Forse vergoedingen na onterecht ontslag

Een 60-jarige supervisor in het distributiecentrum van een supermarkt wordt na 39 dienstjaren op staande voet ontslagen. Volgens de werkgever zou hij bedrijfseigendommen hebben gestolen. De supervisor komt echter met een goede verklaring. Het onterechte ontslag kost de werkgever meer dan een half miljoen euro.

Oplossing bedrijfsprobleem of diefstal?
In het distributiecentrum stapelden zich de in het hele land ingeleverde lege bierflessen van buitenlandse merken op. De supervisor moest voor de afvoer van deze flesjes een oplossing bedenken. Eerst was dat een afspraak met een buitenlandse drankenleverancier die de flesjes wilde terugnemen. De opbrengst van de emballage, minus de vervoerskosten, werd aan de supermarkt afgedragen. De medewerkers die dit transport verzorgden werden echter overgeplaatst.

Toen bedacht de supervisor een andere oplossing. Een medewerker mocht het in eigen tijd en voor eigen kosten (huur bus) regelen en de opbrengst zelf houden. Maar even later wilde het inleveradres de emballage niet meer hebben. Daarom stopte ook de medewerker ermee.

De zoon van de supervisor wilde de flesjes echter onder deze voorwaarden wel afvoeren. Zo’n transport viel een medewerker op, die het meldde bij de manager van het distributiecentrum. Daarop volgde ontslag op staande voet van de supervisor.

Standpunt werkgever
De supervisor liet buitenlandse emballage, die eigendom was van de supermarkt, afvoeren door een derde waarbij de opbrengst niet aan de supermarkt ten goede kwam. Dat geldt als wegnemen van bedrijfseigendommen en daarmee diefstal (of verduistering).

Oordeel rechter
Indien er inderdaad sprake zou zijn van het moedwillig ontvreemden van eigendommen van de supermarkt, deelt de rechter de opvatting van de werkgever dat het hier om een volstrekt onacceptabele situatie gaat en dat van haar niet gevergd kan worden om de supervisor langer in dienst te houden. Het ontslag op staande voet zou dan terecht gegeven zijn.

Als echter geen sprake is van moedwillig vervreemden van eigendommen ten nadele van de werkgever, maar van een managersbeslissing die met de beste voornemens is genomen, dan ligt dat anders. Dan is er hooguit sprake van een fout en daar past een ontslag op staande voet, het ultimum remedium bij arbeidsconflicten, niet bij. Zeker niet bij een werknemer met het langdurige dienstverband en onberispelijke staat van dienst als de supervisor.

De supervisor was een leidinggevende van wie zelfstandige beslissingen werden verwacht. Die heeft hij dan ook genomen. Het financiële belang in deze zaak is gering. Tegen de achtergrond van het langdurige en onberispelijke dienstverband moet het voor hem onbegrijpelijk – en onverteerbaar – zijn dat achteraf zijn beslissing niet alleen in twijfel wordt getrokken maar hij, ondanks een zeer plausibele verklaring daarvoor, wordt weggezet als dief en op staande voet wordt ontslagen. Er wordt hem geen enkele kans meer gegund. Daarmee is hem ongetwijfeld veel leed berokkend. De rechter is van oordeel dat de in deze tijd zoveel besproken “menselijke maat” hier ver te zoeken is.

De rechter heeft niet de overtuiging gekregen dat de supervisor voornemens was om zich, of familie en/of vrienden, te bevoordelen ten koste van zijn werkgever. In tegendeel, de supervisor heeft feitelijk alleen zijn werk op beste wijze willen verrichten. Het ontslag op staande voet is dan ook ten onrechte gegeven.

Nu de supervisor geen vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst verzoekt, maar berust in het einde van het dienstverband, stelt de rechter vast dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

De supervisor ontving een loon van € 3.838,60 bruto per vier weken, exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten. De rechter kent wegens het onterechte ontslag de volgende vergoedingen toe.

Vergoeding wegens onregelmatige opzegging
De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst niet op een rechtsgeldige wijze opgezegd. Daarom is de werkgever aan de supervisor een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. Deze vergoeding bedraagt € 20.313,83 bruto.

Transitievergoeding
De wettelijke transitievergoeding bedraagt € 56.641,10.

Billijke vergoeding
Het geven van ontslag op staande voet, zonder dat daarvoor een legitieme grond bestaat, geldt als een ernstig verwijtbare handeling van de werkgever. Daarom wordt aan de supervisor een billijke vergoeding toegekend. Deze bestaat uit een vergoeding voor pensioenschade, berekend op € 117.748 netto, en een vergoeding wegens loonderving ten bedrage van € 331.748,74 bruto.

Let op: Ontslag op staande voet is een zware maatregel. De werkgever moet onderzoek (laten) doen naar de geconstateerde feiten. Wat is er precies aan de hand? Is het wel wat het lijkt? Wat zegt de medewerker er zelf over? Is dat een redelijke verklaring? Een te eenzijdige blik kan leiden tot de verplichting om zeer hoge vergoedingen aan de ontslagen werknemer te betalen.

Subsidieregeling Verduurzaming MKB (SVM)

Wilt u als MKB-ondernemer energie besparen en meer verduurzamen? De Subsidieregeling Verduurzaming MKB (SVM) helpt u daarbij. Met deze subsidie kunt u een gespecialiseerde adviseur inhuren voor energieadvies op maat. Daarmee krijgt u inzicht in het verduurzamen van uw onderneming en/of wagenpark. Er is ook subsidie voor de ondersteuning bij het uitvoeren van maatregelen uit dat advies. 

Energieadvies
U krijgt subsidie voor de kosten van een op maat gemaakt energieadvies, opgesteld door een energieadviseur van een extern bedrijf. Het energieadvies bevat een overzicht van maatregelen voor energiebesparing en verduurzaming. Het gaat om aanpassingen als het aanbrengen van muur-, vloer- of dakisolatie of HR++- glas of het toepassen van PV-zonnepanelen, zonneboilers, warmtepompen of andere energiezuinige installaties. Maar ook kleinere aanpassingen, zoals het aanbrengen van ledverlichting. Denk ook aan maatregelen voor energiezuinige koeling, keukenapparatuur en ICT-apparatuur. Daarnaast kan het gaan om aanpassingen in overige onderdelen van uw bedrijfsvoering, zoals het gebruik van elektrische bestelwagens.

Subsidiebedrag
De subsidie voor het energieadvies én het ondersteuningstraject bedraagt 80% van de gemaakte kosten (excl. BTW) met een maximum subsidiebedrag van € 2.500 per bedrijfspand. Voor het energieadvies geldt een minimum subsidiebedrag van € 400 en een maximum subsidiebedrag van € 750. Dit zijn netto bedragen. Het minimum subsidiebedrag van € 400 voor het advies betekent dat een energieadvies van minder dan € 500 (excl. BTW) niet in aanmerking komt voor subsidie.

Alleen de kosten voor het energieadvies en ondersteuning die gemaakt zijn vanaf de publicatiedatum van de regeling, 2 augustus 2021, komen in aanmerking voor subsidie.

Aanvragen
De regeling is vanaf 1 oktober 2021 09.00 uur open voor het aanvragen van subsidie en sluit op 30 september 2022, 17.00 uur.

Let op: De kosten van de uit te voeren of uitgevoerde maatregelen zelf komen niet in aanmerking voor deze subsidie. Voor de maatregelen zelf zijn mogelijk andere subsidies beschikbaar, zoals bijvoorbeeld de Investeringssubsidie Duurzame energie en Energiebesparing (ISDE), de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s, en belastingaftrek via de Energie-investeringsaftrek (EIA).

Vakantieauto en bijtelling

Een werkgever kan gedurende de vakantieperiode een ‘vakantieauto’ ter beschikking stellen aan de werknemer. Of de werknemer levert de auto van de zaak in tijdens de vakantieperiode. Wat de gevolgen zijn voor de bijtelling is afhankelijk van de situatie. In een handreiking gaat de Belastingdienst hierop in.

1. Tijdens vakantieperiode 2 auto’s
Stelt u een werknemer tijdens de vakantieperiode gelijktijdig 2 of meer auto’s ter beschikking? Dan moet u het privégebruik per auto beoordelen. De bijtelling privégebruik auto past u toe voor elke auto waarmee de werknemer op kalenderjaarbasis meer dan 500 privékilometers rijdt. Redelijke toepassing van deze regels betekent dat de bijtelling privégebruik auto bij meerdere ter beschikking gestelde auto’s beperkt kan blijven tot 1 auto als de werknemer alleenstaand is of als in zijn gezin 1 persoon een rijbewijs heeft. U houdt alleen rekening met de bijtelling van de auto met de hoogste cataloguswaarde. Als in het gezin van de werknemer 2 personen een rijbewijs hebben, berekent u de bijtelling over 2 auto’s. U houdt alleen rekening met de bijtelling van de 2 auto’s met de hoogste cataloguswaarde.

2. Tijdens vakantieperiode vervangende auto
Heeft de werknemer een auto van de zaak en krijgt hij tijdens de vakantieperiode een andere auto ter beschikking? Dan moet u bijtellen als uw werknemer in het kalenderjaar in totaal meer dan 500 kilometer privé rijdt. De bijtelling geldt dan voor beide auto’s, gedurende de periode dat deze auto’s aan de werknemer ter beschikking staan. U moet het privégebruik voor elke auto naar tijdsgelang berekenen.

3. Alleen tijdens vakantie een auto ter beschikking
Het kan zijn dat u de werknemer alleen voor de vakantieperiode een auto ter beschikking stelt. Dan moet u de gereden privékilometers omrekenen tot het aantal privékilometers dat uw werknemer zou rijden in een heel kalenderjaar. Als dit meer is dan 500 kilometer, berekent u de bijtelling naar tijdsgelang.

4. Werkgever verhuurt auto
Als de werknemer tijdens de vakantieperiode een auto huurt van de werkgever, is het afhankelijk van feiten en omstandigheden of u de bijtelling moet toepassen. Zo is relevant of de werknemer een zakelijke huurprijs betaalt.

5. Sleutels inleveren tijdens vakantie
Een werknemer rijdt meer dan 500 kilometer privé met de auto van de zaak. Tijdens de vakantieperiode van 1 maand levert hij de sleutels van de auto in. Is dan de bijtelling nog van toepassing voor deze maand? In deze situatie moet u vaststellen of de auto nog ter beschikking staat tijdens de vakantie. Heeft de werknemer nog beschikkingsmacht over de auto? Hoe controleert u dat en gelden er sanctie die schriftelijk zijn vastgelegd?

Let op: Een grotere of niet-elektrische vakantieauto is voor de werknemer heel praktisch. Maar de fiscale gevolgen kunnen fors zijn. Laat u goed adviseren over de mogelijkheden en voorwaarden.

Tijd dringt voor aanvraag TVL Q2

U kunt momenteel TVL aanvragen over het tweede kwartaal 2021 (Q2). Maar de tijd dringt, want het aanvraagloket bij de RVO is nog tot en met 20 augustus a.s. open. Het maximale subsidiebedrag voor MKB-ondernemers (tot 250 medewerkers) bedraagt per kwartaal per onderneming € 550.000. De maximale TVL voor grotere ondernemers bedraagt € 1.200.000 per kwartaal per onderneming. Het subsidiepercentage van de TVL-regeling is voor dit kwartaal verhoogd van 85% naar 100%. Bovendien kunt u voor het bepalen van het omzetverlies kiezen uit twee referentieperioden, namelijk het tweede kwartaal van 2019 of het derde kwartaal van 2020.

 Tip

Wilt u nog TVL aanvragen voor het tweede kwartaal 2021? Zorg dan dat u uw aanvraag uiterlijk 20 augustus 2021 hebt ingediend.

Tijd dringt voor aanvraag TVL Q2

U kunt momenteel TVL aanvragen over het tweede kwartaal 2021 (Q2). Maar de tijd dringt, want het aanvraagloket bij de RVO is nog tot en met 20 augustus a.s. open. Het maximale subsidiebedrag voor MKB-ondernemers (tot 250 medewerkers) bedraagt per kwartaal per onderneming € 550.000. De maximale TVL voor grotere ondernemers bedraagt € 1.200.000 per kwartaal per onderneming. Het subsidiepercentage van de TVL-regeling is voor dit kwartaal verhoogd van 85% naar 100%. Bovendien kunt u voor het bepalen van het omzetverlies kiezen uit twee referentieperioden, namelijk het tweede kwartaal van 2019 of het derde kwartaal van 2020.

 Tip

Wilt u nog TVL aanvragen voor het tweede kwartaal 2021? Zorg dan dat u uw aanvraag uiterlijk 20 augustus 2021 hebt ingediend.

Vraag toeslagen en/of kindgebonden budget 2020 aan vóór 1 september

Kwam u in 2020 in aanmerking voor toeslagen (zorgtoeslag en huurtoeslag) en/of het kindgebonden budget, maar hebt u deze nog niet aangevraagd? In dat geval moet u weten dat u daarvoor uiterlijk nog tot 1 september 2021 de tijd heeft. Alleen als u uitstel hebt voor het indienen van uw belastingaangifte, dan kunt u de aanvraag later indienen. U kunt de aanvraag dan nog doen tot de datum waarop het uitstel afloopt. U hoeft de aanvraag alleen de eerste keer in te dienen. U krijgt daarna de toeslagen en/of het kindgebonden budget ieder jaar vanzelf, zolang u aan de voorwaarden voldoet. Let op, de aanvraag kinderopvangtoeslag moet sneller worden aangevraagd, namelijk al binnen drie maanden nadat u er recht op hebt gekregen.

 Tip

Had u in 2020 recht op toeslagen en/of kindgebonden budget? Check dan of u deze nog moet aanvragen. En zo ja, doe dat dan vóór 1 september 2021.

Vraag toeslagen en/of kindgebonden budget 2020 aan vóór 1 september

Kwam u in 2020 in aanmerking voor toeslagen (zorgtoeslag en huurtoeslag) en/of het kindgebonden budget, maar hebt u deze nog niet aangevraagd? In dat geval moet u weten dat u daarvoor uiterlijk nog tot 1 september 2021 de tijd heeft. Alleen als u uitstel hebt voor het indienen van uw belastingaangifte, dan kunt u de aanvraag later indienen. U kunt de aanvraag dan nog doen tot de datum waarop het uitstel afloopt. U hoeft de aanvraag alleen de eerste keer in te dienen. U krijgt daarna de toeslagen en/of het kindgebonden budget ieder jaar vanzelf, zolang u aan de voorwaarden voldoet. Let op, de aanvraag kinderopvangtoeslag moet sneller worden aangevraagd, namelijk al binnen drie maanden nadat u er recht op hebt gekregen.

 Tip

Had u in 2020 recht op toeslagen en/of kindgebonden budget? Check dan of u deze nog moet aanvragen. En zo ja, doe dat dan vóór 1 september 2021.

Vraag tijdig subsidie aan voor praktijk- en werkleerplaatsen

Hebt u in uw bedrijf in het studiejaar 2020/2021 praktijk- of werkleerplaatsen aangeboden? U kunt dan tot en met 16 september 2021 een subsidie van maximaal € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats aanvragen als tegemoetkoming in de begeleidingskosten. Deze Subsidieregeling praktijkleren is bedoeld om mensen beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt en richt zich vooral op kwetsbare groepen, studenten in sectoren met een dreigend tekort aan gekwalificeerd personeel en op wetenschappelijk personeel. De voorwaarden om hiervoor in aanmerking te komen, verschillen per categorie. De hoogte van de subsidie hangt af van het aantal weken dat u een leerling of student begeleidt. Hebt u sinds 16 december 2020 door de coronamaatregelen te maken gehad met gedwongen sluiting, waardoor u de leerling of studenten niet hebt kunnen begeleiden? In dat geval worden de gemiste begeleidingsweken niet in mindering gebracht op de subsidie. Dit geldt ook als u uw bedrijf sindsdien moest sluiten omdat voortzetting van uw bedrijf, met inachtneming van de RIVM-richtlijnen, niet verantwoord was.

Tip

De Subsidieregeling praktijkleren is uitgebreid met een extra subsidie voor BBL-leerplekken in de sectoren landbouw, horeca en recreatie.

Vraag tijdig subsidie aan voor praktijk- en werkleerplaatsen

Hebt u in uw bedrijf in het studiejaar 2020/2021 praktijk- of werkleerplaatsen aangeboden? U kunt dan tot en met 16 september 2021 een subsidie van maximaal € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats aanvragen als tegemoetkoming in de begeleidingskosten. Deze Subsidieregeling praktijkleren is bedoeld om mensen beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt en richt zich vooral op kwetsbare groepen, studenten in sectoren met een dreigend tekort aan gekwalificeerd personeel en op wetenschappelijk personeel. De voorwaarden om hiervoor in aanmerking te komen, verschillen per categorie. De hoogte van de subsidie hangt af van het aantal weken dat u een leerling of student begeleidt. Hebt u sinds 16 december 2020 door de coronamaatregelen te maken gehad met gedwongen sluiting, waardoor u de leerling of studenten niet hebt kunnen begeleiden? In dat geval worden de gemiste begeleidingsweken niet in mindering gebracht op de subsidie. Dit geldt ook als u uw bedrijf sindsdien moest sluiten omdat voortzetting van uw bedrijf, met inachtneming van de RIVM-richtlijnen, niet verantwoord was.

Tip

De Subsidieregeling praktijkleren is uitgebreid met een extra subsidie voor BBL-leerplekken in de sectoren landbouw, horeca en recreatie.

Deadline aanvraag vaststelling TVL Q4 2020 nadert

Hebt u TVL-subsidie ontvangen in het vierde kwartaal van 2020 (Q4)? Het ontvangen bedrag was een voorschot dat was gebaseerd op een schatting van uw omzetverlies in Q4. Na afloop van de subsidieperiode moet u de werkelijke omzet in Q4 doorgeven aan de RVO, bij voorkeur met de btw-aangiftes van het vierde kwartaal van 2020. Voeg ook bijlagen toe als bewijs van uw omzet. De RVO stelt aan de hand van uw omzetgegevens de definitieve TVL-subsidie in Q4 2020 vast. Aanvankelijk moest u de omzetcijfers vóór 1 juli 2021 doorgeven, maar die termijn is verlengd waardoor u daarvoor nu nog tot 1 september 2021 de tijd hebt.

 Tip

Zorg ervoor dat u de gegevens volledig en juist aanlevert bij de RVO. In dat geval kan de RVO de aanvraag in de meeste gevallen binnen drie weken afhandelen.