Aandelen BV in erfenis

Een 99-jarige weduwe overlijdt. Ze laat aan haar dochter na alle aandelen in een BV, die zes bedrijfsgebouwen, verdeeld in 15 units, verhuurt. In de aangifte erfbelasting wordt de going concernwaarde gesteld op € 846.000 en wegens de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten een beroep gedaan op vrijgesteld ondernemingsvermogen van € 794.539. De Belastingdienst corrigeert dit.

Wat doet de BV?
De bedrijfspanden behoren tot de materiële vaste activa van de vennootschap. Ze zijn niet met vreemd vermogen gefinancierd. Er vindt geen koop, verkoop of (her)ontwikkeling plaats met betrekking tot de materiële vaste activa.

De omzet van de vennootschap bestaat geheel uit huuropbrengsten. Voor alle huurovereenkomsten wordt het ‘ROZ-model voor kantoorruimte’ gehanteerd. Er worden daarin geen aanvullende afspraken gemaakt omtrent de leveringen en diensten door de vennootschap aan de huurder. De huurder dient zelf servicecontracten af te sluiten na goedkeuring door de vennootschap.

In tussenliggende jaren is er leegstand geweest. Er zijn uiteraard ook onderhoudskosten gemaakt.

De passiva van de BV bestonden uit een pensioen- en lijfrenteverplichting ten aanzien van de erflaatster, latente belastingverplichtingen, een voorziening groot onderhoud gebouwen, een rekening-courant schuld aan erflaatster, een lening aan de echtgenoot en relatief lage schulden aan kredietinstellingen, crediteuren, belastingen en overlopende passiva.

Tot haar overlijden was de weduwe enig werknemer/bestuurder van de BV. Zij ontving als bruto loon € 11.502 per jaar. Daarna heeft de echtgenoot van de erfgename deze functie naast zijn fulltime baan voortgezet tegen een vergoeding van € 12.640 per jaar.

Wanneer is sprake van een onderneming voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten?
Deze vraag bepaalt of in dit geval recht bestaat op een voorwaardelijke kwijtschelding wegens bedrijfsopvolging van circa € 155.000. 

Om de exploitatie van onroerende zaken als het drijven van een materiële onderneming te kunnen aanmerken geldt dat de in dit kader te verrichten of verrichte arbeid naar aard en omvang meer moet hebben omvat dan bij normaal vermogensbeheer gebruikelijk is, met als doel het behalen van een rendement dat het bij normaal vermogensbeheer opkomende rendement te boven gaat.

Standpunt erfgename
De erfgename stelt dat sprake is van actief beheer en somt de werkzaamheden op:

  • het zoeken en selecteren van geschikte huurders,
  • het vaststellen van de huurprijzen,
  • het voeren van correspondentie met betrekking tot de huurovereenkomsten en huurachterstanden,
  • het beoordelen en aanpassen van de verzekeringscontracten en condities, zulks gerelateerd aan de activiteiten van de huurders en de wijzigingen daarin,
  • het afhandelen van de opmerkingen van huurders,
  • de dagelijkse sluiting van het bedrijventerrein en de visuele inspectie van de gebouwen en het terrein,
  • de dagelijkse controle op mogelijk onbevoegd parkeren op het bedrijventerrein,
  • het beoordelen van het benodigde onderhoud,
  • het zelfstandig uitvoeren van (klein) onderhoud,
  • het bijhouden van de huur en financiële administratie,
  • het onderhouden van contracten met aannemers, gemeentelijke diensten en nutsbedrijven,
  • het aanvragen van offertes en het verstrekken van opdrachten aan aannemers, en
  • het lezen van vakliteratuur en het onderhouden van kennis aangaande onroerend goed.

Standpunt Belastingdienst
Volgens de Belastingdienst zijn de genoemde werkzaamheden nu juist normale werkzaamheden voor het beheer van beleggingsvermogen. Ze betreffen werkzaamheden op operationeel niveau: administratieve, technische en commerciële werkzaamheden. Ze creëren geen meerwaarde.

Oordeel rechter
Volgens de rechter overtreft het overgrote deel van de genoemde werkzaamheden niet het normale vermogensbeheer. Uitsluitend de genoemde dagelijkse werkzaamheden (de dagelijkse sluiting van het bedrijventerrein en de visuele inspectie van de gebouwen en het terrein, alsmede de dagelijkse controle op mogelijk onbevoegd parkeren op het bedrijventerrein) kunnen onder omstandigheden werkzaamheden zijn die meer omvatten dan normaal vermogensbeheer. Maar de rechter betwijfelt of deze ook daadwerkelijk dagelijks hebben plaatsgevonden.

Het werkelijk behaalde rendement geeft inzicht in het doel van de werkzaamheden. De erfgename heeft echter niet onderbouwd dat het door haar berekende gemiddelde directe rendement hoger is dan hetgeen bij normaal vermogensbeheer gebruikelijk is. Ze maakt niet aannemelijk dat de werkzaamheden van de vennootschap als doel hadden het behalen van een rendement dat het bij normaal vermogensbeheer opkomende rendement te boven gaat.

Volgens de rechter is het dus niet aannemelijk dat de BV ten tijde van overlijden van de weduwe een materiële onderneming dreef. Er bestaat dan ook geen recht op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit.

Let op: De zeer gunstige bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de erfbelasting zijn bedoeld voor overgang van bedrijven, in fiscale termen: materiële ondernemingen. Belegt een BV vooral in bedrijfspanden dan moet de erfgenaam bewijzen dat sprake is van meer dan normaal vermogensbeheer.

Start aanvraag SLIM-subsidie voor leren en ontwikkelen in het mkb

Als werkgever in het mkb – en zeker nu in coronatijd – beschikt u vaak over onvoldoende tijd, geld of kennis om uw werknemers te laten leren en ontwikkelen. De Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen (SLIM-regeling) biedt u de mogelijkheid om toch een leerrijke werkomgeving in uw bedrijf te creëren. Ook kunt u hiermee uw werknemers met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt een beroepsopleiding op maat laten volgen of uw werknemers tijdens hun werk een (deel van een) mbo-opleiding laten volgen. De SLIM-regeling vergoedt namelijk een deel van de kosten van een derde leerwegtraject. Het maximale subsidiebedrag is € 24.999. Niet alleen individuele bedrijven maar ook samenwerkingsverbanden van meerdere organisaties kunnen een aanvraag indienen. In dat geval kan maximaal € 500.000 aan subsidie worden ontvangen. Naast eigen loonkosten mogen binnen de SLIM-regeling ook de kosten van een externe adviseur worden meegenomen. U kunt de SLIM-subsidie aanvragen tussen 1 en 30 september 2020.

Start aanvraag SLIM-subsidie voor leren en ontwikkelen in het mkb

Als werkgever in het mkb – en zeker nu in coronatijd – beschikt u vaak over onvoldoende tijd, geld of kennis om uw werknemers te laten leren en ontwikkelen. De Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen (SLIM-regeling) biedt u de mogelijkheid om toch een leerrijke werkomgeving in uw bedrijf te creëren. Ook kunt u hiermee uw werknemers met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt een beroepsopleiding op maat laten volgen of uw werknemers tijdens hun werk een (deel van een) mbo-opleiding laten volgen. De SLIM-regeling vergoedt namelijk een deel van de kosten van een derde leerwegtraject. Het maximale subsidiebedrag is € 24.999. Niet alleen individuele bedrijven maar ook samenwerkingsverbanden van meerdere organisaties kunnen een aanvraag indienen. In dat geval kan maximaal € 500.000 aan subsidie worden ontvangen. Naast eigen loonkosten mogen binnen de SLIM-regeling ook de kosten van een externe adviseur worden meegenomen. U kunt de SLIM-subsidie aanvragen tussen 1 en 30 september 2020.

Vraag tijdig subsidie aan voor praktijk- en werkleerplaatsen

Heeft u in uw bedrijf in het studiejaar 2019/2020 praktijk- of werkleerplaatsen aangeboden? U kunt dan tot uiterlijk 16 september 2020 subsidie aanvragen als tegemoetkoming in de begeleidingskosten. Deze subsidieregeling Praktijkleren is bedoeld om mensen beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt. De regeling richt zich vooral op kwetsbare groepen, studenten in sectoren met een dreigend tekort aan gekwalificeerd personeel en op wetenschappelijk personeel. De voorwaarden om voor de subsidie in aanmerking te komen verschillen per categorie. Het maximale subsidiebedrag is € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. De moeite waard dus om eens te (laten) onderzoeken of uw bedrijf ervoor in aanmerking komt.

Vraag tijdig subsidie aan voor praktijk- en werkleerplaatsen

Heeft u in uw bedrijf in het studiejaar 2019/2020 praktijk- of werkleerplaatsen aangeboden? U kunt dan tot uiterlijk 16 september 2020 subsidie aanvragen als tegemoetkoming in de begeleidingskosten. Deze subsidieregeling Praktijkleren is bedoeld om mensen beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt. De regeling richt zich vooral op kwetsbare groepen, studenten in sectoren met een dreigend tekort aan gekwalificeerd personeel en op wetenschappelijk personeel. De voorwaarden om voor de subsidie in aanmerking te komen verschillen per categorie. Het maximale subsidiebedrag is € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. De moeite waard dus om eens te (laten) onderzoeken of uw bedrijf ervoor in aanmerking komt.

Toeslagen en kindgebonden budget aanvragen vóór 1 september

Komt u in 2019 voor het eerst in aanmerking voor de zorgtoeslag en/of de huurtoeslag en/of het kindgebonden budget, maar hebt u deze nog niet aangevraagd? Dan moet u nu in actie komen, want u kunt de aanvraag nog tot 1 september 2020 doen. U hebt alleen meer tijd om de aanvraag in te dienen als u uitstel hebt voor het indienen van uw belastingaangifte. U kunt de aanvraag dan nog doen tot de datum waarop het uitstel afloopt. U hoeft alleen de eerste keer een aanvraag in te dienen. Daarna krijgt u de toeslagen en/of het kindgebonden budget ieder jaar vanzelf, zolang u aan de voorwaarden voldoet.

Let op: De aanvraag kinderopvangtoeslag moet sneller worden aangevraagd, namelijk al binnen 3 maanden nadat u er recht op hebt gekregen.

Toeslagen en kindgebonden budget aanvragen vóór 1 september

Komt u in 2019 voor het eerst in aanmerking voor de zorgtoeslag en/of de huurtoeslag en/of het kindgebonden budget, maar hebt u deze nog niet aangevraagd? Dan moet u nu in actie komen, want u kunt de aanvraag nog tot 1 september 2020 doen. U hebt alleen meer tijd om de aanvraag in te dienen als u uitstel hebt voor het indienen van uw belastingaangifte. U kunt de aanvraag dan nog doen tot de datum waarop het uitstel afloopt. U hoeft alleen de eerste keer een aanvraag in te dienen. Daarna krijgt u de toeslagen en/of het kindgebonden budget ieder jaar vanzelf, zolang u aan de voorwaarden voldoet.

Let op: De aanvraag kinderopvangtoeslag moet sneller worden aangevraagd, namelijk al binnen 3 maanden nadat u er recht op hebt gekregen.

Voorkom intrekking van uw btw-nummer

Hebt u minimaal 1 jaar op uw btw-aangiften ingevuld dat u niets hebt aan te geven, waardoor u dus geen btw hebt betaald of teruggevraagd? De Belastingdienst laat u dan in een brief weten dat ervan wordt uitgegaan dat u uw onderneming hebt gestaakt en zal vervolgens uw btw-nummer intrekken. Hebt u uw onderneming niet gestaakt, dan moet u dit uiterlijk 1 september 2020 doorgeven aan de Belastingdienst/ Nihilaangiften in Heerlen. Daarbij geeft u de volgende gegevens door:

  • het kenmerk van de brief van de Belastingdienst (btw-nummer);
  • de reden waarom u al 1 jaar op de btw-aangiften hebt ingevuld dat er niets is aan te geven;
  • uw telefoonnummer;
  • uw e-mailadres;
  • de reden waarom u onder een ontheffing, vrijstelling of bijzondere regeling valt;
  • de reden waarom u onder de Kleineondernemersregeling (KOR) valt.

Als de Belastingdienst de gegevens tijdig heeft ontvangen, wordt uw btw-nummer niet ingetrokken, voordat er met u contact is geweest.

Let op: Is uw onderneming wel gestaakt, dan hoeft u voor de btw in beginsel niks te doen. Maar staat uw onderneming ingeschreven bij de Kamer van Koophandel? Vergeet dan niet uw onderneming uit te schrijven via www.kvk.nl/uitschrijven.

 

Voorkom intrekking van uw btw-nummer

Hebt u minimaal 1 jaar op uw btw-aangiften ingevuld dat u niets hebt aan te geven, waardoor u dus geen btw hebt betaald of teruggevraagd? De Belastingdienst laat u dan in een brief weten dat ervan wordt uitgegaan dat u uw onderneming hebt gestaakt en zal vervolgens uw btw-nummer intrekken. Hebt u uw onderneming niet gestaakt, dan moet u dit uiterlijk 1 september 2020 doorgeven aan de Belastingdienst/ Nihilaangiften in Heerlen. Daarbij geeft u de volgende gegevens door:

  • het kenmerk van de brief van de Belastingdienst (btw-nummer);
  • de reden waarom u al 1 jaar op de btw-aangiften hebt ingevuld dat er niets is aan te geven;
  • uw telefoonnummer;
  • uw e-mailadres;
  • de reden waarom u onder een ontheffing, vrijstelling of bijzondere regeling valt;
  • de reden waarom u onder de Kleineondernemersregeling (KOR) valt.

Als de Belastingdienst de gegevens tijdig heeft ontvangen, wordt uw btw-nummer niet ingetrokken, voordat er met u contact is geweest.

Let op: Is uw onderneming wel gestaakt, dan hoeft u voor de btw in beginsel niks te doen. Maar staat uw onderneming ingeschreven bij de Kamer van Koophandel? Vergeet dan niet uw onderneming uit te schrijven via www.kvk.nl/uitschrijven.

 

Concurrentiebeding blijft

Een salesmanager bij een bedrijf dat jongveevoeder produceert en verkoopt, zegt zijn contract op. Hij sluit een contract als salesmanager bij een Deens bedrijf dat grondstoffen voor jongveevoeders verkoopt. De eerste werkgever beroept zich op het overeengekomen concurrentiebeding.

Belang werkgever
De rechter overweegt eerst de belangen van de werkgever. De sales manager is zelfstandig werkzaam en heeft minimaal 70% van de afnemers leren kennen, die samen verantwoordelijk zijn voor 95% van de omzet. Het Deense bedrijf concurreert op een product. De salesmanager weet welke afnemers dit product kopen, in welke volumes, tegen welke prijzen en hoe de marktpositie is tegenover concurrenten. Hij weet welke strategie de werkgever en haar businesspartners volgen om te komen tot een vergroting van het marktaandeel.

Volgens de rechter staat hiermee voldoende vast dat de werkgever een rechtens te respecteren belang heeft om te voorkomen dat de sales manager met gebruikmaking van zijn kennis van haar onderneming haar rechtstreeks concurrentie zou kunnen aandoen en daarmee zichzelf en het Deense bedrijf een ongerechtvaardigde voorsprong in concurrerend handelen zou kunnen bezorgen.

Belang werknemer
De werknemer gaat er bij het Deense bedrijf 90% in salaris op vooruit. Ook heeft hij meer mogelijkheden om zich verder te ontwikkelen. Het salaris is ruimschoots boven wat marktconform zou zijn.

Afweging belangen
Volgens de rechter wordt de werknemer niet onbillijk benadeeld door het concurrentiebeding. Onduidelijk blijft waarom het Deense bedrijf bereid is 90% meer salaris te betalen. De vrees van de werkgever dat het Deense bedrijf mede betaalt voor de kennis van de sales manager over haar onderneming en deze ook zal willen gebruiken, is voldoende onderbouwd. De rechter gaat er niet van uit dat het geheimhoudingsbeding in de arbeidsovereenkomst de werkgever op dit punt voldoende bescherming biedt. Tegen deze gegronde vrees van de werkgever weegt het belang van de sales manager onvoldoende op. Dat hij niet bij de Deense werkgever in dienst kan treden, wil niet zeggen dat hij geen enkele andere werkgever kan vinden of dat hij niet bij een andere werkgever in de branche werkzaam kan zijn.

Tip: Als een nieuwe werkgever een veel hoger salaris biedt dan wat marktconform is, kan dat een indicatie zijn dat het concurrentiebeding van de werknemer serieus genomen moet worden.