Vraag vóór 1 november aanslag aan voor verlaging box-3-grondslag

Bepaalde belastingschulden verminderen niet de rendementsgrondslag van box 3. Dit kunt u omzeilen door een voorlopige aanslag aan te vragen en deze voor het einde van het jaar te betalen. Op de peildatum van box 3 (1 januari) heeft het bedrag van de aanslag zo toch de box-3-grondslag verminderd. Maar deze vlieger gaat niet op als de inspecteur de aanslag niet tijdig oplegt, waardoor u niet voor het einde van het jaar kunt betalen. Dat vindt de staatssecretaris niet rechtvaardig. Hij keurt daarom goed dat als u vóór 1 november van het jaar schriftelijk om een (nadere) voorlopige aanslag hebt verzocht, de desbetreffende belastingschuld al per 1 januari van het volgende jaar (peildatum) als betaald wordt beschouwd bij de berekening van de box-3-grondslag. Dus ook als u de aanslag nog niet hebt betaald.

Tip

Maak gebruik van deze goedkeuring en zorg dat u vóór 1 november 2021 hebt verzocht om uitreiking van een aanslag.

Binnenkort afrekenen over uw levenslooptegoed

Hebt u werknemers in dienst of in dienst gehad die hun levenslooptegoed nog niet hebben opgenomen? Zij moeten aan het eind van het jaar hierover hebben afgerekend met de Belastingdienst. De afwikkeling vindt als volgt plaats. Heeft de werknemer het levenslooptegoed op 1 november 2021 niet opgenomen, dan moet de bank (of andere instelling die het levenslooptegoed beheert) loonheffing inhouden en afdragen in plaats van u als (ex-)werkgever. De bank is geen premies werknemersverzekeringen en geen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) verschuldigd over het levenslooptegoed. Maar neemt de werknemer het tegoed wel vóór 1 november 2021 op, dan blijft u inhoudingsplichtig voor de loonheffing. Ook bent u dan wel premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw verschuldigd. Het kan dus voordelig zijn als de werknemer zijn tegoed niet vóór 1 november 2021 opneemt.

Tip

De uitbetaling van het levenslooptegoed kan voor uw werknemers gevolgen hebben voor de inkomensafhankelijke regelingen, zoals de toeslagen. Attendeer hen hierop.

Binnenkort afrekenen over uw levenslooptegoed

Hebt u werknemers in dienst of in dienst gehad die hun levenslooptegoed nog niet hebben opgenomen? Zij moeten aan het eind van het jaar hierover hebben afgerekend met de Belastingdienst. De afwikkeling vindt als volgt plaats. Heeft de werknemer het levenslooptegoed op 1 november 2021 niet opgenomen, dan moet de bank (of andere instelling die het levenslooptegoed beheert) loonheffing inhouden en afdragen in plaats van u als (ex-)werkgever. De bank is geen premies werknemersverzekeringen en geen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) verschuldigd over het levenslooptegoed. Maar neemt de werknemer het tegoed wel vóór 1 november 2021 op, dan blijft u inhoudingsplichtig voor de loonheffing. Ook bent u dan wel premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw verschuldigd. Het kan dus voordelig zijn als de werknemer zijn tegoed niet vóór 1 november 2021 opneemt.

Tip

De uitbetaling van het levenslooptegoed kan voor uw werknemers gevolgen hebben voor de inkomensafhankelijke regelingen, zoals de toeslagen. Attendeer hen hierop.

Vraag tijdig TVL Q3 aan

U kunt nog tot 26 oktober a.s. TVL-subsidie aanvragen voor de periode juli, augustus en september 2021 (Q3). Bent u MKB-ondernemer, dan kunt u maximaal € 550.000 subsidie krijgen. Valt uw bedrijf in de categorie grote onderneming, dan is de TVL-subsidie gemaximeerd op € 600.000. Uw omzetverlies moet in het derde kwartaal 30% zijn en – net als bij TVL Q2 – kunt u kiezen uit twee referentieperioden, namelijk het derde kwartaal van 2019 of het derde kwartaal van 2020. Ook bij TVL Q3 krijgt u maximaal 100% van de berekende vaste lasten vergoed. Let op, dit zijn niet uw werkelijke vaste lasten, maar het betreft hier de vaste lasten die zijn gebaseerd op CBS-gegevens over het gemiddelde aandeel van de vaste lasten in de omzet van uw branche, uitgedrukt in een percentage. De vaste lasten van uw branche hangen dus samen met uw SBI-code. Op rvo.nl vindt u een lijst met de SBI-codes van branches met de bijbehorende percentages vaste lasten.

Tip

Weet u niet zeker of u een MKB-ondernemer of grote ondernemer bent, doe dan de mkb-toets.

Vraag tijdig TVL Q3 aan

U kunt nog tot 26 oktober a.s. TVL-subsidie aanvragen voor de periode juli, augustus en september 2021 (Q3). Bent u MKB-ondernemer, dan kunt u maximaal € 550.000 subsidie krijgen. Valt uw bedrijf in de categorie grote onderneming, dan is de TVL-subsidie gemaximeerd op € 600.000. Uw omzetverlies moet in het derde kwartaal 30% zijn en – net als bij TVL Q2 – kunt u kiezen uit twee referentieperioden, namelijk het derde kwartaal van 2019 of het derde kwartaal van 2020. Ook bij TVL Q3 krijgt u maximaal 100% van de berekende vaste lasten vergoed. Let op, dit zijn niet uw werkelijke vaste lasten, maar het betreft hier de vaste lasten die zijn gebaseerd op CBS-gegevens over het gemiddelde aandeel van de vaste lasten in de omzet van uw branche, uitgedrukt in een percentage. De vaste lasten van uw branche hangen dus samen met uw SBI-code. Op rvo.nl vindt u een lijst met de SBI-codes van branches met de bijbehorende percentages vaste lasten.

Tip

Weet u niet zeker of u een MKB-ondernemer of grote ondernemer bent, doe dan de mkb-toets.

Oogletsel werkneemster door ontploffend confettikanon

Een winkelmedewerkster is vakken aan het vullen. Ze pakt een confettikanon dat in het verkeerde schap ligt en loopt er mee weg. Het komt in haar gezicht tot ontploffing met ernstig oogletsel tot gevolg. Is dit eigen schuld of is de werkgever aansprakelijk?

Volgens de wet moet de werkgever bewijzen dat hij aan zijn verplichting heeft voldaan om voor een veilige werkplek en arbeidsomstandigheden te zorgen. Vast staat dat de werkgever geen specifieke instructies of waarschuwingen heeft gegeven aan de medewerkster over de wijze waarop met een confettikanon moet worden omgegaan.

Hoe is het confettikanon tot ontploffing gekomen?
Volgens de medewerkster is het spontaan ontploft en heeft ze niet aan het confettikanon gedraaid. De werkgever meent op de camerabeelden te zien dat ze haar handen in tegengestelde richting heeft gedraaid. Daardoor heeft zij het ontploffingsmechanisme geactiveerd.

De rechter bestudeert de beelden en stelt vast dat de medewerkster het confettikanon van verschillende kanten bekijkt. Zelf zegt ze daarover dat zij wilde weten of het confettikanon nog heel was en dus in het juiste schap kon worden teruggelegd, of dat het naar de afdeling voor kapotte spullen moest. Dat ze met haar handen een draaiende beweging maakt, waardoor het ontploffingsmechanisme geactiveerd wordt, is op de beelden niet te zien. Volgens de rechter kan uit de beelden niet worden afgeleid dat ze bewust het ontploffingsmechanisme in werking heeft willen stellen. Tegelijkertijd sluiten de beelden niet uit dat zij dat mogelijk onbewust, met een lichte beweging van haar handen, heeft gedaan.

Weet iedereen hoe een confettikanon werkt?
De werkgever voert aan dat het algemeen bekend is dat een confettikanon in werking wordt gesteld door met beide handen in tegengestelde richting aan de koker te draaien en dat hij zijn werknemers niet op dit risico hoefde te wijzen.

De rechter deelt deze opvatting niet. Hoe een confettikanon tot ontploffing kan worden gebracht is geen feit van algemene bekendheid, maar kan op relatief eenvoudige wijze worden begrepen door de aanwijzingen op de verpakking te lezen. Van een klant die een dergelijk voorwerpt koopt, mag worden verwacht dat deze eerst de aanwijzingen op de verpakking leest, alvorens het confettikanon te gebruiken. Van een werkneemster wier taak het is de veelheid aan steeds wisselende producten die de werkgever verkoopt op te ruimen, hoeft echter niet te worden verwacht dat ze steeds de verpakking bestudeert alvorens een artikel te verplaatsen.

Instructie is niet te doen, gezien de hoeveelheid producten
De werkgever voert nog aan dat hij duizenden artikelen in de schappen heeft liggen waarvan het confettikanon er slechts één is. De rechter overweegt hierover het volgende. De werkgever kiest er voor een zeer divers en steeds wisselend winkelaanbod te hebben. Dat de werkgever het vervolgens ondoenlijk vindt om zijn werknemers te instrueren over het gevaar van één enkel product tussen de veelheid aan artikelen in de schappen, ligt in zijn risicosfeer en ontslaat hem niet van zijn verantwoordelijkheid als werkgever om te zorgen voor een veilige werkomgeving waar dit soort ongevallen zich niet kunnen voordoen.

Ongelukkige samenloop van omstandigheden?
De werkgever voert verder aan dat het ongeval een ongelukkige samenloop van omstandigheden vormt, zodat redelijkerwijs niet van hem gevergd kon worden maatregelen ter voorkoming daarvan te treffen. Ook dat verweer verwerpt de rechter. De medewerkster moest onder meer de producten in de schappen sorteren en kapotte producten wegbrengen. Daarom lag het in de lijn der verwachting dat ze het confettikanon oppervlakkig onderzocht om te beoordelen of het weer terug in het schap gelegd kon worden. Dat een werknemer bij een oppervlakkig onderzoek van het confettikanon een zodanige beweging maakt dat deze onbedoeld tot ontploffing komt, is uiterst ongelukkig, maar niet zodanig onwaarschijnlijk dat redelijkerwijs niet van de werkgever gevergd kan worden maatregelen te treffen ter voorkoming van een dergelijk ongeval. Daarbij weegt mee dat de camerabeelden er geen blijk van geven dat de medewerkster bewust een draaiende beweging heeft gemaakt met haar handen en er kennelijk weinig voor nodig leek om het confettikanon te doen ontploffen.

Oordeel rechter
De rechter oordeelt dat de werkgever aansprakelijk is voor de door de winkelmedewerkster geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade als gevolg van het ongeval.

Let op: Een ongeluk zit in een klein hoekje, een bedrijfsongeval soms ook. De verplichting van de werkgever om voor een veilige werkplek en arbeidsomstandigheden te zorgen en daarover instructie te geven, reikt ver.

KvK gaat woonadressen afschermen

Per 1 januari 2022 schermt de Kamer van Koophandel alle gegevens af die in het Handelsregister opgenomen zijn over het woonadres van ondernemers en bestuurders. De ministerraad heeft daar mee ingestemd. Wie kan de woonadressen dan nog wel inzien?

De afgeschermde woonadressen zijn vanaf 2022 alleen nog in te zien door overheidsorganisaties of beroepsgroepen die daar wettelijk toestemming voor hebben, zoals bijvoorbeeld de Belastingdienst, advocaten en deurwaarders.

De adressen die opgenomen zijn als vestigingsadres blijven nog wel opvraagbaar.

Wijziging Handelsregisterbesluit
Het kabinet wijzigt het Handelsregisterbesluit 2008 om misbruik van de adresgegevens uit het Handelsregister moeilijker te maken. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij ongevraagde marketing, intimidatie en bedreiging.

Datavisie Handelsregister
Veel zelfstandige ondernemers hebben een vestigingsadres dat gelijk is aan hun woonadres. In de Datavisie Handelsregister brengt het kabinet nu onder andere in kaart welke opties er zijn om de privacy ook in deze gevallen beter te beschermen.

Het Handelsregister is een openbaar register waarin iedereen de gegevens van zijn zakenpartners kan controleren. Dat biedt rechtszekerheid in het economische verkeer. Tegelijkertijd moeten de in het Handelsregister opgenomen persoonsgegevens voldoende beschermd worden. De Datavisie heeft als doel om het evenwicht tussen die twee belangen opnieuw te beoordelen en, waar nodig, bij te stellen.

Dit traject is in het voorjaar gestart met een consultatie waarbij bedrijven, burgers en overheden konden aangeven hoe ze gebruik maken van het Handelsregister en hoe het Handelsregister invloed op hen heeft. Het kabinet komt in november met een aantal opties om anders om te gaan met ondernemersgegevens uit het Handelsregister, inclusief de bijbehorende voor- en nadelen van elke optie. Die opties worden door middel van een tweede openbare consultatie voorgelegd aan bedrijven, burgers en andere overheden. Daaruit volgt dan de definitieve Datavisie Handelregister.

Afwikkeling van uw NOW-voorschot

De tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) is in het leven geroepen om werkgevers die door de coronacrisis te maken hebben met omzetverlies tegemoet te komen. NOW kon worden aangevraagd tot en met het derde kwartaal van 2021. U ontving, als u in aanmerking kwam, een voorschot. Hoe loopt de verdere afwikkeling?

Procedure

  1. Na uw NOW-aanvraag ontvangt u een voorschot op basis van het door u geschatte omzetverlies.
  2. Als het werkelijke omzetverlies bij u bekend is, vraagt u een definitieve berekening van de tegemoetkoming aan. Vraag altijd een definitieve berekening aan, ook als u denkt dat u te veel voorschot heeft ontvangen. Als u dit niet doet, moet u het voorschot namelijk in zijn geheel terugbetalen.
  3. Krijgt u een nabetaling? Dan ontvangt u het bedrag zo snel mogelijk. U hoeft hiervoor niets te doen. Moet u geld terugbetalen? Dan kunt u hiervoor een betalingsregeling afspreken. Wacht daarmee tot u een beslissing heeft ontvangen over uw aanvraag.

Belangrijke data voor de zes aanvraagperiodes NOW:

1e aanvraagperiode
Tegemoetkoming voor de periode: maart, april en mei 2020
Aanvragen definitieve berekening: 7 oktober 2020 tot en met 9 januari 2022

2e aanvraagperiode
Tegemoetkoming voor de periode: juni, juli, augustus en september 2020
Aanvragen definitieve berekening: 15 maart 2021 tot en met 31 maart 2022

3e aanvraagperiode
Tegemoetkoming voor de periode: oktober, november en december 2020
Aanvragen definitieve berekening: 4 oktober 2021 tot en met 22 februari 2023

4e aanvraagperiode
Tegemoetkoming voor de periode: januari, februari en maart 2021
Aanvragen definitieve berekening: 31 januari 2022 tot en met 22 februari 2023

5e aanvraagperiode
Tegemoetkoming voor de periode: april, mei en juni 2021
Aanvragen definitieve berekening: 31 januari 2022 tot en met 22 februari 2023

6e aanvraagperiode
Tegemoetkoming voor de periode: juli, augustus en september 2021
Aanvragen definitieve berekening: 31 maart 2022 tot en met 22 februari 2023

Let op: Wilt u een aanvraag doen voor de definitieve berekening voor de eerste aanvraagperiode, maar hebt u nog geen accountants- of derdenverklaring? Dan moet u toch uiterlijk 31 oktober 2021 de aanvraag indienen. In het aanvraagformulier kunt u aangeven dat u de verklaring nog niet hebt. U hebt dan nog tot en met 6 februari 2022 om de aanvraag met verklaring af te maken.

Het UWV heeft de NOW-regeling in deze pdf uitgewerkt.

Financiële steun aan door nachtsluiting getroffen horeca

Horecaondernemers die worden getroffen door de nachtsluiting kunnen in het vierde kwartaal van 2021 een subsidie krijgen voor de vaste lasten. Het kabinet heeft besloten om deze ondernemers ook in de komende maanden te steunen, omdat nachtclubs en discotheken in ieder geval tot 1 november verplicht dicht zijn tussen 00:00 en 06:00 uur. Wat zijn de voorwaarden?

Om aanspraak te kunnen maken op de regeling, moet een ondernemer in het vierde kwartaal van 2021 minimaal 50% minder omzet maken dan in het vierde kwartaal van 2019. Daarnaast moet hij in het tweede en derde kwartaal van 2021 de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) hebben ontvangen. Hiermee richt het kabinet de regeling specifiek op bedrijven die langdurig omzetverlies lijden en geen reserves hebben kunnen opbouwen.

In totaal kan een horecaondernemer in het vierde kwartaal maximaal € 250.000 steun ontvangen uit de subsidie vaste lasten nachtsluiting horeca (VLN). Voorwaarde is wel dat hij in totaal niet meer dan 1,8 miljoen euro overheidssteun voor vaste lasten krijgt tussen maart 2020 en december 2021. Dit is het maximale bedrag dat ondernemers volgens het Europese staatssteunkader mogen ontvangen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) maakt de subsidies na verstrekking openbaar.

Om het risico op misbruik en fraude tegen te gaan, zullen generieke verzwaarde controles worden ingezet bij steunbedragen van boven € 20.000. Van bedrijven die VLN aanvragen, worden alle verstrekte subsidies openbaar gemaakt.

Let op: Uiterlijk in november besluit het kabinet of de verplichte nachtsluiting in de horeca kan worden opgeheven.

Terugbetalingsregeling verder versoepeld

Volgens de terugbetalingsregeling moet u op 1 oktober 2022 beginnen met terugbetalen van de belastingschuld die u tijdens de coronacrisis tot 1 oktober 2021 hebt opgebouwd. U betaalt vervolgens uw belastingschuld terug in gelijke, maandelijkse termijnen, waarbij de uiterste betaaldatum is 1 oktober 2027. Daarnaast hebt u tot 1 oktober 2027 de tijd om de belastingschuld terug te betalen die u tussen 1 oktober 2021 en 31 januari 2022 zult opbouwen en waarvoor u het hiervoor besproken extra uitstel van betaling gaat krijgen. Kunt u echter op 1 oktober 2022 aantoonbaar niet beginnen met terugbetalen, dan mag u later beginnen met terugbetalen, maar op 1 oktober 2027 moet u wel de gehele belastingschuld hebben afgelost.

Tip

Zorg dat u gedurende de terugbetalingsregeling (tot uiterlijk 1 oktober 2027) steeds tijdig en juist aangifte doet. Ook moet u steeds tijdig en volledig voldoen aan de betalingsverplichtingen die daaruit voortvloeien. Als u niet meer aan deze verplichtingen voldoet, kan de Ontvanger van de Belastingdienst de terugbetalingsregeling weigeren of intrekken. U krijgt in dat geval nog wel eerst de kans om binnen 14 dagen alsnog aan uw verplichtingen te voldoen.