Loket SEPP-subsidie geopend – wees er op tijd bij!

U kunt als particulier subsidie krijgen voor de aankoop of (private) lease van een nieuwe elektrische auto. Daarvoor is namelijk op 3 januari jl. het loket voor de tijdelijke Subsidieregeling Elektrische Personenauto’s Particulieren (SEPP) opengegaan. Het subsidiebedrag bedraagt € 3.350 voor een nieuwe elektrische personenauto. In 2023 gaat dit subsidiebedrag naar € 2.950 en in 2024 naar € 2.550. Vanaf 2025 wordt geen subsidie meer verstrekt. U kunt in deze subsidieregeling ook subsidie krijgen voor de aanschaf van een gebruikte elektrische personenauto. Het subsidiebedrag bedraagt dan € 2.000. Dit bedrag blijft de komende jaren gelijk.

 Tip

De ervaring leert dat deze subsidiepot – met name voor nieuwe elektrische auto’s – razendsnel leeg is. Dus wacht niet te lang met uw aankoop of lease en het doen van de aanvraag.

Loket SEPP-subsidie geopend – wees er op tijd bij!

U kunt als particulier subsidie krijgen voor de aankoop of (private) lease van een nieuwe elektrische auto. Daarvoor is namelijk op 3 januari jl. het loket voor de tijdelijke Subsidieregeling Elektrische Personenauto’s Particulieren (SEPP) opengegaan. Het subsidiebedrag bedraagt € 3.350 voor een nieuwe elektrische personenauto. In 2023 gaat dit subsidiebedrag naar € 2.950 en in 2024 naar € 2.550. Vanaf 2025 wordt geen subsidie meer verstrekt. U kunt in deze subsidieregeling ook subsidie krijgen voor de aanschaf van een gebruikte elektrische personenauto. Het subsidiebedrag bedraagt dan € 2.000. Dit bedrag blijft de komende jaren gelijk.

 Tip

De ervaring leert dat deze subsidiepot – met name voor nieuwe elektrische auto’s – razendsnel leeg is. Dus wacht niet te lang met uw aankoop of lease en het doen van de aanvraag.

Fiscale maatregelen coalitieakkoord Rutte IV

Op 15 december 2021 is het coalitieakkoord “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst“ gepresenteerd. Voor de komende jaren zijn forse fiscale ingrepen opgenomen. We geven een overzicht van de belangrijkste maatregelen voor het MKB.

Inkomstenbelasting

  • Het wetsvoorstel excessief lenen voor DGA’s wordt aangepast, waarbij de grens wordt verhoogd van € 500.000 naar € 700.000.
  • De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 2023 met stappen van € 650 (inclusief basispad, laatste twee jaar in stappen van € 605) verder teruggebracht tot € 1.200 in 2030. Zelfstandigen worden gedurende de kabinetsperiode meer dan gecompenseerd via de verhoging van de arbeidskorting.
  • Per 2025 wordt er een nieuw Box 3-stelsel op basis van reëel rendement ingevoerd, waarbij inkomsten uit vermogen worden belast op basis van werkelijk rendement. Vooruitlopend daarop wordt per 2023 de leegwaarderatio afgeschaft, waardoor de belasting van het rendement op verhuurd vastgoed in Box 3 meer zal gaan aansluiten bij de praktijk. Dit draagt bij aan meer balans in het huidige fiscale regime voor particulieren en beleggers die woningen voor de verhuur financieren in Box 3. De opbrengst hiervan, samen met een extra budget van 200 miljoen euro, wordt gebruikt om de vrijstelling in Box 3 te verhogen naar ca. € 80.000. In het nieuwe Box 3-stelsel wordt sparen en beleggen direct op reëel rendement belast; de waardeontwikkeling van vastgoed zal aanvankelijk echter nog forfaitair worden belast, waarbij zo snel als mogelijk de overstap wordt gemaakt naar werkelijk rendement.
  • De middelingsregeling voor sterk wisselende inkomens wordt per 2023 afgeschaft.
  • Vanaf 1 januari 2024 wordt de onbelaste reiskostenvergoeding verhoogd.
  • Het is de ambitie om de toeslagen af te schaffen. Er komt een fundamentele herziening van de kinderopvangtoeslag. In stappen gaat de vergoeding van de kinderopvang naar 95% voor werkende ouders. De toeslag wordt direct uitgekeerd aan kinderopvanginstellingen zodat ouders niet meer worden geconfronteerd met hoge terugvorderingen. Ouders betalen alleen nog een kleine eigen bijdrage. Ook de huurtoeslag wordt hervormd en vereenvoudigd.
  • Het budget van de Energie-investeringsaftrek wordt per 1 januari 2023 met € 50 miljoen structureel verhoogd.
  • Het budget van de Milieu-investeringsaftrek wordt per 1 januari 2025 met € 30 miljoen structureel verhoogd.

 

Overdrachtsbelasting

  • De overdrachtsbelasting voor niet-woningen én op verkrijgingen van woningen door rechtspersonen en particulieren die niet zelf langdurig in de woningen gaan wonen wordt verhoogd van 8% naar 9%. Deze maatregel zorgt ervoor dat er meer ruimte ontstaat voor niet-beleggers. Deze maatregel wordt ingevoerd per 2023.

 

Schenk- en erfbelasting

  • De verruimde schenkingsvrijstelling eigen woning wordt per 2024 geschrapt.
  • BOR: De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de erf- en schenkbelasting en de inkomstenbelasting zijn belangrijk voor de continuïteit van bedrijven, met name van familiebedrijven, omdat voor veel van hen deze faciliteiten essentieel zijn voor het voortbestaan van de onderneming. In deze kabinetsperiode wordt in samenhang met de evaluatie van de BOR die in 2022 wordt afgerond, onderzocht hoe de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten kunnen worden verbeterd en oneigenlijk gebruik van de regeling kan worden tegengegaan, zodat de regeling wordt gebruikt waarvoor deze bedoeld is.

 

Accijnzen

  • Aanscherpen verbruiksbelasting niet-alcoholische dranken exclusief mineraalwater. Om te voorkomen dat over bier minder accijns moet worden betaald dan over frisdrank wordt het minimumtarief van bier ook verhoogd.
  • De tabaksaccijns wordt verhoogd naar ca. 10 euro per pakje. Dit gebeurt in 2 opvolgende stappen, zoals voorgesteld in het preventieakkoord.
  • Onderzocht wordt hoe op termijn een suikerbelasting kan worden ingevoerd en de BTW op groente en fruit naar 0% kan worden verlaagd.

 

Kilometerheffing en bpm

  • In 2030 wordt een MRB Plus (kilometerbeprijzing) ingevoerd met een vlak kilometertarief voor alle personen- en bestelauto’s. Er zijn hiervoor benodigde aanloopkosten bij het Ministerie van Financiën die nog in beeld worden gebracht en later zullen worden toegevoegd. De uitvoeringskosten na invoering die nodig zijn om deze maatregel uit te voeren, zullen meegenomen worden in de tariefstelling van de MRB plus. De MRB Plus wordt verder budgetneutraal ingevoerd. Dit betekent dat belastingderving (minder accijnsinkomsten en minder bpm, voor een klein deel gecompenseerd door meer inkomsten uit energiebelasting en mrb-inkomsten) terugkomt in de tarieven van de MRB Plus vanaf het moment van invoering. De derving door grondslagerosie door de groei van het aantal EV’s (personen- en bestelauto’s) wordt opgevangen vanaf 2030 binnen de MRB Plus. Het belastingniveau dat wordt aangehouden als referentie voor het opvangen van de grondslagerosie is het voor EV-stimulering gecorrigeerde belastingniveau in 2025, het jaar waarin de EVstimulering van het Klimaatakkoord grotendeels afloopt.
  • In de bpm geldt momenteel een vrijstelling voor bestelauto’s van ondernemers. Deze vrijstelling wordt per 1 januari 2024 in drie stappen naar nul afgebouwd in 2026. Hierna is het reguliere bpm-tarief voor bestelauto’s ook van toepassing voor ondernemers. De vrijstelling in de bpm voor emissievrije bestelauto’s blijft wel bestaan

Tip: Wilt u het hele coalitieakkoord lezen? U vindt het hier.

Belastingwijzigingen per 1 januari 2022

In 2022 wijzigen enkele belastingmaatregelen. Denk aan de vergoeding voor kosten van thuiswerken en de aanpassingen in de autobijtelling. We gaan in dit artikel in op de belangrijkste wijzigingen voor het MKB. Het artikel bevat aan het einde een link naar het complete overzicht.  

Thuiswerkkosten
Door de coronacrisis werken veel mensen thuis. Veel werknemers en werkgevers willen afspraken maken om ook na de crisis (deels) thuis te blijven werken. Daarom is het vanaf 1 januari 2022 mogelijk om een onbelaste vergoeding voor thuiswerkkosten van € 2 per dag te geven. Dit is gebaseerd op een berekening van het Nibud van de gemiddelde extra kosten per thuisgewerkte dag, voor bijvoorbeeld koffie en verwarming. Werkgevers en werknemers kunnen afspraken maken over welke dagen de werknemer thuiswerkt en welke dagen op kantoor. Op basis daarvan kan de werkgever een vaste vergoeding geven. Die vergoeding hoeft niet te worden aangepast als incidenteel op een thuiswerkdag toch op kantoor wordt gewerkt, of andersom.

Wonen
Vanaf 1 januari 2022 wordt de eigenwoningregeling op drie onderdelen aangepast. De regeling wordt rechtvaardiger door onbedoelde beperkingen op hypotheekrenteaftrek weg te nemen. Bijvoorbeeld voor mensen die samen met een partner een woning kopen en daarvoor zelf ook al een koopwoning hadden. Of voor mensen die een koopwoning hebben met een partner die komt te overlijden. Zo wordt het onder andere in meer gevallen mogelijk om voor het volledige bedrag van de eigenwoningschuld renteaftrek te krijgen.

Aftrekposten
Het tarief voor aftrekposten daalt in 2022 naar 40% (was 43%). Hogere inkomens (hoger dan € 69.398) gaan hierdoor minder voordeel hebben van aftrekposten zoals de hypotheekrenteaftrek, zelfstandigenaftrek en persoonsgebonden aftrekposten.

Per 1 januari 2022 wordt de zelfstandigenaftrek verlaagd van € 6.670 naar € 6.310. De zelfstandigenaf­trek wordt de komende jaren stapsgewijs afgebouwd tot € 3.240 in 2036.

Belasting voor bedrijven
De eerste tariefschijf van de vennootschapsbelasting wordt verlengd van € 245.000 naar € 395.000. Het tarief voor de vennootschapsbelasting voor winsten in de eerste tariefschijf blijft 15%. Het tarief voor winsten die vallen in de tweede tariefschijf wordt in 2022 verhoogd van 25% naar 25,8%.

Aanpak belastingontwijking
Bedrijven die belastingplichtig zijn in de vennootschapsbelasting kunnen vanaf 2022 beperkter verliezen verrekenen. Dit was een advies van de Adviescommissie belastingheffing van multinationals en hiermee wordt gezorgd dat bedrijven die in Nederland winst maken, hier wel belasting over betalen. Bedrijven mogen vanaf volgend jaar verliezen tot € 1.000.000 van de winst verrekenen en boven dat bedrag mogen verliezen nog maar met 50% van de winst verrekend worden. Hierbij vervalt de tijdslimiet van 6 jaar.

De zogenoemde hybride mismatches worden verder aangepakt. Met hybride mismatches konden bedrijven een betaling in het ene land aftrekken van hun belastingen zonder dat deze in het andere land werd belast, of 1 betaling in verschillende landen aftrekken.

Vanaf 2022 wordt ook de earningsstrippingmaatregel aangescherpt. Deze maatregel beperkt bedrijven in de rente die ze mogen aftrekken van de te belasten winst. Dit aftrekpercentage gaat in 2022 van 30% naar 20%.

Autobelastingen
Vanwege de verwachte technologische ontwikkeling van personenauto’s worden de CO2-grenzen en tarieven in de BPM aangescherpt. De verkoop van emissievrije auto’s (zoals elektrische auto’s en waterstofauto’s) wordt blijvend gestimuleerd, wat betekent dat de korting op de bijtelling tot 2025 behouden blijft.

Wel wordt de ‘cap’ in de bijtelling  – de maximumwaarde van de auto waarvoor de bijtellingskorting geldt – eerder verlaagd dan was afgesproken in het Klimaatakkoord. Vanaf 1 januari 2022 wordt de geldende korting van 6% op de bijtelling toegepast op een cap van € 35.000 en vanaf 2023 op een cap van € 30.000. Voor het resterende bedrag boven de cap blijft het normale bijtellingspercentage van 22% gelden. Daarnaast vinden er voor de BPM een aantal wijzigingen plaats, om zo knelpunten bij de import van gebruikte motorrijtuigen op te lossen.

Tip: Wilt u een compleet overzicht van de wijzigingen? U vindt het hier.

Vermogensheffing in 2017 en 2018 onrechtmatig

Een echtpaar had in 2017 en 2018 een vermogen in box 3 van meer dan € 750.000. Hierover werd in 2017 en in 2018 circa € 12.000 inkomstenbelasting geheven. Het werkelijk rendement was € 6.612 in 2017 en € 3.528 in 2018. Het echtpaar nam deel aan de massaal bezwaarprocedures over deze jaren. De hoogste rechter biedt rechtsherstel wegens onrechtmatigheid.

Rechtsvraag
De vraag is of het voor de jaren 2017 en 2018 geldende stelsel voor de bepaling van de heffingsgrondslag voor het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (Box 3) zich verdraagt met het in internationale verdragen neergelegde recht op ongestoord genot van eigendom en het verbod op discriminatie. Is dat niet het geval, dan is de vraag of de belastingrechter rechtsherstel kan en moet bieden.

Oordeel
Voor het met ingang van 2017 geldende forfaitaire stelsel in Box 3 is geen toereikende rechtvaardiging aan te wijzen. Voor degene die door dit forfaitaire stelsel wordt geconfronteerd met een heffing naar een voordeel uit sparen en beleggen dat hoger is dan het werkelijk behaalde rendement leidt dit tot een schending van zijn door internationale verdragen gewaarborgde rechten.

Rechtsherstel: waarom nu wel?
Anders dan voorheen ziet de Hoge Raad zich nu genoodzaakt om de belastingplichtigen zelf adequate rechtsbescherming te bieden tegen de geconstateerde schending van zijn fundamentele rechten.

Niet langer kan namelijk worden volstaan met de constatering van de schending of een onderzoek naar een individuele buitensporige last. Daaraan staan in de weg dat het ontbreken van een ‘fair balance’ ook het hiervoor genoemde discriminerende karakter heeft, dat de nu geldende regeling nog steeds dezelfde tekortkomingen bevat als die voor de jaren 2017 en 2018, en dat de wetgever weliswaar sinds 2015 werkt aan spoedige invoering van een heffing op basis van werkelijke rendementen, maar die invoering gezien het coalitieakkoord niet vóór 2025 kan worden verwacht.

De omstandigheid dat deze zaak voortkomt uit een massaalbezwaarprocedure en de uitkomst daarvan van belang kan zijn voor de beslechting van een groot aantal andere geschillen met de daaraan verbonden uitvoeringsproblemen, kan geen reden zijn rechtsherstel voor deze belastingplichtige achterwege te laten.

Rechtsherstel: hoe?
Het echtpaar haalde in 2017 en 2018 uit hun bezittingen in Box 3 een rendement van respectievelijk € 6.612 en € 3.528. De Hoge Raad biedt rechtsherstel door alleen dit werkelijke rendement in de heffing te betrekken.

Let op: Deze uitspraak heeft verstrekkende gevolgen en kan een flink gat in de Rijksbegroting slaan. De overheid beraadt zich op de gevolgen van de uitspraak.

Aanpassing huur bedrijfsruimte wegens lockdown

De hoogste rechter heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of en, zo ja, op welke wijze de overeengekomen huurprijs kan worden verminderd als een huurder van bedrijfsruimte, die voor zijn omzet afhankelijk is van de komst van publiek, deze ruimte niet of slechts in geringe mate kan exploiteren als gevolg van overheidsmaatregelen in verband met de coronapandemie.

Brede toepassing
Deze uitspraak heeft mede betrekking op andere bedrijfsruimte dan horeca, en niet alleen op sluiting maar ook op andere overheidsmaatregelen – waaronder begrepen overheidshandelen zoals adviezen – in verband met de coronapandemie als gevolg waarvan het gehuurde niet of slechts in geringe mate kan worden geëxploiteerd. Onder het niet of slechts in geringe mate kunnen exploiteren van het gehuurde wordt in deze uitspraak ook begrepen dat geen of veel minder publiek in de gehuurde bedrijfsruimte komt als gevolg van overheidsmaatregelen in verband met de coronapandemie.

Vermindering huur wegens onvoorziene omstandigheid
De omstandigheid dat een huurder die voor zijn omzet afhankelijk is van de komst van publiek, als gevolg van overheidsmaatregelen in verband met de coronapandemie de door hem gehuurde bedrijfsruimte niet of slechts in geringe mate kan exploiteren, is bij een huurovereenkomst gesloten voor 15 maart 2020, behoudens concrete aanwijzingen voor het tegendeel, een onvoorziene omstandigheid op grond waarvan de rechter de huurovereenkomst kan aanpassen door de huurprijs te verminderen.

Voor nadien gesloten overeenkomsten dient per geval te worden beoordeeld of sprake is van een dergelijke onvoorziene omstandigheid.

Berekening huurprijsvermindering: vastelastenmethode
Nadeel veroorzaakt door de onvoorziene omstandigheid valt in de regel noch in de risicosfeer van de huurder, noch in die van de verhuurder. De verstoring van de waardeverhouding tussen de wederzijdse prestaties wordt daarom in beginsel het beste ondervangen door dit nadeel – voor zover niet reeds gecompenseerd door de financiële steun van de overheid aan de huurder in de vorm van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (hierna: TVL) – gelijk te verdelen over de verhuurder en de huurder. De redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat op grond van omstandigheden gelegen in bijvoorbeeld de hoedanigheid van een huurder of verhuurder of de financiële positie van een der partijen, wordt afgeweken van de gelijke verdeling van het nadeel.

Als het verdelen van het nadeel gerechtvaardigd wordt bevonden, kan de vermindering van de huurprijs berekend worden overeenkomstig de zogenoemde vastelastenmethode. De toepassing daarvan resulteert in een percentage waarmee de contractueel verschuldigde huurprijs wordt verminderd. Voor de hand ligt om de huurprijsvermindering te berekenen per termijn waarover de huurprijs is verschuldigd.

Vastelastenmethode: uitwerking
De vastelastenmethode kent de volgende stappen ter berekening van de huurprijsvermindering.

  1. De overeengekomen huurprijs wordt uitgedrukt in een percentage van het totaalbedrag aan vaste lasten.
  2. Het met dat percentage overeenstemmende deel van de TVL waarop de huurder aanspraak kan maken, wordt afgetrokken van het bedrag van de overeengekomen huurprijs.
  3. De procentuele omzetvermindering wordt vastgesteld door de omzet in de periode waarover de huurprijsvermindering berekend wordt (hierna: de lagere omzet) te vergelijken met de omzet in een vergelijkbaar tijdvak voorafgaand aan de coronapandemie (hierna: de referentieomzet) volgens de formule: 100% – (100% x (de lagere omzet : de referentieomzet)).
  4. Het met de verstoring van de waardeverhouding samenhangende nadeel wordt gelijk verdeeld over de verhuurder en de huurder (ieder 50% van het nadeel), tenzij uit de in art. 6:258 lid 1 BW bedoelde redelijkheid en billijkheid een andere verdeling volgt.

Het bedrag van de huurkorting kan vervolgens worden berekend volgens de formule: (overeengekomen huurprijs – gedeelte van de TVL dat aan de huur wordt toegerekend) x percentage omzetvermindering x 50%.

Vastelastenmethode: voorbeeld
Uitgewerkt aan de hand van fictieve bedragen, waarbij de huurprijs € 4.500, de vaste lasten € 25.000, de TVL € 10.000, de behaalde lagere omzet € 20.000 en de referentieomzet € 100.000 bdragen, ziet de berekening er als volgt uit.

  1. Eerst wordt bepaald welk percentage van de vaste lasten is gemoeid met betaling van de overeengekomen huurprijs (100% x (€ 4.500 : € 25.000) = 18%).
  2. Omdat de huurder aanspraak kan maken op TVL, wordt op het bedrag van de overeengekomen huurprijs 18% van de TVL van € 10.000 (= € 1.800) in mindering gebracht.
  3. Vervolgens wordt het percentage van de omzetdaling berekend (100% – (100% x (€ 20.000 : € 100.000)) = 80%), en wordt aan de hand van dit percentage vastgesteld welk deel van de na stap b resterende huur wordt gerelateerd aan de omzetdaling.
  4. Ten slotte wordt het met de verstoring van de waardeverhouding samenhangende nadeel gelijk verdeeld over de verhuurder en de huurder (ieder 50% van het nadeel).

Een en ander resulteert in dit voorbeeld in de volgende huurprijsvermindering: (€ 4.500 – € 1.800) x 80% x 50% = € 1.080, derhalve 24% van de overeengekomen huurprijs.

Tip: Bent u als huurder van bedrijfsruimte getroffen door de coronamaatregelen, dan heb u met deze uitspraak een instrument in handen om tot een redelijke verlaging van de huurprijs (met terugwerkende kracht) te komen.

Laat uw voorlopige IB-aanslag controleren

Hebt u van de Belastingdienst eind vorig jaar een voorlopige aanslag of teruggaaf inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen 2022 ontvangen? Laat deze dan goed controleren. De eindafrekening met de Belastingdienst vindt plaats na afloop van het jaar, wanneer u de aangifte inkomstenbelasting hebt ingediend. Heeft u dan te weinig inkomstenbelasting betaald of juist te veel teruggaaf gehad, dan moet u die belasting alsnog betalen. Verwacht u een wijziging in uw inkomen – bijvoorbeeld door de coronacrisis – of in uw privéomstandigheden? Of heeft u een inkomen in de hoogste tariefschijf, waardoor u aanmerkelijk minder aftrek heeft? Laat dan uw voorlopige aanslag of teruggaaf 2022 controleren en zo nodig aanpassen.

Tip

Laat uw voorlopige teruggaaf of aanslag 2022 binnen 6 weken controleren, zodat nog tijdig bezwaar kan worden gemaakt, mocht dat nodig zijn.

 

Laat uw voorlopige IB-aanslag controleren

Hebt u van de Belastingdienst eind vorig jaar een voorlopige aanslag of teruggaaf inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen 2022 ontvangen? Laat deze dan goed controleren. De eindafrekening met de Belastingdienst vindt plaats na afloop van het jaar, wanneer u de aangifte inkomstenbelasting hebt ingediend. Heeft u dan te weinig inkomstenbelasting betaald of juist te veel teruggaaf gehad, dan moet u die belasting alsnog betalen. Verwacht u een wijziging in uw inkomen – bijvoorbeeld door de coronacrisis – of in uw privéomstandigheden? Of heeft u een inkomen in de hoogste tariefschijf, waardoor u aanmerkelijk minder aftrek heeft? Laat dan uw voorlopige aanslag of teruggaaf 2022 controleren en zo nodig aanpassen.

Tip

Laat uw voorlopige teruggaaf of aanslag 2022 binnen 6 weken controleren, zodat nog tijdig bezwaar kan worden gemaakt, mocht dat nodig zijn.

 

Voorkom bijbetaling vennootschapsbelasting

Laat een reële inschatting maken van de verschuldigde vennootschapsbelasting in 2022, zodat uw bv niet een te lage voorlopige aanslag voor de vennootschapsbelasting krijgt opgelegd. Als uw bv na afloop van het jaar vennootschapsbelasting blijkt te moeten bijbetalen, dan loopt zij het risico daarover 8% belastingrente in rekening gebracht te krijgen. Laat ook controleren of u over 2021 voldoende vennootschapsbelasting hebt betaald. Misschien doet uw bedrijf het beter dan u begin 2021 had verwacht en is uw winst waarschijnlijk hoger. Verzoek dan om een aanvullende voorlopige aanslag of vraag uw adviseur om dat voor u te doen..

Tip

Laat uw voorlopige aanslag controleren en zorg dat uw bv geen vennootschapsbelasting moet bijbetalen, verhoogd met 8% belastingrente.

Voorkom bijbetaling vennootschapsbelasting

Laat een reële inschatting maken van de verschuldigde vennootschapsbelasting in 2022, zodat uw bv niet een te lage voorlopige aanslag voor de vennootschapsbelasting krijgt opgelegd. Als uw bv na afloop van het jaar vennootschapsbelasting blijkt te moeten bijbetalen, dan loopt zij het risico daarover 8% belastingrente in rekening gebracht te krijgen. Laat ook controleren of u over 2021 voldoende vennootschapsbelasting hebt betaald. Misschien doet uw bedrijf het beter dan u begin 2021 had verwacht en is uw winst waarschijnlijk hoger. Verzoek dan om een aanvullende voorlopige aanslag of vraag uw adviseur om dat voor u te doen..

Tip

Laat uw voorlopige aanslag controleren en zorg dat uw bv geen vennootschapsbelasting moet bijbetalen, verhoogd met 8% belastingrente.