Vraag subsidie aan voor praktijk- en werkleerplaatsen

Heeft u in uw bedrijf in het studiejaar 2019/2020 praktijk- of werkleerplaatsen aangeboden? U kunt dan tot uiterlijk 16 september 2020 subsidie aanvragen als tegemoetkoming in de begeleidingskosten. Deze subsidieregeling Praktijkleren is bedoeld om mensen beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt en richt zich vooral op kwetsbare groepen, studenten in sectoren met een dreigend tekort aan gekwalificeerd personeel en wetenschappelijk personeel. De voorwaarden om hiervoor in aanmerking te komen verschillen per categorie. Het maximale subsidiebedrag is € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. De moeite waard dus om te (laten) onderzoeken of uw bedrijf er voor in aanmerking komt.

Deadline aanvraag TOFA nadert

Het loket voor de aanvraag van de tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele krachten (TOFA) is nog tot en met zondag 26 juli a.s. open. U komt in aanmerking voor deze tegemoetkoming als u een flexwerker bent die in de periode 1 maart tot en met 31 mei 2020 ten opzichte van de maand februari 2020 loonverlies hebt geleden, maar geen recht had op een uitkering. Bent u bijvoorbeeld een uitzendkracht, een flexwerker met een nul-urencontract of een student met een bijbaan en voldoet u aan deze criteria, dan kunt u de TOFA-uitkering van maximaal € 550 bruto per maand aanvragen. Dat doet u via het digitale aanvraagportaal van het UWV. Zorg dat u de aanvraag nog tijdig indient.

Deadline aanvraag TOFA nadert

Het loket voor de aanvraag van de tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele krachten (TOFA) is nog tot en met zondag 26 juli a.s. open. U komt in aanmerking voor deze tegemoetkoming als u een flexwerker bent die in de periode 1 maart tot en met 31 mei 2020 ten opzichte van de maand februari 2020 loonverlies hebt geleden, maar geen recht had op een uitkering. Bent u bijvoorbeeld een uitzendkracht, een flexwerker met een nul-urencontract of een student met een bijbaan en voldoet u aan deze criteria, dan kunt u de TOFA-uitkering van maximaal € 550 bruto per maand aanvragen. Dat doet u via het digitale aanvraagportaal van het UWV. Zorg dat u de aanvraag nog tijdig indient.

Huisartsenpraktijk in coöperatie

Een huisarts richt samen met haar dochter een coöperatieve vereniging huisartsenpraktijk op. De dochter werkt niet. De arts factureert de medische werkzaamheden aan de coöperatie, die ze in rekening brengt aan patiënten en verzekeraars. De huisarts claimt ondernemersaftrek en mkb-winstvrijstelling. De Belastingdienst weigert deze aftrekposten.

Geen zelfstandigheid
Volgens de Belastingdienst is de huisarts geen ondernemer. De huisarts verricht naast haar werkzaamheden als huisarts voor de coöperatie, wel werkzaamheden voor derden, maar niet zelfstandig en voor eigen rekening. Uit de stukken blijkt namelijk dat de facturen voor een aantal instellingen zijn betaald op het rekeningnummer van de coöperatie, waarvan het bankrekeningnummer ook op de facturen staat.

Geen ondernemersrisico
De huisarts heeft geen ondernemersrisico gelopen. Ze werkt binnen het kader van de coöperatie, een rechtspersoon die zelfstandig aan het rechtsverkeer deelneemt en op eigen naam en voor eigen rekening en risico optreedt. Dat laatste volgt ook uit de letters U.A. (uitsluiting van aansprakelijkheid) aan het slot van haar handelsnaam.

De omstandigheid dat belanghebbende als huisarts wettelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor haar werkzaamheden, maakt niet dat de onderneming feitelijk door belanghebbende is gedreven in plaats van door de coöperatie. Ook de omstandigheid dat de omzet van de coöperatie wordt gegenereerd door de werkzaamheden die belanghebbende verricht, maakt niet dat de onderneming voor rekening en risico van belanghebbende wordt gedreven in plaats van door de coöperatie. De huisartsenpraktijk wordt dus voor rekening en risico van de coöperatie gedreven.

Schijnconstructie?
De huisarts is van mening dat door de coöperatie heen gekeken moet worden, omdat zij alle economische risico’s loopt. De oprichting van de coöperatie is een schijnconstructie geweest en feitelijk drijft zij de onderneming van de coöperatie.

Oordeel rechter
De rechter stelt de Belastingdienst in het gelijk.

Tip: Het lijkt erop dat iemand voor de huisarts en haar dochter een niet helemaal doordachte fiscale constructie heeft opgezet. Laat u deskundig adviseren over de rechtsvorm van uw onderneming.

Vader laat zwart geld na

Vader overlijdt in het jaar 2000. Zijn dochter is enig erfgenaam. In juni 2014 dient ze voor de inkomstenbelasting een verklaring vrijwillige verbetering in. Ze geeft daarin buitenlands vermogen aan dat ze in 2000 door vererving heeft verkregen. Het betreft geld op een bankrekening in Duitsland, dat later is overgebracht naar Zwitserland. De Belastingdienst legt in januari 2016 een navorderingsaanslag successierecht op over het jaar 2000. Kan dat?

Edelweisswetgeving
Met ingang van 2012 kan de Belastingdienst onbeperkt erfbelasting navorderen over buitenlands vermogen. De daarvoor bestaande termijn van twaalf jaar kon immers worden omzeild door pas na die twaalf jaar openheid van zaken te geven. De wet kent een zekere terugwerkende kracht die mogelijk in strijd is met Europese wetgeving. Daarop beroept de dochter zich in deze zaak.

Oordeel rechter
In dit geval is het buitenlandse vermogen van vader in 2000 bewust buiten de aangifte recht van successie gelaten. De dochter is namelijk enig erfgenaam, de buitenlandse bankrekening staat op haar naam en ze heeft een deel van het vermogen in de tussenliggende jaren consumptief besteed. Bovendien is ze pas veertien jaar na het overlijden ingekeerd. Daarom komt haar geen recht toe zich te beroepen op een mogelijk verbod op terugwerkende kracht.  

De wet is volgens de rechter met de nodige waarborgen omkleed. Zou de wetgever, in plaats van een onbeperkte navorderingstermijn, hebben gekozen voor een langere termijn dan twaalf jaar, dan valt niet uit te sluiten, dat ook dan wordt gekozen voor het ‘uitzweten’ van deze langere termijn.

Bovendien vindt de rechter in dit geval de navorderingstermijn, die neerkomt op iets meer dan 15,5 jaar, alleszins aanvaardbaar.

Tip: Het kan u gebeuren, u erft buitenlands vermogen dat de erflater nooit had aangegeven. Dat betekent nog niet dat u het zomaar buiten uw aangiften kunt laten. Bespreek de situatie tijdig met uw fiscaal adviseur.

Ontslag wegens flesje water

Een medewerker van KLM Catering Services Schiphol handelt vertrekkende en aankomende cateringtrolleys af. Hij pakt een flesje water van een trolley dat bestemd was om te worden weggegooid en vult daarmee zijn persoonlijke dopperfles. Een leidinggevende ziet dit en op dezelfde dag volgt ontslag op staande voet. De medewerker gaat naar de rechter.

Bij de rechter
De medewerker erkent dat hij water uit een flesje van zijn werkgever heeft overgegoten in zijn eigen dopperfles.

De werkgever voert aan dat deze handeling in strijd is met het sinds jaar en dag door haar gevoerde en bij de medewerkers bekende strenge beleid inzake onrechtmatige toe-eigening en dat het vertrouwen in de medewerker hierdoor is weggevallen.

De werkgever geeft daadwerkelijk uitvoering aan dit beleid. Twee andere werknemers zijn al eerder op staande voet ontslagen wegens het nuttigen van cola respectievelijk appelsap.

Het beleid is op verschillende wijzen onder de aandacht van het personeel gebracht, onder meer door toezending van een brief aan het huisadres. Ook de regels inzake het gebruik van de persoonlijke dopperfles en watertappunten zijn voldoende aan de medewerkers kenbaar gemaakt.

De medewerker had het beleid moeten kennen en kende het ook. Dat blijkt uit verklaringen van getuigen die zagen dat hij het water nogal stiekem overgoot in zijn dopperfles, in plaats van het rechtstreeks uit het teruggekomen flesje te drinken. De omstandigheid dat de medewerker het overgegoten water niet daadwerkelijk heeft opgedronken, doet hier niet aan af.

Oordeel rechter
De kantonrechter is van oordeel dat er in het onderhavige geval sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. De medewerker krijgt geen transitievergoeding, geen billijke vergoeding en geen vergoeding voor onregelmatige opzegging. Hij wordt zelfs veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de werkgever.

Tip: Een duidelijk beleid tegen diefstal, hoe klein ook, kunt u als werkgever handhaven, inclusief de sanctie van ontslag op staande voet. Laat u goed adviseren over de randvoorwaarden.

Ontslag op staande voet peperdure oplossing

Een koerier met een salaris van € 1.300 bruto per maand wordt begin februari 2020 op staande voet ontslagen, in de laatste maand van zijn tijdelijke contract. Dat komt zijn werkgever te staan op een veroordeling tot betaling van bijna € 8.000. Wat is er aan de hand?

Redenen ontslag op staande voet
In de brief waarin het ontslag op staande voet wordt bevestigd, noemt de werkgever als dringende redenen dat de koerier werk heeft geweigerd, gedreigd heeft de auto tegen een boom te parkeren en onverantwoordelijk rijgedrag heeft vertoond.

Werkweigering
De koerier moest zakelijke vrachten met valse papieren tegen het veel lagere tarief voor particulieren door de tunnel naar Engeland brengen. Hij was een paar keer door de douane gecontroleerd. Daarom wilde hij het zo niet meer doen.

Dat de koerier weigert om tegen de geldende regels in gebruik te maken van de personentrein, kan volgens de rechter geen dringende reden opleveren voor een ontslag op staande voet. Zelfs al zou het niet in strijd zijn met de geldende regels, dan had de werkgever eerst een gesprek moeten aangaan, dat schriftelijk vastleggen en de koerier vervolgens eerst te waarschuwen, voordat een ontslag op staande voet kon worden gegeven.

Dreigement auto tegen boom te parkeren
De werknemer legt de rechter uit dat hij het gevaarlijk vond om na een vermoeiende werkdag van acht uur nog een rit naar Engeland te maken en dat het gevaar bestond dat hij vanwege die vermoeidheid tegen een boom zou rijden. De werkgever kan niet aannemelijk maken dat de koerier gedreigd heeft om opzettelijk met de auto tegen een boom te rijden.

Onverantwoord rijgedrag
De werkgever maakt het gestelde onverantwoorde rijgedrag in de brief en bij de rechter niet concreet. Volgens de werkgever heeft hij de koerier in 2018 en 2019 een waarschuwing gegeven voor onverantwoord rijgedrag. Dat betekent volgens de rechter dat van een onverwijld gegeven ontslag op staande voet om deze reden geen sprake kan zijn.

Veroordeling werkgever
De werkgever moet betalen:

  • billijke vergoeding
  • vergoeding wegens onregelmatige opzegging
  • transitievergoeding
  • loon plus wettelijke verhoging van 20%
  • niet opgenomen vakantiedagen
  • vakantiegeld
  • aanzegvergoeding wegens te late aanzegging einde tijdelijk contract
  • proceskosten
  • wettelijke rente tot aan de dag van de gehele betaling

In totaal komt dit, zonder de wettelijke rente, uit op een bedrag van ruim € 7.700.

Let op: Als de werkgever twee weken eerder had besloten het contact van de koerier niet te verlengen, en als hij dit tijdig schriftelijk had aangezegd, had hij € 4.600 bespaard. De koerier zou dan slechts recht hebben op het loon over februari, niet opgenomen vakantiedagen en vakantiegeld.

Bijzonder uitstel loopt af: gespreid terugbetalen uitgestelde belasting

Heeft u gebruikgemaakt van de mogelijkheid van bijzonder uitstel van betaling voor uw belastingaanslagen vanwege de uitbraak van het coronavirus? Dan kan het zijn dat u brief ontvangt van de Belastingdienst met de mededeling dat dit bijzonder uitstel afloopt. Daarin wordt naast het beëindigde uitstel ook gewezen op de mogelijkheid om het uitstel te verlengen. Dat kan met een special formulier. Kiest u niet voor verlenging, dan hoeft de uitgestelde belasting echter niet in een keer terug te betalen. Het kabinet werkt momenteel een plan uit voor gespreide terugbetaling en maatwerk. Zodra er meer over de terugbetalingsmogelijkheden bekend is, wordt u hierover geïnformeerd.

Bijzonder uitstel loopt af: gespreid terugbetalen uitgestelde belasting

Heeft u gebruikgemaakt van de mogelijkheid van bijzonder uitstel van betaling voor uw belastingaanslagen vanwege de uitbraak van het coronavirus? Dan kan het zijn dat u brief ontvangt van de Belastingdienst met de mededeling dat dit bijzonder uitstel afloopt. Daarin wordt naast het beëindigde uitstel ook gewezen op de mogelijkheid om het uitstel te verlengen. Dat kan met een special formulier. Kiest u niet voor verlenging, dan hoeft de uitgestelde belasting echter niet in een keer terug te betalen. Het kabinet werkt momenteel een plan uit voor gespreide terugbetaling en maatwerk. Zodra er meer over de terugbetalingsmogelijkheden bekend is, wordt u hierover geïnformeerd.

Sinds 1 juli langer geboorteverlof partner

Vanaf 1 juli 2020 kan uw werknemer aanvullend geboorteverlof aanvragen. Dit verlof duurt minimaal 1 week en maximaal 5 weken. Uw werknemer moet dit verlof opnemen binnen 6 maanden na de geboorte van het kind, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • het kind is op of na 1 juli 2020 geboren;
  • uw werknemer is de partner van de moeder van het kind;
  • uw werknemer heeft eerst het standaard geboorteverlof (van een keer de werkweek van de werknemer) opgenomen.

U kunt zelf het aanvullend geboorteverlof voor uw werknemer aanvragen. Dit doet u via het werkgeversportaal of Digipoort. Dit kan zodra het kind is geboren en maximaal 4 weken voordat het verlof ingaat. Uw werknemer ontvangt tijdens het geboorteverlof 70% van het dagloon. Het UWV betaalt de uitkering aan u uit.