling twee maal heeft verlengd. Waarom zou dan nu discriminatie de reden zijn om het contract niet voort te zetten? 

Uw BV leent uw kunst

Een ondernemer heeft via eigen BV samen met twee partners een kantoor. Hij stelt kostbare kunstwerken uit zijn privécollectie ter beschikking aan het kantoor. Tijdens een boekenonderzoek is afgesproken dat sprake is van belaste terbeschikkingstelling, maar dat hij aan het kantoor geen vergoeding hoeft te vragen. Veertien jaar later geeft hij een negatief resultaat uit de ter beschikkingstelling aan van circa € 200.000, bestaande uit afwaarderings- en verkoopverliezen op de kunstwerken. De Belastingdienst corrigeert de aftrek en telt een gebruiksvergoeding bij.

Gebruiksvergoeding
Voor het uitlenen van relatief kostbare kunstwerken wordt volgens de ondernemer in de markt geen vergoeding gerekend. Wel neemt de bruikleennemer diverse kosten voor haar rekening, zoals transport en verzekering tegen diefstal en beschadiging. De rechter acht dit aannemelijk. Bovendien heeft de Belastingdienst de gemaakte afspraak over een gebruiksvergoeding van nihil nooit opgezegd.

Afwaarderingsverlies
Volgens de ondernemer is verliesneming gerechtvaardigd, omdat de bedrijfswaarde van de schilderijen lager is dan de boekwaarde. Dat zou moeten blijken uit taxaties van een veilinghuis. Naar het oordeel van de rechtbank geven de taxaties een schatting van de mogelijke waarde in het economische verkeer, maar zeggen zij niets over de bedrijfswaarde. De afwaardering vervalt.

Verkoopverlies
Uit het verschil tussen de bedragen op aan- en verkoopnota’s voor kunstwerken stelt de rechter vast dat er inderdaad sprake was van een verkoopverlies. Omdat sprake was van vermogensbestanddelen die in de belaste sfeer ter beschikking werden gesteld aan de eigen BV, is dit verlies aftrekbaar.

Tip: Ter beschikkingstelling van kunst aan de eigen BV kan dus leiden tot aftrekbaar verkoopverlies, zonder dat de BV u een vergoeding voor gebruik heeft betaald. De BV betaalt als gebruiker wel de verzekeringskosten. Kunstwerken die belaste verkoopwinst op zouden leveren, verkoopt u niet.

Pilot variabele bijtelling

Werkt een bijtelling privégebruik auto per gereden privékilometer beter dan een vast bedrag per maand? Op 1 augustus is de Vereniging Zakelijke Rijders een pilot gestart in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de MobiliteitsAlliantie en in samenwerking met Stichting Keurmerk RitRegistratieSystemen.

Doel van de pilot is te toetsen of berijders die bijtelling betalen gestimuleerd worden om flexibeler te reizen en hun reisgedrag veranderen als zij in plaats van een vast bedrag aan bijtelling, een bedrag per gereden privékilometer betalen. Ook wordt het effect op de auto-gerelateerde belastinginkomsten en naar de fraudegevoeligheid van een toekomstig op te zetten afrekensysteem onderzocht. Belangrijk is dat een ritregistratiesysteem een sluitende ritadministratie voor fiscale toepassingen oplevert, maar tevens de privacy van privéritgegevens waarborgt.

Let op: Initiatieven als deze zijn bedoeld om bij te dragen aan toekomstige discussies over prijsbeleid rond mobiliteit. Deze pilot vormt daarin de eerste fase.