Toch meer tijd voor aanvraag vaststelling NOW 1.0

Hebt u voor 31 oktober jl. een vaststellingsverzoek NOW 1.0 ingediend bij het UWV, maar kon u de benodigde derden- of accountantsverklaring nog niet overleggen? In dat geval hebt u 14 weken uitstel gekregen om dat alsnog te doen. U kunt de derden- of de accountantsverklaring nog tot uiterlijk 6 februari 2022 indienen bij het UWV.

Is het u niet gelukt om voor 31 oktober jl. een vaststellingverzoek aan te vragen? In dat geval krijgt u uiterlijk tot en met 9 januari 2022 de tijd om dat alsnog te doen. Moet u bij uw aanvraag een derden- of accountantsverklaring bijvoegen, maar lukt dat niet voor 10 januari 2022, dan krijgt u daarvoor nog 14 weken de tijd.

Tip

Dien tijdig (de aanvulling op) uw vaststellingsverzoek in en voorkom dat u het volledige in voorschot uitbetaalde bedrag van de NOW 1.0 moet terugbetalen.

Ontslag tijdens opleiding

Een medewerker is op 4 januari 2021 in dienst getreden als metrobestuurder op basis van een jaarcontract. Verder is afgesproken dat de arbeidsovereenkomst tussentijds kan worden beëindigd als de werknemer na de opleidingsperiode niet voldoet aan de functie-eisen. Op 8 maart  krijgt hij een brief: het contract stopt per 1 mei omdat hij niet aan de functie-eisen voldoet en zal voldoen. Kan dat arbeidsrechtelijk en wat zijn dan de gevolgen?

Tussentijds opzegbaar?
Volgens de werkgever heeft hij op grond van de arbeidsovereenkomst het recht de arbeidsovereenkomst tussentijds te beëindigen. De rechter denkt daar anders over. Nog los van het feit dat ook dan beëindigd moet worden volgens de regels (bijvoorbeeld schriftelijke instemming van de werknemer, toestemming UWV): het beding in de arbeidsovereenkomst is slechts geldig als het schriftelijk is overeengekomen en voor beide partijen geldt. De arbeidsovereenkomst geeft in dit geval echter alleen de werkgever het recht deze tussentijds te beëindigen.

Het beding is dus niet geldig en de werkgever had de arbeidsovereenkomst daarom niet ‘zomaar’ tussentijds mogen beëindigen.

Vergoeding
De werknemer legt zich neer bij het einde van de arbeidsovereenkomst, maar wil wel de vergoeding waarop hij recht heeft.

De wet bepaalt dat in een geval als dit de werkgever aan de werknemer een vergoeding verschuldigd is gelijk aan het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben als deze van rechtswege zou zijn geëindigd. De werknemer heeft dus in beginsel recht op een vergoeding gelijk aan het loon dat hij tussen 1 mei 2021 en 4 januari 2022 ontvangen zou hebben.

De rechter kan deze vergoeding echter matigen als hem dit met het oog op de omstandigheden billijk voorkomt. De rechter kan de vergoeding niet tot minder matigen dan het loon voor drie maanden.

Het gedrag van de medewerker kwam niet overeen met wat de werkgever mag verwachten van een metrobestuurder in opleiding. Een tekenend voorbeeld is dat de medewerker er meerdere keren op aangesproken moest worden dat hij in de les geen (eigen) muts of pet mag dragen. Het gedrag verbeterde niet en daarom wilde de werkgever op dat moment niet verder met de medewerker.

Omdat de werknemer van zijn gedrag een verwijt te maken valt en hij van de twaalf maanden dat de arbeidsovereenkomst zou duren, maar anderhalve maand daadwerkelijk heeft gewerkt, matigt de rechter de vergoeding tot de minimale drie maanden loon, € 9.647,91 bruto.

Let op: Als een werkgever een tijdelijk contract tussentijds eenzijdig opzegt, moet hij als vergoeding betalen wat de werknemer zou hebben ontvangen bij uitdienen van het tijdelijke contract. Alleen in bijzondere omstandigheden, die de werkgever moet aanvoeren en aannemelijk maken, kan de rechter deze vergoeding matigen.

Bijtelling DGA in autobranche

Bij een belastingcontrole bij een directeur-grootaandeelhouder (DGA) met bedrijven in de autobranche komt de bijtelling wegens privégebruik auto aan de orde. De Belastingdienst telt over de gecontroleerde jaren privégebruik bij van een auto met een catalogusprijs van € 100.000. Volgens de DGA rijdt hij echter nooit zelf. Hij laat zich rijden door zijn echtgenote in haar auto.

Beschikking over wagenpark
De DGA heeft geen privéauto. Als directeur kon hij echter beschikken over de auto’s die tot het wagenpark en de voorraad van de diverse bedrijven behoorden. Er is bij deze bedrijven geen administratie bijgehouden van het privégebruik.

Verklaringen medewerkers
De rechter is niet onder de indruk van door de DGA aangevoerde (identieke model-)verklaringen, dat hij volgens de ondertekenaars voor zover door hen waarneembaar nimmer een auto van het bedrijf heeft gebruikt en dat de auto waarmee hij naar afspraken ging in alle gevallen werd bestuurd door zijn echtgenote. Deze verklaringen zijn namelijk vele jaren na dato afgelegd, ze bevatten geen details over de auto’s waarin de DGA werd gereden en ze geven geen uitsluitsel over het autogebruik van de DGA buiten de waargenomen tijdstippen. De verklaringen leveren geen sluitend bewijs op.

Eigen verklaring
De rechter gelooft niet dat de DGA zelf nooit in een auto rijdt en altijd gereden wordt door zijn echtgenote in haar auto. De DGA heeft zich namelijk op de zitting laten ontvallen dat hij soms ‘s nachts of tijdens weekenden elders verbleef (niet bij zijn vrouw), en dan zelf gebruik maakte van een op dat moment beschikbare auto uit het wagenpark.

Oordeel rechter
De DGA is niet geslaagd in het vereiste bewijs om het voordeel wegens privégebruik auto op nihil te kunnen stellen. De Inspecteur heeft voor elk van de gecontroleerde jaren het voordeel wegens privégebruik auto terecht in de heffing betrokken. Door bij wijze van praktische oplossing dat voordeel te beperken tot een voordeel berekend over één auto met een cataloguswaarde van € 100.000 heeft de Belastingdienst niet een te hoog bedrag in aanmerking genomen.

Tip: De Belastingdienst heeft met de brancheorganisatie Bovag Autodealers voor haar leden een convenant bijtelling auto van de zaak gesloten.

Box 2-claim blijft na emigratie en remigratie

Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) emigreert naar het Verenigd Koninkrijk, twee jaar later naar België en na zestien jaar keert hij terug naar Nederland. Als de DGA in België woont, verhuist de feitelijke leiding van de BV naar Curaçao. Tegelijk met de DGA verhuist deze weer terug naar Nederland. Lukt het om op deze manier een deel van de Box 2-claim af te schudden?

Conserverende aanslag
De DGA heeft de BV ooit opgericht voor € 18.151, de historische verkrijgingsprijs van zijn aandelen. Bij emigratie naar het Verenigd Koningrijk kreeg hij een conserverende aanslag ter hoogte van 25% (tarief Box 2) over het verschil tussen de waarde van de aandelen op dat moment en de historische verkrijgingsprijs: 25% van € 2.476.010. Tien jaar na emigratie is deze conserverende aanslag kwijtgescholden. Tot zover gewoon toepassing van de geldende regels.

Terugkeer naar Nederland
Enkele jaren na die kwijtschelding vestigt de DGA zich met zijn BV weer in Nederland. De aandelen zijn dan € 3.149.826 waard. Tien jaar na verplaatsing van de feitelijke leiding waren de aandelen € 3.028.836 waard.

De vraag is wat nu de nieuwe verkrijgingsprijs van de aandelen in de BV is. Waarom is deze vraag van belang? Als de DGA als inwoner van Nederland de aandelen verkoopt, moet hij  Box 2-heffing betalen over het verschil tussen de verkoopopbrengst en de verkrijgingsprijs.  

De nieuwe verkrijgingsprijs is niet € 18.151. Helaas ook niet € 3.149.826, de waarde bij terugkeer naar Nederland. De nieuwe verkrijgingsprijs is volgens de rechter € 18.151, plus het verschil tussen € 3.149.826 en € 3.028.836 (de waardeaangroei na tien jaar na zetelverplaatsing): € 139.141.

Let op: Over internationale taxplanning gaan soms nog heldhaftige verhalen rond. Maar emigratie en verplaatsing van feitelijke leiding vragen zorgvuldige planning en brengen flinke kosten met zich mee. Bovendien werken de ingevoerde antimisbruikbepalingen, zoals ook in deze zaak, wel degelijk. Het maatschappelijke sentiment rond belastingontwijking is inmiddels heel anders dan twintig jaar geleden, het jaar waarin de DGA in deze zaak emigreerde.

Negatief verlofsaldo bij tijdelijk contract

Een autopoetser werkt op basis van een jaarcontract en een 40-urige werkweek. Meer en minder gewerkte uren worden wekelijks verrekend met het vakantieverlofsaldo. Er ontstaat een negatief saldo van 15 dagen. Twee weken voor einde contract deelt de werkgever mee dat het contract niet wordt verlengd. Hij houdt het negatieve verlofsaldo in op de eindafrekening. Het woord is aan de rechter.

Teveel opgenomen vakantieverlof?
De autopoetser heeft niet altijd het overeengekomen aantal uren per week gewerkt. Via het tijdregistratiesysteem was voor beide partijen per dag zichtbaar of minder dan het overeengekomen aantal uur werd gewerkt. Indien dit geen gevolg was van ziekteverlof of van zorgverlof werd de autopoetser geacht dit op een ander moment in te halen.

Volgens de rechter kan een eventueel tekort aan uren niet eenzijdig door de werkgever worden aangemerkt als opgenomen verlof.

Een werknemer die de mogelijkheid krijgt minder te werken mits dit wordt ingehaald, ‘verdient’ het doorbetaalde volledige salaris slechts als het werk ook wordt ingehaald. Indien de werknemer daartoe in staat wordt gesteld maar dit niet doet, zal het loon in zoverre als onverschuldigd betaald kunnen worden aangemerkt. Op de werkgever rust, zeker gelet op de bepaalde tijd van de arbeidsovereenkomst, de zorgplicht te voorkomen dat het inhalen van de niet gewerkte uren feitelijk onmogelijk wordt.

Bevoegdheid tot verrekening negatief verlofsaldo met de eindafrekening?
Volgens de rechter moest de werkgever er, juist met het oog op de bepaalde duur van het dienstverband en mede gelet op zijn bekendheid met de afhankelijkheid van de autopoetser van het salaris erop toezien dat ieder jaar geen te groot negatief verlofsaldo zou ontstaan.

Ook als ervan wordt uitgegaan dat dit in de loop van een volgend jaar kan worden hersteld door onbetaald extra uren te werken (het ‘tijd-voor-tijd’ systeem) mag dat negatieve saldo niet zo groot worden, dat dit niet meer tijdens het dienstverband kan worden ingehaald met het gevolg dat een (te) groot bedrag met het salaris zal moeten worden verrekend.

Uiteraard is de werknemer ook zelf daarvoor verantwoordelijk. In een werksituatie waarin een werknemer te gemakkelijk te weinig uren kan werken en waarin prikkels ontbreken om te voorkomen dat er te grote achterstanden ontstaan (bijvoorbeeld door periodiek de stand van zaken op te nemen en verder oplopen van het tekort niet toe te staan), raakt dit echter toch de eerste verantwoordelijkheid van de werkgever. Het systeem dat de werkgever hanteert, is teveel gebaseerd op de gedachte dat niet gewerkte uren wel kunnen worden ingehaald, welke mogelijkheid nu eenmaal begrensd is.

Gelet op de datum waarop de werkgever kenbaar heeft gemaakt dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd, was het voor de werknemer op dat moment ook redelijkerwijs niet meer mogelijk om een negatief verlofsaldo van bijna vijftien werkdagen tijdens het dienstverband in te halen door extra te werken. Het lag op de weg van de werkgever om hiervoor een reële gelegenheid te geven.

Negatief verlofsaldo voor rekening van werkgever
Dat de autopoetser de teveel opgenomen vakantie-uren uiteindelijk niet meer heeft gewerkt, dient voor rekening van de werkgever te blijven. Dit betekent dat hij geen verlofuren met de eindafrekening had mogen verrekenen.

Let op: Deze uitspraak is belangrijk als u met tijdelijke contracten werkt. Een negatief verlofsaldo kunt u als werkgever bij het aflopen van een tijdelijk contract niet altijd verrekenen met de laatste salarisbetaling. In deze zaak speelde overigens niet de vergoeding wegens te late aanzegging. Die had de werkgever wel netjes betaald.

Vraag tijdig subsidie aan voor ongedekte vaste kosten van uw landbouwbedrijf

Bent u land- of tuinbouwer en hebt u de maximale TVL (€ 225.000) aangevraagd of heeft de rvo u de maximale TVL toegezegd? Dan kan het zijn dat die maximale steun niet toereikend is om uw vaste kosten te betalen. Daarom is er een aanvullende regeling getroffen: de Subsidie ongedekte vaste kosten land- en tuinbouw (OVK). Naast dat u moet voldoen aan de voorwaarden voor de TVL, moet u onder meer in het derde kwartaal 30% omzetverlies hebben geleden ten opzichte van het derde kwartaal van 2019. Hebt u een mkb-bedrijf (tot 250 medewerkers) dan krijgt u 70% van uw ongedekte vaste lasten vergoed met een maximum van € 550.000. Hebt u een bedrijf met meer dan 250 medewerkers, dan bedraagt het maximum € 600.000. U kunt de OVK-subsidie voor het derde kwartaal 2021 nog tot en met 15 november 2021 aanvragen bij de rvo.

Tip

Is de OVK-subsidie voor u een welkome extra ondersteuning? Zorg er dan voor dat u de aanvraag voor deze subsidie op tijd indient bij de RVO.

Vraag tijdig subsidie aan voor ongedekte vaste kosten van uw landbouwbedrijf

Bent u land- of tuinbouwer en hebt u de maximale TVL (€ 225.000) aangevraagd of heeft de rvo u de maximale TVL toegezegd? Dan kan het zijn dat die maximale steun niet toereikend is om uw vaste kosten te betalen. Daarom is er een aanvullende regeling getroffen: de Subsidie ongedekte vaste kosten land- en tuinbouw (OVK). Naast dat u moet voldoen aan de voorwaarden voor de TVL, moet u onder meer in het derde kwartaal 30% omzetverlies hebben geleden ten opzichte van het derde kwartaal van 2019. Hebt u een mkb-bedrijf (tot 250 medewerkers) dan krijgt u 70% van uw ongedekte vaste lasten vergoed met een maximum van € 550.000. Hebt u een bedrijf met meer dan 250 medewerkers, dan bedraagt het maximum € 600.000. U kunt de OVK-subsidie voor het derde kwartaal 2021 nog tot en met 15 november 2021 aanvragen bij de rvo.

Tip

Is de OVK-subsidie voor u een welkome extra ondersteuning? Zorg er dan voor dat u de aanvraag voor deze subsidie op tijd indient bij de RVO.

Tijd dringt voor aanvraag vaststelling TVL Q1

Hebt u TVL-subsidie ontvangen in het eerste kwartaal van 2021 (Q1)? U hebt dan nog tot en met 11 november 2021 om de RVO te verzoeken het definitieve bedrag van de TVL Q1 vast te stellen. U gaat hiervoor naar mijn.rvo.nl/tvl en vervolgens naar ‘Aanvraag Beheren’. In het vaststellingsformulier geeft u de werkelijke omzet in het eerste kwartaal aan. De RVO heeft het formulier al grotendeels ingevuld met behulp van gegevens van de Belastingdienst. Bent u het met de ingevulde gegevens eens, dan kunt u akkoord geven. Zo niet, dan past u de gegevens aan. Blijkt u minder omzetverlies te hebben dan u had ingeschat, dan moet u TVL terugbetalen. Daarvoor kunt u via de website van de RVO ruime, renteloze betalingsregelingen treffen. U kunt kiezen uit terugbetaling in 6 of 12 maandelijkse termijnen. Ook kunt u een persoonlijke betalingsregeling krijgen.

 Tip

Zorg dat u de juiste bewijsstukken bij uw vaststellingsverzoek voegt. Dit verkort de afhandelingsduur.

Tijd dringt voor aanvraag vaststelling TVL Q1

Hebt u TVL-subsidie ontvangen in het eerste kwartaal van 2021 (Q1)? U hebt dan nog tot en met 11 november 2021 om de RVO te verzoeken het definitieve bedrag van de TVL Q1 vast te stellen. U gaat hiervoor naar mijn.rvo.nl/tvl en vervolgens naar ‘Aanvraag Beheren’. In het vaststellingsformulier geeft u de werkelijke omzet in het eerste kwartaal aan. De RVO heeft het formulier al grotendeels ingevuld met behulp van gegevens van de Belastingdienst. Bent u het met de ingevulde gegevens eens, dan kunt u akkoord geven. Zo niet, dan past u de gegevens aan. Blijkt u minder omzetverlies te hebben dan u had ingeschat, dan moet u TVL terugbetalen. Daarvoor kunt u via de website van de RVO ruime, renteloze betalingsregelingen treffen. U kunt kiezen uit terugbetaling in 6 of 12 maandelijkse termijnen. Ook kunt u een persoonlijke betalingsregeling krijgen.

 Tip

Zorg dat u de juiste bewijsstukken bij uw vaststellingsverzoek voegt. Dit verkort de afhandelingsduur.

Vraag nieuwe subsidie aan voor advies bij verduurzaming

Wilt u uw bedrijf verduurzamen, maar hebt u geen tijd om u daarin te verdiepen? Sinds 1 oktober jl. kunt u onder voorwaarden een subsidie van maximaal € 2.500 krijgen voor het laten opstellen van een energieadvies. De energieadviseur zoekt voor u uit hoe u het beste energie kunt besparen en de CO2-uitstoot van uw bedrijfspand kunt beperken. Denk aan maatregelen als isolatie, zonnepanelen, zonneboilers of een waterpomp. Datzelfde geldt voor de energiebesparende maatregelen in uw bedrijfsvoering. Denk aan koeling, keuken- en ICT-apparatuur en elektrische bedrijfswagens. Daarnaast kunt u subsidie krijgen voor ondersteuning bij de uitvoering van de maatregelen, bijvoorbeeld voor het inschakelen van een accountant of projectleider die het inkooptraject en de financiering regelt.

Tip

De subsidie is specifiek bedoeld voor de mkb-ondernemer. U kunt de subsidie bij de RVO aanvragen tot en met 30 september 2022. De subsidies worden verstrekt op volgorde van binnenkomst. Dus wacht niet te lang met uw aanvraag, want op is op.