Deadline aanvraag vaststelling TVL Q4 2020 nadert

Hebt u TVL-subsidie ontvangen in het vierde kwartaal van 2020 (Q4)? Het ontvangen bedrag was een voorschot dat was gebaseerd op een schatting van uw omzetverlies in Q4. Na afloop van de subsidieperiode moet u de werkelijke omzet in Q4 doorgeven aan de RVO, bij voorkeur met de btw-aangiftes van het vierde kwartaal van 2020. Voeg ook bijlagen toe als bewijs van uw omzet. De RVO stelt aan de hand van uw omzetgegevens de definitieve TVL-subsidie in Q4 2020 vast. Aanvankelijk moest u de omzetcijfers vóór 1 juli 2021 doorgeven, maar die termijn is verlengd waardoor u daarvoor nu nog tot 1 september 2021 de tijd hebt.

 Tip

Zorg ervoor dat u de gegevens volledig en juist aanlevert bij de RVO. In dat geval kan de RVO de aanvraag in de meeste gevallen binnen drie weken afhandelen.

Nieuw huis: welk tarief?

Per 1 januari 2021 geldt voor woningen onder bepaalde voorwaarden een tarief van 2% of een startersvrijstelling voor de overdrachtsbelasting. Over praktijksituaties bij de toepassing van deze regeling heeft de Belastingdienst onlangs 25 nieuwe vragen beantwoord. De zes meest gangbare situaties nemen we op.

Horecazaak met woongedeelte
Jan (21 jaar) verkrijgt een onroerende zaak met een woongedeelte en een horecagedeelte. De gedeelten vormen in civielrechtelijke zin elk voor de helft een onzelfstandig onderdeel van de onroerende zaak. Welk tarief is van toepassing en kan Jan de startersvrijstelling desgewenst benutten?

Antwoord: Bij de verkrijging door Jan wordt de waarde van het horecagedeelte belast tegen het 8%-tarief en de waarde van het woongedeelte tegen het 2%-tarief. Wat betreft de waarde van het woongedeelte kan Jan ook de startersvrijstelling benutten, als wordt voldaan aan de daarvoor geldende voorwaarden.

Appartement en reservefonds VVE
Hanna (40 jaar) verkrijgt een appartement voor € 410.000. In deze prijs is mede begrepen de waarde van het aandeel van de verkoper in het reservefonds van de vereniging van eigenaren. Deze waarde bedraagt € 20.000. Welk bedrag moet Hanna invullen in de Verklaring overdrachtsbelasting laag tarief (2%)?

Antwoord: Hanna moet in de verklaring de waarde van de woning invullen. Het aandeel in het reservefonds maakt voor de heffing van overdrachtsbelasting geen deel uit van de waarde van de woning. Aannemende dat de koopsom niet lager is dan de waarde in het economische verkeer, bedraagt de door Hanna in te vullen waarde van de woning in dit geval € 390.000.

Oude woning verhuren
Kees (30 jaar) is eigenaar van woning 1 die hij als hoofdverblijf in gebruik heeft. In 2021 verkrijgt Kees een andere woning (woning 2) voor € 400.000. Kees gaat woning 2 anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruiken en gaat woning 1 verhuren. Kan Kees de startersvrijstelling benutten?

Antwoord: Kees kan de startersvrijstelling benutten bij de verkrijging van woning 2 als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan. Het feit dat hij woning 1 aanhoudt om te verhuren, staat daaraan niet in de weg.

Startersvrijstelling na echtscheiding
Agnes (32 jaar) verkrijgt in 2021 een woning met toepassing van de startersvrijstelling. Een jaar later, in 2022, gaat zij in algehele gemeenschap van goederen trouwen met Bert (29 jaar). Nog een jaar later, in 2023, strandt het huwelijk, de bestaande woning wordt verkocht en Agnes en Bert kopen ieder een nieuwe woning. Wie heeft in 2023 nog recht op de startersvrijstelling?

Antwoord: Omdat maar eenmalig gebruik kan worden gemaakt van de startersvrijstelling, kan Agnes bij de verkrijging van de nieuwe woning in 2023 niet nogmaals een beroep op de startersvrijstelling doen. Bert heeft nog geen gebruik gemaakt van de startersvrijstelling en kan daar in 2023 bij de aankoop van de nieuwe woning dus wel een beroep op doen als aan alle daarvoor geldende voorwaarden is voldaan.

Recreatiewoning met verbod permanente bewoning
Hans verkrijgt een recreatiewoning die volgens het bestemmingsplan niet bestemd is voor permanente bewoning. Hans kan zich ook niet op dit adres laten inschrijven bij de gemeente. Niettemin wenst Hans de verkregen woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gaan gebruiken. Is het mogelijk dat het 2%-tarief of de startersvrijstelling van toepassing is op deze verkrijging?

Antwoord: Om in aanmerking te komen voor het 2%-tarief of de startersvrijstelling moet Hans voldoen aan de daarvoor geldende voorwaarden. Als voorwaarde geldt onder meer dat Hans de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken. Of aan deze voorwaarde wordt voldaan moet aan de hand van objectieve gegevens worden beoordeeld. De publiekrechtelijk bestemming van de woning en de omstandigheid dat Hans zich niet op het adres van de woning kan laten inschrijven bij de gemeente zijn daarbij niet beslissend. Denkbaar is bijvoorbeeld dat de gemeente permanente bewoning gedoogt, maar ook als dat niet het geval is, is een gebruik anders dan tijdelijk als hoofdverblijf door Hans niet uitgesloten.

Huurder koopt woning voor lagere prijs vanwege eigen investeringen
Thea (30 jaar) is sinds 2010 huurder van een woning. Gert is de verhuurder/eigenaar. In mei 2021 verkoopt en levert Gert de woning aan Thea voor een koopsom van € 375.000. De waarde van de woning bedraagt op dat moment € 425.000. De koopsom is lager dan de waarde van de woning, omdat Thea als huurder investeringen in de woning heeft gedaan. Hoe verloopt de heffing van overdrachtsbelasting?

Antwoord: Voor de woningwaardegrens wordt gekeken naar de waarde van de woning op het moment van de verkrijging. Dat is de datum van de notariële leveringsakte. Omdat de waarde van de woning op dat moment hoger is dan de woningwaardegrens van € 400.000 kan Thea geen beroep doen op de startersvrijstelling. Als aan alle daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan, kan Thea wel gebruik maken van het 2%-tarief. Thea kan daarbij mogelijk vanwege de door haar gedane investeringen, die een waardevermeerdering van € 50.000 hebben opgeleverd, voor deze waardevermeerdering, gebruik maken van een andere vrijstelling, zodat in dat geval 2% wordt geheven over € 425.000 (waarde woning) -/- € 50.000 (waarde verbetering) = € 375.000.

Concurrentiebeding werkt niet

Een timmerman in loondienst met een contract voor onbepaalde tijd wil bij een belangrijke concurrent van zijn werkgever gaan werken. Daar kan hij meer verdienen en een leidinggevende functie krijgen. Hij vraagt om opheffing van zijn concurrentiebeding. De werkgever weigert. De timmerman gaat naar de kantonrechter.  

Concurrentiebeding van toepassing?
Eerst stelt de rechter vast of het concurrentiebeding van toepassing is. De aspirant-werkgever heeft overwegend dezelfde doelgroep en zelfs de productiemethode komt in hoge mate overeen. Ook is de aspirant-werkgever binnen de straal gevestigd die in het concurrentiebeding wordt genoemd.

Werkgever voldoende belang bij handhaving concurrentiebeding?
Als de werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld, in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, kan de kantonrechter een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk vernietigen.

De timmerman beschikt niet over essentiële, bijvoorbeeld inkoopprijstechnische, informatie die de (onderhandelings)positie van zijn aspirant-werkgever versterkt als hij daar in dienst treedt. Ook heeft hij geen specifieke kennis over unieke werkprocessen. Wat de huidige werkgever maakt, kan iedereen bekijken en dus namaken, tenzij de intellectuele eigendom is beschermd.

Conclusie
Het belang van de timmerman, die bij de aspirant-werkgever aanzienlijk meer kan verdienen en een leidinggevende functie kan krijgen, weegt zwaarder. De rechter stelt het concurrentiebeding buiten werking. De huidige werkgever moet de proceskosten van de timmerman betalen.

Let op: Bij de toetsing van een concurrentiebeding gaat het niet om belangen als behoud van ervaren en kwalitatief goed personeel of voorkomen dat werknemers weglopen naar de concurrent. Het gaat om de vraag of de nieuwe werkgever uitsluitend door indienstneming van juist deze werknemer in de concurrentieslag met de oude werkgever een voordeel krijgt.

Echtscheiding: einde contract

Een vrouw werkt als personeelsfunctionaris in de BV van haar man(DGA). Als ze tot een echtscheiding besluiten, meldt de vrouw zich ziek. Na haar herstel ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst op verzoek van de DGA. De vrouw gaat in beroep. Ze vindt de ontbinding onterecht, omdat ze als echtgenote minder rechtsbescherming krijgt dan gewone werknemers. Als de ontbinding toch terecht was, wil ze een billijke vergoeding.

Volgens de rechter in hoger beroep gaat het er in deze zaak niet om of de vrouw heeft gedisfunctioneerd of verwijtbaar heeft gehandeld. Het gaat om de vraag of de privéproblemen tussen haar en de DGA zodanig zijn, dat deze doorwerken in de arbeidsovereenkomst en of die doorwerking zodanig is, dat dit moet leiden tot een einde van de arbeidsovereenkomst.

De rechter constateert dat de verhouding tussen de vrouw en de DGA verre van optimaal is. Zij zijn het oneens over van alles, op de werkvloer en ook daarbuiten. Ook houdt de langdurende echtscheidingsprocedure hen verdeeld.

Uitvoering arbeidsovereenkomst
De rechter heeft de overtuiging dat deze arbeidsovereenkomst anders is uitgevoerd dan een reguliere arbeidsovereenkomst. Voor de invulling van de werkzaamheden van de vrouw en voor haar communicatie met de DGA golden andere regels dan bij de andere medewerkers. Volgens de rechter komt dat door haar privérelatie met de DGA. Dat is op zichzelf logisch en daar is ook niets verwijtbaars aan. Het is een feitelijke constatering die echter wel maakt dat de vraag of de arbeidsovereenkomst moet eindigen, niet los kan worden gezien van de problemen in de privérelatie tussen de vrouw en de DGA.

Nu de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet op reguliere wijze is uitgevoerd, kan de rechter de redenering van de vrouw niet volgen dat het onjuist zou zijn om een verschil te maken in rechtsbescherming tussen haar als werknemer die gehuwd is met de DGA en andere werknemers.

Goed werkgeverschap
Vanuit oogpunt van goed werkgeverschap wordt van een werkgever in beginsel verlangd dat deze serieuze pogingen onderneemt om te komen tot verbetering van de relatie met een werknemer. In dit geval is de rechter van oordeel dat dit niet van de DGA gevergd kan of hoeft te worden, omdat de arbeidsrelatie niet als een reguliere werkgever/werknemer relatie is te beschouwen.

Bevestiging ontbinding
De rechter is van oordeel dat de relatiebreuk tussen de vrouw en de DGA, gezien de niet reguliere uitvoering van de arbeidsovereenkomst, reden is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

Voor een billijke vergoeding is ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever vereist. Hiervoor voert de vrouw geen steekhoudende argumenten aan.

Let op: Een arbeidsovereenkomst bij de BV van de partner kan soms in geval van een echtscheiding door de rechter ontbonden worden. Vaak blijkt achteraf dat er, vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding, geen echte arbeidsovereenkomst was. Dan heeft de ontslagen partner geen recht op transitievergoeding of WW.

Aftrek studiekosten wordt STAP-subsidie

Per 1 januari 2022 zijn studiekosten en andere scholingsuitgaven voor de inkomstenbelasting niet meer aftrekbaar. In plaats daarvan komt de subsidieregeling STAP-budget voor werkenden en werkzoekenden. Hoe werkt deze regeling?

STAP-budget
Werkenden en werkzoekenden kunnen vanaf 1 maart 2022 een budget van € 1.000 per jaar aanvragen voor opleiding en ontwikkeling. Deze vergoeding heet STAP-budget en wordt rechtstreeks betaald aan de opleider. STAP staat voor Stimulering Arbeidsmarktpositie. Hiermee wil de overheid mensen helpen, die zich willen ontwikkelen om hun positie op de arbeidsmarkt te verbeteren.

Vanaf 1 maart 2022 kunnen werkenden, werkzoekenden en opleiders terecht op een nieuw STAP-portaal van het UWV voor het opleidingsaanbod, de aanvraag en goedkeuring van het STAP-budget, het uploaden van het bewijs van deelname (binnen 3 maanden na de scholingsactiviteit) en het doorgeven van wijzigingen.

STAP-opleider worden
Als u opleidingen wilt aanbieden met vergoeding via het STAP-budget, dan moet u als opleider een erkenning hebben, de opleiding vastleggen in het STAP-scholingsregister van DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) en op tijd bewijzen van deelname uploaden op het STAP-portaal van het UWV.

Als opleider heeft u minimaal 1 van de volgende erkenningen nodig: OCW-erkend (mbo, hbo en wo – bekostigd en contractonderwijs), NRTO-keurmerk, NLQF ingeschaalde kwalificatie uit het NCP-register, Erkend door Nationaal Kenniscentrum EVC of Erkend door een sector- of brancheorganisatie.

Heeft u 1 van deze erkenningen? Dan registreert de erkennende organisatie u in het STAP-scholingsregister als opleider. U moet dan zelf uw opleiding (scholingsactiviteit) voor 1 maart 2022 in dit scholingsregister vastleggen. Hiervoor levert u de informatie die werkenden en werkzoekenden in het register kunnen zien. DUO beheert het scholingsregister en het UWV kan het register alleen inzien.

Wel vrijstelling loonheffingen
Werknemers kunnen in 2022 nog wel van hun werkgever scholing krijgen die is vrijgesteld van loonheffing.

Vanaf 2021 geldt dit ook voor ex-werknemers. De Belastingdienst toetst of de werknemer de scholing volgt om de arbeidsmarktpositie te verbeteren met als doel om een inkomen te verdienen. De werkgever geeft de scholingskosten op als eindheffing bij contractbeëindiging in de werkkostenregeling. De Belastingdienst berekent hier dan geen loonheffing over.

Let op: Aftrekbare opleidingskosten die u in 2021 zelf betaalt, mag u nog aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting 2021. Opleidingskosten die u in 2022 of later betaalt, zijn niet meer aftrekbaar.

Binnenkort lagere Awf-premie

De Algemeen Werkloosheidsfondspremie (Awf-premie) wordt vanaf 1 augustus 2021 verlaagd. De hoge premie gaat van 7,7% naar 5,34% en de lage premie van 2,7% naar 0,34%. Doet u per maand, halfjaar of per jaar aangifte loonheffingen? Dan geldt de verlaagde premie voor het loon dat uw werknemers vanaf 1 augustus 2021 genieten. Doet u per 4 weken loonaangifte? In dat geval geldt de premieverlaging voor het loon dat vanaf 16 augustus 2021 (periode 9) wordt genoten. U gebruikt het premiepercentage dat geldt op het genietingsmoment van het loon. De Belastingdienst licht toe hoe u dit verwerkt in de aangifte loonheffingen in verschillende situaties.

Tip

Het kan dus voordelig zijn om bijvoorbeeld een bonus pas te betalen na 1 augustus respectievelijk 16 augustus 2021.

Binnenkort lagere Awf-premie

De Algemeen Werkloosheidsfondspremie (Awf-premie) wordt vanaf 1 augustus 2021 verlaagd. De hoge premie gaat van 7,7% naar 5,34% en de lage premie van 2,7% naar 0,34%. Doet u per maand, halfjaar of per jaar aangifte loonheffingen? Dan geldt de verlaagde premie voor het loon dat uw werknemers vanaf 1 augustus 2021 genieten. Doet u per 4 weken loonaangifte? In dat geval geldt de premieverlaging voor het loon dat vanaf 16 augustus 2021 (periode 9) wordt genoten. U gebruikt het premiepercentage dat geldt op het genietingsmoment van het loon. De Belastingdienst licht toe hoe u dit verwerkt in de aangifte loonheffingen in verschillende situaties.

Tip

Het kan dus voordelig zijn om bijvoorbeeld een bonus pas te betalen na 1 augustus respectievelijk 16 augustus 2021.

Tijd dringt voor herziening hoofdactiviteit TVL Q4

De hoogte van de TVL-subsidie is gebaseerd op de registraties bij de Kamer van Koophandel (KvK) op 15 maart 2020. De geregistreerde activiteiten, de volgorde daarvan in hoofd- en nevenactiviteiten en de gekoppelde SBI-codes bepalen hoeveel financiële steun u kunt krijgen. Soms komt de werkelijke hoofdactiviteit niet overeen met de inschrijving in het Handelsregister van de KvK. Of u heeft een verkeerde SBI-code gekregen bij uw hoofdactiviteit. U kunt in deze gevallen – onder voorwaarden – nog tot en met 5 augustus 2021 voor TVL Q4 2020 uw hoofdactiviteit of SBI-code laten herzien door een herzieningsverzoek in te dienen bij de RVO. De hoofdactiviteit (of de gewenste SBI-code) wordt dan opnieuw getoetst. De te toetsen hoofdactiviteit (of: gewenste SBI-code) moet volgens het RVO wel passen bij de bedrijfsactiviteitenomschrijving bij de KvK op 15 maart 2020. Dit kan de nevenactiviteit zijn, of een activiteit beschreven in de bedrijfsactiviteitenomschrijving, waaraan eerder nog geen SBI-code was gekoppeld.

Tijd dringt voor herziening hoofdactiviteit TVL Q4

De hoogte van de TVL-subsidie is gebaseerd op de registraties bij de Kamer van Koophandel (KvK) op 15 maart 2020. De geregistreerde activiteiten, de volgorde daarvan in hoofd- en nevenactiviteiten en de gekoppelde SBI-codes bepalen hoeveel financiële steun u kunt krijgen. Soms komt de werkelijke hoofdactiviteit niet overeen met de inschrijving in het Handelsregister van de KvK. Of u heeft een verkeerde SBI-code gekregen bij uw hoofdactiviteit. U kunt in deze gevallen – onder voorwaarden – nog tot en met 5 augustus 2021 voor TVL Q4 2020 uw hoofdactiviteit of SBI-code laten herzien door een herzieningsverzoek in te dienen bij de RVO. De hoofdactiviteit (of de gewenste SBI-code) wordt dan opnieuw getoetst. De te toetsen hoofdactiviteit (of: gewenste SBI-code) moet volgens het RVO wel passen bij de bedrijfsactiviteitenomschrijving bij de KvK op 15 maart 2020. Dit kan de nevenactiviteit zijn, of een activiteit beschreven in de bedrijfsactiviteitenomschrijving, waaraan eerder nog geen SBI-code was gekoppeld.

Controleer definitieve LIV/LKV-beschikkingen 2020

Uiterlijk eind deze maand ontvangt u de definitieve beschikkingen Lage-Inkomensvoordeel (LIV) en het Loonkostenvoordeel (LKV) van de Belastingdienst. Het is verstandig om deze goed te (laten) controleren en te vergelijken met de gegevens in uw loonadministratie. Zijn bijvoorbeeld de correcties op de voorlopige beschikkingen die vóór 1 mei jl. zijn doorgegeven, goed verwerkt? Zijn alle kwalificerende werknemers meegenomen in de beschikking of zitten er fouten in de berekening?

Tip

Worden er fouten in de definitieve beschikking geconstateerd, zorg er dan voor dat u binnen zes weken bezwaar maakt of laat maken.