Noodregeling vervangt werktijdverkorting

U kunt geen werktijdverkorting meer aanvragen. Daarvoor in de plaats komt de nieuwe ‘Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW)’. Aanvragen voor werktijdverkorting die al zijn ingediend maar nog niet zijn afgehandeld, worden meegenomen in de nieuwe NOW. U kunt van de nieuwe regeling gebruikmaken als u een omzetverlies verwacht van tenminste 20%. In dat geval kunt u bij het UWV voor een periode van 3 maanden (met een eenmalige verlenging van nog eens 3 maanden) een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen. De tegemoetkoming bedraagt maximaal 90% van de loonsom, afhankelijk van het omzetverlies. Het UWV betaalt een voorschot van 80% van de gevraagde tegemoetkoming. Er zijn wel voorwaarden verbonden aan deze regeling. U mag in de subsidieperiode geen medewerkers (in beginsel ook flexibele krachten) ontslaan om bedrijfseconomische redenen en u moet 100% loon doorbetalen. Voor grote aanvragen boven een nog nader te bepalen omvang van de tegemoetkoming is een accountantsverklaring vereist. U kunt de tegemoetkoming aanvragen voor het omzetverlies dat uw bedrijf lijdt vanaf 1 maart 2020. De nieuwe regeling wordt zo spoedig mogelijk opengesteld.

Rentekorting kleine ondernemers op microkredieten Qredits

Microkredietenverstrekker Qredits financiert en coacht een grote groep kleine en startende ondernemers, die via de bank vaak moeilijk aan financiering komen. Te denken valt aan ondernemers in de horeca, detailhandel, persoonlijke verzorging, de bouw en zakelijke dienstverlening. Qredits stelt een tijdelijke crisismaatregel open.

Voor kleine ondernemers die geraakt worden door de coronaproblematiek, wordt uitstel van aflossing aangeboden voor de duur van zes maanden en wordt de rente gedurende deze periode automatisch verlaagd naar 2%. Het kabinet ondersteunt Qredits voor deze maatregel met maximaal 6 miljoen euro. Deze ondersteuning zal in principe gelden voor een termijn van negen maanden. De openstelling van deze crisismaatregel loopt tot eind mei 2020.

De openstelling geldt uitsluitend voor coronagerelateerde aanvragen. Qredits zal hiervoor een adequate toets ontwikkelen. Met deze maatregel wordt verwacht dat Qredits 3.000 tot 6.000 ondernemingen kan faciliteren de huidige ongewisse economische malaise het hoofd te bieden. Het Kabinet zal deze maatregel met de Europese Commissie bespreken en kan daarna per direct geïmplementeerd worden door Qredits.

Versoepeling uitstel van betaling belasting en verlaging boetes

Getroffen ondernemers kunnen eenvoudiger uitstel van belasting aanvragen. De Belastingdienst stopt de invorderingen dan direct. Dit geldt voor de inkomsten-, vennootschaps-, loon- en omzetbelastingen (btw). Eventuele verzuimboetes voor het niet op tijd betalen, hoeven niet te worden betaald.

Het is bovendien niet nodig meteen bewijsmateriaal mee te sturen. Daar krijgt de ondernemer langer de tijd voor. De invorderingsrente die normaal gesproken ingaat na het verstrijken van de betalingstermijn wordt tijdelijk verlaagd van 4% naar bijna 0%. Dit geldt voor alle belastingschulden. Ook het tarief van de belastingrente gaat tijdelijk naar bijna 0%. Deze verlaging zal gelden voor alle belastingen waarvoor belastingrente geldt. Het kabinet zal de belastingrente zo snel mogelijk aanpassen.

Uitstel van betaling van belastingen
Ondernemers kunnen met een brief uitstel van betaling aanvragen bij de Belastingdienst. Nadat het verzoek is ontvangen zet de Belastingdienst de invorderingsmaatregelen stil en krijgen ondernemers dus per direct uitstel van betaling. Individuele beoordeling van het verzoek vindt later plaats. Ondernemers hoeven niet meteen de vereiste “verklaring van een derde-deskundige” mee te sturen. Het kabinet wil dit proces voor de ondernemers zo eenvoudig mogelijk maken met zo min mogelijk administratie. Het kabinet onderzoekt nog hoe dit het meest eenvoudig kan worden vormgegeven.

Verzuimboete vervalt
Om ondernemers tegemoet te komen zal de Belastingdienst de komende tijd een boete (een zogenaamde “verzuimboete”) voor het niet (tijdig) betalen achterwege laten of terugdraaien. De behandeling van verzoeken om uitstel van betaling moet handmatig plaatsvinden, waardoor behandeltijden kunnen oplopen als veel verzoeken binnenkomen.

Invorderingsrente naar bijna 0%
Als een aanslag niet op tijd wordt betaald, moet normaal gesproken 4% invorderingsrente worden betaald vanaf het moment dat de betaaltermijn is verstreken. Om te faciliteren dat ondernemers gemakkelijk uitstel van betaling aanvragen verlaagt het kabinet de invorderingsrente vanaf 23 maart 2020 tijdelijk van 4% naar 0,01%. Deze tariefsverlaging zal gelden voor alle belastingschulden. Omdat het uitvoeringstechnisch niet mogelijk is het percentage naar 0% te verlagen, wordt het percentage (tijdelijk) vastgesteld op 0,01%.

Belastingrente naar bijna 0%
Belastingrente wordt gerekend als een aanslag te laat kan worden vastgesteld, bijvoorbeeld omdat de aangifte niet op tijd of niet voor het juiste bedrag wordt ingediend bij de Belastingdienst. Het tarief van de belastingrente is 8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor overige belastingen. Om ondernemers tegemoet te komen zal het kabinet het percentage van de belastingrente ook tijdelijk verlagen naar 0,01%. Deze verlaging zal gelden voor alle belastingen waarvoor belastingrente geldt. Het kabinet zal de belastingrente zo snel mogelijk aanpassen. Daarbij geldt om uitvoeringstechnische redenen dat de tijdelijke verlaging van het percentage van de belastingrente ingaat vanaf 1 juni 2020. De enige uitzondering hierop vormt de tijdelijke verlaging van het percentage van de belastingrente in de inkomstenbelasting, die zal ingaan vanaf 1 juli 2020.

Wijzigen van de voorlopige aanslag
Ondernemers betalen nu belasting op basis van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Ondernemers die een lagere winst verwachten door de coronacrisis kunnen een verzoek indienen voor een verlaging van de voorlopige aanslag. Deze verzoeken zullen door de Belastingdienst worden ingewilligd. Daardoor gaan ondernemers meteen minder belasting betalen. Het kan ook zo zijn dat het bedrag van de nieuwe voorlopige aanslag lager is dan de belasting die de ondernemer in de eerste maanden van dit jaar al heeft betaald. In dat geval krijgt de ondernemer het verschil uitbetaald.

Ondersteuning sectoren

Voor bedrijven in specifieke sectoren komt het kabinet met bijzondere matregelen. Het gaat om de land- en tuinbouw, toerisme, cultuur en andere sectoren zoals de reisbranche. Zo gaat het kabinet met gemeenten in overleg over stopzetten en deels terugbetalen van de toeristenbelasting. Voor de landbouw komt er een tijdelijke borgstelling. Andere sectoren krijgen compensatie.

Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL)
De land- en tuinbouwsector wordt ten gevolge van het coronavirus zowel nationaal als internationaal geconfronteerd met een afnemende vraag naar hun producten. Dit heeft tot gevolg dat de prijzen onder druk staan of (veelal bederfelijke) producten niet afgezet kunnen worden. De aard van de sector maakt dat niet zonder meer andere afzetkanalen of -markten gevonden kunnen worden of dat productie niet snel afgestemd kan worden op de vraag. Bovendien laat een teelt zich niet uitzetten en moet doorgewerkt worden om te kunnen oogsten, ook al is er geen afzet. Hierdoor kunnen land- en tuinbouwbedrijven in liquiditeitsproblemen komen. De regeling Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL), wordt tijdelijk verruimd, voor financiering om de liquiditeitsproblemen van land- en tuinbouwbedrijven te verlichten, zodat bedrijven met een gezond toekomstperspectief gefinancierd kunnen blijven. De aangepaste BL-regeling zal met ingang van 18 maart 2020 gelden en daarmee terugwerkende kracht krijgen bij publicatie.

Compensatieregeling getroffen sectoren
De gezondheidsmaatregelen van het kabinet hebben enorme consequenties voor de inkomsten in een aantal sectoren in het bijzonder. Zoals bijvoorbeeld de (verplichte) sluiting van eet- en drinkgelegenheden en annuleringen in de reisbranche. Deze inkomsten kunnen bovendien moeilijk worden ingehaald wanneer het coronavirus achter de rug is. Het kabinet komt daarom nog met een compensatieregeling met passende maatregelen voor bedrijven in de genoemde sectoren. Deze wordt nu uitgewerkt en met spoed voorgelegd aan de Europese Commissie voor de beoordeling op (geoorloofde) staatssteun.

Tijdelijke regeling tegemoetkoming loonkosten

Een ondernemer die omzetverlies verwacht (minimaal 20%) kan bij het UWV voor een periode van drie maanden een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen (maximaal 90% van de loonsom, afhankelijk van het omzetverlies). Deze periode kan eenmalig worden verlengd met nog eens drie maanden.

UWV zal een voorschot verstrekken van 80% van de gevraagde tegemoetkoming. Hierdoor kunnen bedrijven hun personeel blijven doorbetalen. Voorwaarde is dat er geen personeel ontslagen mag worden om bedrijfseconomische redenen in de subsidieperiode. Deze Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) wordt zo spoedig mogelijk opengesteld en is de vervanger van de huidige regeling werktijdverkorting. Hiervoor kunnen bij SZW per direct geen nieuwe aanvragen meer voor worden ingediend. Aanvragen die al zijn gedaan, maar nog niet afgehandeld, zullen worden afgehandeld in de nieuwe regeling. Ondernemers kunnen de tegemoetkoming aanvragen voor een omzetdaling vanaf 1 maart 2020.

Loskoppeling van WW
Deze regeling geldt voor bedrijven van alle omvang. Bovendien is het aanvraagproces door loskoppeling van de WW sterk vereenvoudigd, en worden geen WW-rechten van werknemers opgesoupeerd. De tegemoetkomingsregeling voorziet in ondersteuning in de vorm van tegemoetkoming in de loonkosten van vaste werknemers en werknemers met een flexibel contract voor zover zij in dienst blijven gedurende de aanvraagperiode. Indien een oproepkracht voldoet aan de reguliere voorwaarden voor een WW-uitkering kan op basis daarvan een uitkering worden verstrekt. Werkgevers kunnen dus ook werknemers met flexibele contracten met behulp van de tegemoetkoming in de loonkosten in dienst houden. Ook uitzendbureaus kunnen voor uitzendkrachten die bij hen in dienst zijn een aanvraag indienen.

Toetsing achteraf
Achteraf wordt vastgesteld wat het daadwerkelijke verlies in omzet is geweest. Voor grote aanvragen is hierbij een accountantsverklaring vereist. Bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming vindt een correctie plaats indien er sprake is geweest van een daling van de loonsom. Op basis van de te verstrekken gegevens kan derhalve achteraf worden vastgesteld of het voorschot te ruim of te beperkt is geweest, en kan de definitieve tegemoetkoming worden vastgesteld. Daarbij zal nabetaling of terugvordering aan de orde kunnen zijn.

Meer informatie
Meer informatie over de nieuwe regeling vindt u hier.

Extra ondersteuning zelfstandig ondernemers

Het kabinet stelt een tijdelijke, versoepelde regeling in om zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers, te ondersteunen zodat zij hun bedrijf kunnen voortzetten. De regeling wordt uitgevoerd door gemeenten. Zelfstandigen kunnen voor een periode van drie maanden, via een versnelde procedure, aanvullende inkomensondersteuning krijgen voor levensonderhoud.

Inhoud tijdelijke regeling:

  • De toets op levensvatbaarheid die het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) kent, wordt niet toegepast, waardoor een snelle behandeling van aanvragen mogelijk is.
  • Daarmee wordt binnen 4 weken voor een periode van maximaal 3 maanden inkomensondersteuning voor levensonderhoud verstrekt. Nu kan dat 13 weken duren. Daarbij kan er met voorschotten worden gewerkt.
  • De hoogte van de inkomensondersteuning is afhankelijk van het inkomen en de huishoudsamenstelling maximaal ca. € 1.500, – per maand (netto).
  • Deze versnelde procedure geldt ook voor aanvragen voor een lening voor bedrijfskapitaal tot maximaal € 10.157,-.
  • De inkomensondersteuning voor levensonderhoud wordt ‘om niet’ verstrekt; de ondernemer weet dus zeker dat deze niet later terugbetaald hoeft te worden. Er is in deze tijdelijke regeling geen sprake van een vermogens- of partnertoets.
  • Bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal wordt een mogelijkheid tot uitstel van de aflossingsverplichting opgenomen.
  • Bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal zal een lager rentepercentage dan thans in het Bbz geldt worden gehanteerd. Het kabinet doet een oproep aan zelfstandige ondernemers om slechts gebruik te maken van de regeling indien dat nodig is.

De regeling wordt nog verder uitgewerkt. Daarbij zal ook worden gekeken hoe een grotere toestroom van aanvragen op snelle en zorgvuldige wijze behandeld kan worden en wat daar verder voor nodig is.

Noodloket voor ondernemers

Er komt een noodloket voor een tegemoetkoming in de vorm van een gift van € 4.000,- voor de eerste nood bij ondernemers die direct zijn getroffen door overheidsmaatregelen ter bestrijding van de coronacrisis en die hun omzet daardoor geheel of grotendeels zien verdwijnen. Dit als noodvoorziening op de overige maatregelen.

Het gaat hier in het bijzonder om eet- en drinkgelegenheden en andere bedrijven die het grootste deel van hun activiteiten noodgedwongen moeten staken, zoals schoonheidssalons en anderen die mogelijk in de problemen komen vanwege de 1,5 meter afstandseis. Zij zien hun inkomsten grotendeels teruglopen, terwijl hun vaste lasten gewoon doorlopen en hun uitgaven in veel gevallen al gedaan zijn. Deze inkomsten kunnen bovendien moeilijk worden ingehaald wanneer de COVID-19-uitbraak achter de rug is. Eis is wel dat het ondernemingen betreft met een fysieke ruimte buiten het eigen huis.

Het betreft een eenmalig forfaitair bedrag van € 4.000,- voor de periode van drie maanden en geldt alleen voor ondernemingen die qua type en sector in ieder geval aan bovengenoemde voorwaarden voldoen. De voorwaarden worden op dit moment verder uitgewerkt. Indien nodig worden deze voorwaarden steeds geactualiseerd.

Papieren schenking belast

Een nicht ontvangt van haar oom bij notariële akte van schuldigerkenning een papieren schenking van € 50.000. Over de hoofdsom vergoedt de oom jaarlijks 6% rente. Het schuldig erkende bedrag is te allen tijde aflosbaar maar pas opeisbaar bij zijn overlijden. Bij zijn faillissement, surseance van betaling, onder curatele stelling of het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen is de schenking direct opeisbaar of kan de oom de schenking herroepen. De nicht ontvangt een aanslag schenkbelasting van ruim € 14.000. Terecht?

Onzekere vordering?
De nicht stelt dat de schenking pas bij overlijden van de oom moet worden belast. Dan staat immers pas vast dat het bedrag in geld wordt uitgekeerd. Dan is ook pas bekend of er voldoende vermogen is om het geld uit te betalen en dat de schenking niet is herroepen. Het is met andere woorden een  onzekere vordering die nu geen waarde heeft.

Schenking onder ontbindende voorwaarde
Volgens de rechtbank is echter sprake van een schenking onder ontbindende voorwaarde (kort gezegd: ja, tenzij). De nicht heeft vanaf dat moment een verwachting die zij tevoren niet had, te weten dat zij (uiterlijk) bij het overlijden van haar oom € 50.000 zal ontvangen. De schenkbelasting is in zo’n geval verschuldigd op het moment van de schenking. Er is geen sprake van een onzekere vordering omdat de oom financieel nu in staat is het geldbedrag daadwerkelijk uit te keren. Er is nu ook een reële verwachting dat de nicht het geldbedrag op termijn zal ontvangen. Bovendien betaalt de oom daadwerkelijk 6% rente per jaar waardoor er geen aanleiding is de schenking lager te waarderen dan het nominale bedrag. Alleen als één van de onzekere gebeurtenissen plaatsvindt vervalt de aanspraak.

Tip: De papieren schenking wordt vaak ingezet in het kader van successieplanning. Daarbij is juist de bedoeling dat door belaste schenkingen voorafgaand aan het overlijden al vermogen overgaat naar erfgenamen. Zo wordt de vermogensovergang per saldo belast tegen een gunstiger tarief en met gebruikmaking van extra vrijstellingen.

Werktijdverkorting wegens Corona

In bijzondere situaties kunt u uw personeel korter laten werken. Bijvoorbeeld na een brand, overstroming of uitbraak van een epidemie. Dat geldt ook voor het coronavirus, als daardoor uw personeel tijdelijk niet of minder ingezet kan worden. U kunt werktijdverkorting en een WW-uitkering voor uw personeel aanvragen als u aan de voorwaarden voldoet. Welke zijn dat?

Voorwaarden werktijdverkorting

  • uw bedrijf is getroffen door een bijzondere situatie die niet onder het normale ondernemersrisico valt;
  • u verwacht voor een periode van minimaal 2 tot maximaal 24 kalenderweken minstens 20% minder werk.

Een vergunning wordt in ieder geval niet verstrekt:

  • over de perioden voorafgaand aan de datum waarop de aanvraag voor ontheffing bij het ministerie is ontvangen; 
  • voor zover het aantal personeelsleden niet op de voor het bedrijf redelijk te verwachte behoefte is afgestemd; 
  • indien de vermindering van werkzaamheden samenhangt met een werkstaking.

Geen werktijdverkorting voor oproepkrachten en uitzendkrachten
U kunt werktijdverkorting aanvragen voor werknemers waarvoor u een loondoorbetalingsplicht heeft. Voor oproepkrachten met een nul-urencontract en uitzendkrachten kunt u geen werktijdverkorting aanvragen.

Vergunning Werktijdverkorting aanvragen
Een vergunning voor werktijdverkorting vraagt u aan bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De vergunning geldt maximaal 6 weken. 

Verlenging vergunning
Is er na afloop van de vergunning nog geen verbetering in uw bedrijf? Dan kunt u verlenging van de vergunning aanvragen. De werktijdverkorting mag in totaal maximaal 24 weken duren.  

WW-uitkering voor personeel aanvragen
U moet de ontvangst van de vergunning voor werktijdverkorting direct bij het UWV melden. Na de melding kunt u een WW-uitkering voor uw personeel aanvragen bij het UWV. Als uw werknemers aan de voorwaarden voldoen, maakt het UWV de WW-uitkeringen aan u over. Uw werknemers blijven bij u in dienst. Meestal merken zij financieel dus weinig van de werktijdverkorting, zij ontvangen gewoon hun loon.

Let op: Minister Koolmees heeft in reactie op een motie over de impact van het coronavirus aangegeven dat invoeren van bijzondere corona-werktijdverkorting of deeltijd-WW grote haken en ogen kent. Op korte termijn is deeltijd-WW niet in te voeren. Wel wil hij kijken naar andere geschikte instrumenten.

Subsidie elektrische auto 2020

In het kader van het Klimaatakkoord komt de regering met een subsidie voor elektrische auto’s. De regeling is bedoeld om elektrisch rijden in een middenklassenauto voor particulieren dichterbij te brengen. Het gaat om € 4.000 voor een nieuwe en € 2.000 voor een gebruikte elektrische auto. Naast subsidie komt er voor gebruikte auto’s een standaard check op de batterij. Wat zijn de hoofdlijnen van de regeling?

De subsidie geldt voor emissieloze personenauto’s, zowel gebruikt als nieuw, met een oorspronkelijke cataloguswaarde tussen de € 12.000 en € 45.000 euro en minimale actieradius van 120 kilometer. De auto moet wel enkele jaren in Nederland bij dezelfde eigenaar blijven. Als mensen hun leasecontract binnen vier jaar beëindigen, stopt ook de subsidie, die in maandelijkse termijnen wordt uitbetaald. Eigenaren die binnen drie jaar een andere auto kopen, betalen een deel van de subsidie terug.

Om misbruik te voorkomen kan de subsidie alleen worden verkregen bij aankoop of lease via een erkend bedrijf en kan een particulier slechts één keer subsidie aanvragen.

Elektrische auto’s hebben een steeds lagere aanschafprijs. Daarom loopt het subsidiebedrag voor nieuwe auto’s de komende jaren terug. Voor gebruikte auto’s blijft het € 2.000.

De regeling wordt naar verwachting in mei of begin juni definitief vastgesteld. Elektrische auto’s die vanaf dat moment privé gekocht of geleaset worden komen in aanmerking voor de subsidie, die vanaf 1 juli aangevraagd kan worden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Tip: Overweegt u als particulier een elektrische middenklasser aan te schaffen, wacht dan tot de regeling definitief is.