Laat uw WOZ-beschikking controleren

 U ontvangt deze maand de jaarlijkse WOZ-beschikking. Hierin staat de WOZ-waarde van uw woning vermeld op de peildatum 1 januari 2020. Op basis van deze WOZ-waarde stelt de gemeente uw aanslag voor de onroerendezaakbelastingen voor dit jaar vast. De WOZ-waarde is echter ook voor steeds meer andere belastingen van belang, zoals bijvoorbeeld de inkomstenbelasting en de schenk-  en erfbelasting. Het verdient daarom aanbeveling deze beschikking te (laten) controleren. Bent u het niet eens met de vastgestelde waarde in de WOZ-beschikking, dan moet u binnen 6 weken na de dagtekening van de beschikking daartegen bezwaar aantekenen bij uw gemeente. U kunt geen bezwaar aantekenen bij de Belastingdienst!

Tip

Zorg dat u tijdig bezwaar maakt. Is de 6-wekentermijn verstreken en heeft u geen bezwaar gemaakt? Dan zit u weer een jaar vast aan de vastgestelde WOZ-waarde voor de gemeentelijke heffingen, maar ook voor de andere belastingen.

Laat uw WOZ-beschikking controleren

 U ontvangt deze maand de jaarlijkse WOZ-beschikking. Hierin staat de WOZ-waarde van uw woning vermeld op de peildatum 1 januari 2020. Op basis van deze WOZ-waarde stelt de gemeente uw aanslag voor de onroerendezaakbelastingen voor dit jaar vast. De WOZ-waarde is echter ook voor steeds meer andere belastingen van belang, zoals bijvoorbeeld de inkomstenbelasting en de schenk-  en erfbelasting. Het verdient daarom aanbeveling deze beschikking te (laten) controleren. Bent u het niet eens met de vastgestelde waarde in de WOZ-beschikking, dan moet u binnen 6 weken na de dagtekening van de beschikking daartegen bezwaar aantekenen bij uw gemeente. U kunt geen bezwaar aantekenen bij de Belastingdienst!

Tip

Zorg dat u tijdig bezwaar maakt. Is de 6-wekentermijn verstreken en heeft u geen bezwaar gemaakt? Dan zit u weer een jaar vast aan de vastgestelde WOZ-waarde voor de gemeentelijke heffingen, maar ook voor de andere belastingen.

Start NOW-3.0-aanvraag tweede tijdvak – zorg dat u op tijd bent

Vanaf 15 februari 2021 kunt u NOW-subsidie aanvragen voor de maanden januari, februari en maart 2021. Na de indiening van de aanvraag, ontvangt u normaliter binnen een aantal dagen een voorschot, mits wordt voldaan aan de voorwaarden. Omdat het vergoedingspercentage is verhoogd van 80% naar 85% is het mogelijk dat de eerste uitbetalingen een aantal dagen later worden overgemaakt dan u gewend bent van eerdere NOW-uitbetalingen. Deze tijd is nodig om de verhoging van de vergoeding mee te kunnen nemen in de voorschotten.

Tip

De aanvraagtermijn voor de NOW-subsidie over het eerste kwartaal van 2021 is kort, namelijk van 15 februari tot en met 14 maart 2021. Zorg dus dat u tijdig uw aanvraag indient of laat indienen.

Start NOW-3.0-aanvraag tweede tijdvak – zorg dat u op tijd bent

Vanaf 15 februari 2021 kunt u NOW-subsidie aanvragen voor de maanden januari, februari en maart 2021. Na de indiening van de aanvraag, ontvangt u normaliter binnen een aantal dagen een voorschot, mits wordt voldaan aan de voorwaarden. Omdat het vergoedingspercentage is verhoogd van 80% naar 85% is het mogelijk dat de eerste uitbetalingen een aantal dagen later worden overgemaakt dan u gewend bent van eerdere NOW-uitbetalingen. Deze tijd is nodig om de verhoging van de vergoeding mee te kunnen nemen in de voorschotten.

Tip

De aanvraagtermijn voor de NOW-subsidie over het eerste kwartaal van 2021 is kort, namelijk van 15 februari tot en met 14 maart 2021. Zorg dus dat u tijdig uw aanvraag indient of laat indienen.

Voorlopig geen aanpassing onbelaste vaste reiskostenvergoeding

De verandering van het reispatroon van werknemers door het thuiswerken, hoeft tot 1 april 2021 geen gevolgen te hebben voor de vaste en onbelaste reiskostenvergoeding. Dit heeft het kabinet besloten in het nieuwste steunpakket. Voor reiskosten met een vast en gelijkmatig karakter kunt u een vaste onbelaste vergoeding afspreken met uw werknemers, bijvoorbeeld voor het woon-werktraject. Het thuiswerken van veel werknemers vanwege de coronacrisis leidt tot verandering van hun reispatroon. Gedurende heel 2020 hoefde u de vaste reiskostenvergoedingen echter niet aan te passen bij een wijziging in het reispatroon. Dit gold ook voor een vaste reiskostenvergoeding met nacalculatie. Aanvankelijk mocht u deze onbelaste vaste reiskostenvergoeding die u vóór 13 maart 2020 (dus vóór de coronacrisis) onvoorwaardelijk aan uw werknemers hebt toegekend, nog tot 1 februari 2021 voortzetten. Maar dit is nu verlengd.

Tip

U hoeft de vaste en onbelaste reiskostenvergoeding niet aan te passen, maar wilt u de vergoeding wel bijstellen bij een verandering van het reispatroon van uw werknemers, dan behoort dit ook tot de mogelijkheden.

Voorlopig geen aanpassing onbelaste vaste reiskostenvergoeding

De verandering van het reispatroon van werknemers door het thuiswerken, hoeft tot 1 april 2021 geen gevolgen te hebben voor de vaste en onbelaste reiskostenvergoeding. Dit heeft het kabinet besloten in het nieuwste steunpakket. Voor reiskosten met een vast en gelijkmatig karakter kunt u een vaste onbelaste vergoeding afspreken met uw werknemers, bijvoorbeeld voor het woon-werktraject. Het thuiswerken van veel werknemers vanwege de coronacrisis leidt tot verandering van hun reispatroon. Gedurende heel 2020 hoefde u de vaste reiskostenvergoedingen echter niet aan te passen bij een wijziging in het reispatroon. Dit gold ook voor een vaste reiskostenvergoeding met nacalculatie. Aanvankelijk mocht u deze onbelaste vaste reiskostenvergoeding die u vóór 13 maart 2020 (dus vóór de coronacrisis) onvoorwaardelijk aan uw werknemers hebt toegekend, nog tot 1 februari 2021 voortzetten. Maar dit is nu verlengd.

Tip

U hoeft de vaste en onbelaste reiskostenvergoeding niet aan te passen, maar wilt u de vergoeding wel bijstellen bij een verandering van het reispatroon van uw werknemers, dan behoort dit ook tot de mogelijkheden.

Urencriterium zelfstandigenaftrek ook in 2021 versoepeld

U kunt aanspraak maken op verschillende ondernemersfaciliteiten. Voor toepassing van sommige faciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, moet u aan het zogenoemde urencriterium voldoen. Aan dit urencriterium voldoet u als u tenminste 1.225 uren per kalenderjaar besteedt aan uw onderneming. Om te voorkomen dat u uw recht op deze faciliteiten verliest, werd u vorig jaar in de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 geacht 24 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed, ook als dat dus feitelijk niet zo was. Voor 2021 geldt dezelfde versoepeling voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021.

Tip voor seizoensgebonden ondernemers

Bent u een seizoensgebonden ondernemer dan is de versoepeling voor u niet effectief als de piek van uw werkzaamheden in de periode 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 valt. Daarom wordt er voor u –  net als in 2020 – een aanvullende regeling getroffen. U wordt  daarbij geacht in de periode 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 evenveel uren aan uw onderneming te hebben besteed als in de periode 1 januari 2019 tot en met 30 juni 2019. U kunt met behulp van de administratie van 2019 achterhalen hoeveel uren u in het eerste halfjaar van dat jaar aan de onderneming hebt besteed en zo ook beoordelen of u in 2021 aan het urencriterium voldoet.

Urencriterium zelfstandigenaftrek ook in 2021 versoepeld

U kunt aanspraak maken op verschillende ondernemersfaciliteiten. Voor toepassing van sommige faciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, moet u aan het zogenoemde urencriterium voldoen. Aan dit urencriterium voldoet u als u tenminste 1.225 uren per kalenderjaar besteedt aan uw onderneming. Om te voorkomen dat u uw recht op deze faciliteiten verliest, werd u vorig jaar in de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 geacht 24 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed, ook als dat dus feitelijk niet zo was. Voor 2021 geldt dezelfde versoepeling voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021.

Tip voor seizoensgebonden ondernemers

Bent u een seizoensgebonden ondernemer dan is de versoepeling voor u niet effectief als de piek van uw werkzaamheden in de periode 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 valt. Daarom wordt er voor u –  net als in 2020 – een aanvullende regeling getroffen. U wordt  daarbij geacht in de periode 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 evenveel uren aan uw onderneming te hebben besteed als in de periode 1 januari 2019 tot en met 30 juni 2019. U kunt met behulp van de administratie van 2019 achterhalen hoeveel uren u in het eerste halfjaar van dat jaar aan de onderneming hebt besteed en zo ook beoordelen of u in 2021 aan het urencriterium voldoet.

Belastingmaatregelen corona verlengd

Nederland is helaas nog niet uit de coronacrisis. Het kabinet heeft een aantal fiscale coronamaatregelen verlengd. Het gaat onder meer om verlenging van het bijzonder uitstel van betaling, verruiming van de vrije ruimte in de werkkostenregeling, verlaging van het gebruikelijk loon van de DGA, versoepeling van de administratieve verplichtingen in de loonheffingen en versoepeling van het urencriterium.

Bijzonder uitstel van betaling
U kunt het bijzonder uitstel nog aanvragen of verlengen tot en met 30 juni 2021. Met bijzonder uitstel hoeft u tot 1 juli 2021 verschillende belastingen nog niet te betalen. En u krijgt van 1 oktober 2021 tot 1 oktober 2024 de tijd om de belastingschuld af te lossen die u opbouwt tijdens uw bijzonder uitstel.

Hebt u al verlenging van uw bijzonder uitstel aangevraagd en gekregen? Dan hoeft u nu niets te doen. Voor u geldt het bijzonder uitstel automatisch tot 1 juli 2021. Hebt u eerder 3 maanden bijzonder uitstel gekregen, maar nog geen verlenging aangevraagd? Dan kunt u dat tot en met 30 juni 2021 alsnog doen.

Kiest u ervoor om uw bijzonder uitstel van 3 maanden niet te verlengen? Dan moet u na de laatste dag van uw bijzonder uitstel de belastingen waarvoor u uitstel had weer op tijd betalen. Doet u dit niet? Dan kunt u niet gebruikmaken van de betalingsregeling van 36 maanden die start op 1 oktober 2021. En moet u uw belastingschuld al vóór die datum aflossen.

Hebt u nog geen bijzonder uitstel aangevraagd en is uw bedrijf door de coronacrisis alsnog in betalingsproblemen gekomen? Vraag dan zo snel mogelijk bijzonder uitstel aan. U krijgt dan 3 maanden uitstel van betaling. Krijgt u ná 1 april 2021 voor de 1e keer bijzonder uitstel? Dan geldt het uitstel tot 1 juli  2021.

Versoepeling urencriterium
Bent u ondernemer voor de inkomstenbelasting? Voor bepaalde aftrekposten (zoals de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve) moet u voldoen aan het urencriterium. Dat houdt in dat u ten minste 1.225 uren per kalenderjaar besteedt aan werkzaamheden voor uw onderneming. Door de coronacrisis kunt u in 2021 misschien niet voldoen aan dit criterium. En dan zou u niet meer gebruik mogen maken van de aftrekposten.

Om dit risico te beperken, mag u er voor uw aangifte inkomstenbelasting voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 van uitgaan dat u in die periode ten minste 24 uur per week aan uw onderneming hebt besteed. Ook als u dat niet werkelijk hebt gedaan.

Bent u (deels) arbeidsongeschikt? Dan geldt voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid een urencriterium van 800 uur per kalenderjaar. In dat geval mag u er voor uw aangifte inkomstenbelasting van uitgaan dat u in die periode ten minste 16 uur per week aan uw onderneming hebt besteed.

Bent u een seizoengebonden ondernemer? En ligt de piek van uw werkzaamheden normaal juist in de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021? Dan mag u ervan uitgaan dat u in 2021 in deze periode evenveel uren hebt gewerkt als in 2019. De uren over 2019 moet u wel aannemelijk kunnen maken.

Verruiming vrije ruimte
U mag onder de werkkostenregeling een gedeelte van uw fiscale loon besteden aan onbelaste vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen voor uw werknemers. Dat is de vrije ruimte. De vrije ruimte over uw fiscale loon tot en met € 400.000 is in 2020 en 2021 verhoogd van 1,7% naar 3%. Dit biedt u, als u daarvoor de financiële ruimte hebt, de mogelijkheid om uw werknemers in deze moeilijke tijd extra tegemoet te komen, bijvoorbeeld met een bloemetje of een cadeaubon. Over het bedrag van de loonsom boven € 400.000 blijft de vrije ruimte in 2020 1,2% en in 2021 1,18%.

Verlaging gebruikelijk loon
Voor aanmerkelijkbelanghouders (DGA’s) geldt de gebruikelijkloonregeling. Deze regeling bepaalt hoe hoog het loon van de aanmerkelijkbelanghouder minimaal moet zijn. Over dat bedrag houdt u loonheffingen in, ook als uw onderneming minder of geen omzet behaalt. Hebt u als gevolg van de coronacrisis te maken met een omzetdaling? Dan mag u voor uw aangiften loonheffingen over 2021 en 2020 het gebruikelijk loon lager vaststellen.

Wilt u in 2021 en 2020 gebruikmaken van de verlaging, dan moet u wel aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De rekening-courantschuld of het dividend mag niet toenemen als gevolg van het lagere gebruikelijk loon.
  • Als de aanmerkelijkbelanghouder in werkelijkheid een hoger loon heeft gehad dan het toegestane lagere loon, dan geldt dat hogere loon.
  • Als uw omzet in 2019, 2020 of 2021 is beïnvloed door bijzondere zaken, zoals een oprichting, staking, fusie, splitsing of bijzondere resultaten, dan heeft dat geen invloed op de toegestane verlaging.
  • Extra voorwaarde in 2021:
    Wilt u in 2021 gebruikmaken van de verlaging, dan moet u in 2021 ten opzichte van 2019 een bepaald omzetverlies hebben geleden. Hoe groot dit omzetverlies moet zijn, is nog niet vastgesteld.

Versoepeling administratieve verplichtingen loonheffingen
Door het voorgeschreven thuiswerken en het houden van 1,5 meter afstand kunt u in deze periode misschien niet voldoen aan alle administratieve verplichtingen voor de loonheffingen. In dat geval verbindt de Belastingdienst daar nu geen consequenties aan. U moet deze administratieve verplichtingen dan wel alsnog nakomen zodra dit weer kan. Deze maatregel geldt in ieder geval tot en met 30 juni 2021.

Een voorbeeld: Het kan zijn dat u de identiteit van uw werknemer nu niet kunt vaststellen aan de hand van een origineel identiteitsbewijs. Normaal gesproken moet u voor deze werknemer dan onder andere het anoniementarief van 52% toepassen. Dat hoeft u in deze periode niet te doen als u de identiteit van de werknemers alsnog op de juiste manier vaststelt zodra de situatie het weer toelaat.

 

Reiskostenvergoeding tot 1 april 2021
Hoe wordt omgegaan met de vaste (reis)kostenvergoeding en thuiswerken vanwege het coronavirus? Tussen werkgever en werknemer zijn vaak afspraken gemaakt over vaste vergoedingen. Bijvoorbeeld voor de reiskosten van en naar werk of een lunchvergoeding. Door de coronacrisis werken mensen zoveel mogelijk thuis en hebben zij minder (reis)kosten. Het kabinet heeft besloten dat thuiswerken door de coronacrisis geen invloed heeft op de vaste (reis)kostenvergoeding. Als werkgever hoeft u de vaste vergoeding niet aan te passen.

Tot 1 april 2021 mag u blijven uitgaan van het (reis)patroon waarop de vergoeding was gebaseerd. Voorwaarde hierbij is wel dat het recht op de vaste vergoeding vaststond op uiterlijk 12 maart 2020.

Tip: Bij de mogelijkheid het DGA-loon te verlagen, geldt voor 2021 een andere berekeningswijze. Ook geldt een minimale omzetdaling ten opzichte van 2019. De hoogte hiervan is op dit moment helaas nog niet bekend. We adviseren u graag over toepassing van de fiscale coronamaatregelen.

Geen mondkapje, geen loon

Een ambachtelijk banketbakkerij met drie vestigingen voert op 13 oktober 2020 binnen het bedrijf een mondkapjesplicht in. Een chauffeur van de transportbus van het bedrijf weigert. Hij wordt op non-actief gesteld en de loonbetaling wordt opgeschort. Als hij desondanks blijft weigeren, doet de werkgever bij de rechter een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Mondkapjesplicht: standpunt werknemer
De werkgever kan in redelijkheid niet van hem kan verlangen dat hij in zijn functie als chauffeur tijdens werktijd een mondkapje draagt. Het veroorzaakt hinder, ongemak en gezondheidsrisico’s zonder dat hier zwaarwegende belangen tegenover staan. Daarnaast maakt de mondkapjesplicht inbreuk op de persoonlijke levenssfeer.

Mondkapjesplicht: standpunt werkgever
De opgelegde verplichting is een redelijke instructie die strekt ter bevordering van de veiligheid en gezondheid van de werknemer en zijn collega’s gedurende de corona pandemie. Bovendien hoeft de chauffeur in de transportbus geen mondkapje te dragen. De mondkapjesplicht is voor hem beperkt tot de tijd dat hij in de bedrijfspanden is, hetgeen neerkomt op 10% van zijn totale werktijd. De weigering zonder (medische) reden om binnen een mondkapje te dragen is een goede reden om de loonbetaling op te schorten en de werknemer op de werkvloer te weigeren. Bovendien wordt de loonbetaling met terugwerkende kracht hervat en is de chauffeur weer welkom op de werkvloer zodra hij het mondkapje gaat dragen en blijft dragen voor de periode dat hij bij de uitvoering van zijn werkzaamheden in de bedrijfspanden moet zijn.

Overweging rechter: instructie
De kantonrechter is van oordeel dat de verplichting tot het dragen van een mondkapje in de bedrijfspanden twee legitieme doelen dient. Ten eerste is de werkgever wettelijk verplicht de individuele belangen van haar werknemers te beschermen door zorg te dragen voor een gezonde en veilige werkomgeving. Dit brengt met zich dat de werkgever gedurende de corona pandemie gehouden is datgene te doen wat nodig is en wat binnen haar macht ligt om besmetting van haar werknemers op de werkvloer met het corona virus te voorkomen. Ten tweede heeft de werkgever haar bedrijfsbelang te beschermen, omdat zij onder meer een loondoorbetalingsverplichting heeft bij ziekte.

In dat kader heeft de werkgever gesteld dat hij naar schatting niet alleen 1.000 productie-uren mist door werknemers die door quarantaine of ziekte als gevolg van het coronavirus niet konden werken, maar ook dat zij deze werknemers gedurende de quarantaine/ziekte heeft moeten doorbetalen. De werkgever is daarin als ondernemer hard getroffen.

Hoewel over de effectiviteit van het mondkapje wordt getwist, is het een maatschappelijk aanvaard middel. De kantonrechter houdt het er voorlopig op dat het dragen van een mondkapje gedurende de coronapandemie aan de veiligheid en gezondheid kan bijdragen. Ook de werkgever mocht hier ten tijde van het geven van de instructie van uitgaan, te meer omdat zij de instructie heeft gegeven op advies van de branchevereniging.

Overweging rechter: uitzondering chauffeurs?
De chauffeur is 80 à 90% van zijn werktijd onderweg en werkt slechts incidenteel binnen. Als hij binnen is, heeft hij vrijwel geen direct contact met collega’s en heeft hij doorgaans een vrije doorloop naar de gezamenlijke koffieruimte en het toilet. Komt hij een collega tegen, dan houdt hij zich aan de 1,5 meter maatregel. Met andere woorden, hadden de chauffeurs moeten worden uitgezonderd van de verplichting tot het dragen van een mondkapje?

Het dragen van een mondkapje kan immers alleen effectief zijn als iedereen zich daar inpandig aan houdt. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft de werkgever er belang bij om ten aanzien van de instructie één lijn te trekken binnen bedrijf. Met de stelling van de chauffeur dat hij de noodzaak tot het dragen van het mondkapje gelet op zijn functie niet inziet, miskent hij dat hij deel uitmaakt van een werkgemeenschap en niet een solitaire medewerker is die volledig zijn eigen plan mag trekken.

Bovendien hoeven de chauffeurs het mondkapje in de transportbus niet te dragen. De inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer is daarmee zeer beperkt, veel beperkter dan bij de andere werknemers. Bovendien heeft deze chauffeur geen medische of psychologische beperkingen op grond waarvan hij het mondkapje niet zou kunnen dragen.

Conclusie rechter
De werkgever mag de loonbetaling opschorten en hem de toegang tot het werk ontzeggen zolang hij de instructie niet opvolgt.

Let op: De werkgever heeft een instructierecht. Als de instructie inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer moet de werkgever aannemelijk maken dat deze een legitiem doel dient en een geschikt middel is om dit te bereiken. Bovendien moet de inbreuk in verhouding staan tot het belang van de werkgever bij het bereiken van het beoogde doel. En het mag niet zo zijn dat de werkgever dat doel redelijkerwijs op een minder ingrijpende wijze kan bereiken. Dat is een behoorlijke bewijslast. In dit geval heeft werkgever daaraan voldaan.