Controleer definitieve LIV/LKV-beschikkingen 2020

Uiterlijk eind deze maand ontvangt u de definitieve beschikkingen Lage-Inkomensvoordeel (LIV) en het Loonkostenvoordeel (LKV) van de Belastingdienst. Het is verstandig om deze goed te (laten) controleren en te vergelijken met de gegevens in uw loonadministratie. Zijn bijvoorbeeld de correcties op de voorlopige beschikkingen die vóór 1 mei jl. zijn doorgegeven, goed verwerkt? Zijn alle kwalificerende werknemers meegenomen in de beschikking of zitten er fouten in de berekening?

Tip

Worden er fouten in de definitieve beschikking geconstateerd, zorg er dan voor dat u binnen zes weken bezwaar maakt of laat maken.

 

Loket opent voor aanvragen NOW

Aanstaande maandag 26 juli opent het loket voor de aanvragen van NOW-subsidie voor de periode juli tot en met september 2021. U kunt deze tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen tot en met 30 september 2021. Om voor de NOW-subsidie in aanmerking te komen moet u een minimaal omzetverlies hebben van 20%. Ten opzichte van eerdere aanvraagperiodes zijn er enkele belangrijke verschillen. U kunt in de laatste NOW-periode maximaal 80% omzetverlies opvoeren in uw aanvraag, ook als de uw werkelijke omzetverlies groter is. Het omzetverlies was in de eerdere aanvraagperiodes niet gemaximeerd. Ten opzichte van de vorige aanvraagperiode is de referentiemaand februari 2021 geworden in plaats van juni 2020.

Tip

De NOW-regeling is een complexe regeling, zo is gebleken. Wilt u voor de periode juli tot en met september NOW-subsidie aanvragen? Vraag dan uw adviseur om u daarbij behulpzaam te zijn.

Loket opent voor aanvragen NOW

Aanstaande maandag 26 juli opent het loket voor de aanvragen van NOW-subsidie voor de periode juli tot en met september 2021. U kunt deze tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen tot en met 30 september 2021. Om voor de NOW-subsidie in aanmerking te komen moet u een minimaal omzetverlies hebben van 20%. Ten opzichte van eerdere aanvraagperiodes zijn er enkele belangrijke verschillen. U kunt in de laatste NOW-periode maximaal 80% omzetverlies opvoeren in uw aanvraag, ook als de uw werkelijke omzetverlies groter is. Het omzetverlies was in de eerdere aanvraagperiodes niet gemaximeerd. Ten opzichte van de vorige aanvraagperiode is de referentiemaand februari 2021 geworden in plaats van juni 2020.

Tip

De NOW-regeling is een complexe regeling, zo is gebleken. Wilt u voor de periode juli tot en met september NOW-subsidie aanvragen? Vraag dan uw adviseur om u daarbij behulpzaam te zijn.

Te hoge schuld DGA, pensioenaanspraak belast

Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) heeft zijn pensioen bij een eigen BV ondergebracht. De pensioenvoorziening bedraagt ruim € 255.000. De DGA heeft een rekening courantschuld aan de BV van bijna € 350.000. Hij heeft geen inkomen meer en verder onvoldoende vermogen om deze schuld af te lossen. Na een boekenonderzoek wordt de gehele pensioenvoorziening als inkomen belast. Hoe oordeelt de rechter?

Pensioenaanspraak voorwerp van zekerheid
De wet zegt dat als een pensioenaanspraak van een (gewezen) werknemer formeel of feitelijk voorwerp van zekerheid wordt, de gehele opgebouwde aanspraak, naar de waarde daarvan in het economische verkeer, direct voorafgaand aan de zekerheidstelling wordt aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking van die (gewezen) werknemer.

Bewijslast DGA
De DGA is aan zet om overtuigend aan te tonen dat hij aan zijn aflossingsverplichting kan voldoen anders dan door (jaarlijkse) verrekening van zijn openstaande schuld met de pensioenuitkering. Daarin slaagt de DGA niet. Dit betekent dat de pensioenaanspraak feitelijk voorwerp van zekerheid is geworden, zodat de Belastingdienst terecht het bedrag van ruim € 255.000 bij de DGA als loon uit vroegere dienstbetrekking in aanmerking heeft genomen.

Let op: Als u schulden aan uw eigen BV niet meer kunt aflossen, krijgt u mogelijk met forse fiscale consequenties te maken. Voorkom daarom dat u in deze situatie terecht komt.

Gezonde maaltijd vrijgestelde Arbovoorziening?

Een bedrijf in gezonde voeding streeft ernaar om het gezondste bedrijfsrestaurant van Nederland te hebben. Werknemers kunnen er dagelijks kosteloos lunchen. Alle maaltijden hebben een vastgestelde minimum hoeveelheid groenten, zijn afgestemd met een diëtiste en bevatten geen toevoegingen zoals zout, suiker en E-nummers. Volgens de werkgever is sprake van een gericht vrijgestelde Arbovoorziening. De Belastingdienst denkt daar anders over.

Oordeel rechter
Volgens de rechter is de gerichte vrijstelling voor Arbovoorzieningen niet van toepassing op de verstrekking van de lunchmaaltijden.

Weliswaar is het bieden van gezonde lunchmaaltijden vooruitstrevend en is gezonde voeding maatschappelijk gezien wenselijk, maar dat maakt de verstrekking van de lunchmaaltijden geen gericht vrijgestelde Arbovoorziening. Voeding is daarvoor te algemeen van aard.

De lunchmaaltijden vormen geen voorziening die rechtstreeks voortvloeit uit het arbeidsomstandighedenbeleid dat de inhoudingsplichtige voert op grond van de Arbowet.

Dat de werkgever sinds september 2018 in de RI&E en het Plan van Aanpak de gezondheidsvoordelen van de verstrekking van de lunchmaaltijden benoemt, hetgeen bevestigd wordt door de bedrijfsarts en arts bedrijfsgeneeskunde maakt dit niet anders.

Voor maaltijden, gezond of ongezond, die kosteloos worden verstrekt op de werkplek geldt een speciale regeling. De verstrekking van een maaltijd door de werkgever aan zijn werknemers met een niet meer dan bijkomstig zakelijk karakter is voor de loonheffingen belast, waarbij wordt uitgegaan van een normbedrag.

Conclusie
Gelet op de wetssystematiek past het niet om lunchmaaltijden onder een gerichte vrijstelling te brengen, ook niet wanneer het doelbewust en vanuit overtuiging om louter gezonde maaltijden gaat.

Tip: De verstrekking aan werknemers van gratis maaltijden, gezond of ongezond, met een niet meer dan bijkomstig zakelijk karakter, is voor de loonheffingen belast, waarbij wordt uitgegaan van een normbedrag.

Schuur wordt praktijkruimte: ondernemingsvermogen?

Man en vrouw, ondernemers, kopen een woning met schuur. Na een forse verbouwing nemen ze de schuur in gebruik als praktijkruimte van de onderneming. De schuur staat op de ondernemersbalans. Twintig jaar later stoppen ze en claimen ze een aftrekbaar boekverlies op de schuur. De Belastingdienst corrigeert dit naar een belaste boekwinst.

De praktijkruimte
Direct na aankoop is de schuur voor ongeveer € 60.000 verbouwd. Later is nog een dakkapel aangebracht. De praktijkruimte heeft onder meer op de begane grond een toilet, een pantry, twee kantoren en parkeerplaatsen aan de voorzijde. Verder is er een zolderverdieping die voor privé-opslag wordt gebruikt. De praktijkruimte staat in het jaar waarin de ondernemers stoppen nog steeds op hun ondernemingsbalans.

Ondernemingsvermogen
De ondernemers proberen vergeefs aannemelijk te maken dat de schuur verplicht privévermogen was en is gebleven. De schuur is volgens de rechter vanaf de aankoop niet meer dan bijkomstig privé gebruikt. De schuur vormde vanaf de aanschaf verplicht ondernemingsvermogen. Doorslaggevend daarbij is de intentie om de schuur als praktijkruimte in de onderneming te gaan gebruiken, het daadwerkelijke zakelijke gebruik nadien, en de forse investering die daarvoor is gepleegd.

Boekwinst of boekverlies
Het gaat vervolgens om waarde in het economische verkeer en de boekwaarde. Het verschil hiertussen bepaalt de boekwinst of het boekverlies. De Belastingdienst komt met een aannemelijke taxatie van de waarde in het economisch verkeer. De boekwaarde die de ondernemers hanteren is te hoog. Deze wordt op basis van een taxatie van de waarde na de verbouwing naar beneden bijgesteld. Dit resulteert in een boekwinst van ruim € 9.000 in plaats van een boekverlies van bijna € 36.000.

Tip: Ondernemers die stoppen, krijgen te maken met fiscale afrekening over de meerwaarde van bedrijfsruimte op hun ondernemingsbalans. Aantonen dat de bedrijfsruimte ten onrechte op de balans staat, lukt zeer zelden. Wat zijn de fiscale gevolgen als u stopt met uw zaak? We informeren u hier graag over.

Min-uren inhalen: de Wibra-zaak

Werknemers die buiten hun schuld niet kunnen werken, hebben recht op doorbetaling van hun loon. De niet-gewerkte uren hoeven ze niet in te halen. De CAO Retail Non Food bevat echter een regeling voor flexibele inzet, waardoor min-uren kunnen ontstaan. Wat zijn dat en waarom mag de werkgever deze wel laten inhalen van de rechter?

Wat zijn min-uren?
In de CAO Retail Non Food is geregeld hoe werkgever en medewerker flexibele inzet kunnen afspreken. In de arbeidsovereenkomst wordt vermeld hoeveel uur de medewerker gemiddeld per week werkt. Op deze basisuren wordt het vaste salaris gebaseerd.

De basisuren gelden ook als uitgangspunt voor het flexibel werken. De werkgever kan de medewerker verplichten wekelijks meer of minder arbeidsuren te werken binnen een bandbreedte van + en – 35 procent ten opzichte van zijn basisuren. Als periode om te bepalen in hoeverre de feitelijke werktijd afwijkt van de basisuren stelt de werkgever een referteperiode van 12 maanden vast.

Als aan het einde van een referteperiode minder is gewerkt dan de voor de referteperiode berekende basisuren, dan komen deze min-uren te vervallen en hoeft de medewerker deze niet in te halen door in de periode erna meer te werken.

Het is aan de werkgever om de werknemers zo in te plannen dat ze binnen de referteperiode aan hun basisuren komen.

Lockdown leidde tot min-uren
Op 15 december 2020 heeft de overheid in verband met de coronapandemie een lockdown ingesteld, die onder meer een winkelsluiting inhield. Met ingang van 1 januari 2021 heeft Wibra haar werknemers voor minder uren ingeroosterd om de gevolgen van de winkelsluiting te overbruggen. Pas sinds 28 april 2021 waren de winkels met inachtneming van veiligheidsmaatregelen weer geheel open. In de eerste maanden van 2021 zijn er door het personeel meer dan gemiddeld min-uren opgebouwd. Het gaat om min-uren in de referteperiode van 1 januari tot en met 31 december 2021.

Referteperiode loopt nog
Wibra heeft gedurende de gehele periode de salarissen doorbetaald en houdt haar werknemers aan de afspraak om daartegenover in 2021 een gemiddeld aantal uren per week te werken. Dat betekent inhalen van de min-uren gedurende de rest van 2021, met inachtneming van de bandbreedtes in de CAO.

Oordeel rechter
Volgens de rechter leidt dit niet tot onaanvaardbare resultaten. Gemiddeld dient het winkelpersoneel over de resterende weken van 2021 in totaal slechts 40 minuten aan min-uren boven het aantal basisuren te werken.

Let op: Het is afhankelijk van de arbeidsrechtelijke situatie of u van uw werknemers mag vragen om uren die ze tijdens de lockdown minder hebben gewerkt zonder extra salaris in te halen.

ODV-kapitaal extern onderbrengen – let op uw AOW-leeftijd

Er zijn een heleboel redenen te bedenken waarom u het kapitaal in de oudedagsverplichting (ODV) bij uw eigen bv zou willen onderbrengen bij een externe partij. U wilt bijvoorbeeld uw bv op termijn liquideren. Belangrijk om te weten is dat u, in het geval u uw ODV-kapitaal buiten uw bv wilt onderbrengen, verplicht bent om dat kapitaal te storten in een lijfrente (verzekerd of bancair). Qua uitkeringen zijn de regels voor een lijfrente flexibeler dan die voor een ODV. Bedenk wel dat de uiterste ingangsdatum van een lijfrente-uitkering vijf jaar na het bereiken van uw AOW-leeftijd ligt. Vóór die datum moet u dan ook het ODV-kapitaal extern hebben ondergebracht.

Tip

Houd uw AOW-leeftijd scherp in het vizier. U kunt dan tijdig uw ODV-kapitaal extern onderbrengen, mocht u dat wensen.

ODV-kapitaal extern onderbrengen – let op uw AOW-leeftijd

Er zijn een heleboel redenen te bedenken waarom u het kapitaal in de oudedagsverplichting (ODV) bij uw eigen bv zou willen onderbrengen bij een externe partij. U wilt bijvoorbeeld uw bv op termijn liquideren. Belangrijk om te weten is dat u, in het geval u uw ODV-kapitaal buiten uw bv wilt onderbrengen, verplicht bent om dat kapitaal te storten in een lijfrente (verzekerd of bancair). Qua uitkeringen zijn de regels voor een lijfrente flexibeler dan die voor een ODV. Bedenk wel dat de uiterste ingangsdatum van een lijfrente-uitkering vijf jaar na het bereiken van uw AOW-leeftijd ligt. Vóór die datum moet u dan ook het ODV-kapitaal extern hebben ondergebracht.

Tip

Houd uw AOW-leeftijd scherp in het vizier. U kunt dan tijdig uw ODV-kapitaal extern onderbrengen, mocht u dat wensen.

Start aanvraagtermijn vaststelling TVL Q1

Hebt u TVL-subsidie ontvangen in het eerste kwartaal van 2021 (Q1)? In dat geval ontvangt u binnenkort een mail van de RVO met het verzoek om het definitieve bedrag van de TVL Q1 vast te laten stellen. Daartoe dient u een vaststellingsformulier in, waarin u de werkelijke omzet in het eerste kwartaal aangeeft. Dit formulier heeft de RVO al grotendeels ingevuld met behulp van gegevens van de Belastingdienst. Bent u het met de ingevulde gegevens eens, dan kunt u akkoord geven. Zo niet, dan past u de gegevens aan. U hebt tot 1 oktober 2021 de tijd om de aanvraag voor de definitieve vaststelling van TVL Q1 te doen. Is het omzetverlies gelijk aan de opgegeven schatting bij de TVL-aanvraag? Dan krijgt u de resterende 20% TVL-subsidie uitbetaald. Is het verlies hoger, dan krijgt u meer TVL-subsidie en is het omzetverlies lager, dan krijgt u minder dan 20% bijbetaald of u moet TVL-subsidie terugbetalen. In dit laatste geval kunt u eventueel een betalingsregeling treffen met de RVO.

Tip

Zorg dat u de gegevens volledig en juist aanlevert bij de RVO. In dat geval kan de RVO de aanvraag in de meeste gevallen binnen drie weken afhandelen.