Start aanvraagtermijn vaststelling TVL Q1

Hebt u TVL-subsidie ontvangen in het eerste kwartaal van 2021 (Q1)? In dat geval ontvangt u binnenkort een mail van de RVO met het verzoek om het definitieve bedrag van de TVL Q1 vast te laten stellen. Daartoe dient u een vaststellingsformulier in, waarin u de werkelijke omzet in het eerste kwartaal aangeeft. Dit formulier heeft de RVO al grotendeels ingevuld met behulp van gegevens van de Belastingdienst. Bent u het met de ingevulde gegevens eens, dan kunt u akkoord geven. Zo niet, dan past u de gegevens aan. U hebt tot 1 oktober 2021 de tijd om de aanvraag voor de definitieve vaststelling van TVL Q1 te doen. Is het omzetverlies gelijk aan de opgegeven schatting bij de TVL-aanvraag? Dan krijgt u de resterende 20% TVL-subsidie uitbetaald. Is het verlies hoger, dan krijgt u meer TVL-subsidie en is het omzetverlies lager, dan krijgt u minder dan 20% bijbetaald of u moet TVL-subsidie terugbetalen. In dit laatste geval kunt u eventueel een betalingsregeling treffen met de RVO.

Tip

Zorg dat u de gegevens volledig en juist aanlevert bij de RVO. In dat geval kan de RVO de aanvraag in de meeste gevallen binnen drie weken afhandelen.

Fiscale aftrek scholingsuitgaven vanaf 1 januari 2022 van de baan

De fiscale aftrek scholingsuitgaven lijkt met ingang van 1 januari 2022 toch definitief te vervallen. De aftrekpost in de inkomstenbelasting wordt vervangen door het zogenoemde STAP-budget. STAP staat voor Stimulering Arbeidsmarktpositie. Met het STAP-budget kunt u een individueel leer- en ontwikkelbudget  van maximaal € 1.000 aanvragen om uzelf verder te ontwikkelen en uw inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te vergroten. Minister Koolmees heeft aangegeven dat de loketten voor de STAP pas per 1 maart 2022 open kunnen. Desondanks wordt de fiscale aftrek van scholingsuitgaven al per 1 januari 2022 afgeschaft.

Tip

Bent u van plan een dure studie te doen die kwalificeert voor de huidige aftrekregeling scholingsuitgaven? Onderzoek dan de mogelijkheden nog dit jaar van deze regeling gebruik te maken.

Fiscale aftrek scholingsuitgaven vanaf 1 januari 2022 van de baan

De fiscale aftrek scholingsuitgaven lijkt met ingang van 1 januari 2022 toch definitief te vervallen. De aftrekpost in de inkomstenbelasting wordt vervangen door het zogenoemde STAP-budget. STAP staat voor Stimulering Arbeidsmarktpositie. Met het STAP-budget kunt u een individueel leer- en ontwikkelbudget  van maximaal € 1.000 aanvragen om uzelf verder te ontwikkelen en uw inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te vergroten. Minister Koolmees heeft aangegeven dat de loketten voor de STAP pas per 1 maart 2022 open kunnen. Desondanks wordt de fiscale aftrek van scholingsuitgaven al per 1 januari 2022 afgeschaft.

Tip

Bent u van plan een dure studie te doen die kwalificeert voor de huidige aftrekregeling scholingsuitgaven? Onderzoek dan de mogelijkheden nog dit jaar van deze regeling gebruik te maken.

NOW 4 (zesde aanvraagperiode) iets versoberd

Het kabinet heeft besloten om de eerder aangekondigde NOW 4 voor het derde kwartaal van 2021 te versoberen. De versobering houdt in dat het maximale op te geven omzetverlies over het derde kwartaal van dit jaar wordt begrensd op 80%. Ook als uw bedrijf verwacht dat er meer dan 80% omzetverlies geleden gaat worden, of als er daadwerkelijk meer dan 80% omzetverlies geleden is, mag uw bedrijf bij de aanvraag van de NOW voor het derde kwartaal maximaal 80% omzetverlies opvoeren. Zowel het voorschot als de uiteindelijke vaststelling van de subsidie gaan uit van maximaal 80% omzetverlies. Het subsidiepercentage van 85% blijft wel intact.

Tip

Op moment van dit schrijven was de ingangsdatum van aanvraagperiode nog niet bekend. Houdt de website van de UWV in de gaten!

NOW 4 (zesde aanvraagperiode) iets versoberd

Het kabinet heeft besloten om de eerder aangekondigde NOW 4 voor het derde kwartaal van 2021 te versoberen. De versobering houdt in dat het maximale op te geven omzetverlies over het derde kwartaal van dit jaar wordt begrensd op 80%. Ook als uw bedrijf verwacht dat er meer dan 80% omzetverlies geleden gaat worden, of als er daadwerkelijk meer dan 80% omzetverlies geleden is, mag uw bedrijf bij de aanvraag van de NOW voor het derde kwartaal maximaal 80% omzetverlies opvoeren. Zowel het voorschot als de uiteindelijke vaststelling van de subsidie gaan uit van maximaal 80% omzetverlies. Het subsidiepercentage van 85% blijft wel intact.

Tip

Op moment van dit schrijven was de ingangsdatum van aanvraagperiode nog niet bekend. Houdt de website van de UWV in de gaten!

Geen VOG, einde contract

Een medewerkster van een bedrijf in mobiele telefonie krijgt een tijdelijk contract met daarin een ontbindende voorwaarde: ze moet binnen twee maanden een Verklaring Omtrent Gedrag aanleveren. Zo niet, dan eindigt de overeenkomst na afloop van deze termijn. Ze ontvangt haar VOG te laat, op dezelfde dag als de brief, waarin het einde van haar contract wordt bevestigd. Ze gaat naar de rechter.

Tijdig aanleveren verantwoordelijkheid medewerkster
Volgens de rechter moet haar duidelijk zijn geweest dat ze zelf verantwoordelijk was voor het tijdig aanleveren van de VOG. Eventuele vertragingen in het aanvragen en verkrijgen van de VOG komen voor haar rekening en risico. Ook moet haar duidelijk zijn geweest wat de consequentie zou zijn als ze de VOG niet of te laat zou aanleveren.

Toetsing ontbindende voorwaarde: drie elementen
Een ontbindende voorwaarde in de arbeidsovereenkomst is volgens de hoogste rechter mogelijk, maar alleen als is voldaan aan drie elementen. Het opnemen van een ontbindende voorwaarde mag geen strijdigheid opleveren met het ontslagrecht, de vervulling van de ontbindende voorwaarde dient objectief te worden bepaald en na de vervulling van de ontbindende voorwaarde moet geen invulling meer kunnen worden gegeven aan de arbeidsovereenkomst.

Strijdigheid met ontslagrecht
Deze ontbindende voorwaarde – het tijdig aanleveren van een VOG – is niet in strijd met enige wettelijke bepaling dan wel een opzegverbod. De VOG is in dit geval zelfs wettelijk verplicht omdat de medewerkster zich onder meer bezig hield met financiële diensten rond consumentenkrediet.  Het eisen van een VOG binnen twee maanden vindt de rechter redelijk, geoorloofd en gerechtvaardigd.

Vervulling voorwaarde objectief bepaald
Het vervullen van de ontbindende voorwaarde kon objectief bepaald kon worden en was niet afhankelijk van de subjectieve waardering door één partij. Het afgeven van een VOG geschiedt door het ministerie en het verkrijgen van een VOG is niet afhankelijk van de wil van de contractspartijen. De arbeidsovereenkomst bevat daarnaast een concrete vooraf kenbare termijn. De medewerkster heeft, door ondertekening van de arbeidsovereenkomst, ingestemd met deze ontbindende voorwaarde.

Invulling arbeidsovereenkomst onmogelijk na vervulling voorwaarde
Voor de uitoefening van de functie is een VOG wettelijk verplicht. Dus kan aan de arbeidsovereenkomst geen invulling worden gegeven zonder VOG. Aan het derde element is eveneens voldaan.

Oordeel rechter
Naar het oordeel van de kantonrechter is aan de drie elementen voldaan en heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst door het inroepen van de ontbindende voorwaarde rechtsgeldig beëindigd. De werkneemster moet de proceskosten van de werkgever vergoeden.

Tip: Voor sommige functies is een VOG wenselijk of wettelijk verplicht. Met een ontbindende voorwaarde en een redelijke termijn om de VOG aan te leveren, kan de werknemer direct aan de slag. Komt de VOG niet of te laat, dan is dat voor rekening van de werknemer, mits deze procedure en de eventuele consequentie de werknemer duidelijk waren.

ZZP-er of fictieve dienstbetrekking?

Een omroeporganisatie krijgt een naheffingsaanslag loonheffingen. Waarom? Een ZZP-er die voor de omroep had gewerkt, had een WW-uitkering aangevraagd en, na onderzoek van de arbeidsrelatie door het UWV, gekregen. Het UWV meldde dit bij de Belastingdienst. De omroep legt de zaak voor aan de rechter.

Geen dienstbetrekking
De ZZP-er voerde zijn werkzaamheden voor radioprogramma’s vrijwel zelfstandig uit. Hij koos zelf  de gasten. Vanuit zijn achtergrond en expertise als journalist was hij zelfstandig in staat de inhoud van de radioprogramma’s in te vullen. Hij was goed geïnformeerd over de actuele ontwikkelingen en hij had geen begeleiding nodig bij de invulling van de programma’s of de uitvoering daarvan. De contractuele bevoegdheid van de omroep aanwijzingen te geven kwam in de praktijk neer op het bewaken van de kaders en het te bereiken resultaat, maar niet op de inhoud of wijze van uitvoering van de werkzaamheden. Van de voor een arbeidsovereenkomst vereiste gezagsverhouding was daarom geen sprake.

Fictieve dienstbetrekking
Volgens de wet wordt een arbeidsverhouding beschouwd als fictieve dienstbetrekking als die is aangegaan voor een periode langer dan een maand en die meer dan twee dagen per week beslaat, terwijl de arbeid persoonlijk moet worden verricht en de beloning meer bedraagt dan twee vijfde van het minimumloon. Tussen partijen is niet in geschil dat aan deze voorwaarden is voldaan. De ZZP-er heeft vijf jaar op gemiddeld (ten minste) drie dagen per week arbeid voor diverse programma’s van de omroep verricht.

Volgens de wet kan echter van een fictieve dienstbetrekking geen sprake zijn, als de ZZP-er zijn werkzaamheden heeft verricht in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep.

De omroep moet aannemelijk maken dat deze uitzondering zich voordoet. Maar de omroep heeft daar onvoldoende onderzoek naar gedaan. Het is haar onbekend hoeveel andere opdrachtgevers de ZZP-er heeft gehad. In de vijf jaren van de samenwerking heeft de ZZP-er geen enkele VAR aan de omroep verstrekt. Bovendien heeft de ZZP-er voor zijn werkzaamheden declaraties ingediend zonder BTW, waarmee de omroep heeft ingestemd. De omroep kan niet bewijzen dat de uitzondering zich voordoet.

Oordeel rechter
De ZZP-er werkte in fictieve dienstbetrekking voor de omroep, zodat de naheffingsaanslagen loonheffingen terecht zijn opgelegd.

Let op: ZZP-ers kunnen bij u in fictieve dienstbetrekking zijn als ze langer dan een maand meer dan twee dagen per week voor u werken, terwijl ze de arbeid persoonlijk moeten verrichten en hun beloning meer bedraagt dan twee vijfde van het minimumloon. U voorkomt naheffingen als u kunt aantonen dat ze hun werkzaamheden in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep uitvoerden.

Registratiedrempel BTW voor zeer kleine ondernemers

Ondernemers voor de BTW met een jaaromzet van maximaal € 1.800 mogen de vrijstelling voor kleine ondernemers toepassen zonder dat zij hiervoor een melding hoeven te doen (vrijwillige registratiedrempel). Ze zijn daarbij niet gebonden aan een minimale toepassingsduur van de kleineondernemersregeling van drie jaar of aan een wederopzegging. Deze goedkeuring is onlangs definitief ingevoerd met terugwerkende kracht.

Hoofdregel: registratiedrempel
Ondernemers moeten om uitreiking van aangiften vragen zodra zij BTW verschuldigd zijn. Nederlandse ondernemers met een jaaromzet van maximaal € 20.000 kunnen er echter ook voor kiezen om de vrijstelling voor kleine ondernemers (KOR) toe te passen. In dat geval zijn ze geen BTW verschuldigd over hun leveringen en diensten, zijn ze ontheven van de administratieve verplichtingen, maar bestaat er ook geen recht op aftrek van BTW. Als een ondernemer kiest voor toepassing van de KOR is hij verplicht zich hiervoor aan te melden bij de Belastingdienst. De KOR-vrijstelling is dan van toepassing vanaf het eerste tijdvak dat minimaal vier weken ná die melding ingaat. De toepassing van de vrijstelling geldt tot wederopzegging door de ondernemer, maar ten minste voor drie jaar.

Waarom goedkeuring?
Voor een ondernemer die slechts een zeer geringe jaaromzet heeft en geen BTW wil terugvragen, levert de hoofdregel te veel administratieve lasten op. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een startende ondernemer die weinig kosten maakt waarop BTW drukt of een koper van een bestaande woning waarop de vorige eigenaar zonnepanelen heeft laten aanbrengen.

Goedkeuring
Een ondernemer, die zich nog niet voor de omzetbelasting heeft gemeld bij de Kamer van Koophandel of de Belastingdienst, mag de kleineondernemersregeling toepassen zonder zich te melden, zolang zijn omzet per kalenderjaar maximaal € 1.800 (registratiedrempel) bedraagt.

Een ondernemer die onder de registratiedrempel blijft en gebruik maakt van de goedkeuring is niet gebonden aan een wederopzegging van de KOR of de minimale termijn van drie jaar.

De goedkeuring werkt terug tot 1 januari 2020. Dat is de datum waarop de huidige kleineondernemersregeling van kracht werd. Hiermee wordt voorkomen dat ondernemers die onder de registratiedrempel blijven, maar verzuimd hebben om zich te melden, zich alsnog moeten melden.

Later alsnog registreren
De ondernemer mag zich op elk moment alsnog melden bij de Belastingdienst voor uitreiking van aangiften. De ondernemer moet dan vanaf de gewenste ingangsdatum de reguliere BTW-verplichtingen nakomen. Dit betekent onder meer dat hij ook vanaf dat moment BTW is verschuldigd over zijn belaste prestaties.

Als de ondernemer toch boven de registratiedrempel van € 1.800 uitkomt, is hij verplicht zich aan te melden als BTW-plichtig ondernemer en is hij vanaf het moment van overschrijding BTW verschuldigd over zijn belaste prestaties.

In beide situaties kan de ondernemer kiezen voor toepassing van de KOR als zijn jaaromzet maximaal € 20.000 bedraagt. Rekening houdend met de wettelijke aanmeldtermijn van minimaal vier weken, moet hij zich hiervoor aanmelden bij de Belastingdienst en is hij daarbij dan wel gebonden aan de voorwaarden.

Let op: Ondernemers die zich al hebben gemeld (bijvoorbeeld omdat zij recht hebben op een teruggave van BTW) kunnen de goedkeuring niet toepassen en dienen zich voor een eventuele toepassing van de KOR aan te melden.

Uitstel aanvragen toch tot 1 oktober 2021

Bent u ondernemer en heeft uw bedrijf betalingsproblemen door de coronacrisis? Dan kunt u nog tot en met 30 september 2021 bijzonder uitstel van betaling aanvragen of verlengen. Eerder meldden wij dat u vanaf 1 juli 2021 weer zou moeten voldoen aan uw nieuwe betalingsverplichtingen. Het demissionair kabinet heeft nu besloten ondernemers hiervoor meer tijd te geven.

Aflossen uitgestelde belasting
Het demissionair kabinet heeft bovendien besloten dat u, als u gebruikmaakt van het bijzonder uitstel, de nog te betalen belasting pas vanaf 1 oktober 2022 hoeft af te lossen. U krijgt daarvoor dan 60 maanden de tijd. Wel moet u vanaf 1 oktober 2021 weer op tijd voldoen aan uw nieuwe betalingsverplichtingen. Eerder meldden wij dat u deze openstaande bedragen zou moeten betalen van 1 oktober 2021 tot 1 oktober 2024, in 36 maanden. Het demissionair kabinet heeft besloten ondernemers hiervoor meer tijd te geven.

Vanaf 1 oktober 2021: voldoen aan nieuwe betalingsverplichtingen
Alle belastingen waarvoor u op of na 1 oktober 2021 aangifte doet, moet u weer op tijd betalen. Hebt u bijzonder uitstel van betaling tot en met 30 september 2021? En moet u in oktober 2021 aangifte doen over het 3e kwartaal van 2021, over september 2021 of over de 10e vierwekenperiode? Dan zijn dit de tijdvakken waarover u voor het eerst niet alleen op tijd aangifte moet doen, maar ook weer op tijd moet betalen. Het bedrag van deze aangiften moet uiterlijk 31 oktober 2021 betaald zijn.

Loopt uw bijzonder uitstel af vóór 1 oktober 2021, en vraagt u geen verlenging aan?
Dan moet u vóór 1 oktober 2021 weer op tijd aangifte doen en betalen.

Hebt u sinds het eind van uw bijzonder uitstel niet alle belastingen op tijd betaald?
Doe dit dan vóór 1 oktober 2021 alsnog. Lukt dat niet, vraag dan zo snel mogelijk verlenging aan van uw bijzonder uitstel.

Vanaf 1 oktober 2022: openstaande bedragen betalen
Op 1 oktober 2022 begint u met het betalen van de openstaande bedragen voor de belastingen die u niet hebt betaald tijdens uw bijzonder uitstel. U krijgt hiervoor van 1 oktober 2022 tot 1 oktober 2027 de tijd. U betaalt dan 60 maanden lang elke maand een vast bedrag. Wilt u versneld betalen, dan kan dat natuurlijk ook.

Invorderingsrente
Als u een aanslag niet op tijd betaalt, moet u normaal gesproken 4% invorderingsrente betalen vanaf het moment dat de betaaltermijn is verstreken. Het tarief van de invorderingsrente is tot en met 31 december 2021 verlaagd naar 0,01%. De invorderingsrente gaat stapsgewijs terug naar het oude niveau. Dit betekent dat op 1 januari 2022 het percentage invorderingsrente op 1% wordt vastgesteld, en vervolgens stapsgewijs omhoog gaat tot 4% op 1 januari 2024.

Tip: We helpen u graag bij het verlengen of aanvragen van bijzonder uitstel van belasting.

Btw-regels internetverkopen over de grens met ingang van 1 juli 2021 gewijzigd

Op 1 juli 2021 zijn nieuwe btw-regels voor grensoverschrijdende internetverkopen van goederen en diensten (e-commerce) in werking getreden. De nieuwe regels gelden voor internetverkopen aan particulieren en niet-ondernemers. Deze leveringen en diensten worden vanaf 1 juli 2021 belast in het land van bestemming. Om registratie en btw-aangifte doen in andere EU-lidstaten te voorkomen, kunt u zich laten registreren voor het nieuwe éénloketsysteem: het One Stop Shop (OSS)-loket. U kunt dan de buitenlandse btw over de afstandsverkopen in Nederland voldoen.

Tip

Raadpleeg uw adviseur of registratie voor de OSS-regeling verstandig is. De nieuwe btw-regels voor e-commerce gelden namelijk bijvoorbeeld niet voor ondernemers die alleen in Nederland gevestigd zijn met een totale grensoverschrijdende jaaromzet van minder dan € 10.000. Deze categorie ondernemers blijft voor de afstandsverkopen btw-plichtig in Nederland.