Overbruggingsregeling transitievergoeding versoepeld

De voorwaarden om in aanmerking te komen voor de overbruggingsregeling transitievergoeding zijn per 1 januari 2019 versoepeld. Deze regeling is bestemd voor werkgevers met een klein bedrijf, die bij ontslag van hun werknemer(s) de transitievergoeding niet kunnen betalen. Kom je voor deze overbruggingsregeling in aanmerking, dan hoef je bij de berekening van de transitievergoeding geen rekening te houden met dienstjaren van vóór 1 mei 2013. Dit moet voorkomen dat je door de transitievergoedingen verder in de problemen komt. Jouw adviseur kan nagaan of jij op grond van de versoepelde voorwaarden in aanmerking komt voor deze overbruggingsregeling.

Maatschap met hoogbejaarde moeder fiscaal acceptabel?

Moeder verpacht van 1976 tot 2010 landerijen en bedrijfsgebouwen aan één van haar kinderen. In 2010 – moeder is dan 92 jaar – gaan de drie kinderen met moeder een maatschap aan. Daarin exploiteren ze het akkerbouwbedrijf voor gezamenlijke rekening en risico. De landerijen en gebouwen van moeder worden zo ondernemingsvermogen in plaats van beleggingsvermogen. De Belastingdienst stelt dat sprake is van een schijnhandeling.

Volgens de Belastingdienst mist de oprichting van de maatschap elke realiteit. Het vermogen van moeder blijft daarom beleggingsvermogen. Moeder heeft eerst ruim drie decennia aan vermogensbeheer gedaan. Daarom vindt de Belastingdienst het hoogst opmerkelijk dat zij op 92-jarige leeftijd tot een maatschap toetreedt. Bovendien is volgens de Belastingdienst bij de oprichting van de maatschap al duidelijk dat deze kortstondig zal bestaan; alle maten, en eiseres in het bijzonder, zijn immers op leeftijd. De maatschap zou daarom zijn opgericht uitsluitend om gebruik te maken van de fiscale faciliteiten rond bedrijfopvolging.

De rechter stelt de Belastingdienst in het ongelijk. Vast staat dat er een juridisch rechtsgeldige maatschapsovereenkomst is gesloten. Partijen hebben dit zo gewild en vastgelegd, met alle daaraan verbonden risico’s, rechten en verplichtingen voor de maten. Het fiscale ondernemerschap dat hieruit voortvloeit, leidt tot de mogelijkheid om van fiscale faciliteiten rond bedrijfopvolging gebruik te maken.

Tip: Inbreng van beleggingsvermogen in een maatschap die dat vermogen daadwerkelijk gebruikt om een fiscale onderneming te drijven, leidt tot fiscaal ondernemerschap. Daarmee komen fiscale faciliteiten voor bedrijfsopvolging binnen bereik. Laat u vooraf goed adviseren.

Laat uw WOZ-beschikking controleren

Binnenkort valt de WOZ-beschikking weer op uw (digitale) deurmat. Deze WOZ-beschikking betreft de waarde van de woning of het gebouw per 1 januari 2018. Het verdient aanbeveling deze beschikking te (laten) controleren, want hoewel de woningmarkt weer is aangetrokken, profiteert niet iedere huizenbezitter van dit herstel. De WOZ-beschikking is niet alleen relevant voor de gemeentelijke heffingen, maar ook voor andere belastingen, zoals bijvoorbeeld de inkomstenbelasting en de schenk-  en erfbelasting.

 Op tijd bezwaar maken
Bent u het niet eens met de vastgestelde waarde in de WOZ-beschikking, dan moet u binnen 6 weken na de dagtekening van de beschikking daartegen bezwaar aantekenen bij uw gemeente. U kunt geen bezwaar aantekenen bij de Belastingdienst! Is de hiervoor genoemde 6-wekentermijn verstreken en heeft u geen bezwaar gemaakt? Dan zit u dus aan de vastgestelde waarde vast voor de gemeentelijke heffingen, maar ook voor de andere belastingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de hoogte van het eigenwoningforfait in de inkomstenbelasting.

 

Anoniementarief bij ontbreken buitenlands adres

Van werknemers die geen inwoner zijn van Nederland mag u in de aangifte Loonheffingen niet het tijdelijke Nederlandse verblijfsadres (bijvoorbeeld een vakantiewoning) opnemen. U moet het buitenlandse adres vermelden. Is dat niet bekend, dan past u het anoniementarief toe. Aan de hand van de feiten en omstandigheden bepaalt u van welk land een werknemer inwoner is. Als zijn/haar sociale en economische leven zich hier afspeelt, is dat Nederland. Woont het gezin in het buitenland, gaan zijn/haar kinderen daar naar school, worden er daar bankrekeningen aangehouden en wordt daar ook regelmatig naartoe gereisd? In dat geval is hij of zij geen inwoner van Nederland. U neemt dan het buitenlandse adres op in de loonadministratie.

Tip
Vraag de werknemer bij twijfel om een woonplaatsverklaring. Deze kan worden aangevraagd bij het belastingkantoor (mogelijk in het buitenland) waaronder de werknemer valt.

Hogere vrije ruimte voor kleine werkgevers

Er komt vanaf 1 januari 2020 een tweeschijvenstelsel in de berekening van de vrije ruimte. De vrije ruimte wordt dan berekend als 1,7% van de loonsom tot € 400.000 plus 1,2% van de resterende loonsom. Daarnaast hoeft u een vergoeding voor een verklaring omtrent gedrag (VOG) niet meer ten laste van de vrije ruimte te brengen. Nu tellen die vergoedingen nog wel mee voor de vrije ruimte. Dit leidt tot veel onbegrip bij werkgevers, omdat een VOG vaak wettelijk verplicht is en niet tot een voordeel leidt voor de werknemer. De wijzigingen zijn een gevolg van een evaluatie van de werkkostenregeling. Hierbij is er overleg geweest met ondernemers, brancheorganisaties en intermediairs.

 

Hoe pakt de verruiming uit?

We geven hierna enkele  voorbeelden van hoe deze verruiming van de werkkostenregeling concreet uitpakt.

Loonsom (€) Vrije ruimte voor de maatregel (€) Vrije ruimte na de maatregel (€) Verruiming als bedrag (€) Verruiming als percentage
200.000 2.400 3.400 1.000 42%
400.000 4.800 6.800 2.000 42%
800.000 9.600 11.600 2.000 21%
4.000.000 48.000 50.000 2.000 4%

Loonheffingennummer weer zelf aanvragen

Nieuwe bv’s met een natuurlijke persoon als aandeelhouder, moeten sinds 1 januari 2019 weer zelf een loonheffingennummer aanvragen. Sinds april 2018 verstrekte de Belastingdienst dit nummer automatisch, maar deze werkwijze is per 1 januari jl. al weer gewijzigd. U wordt als DGA aangemerkt als werknemer van uw bv. De bv moet u ten minste een gebruikelijk loon betalen, waarop zij ook loonheffingen moet inhouden en waarvoor zij loonaangifte moet doen. Ook als u verder geen personeel in dienst heeft, moet u dus een loonheffingennummer hebben. U kunt het nummer aanvragen met het formulier Melding Loonheffingen (aanmelding werkgever). De Belastingdienst verstrekt het nummer binnen vijf werkdagen na de aanmelding. Uw bv krijgt ook een aangiftebrief, waarin staat over welke tijdvakken zij loonaangifte moet doen.

Laat uw WOZ-beschikking controleren

Binnenkort valt de WOZ-beschikking weer op uw (digitale) deurmat. Deze WOZ-beschikking betreft de waarde van de woning of het gebouw per 1 januari 2018. Het verdient aanbeveling deze beschikking te (laten) controleren, want hoewel de woningmarkt weer is aangetrokken, profiteert niet iedere huizenbezitter van dit herstel. De WOZ-beschikking is niet alleen relevant voor de gemeentelijke heffingen, maar ook voor andere belastingen, zoals bijvoorbeeld de inkomstenbelasting en de schenk-  en erfbelasting.

Bent u het niet eens met de vastgestelde waarde in de WOZ-beschikking, dan moet u binnen 6 weken na de dagtekening van de beschikking daartegen bezwaar aantekenen bij uw gemeente. U kunt geen bezwaar aantekenen bij de Belastingdienst! Is de hiervoor genoemde 6-wekentermijn verstreken en heeft u geen bezwaar gemaakt? U zit dan dus aan de vastgestelde waarde vast voor de gemeentelijke heffingen, maar ook voor de andere belastingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de hoogte van het eigenwoningforfait in de inkomstenbelasting.

Pas anoniementarief toe bij ontbreken buitenlands adres

Van werknemers die geen inwoner zijn van Nederland mag u in de aangifte Loonheffingen

niet het tijdelijke Nederlandse verblijfsadres (bijvoorbeeld een vakantiewoning) opnemen. U moet het buitenlandse adres vermelden. Is dat niet bekend, dan past u het anoniementarief toe. Aan de hand van de feiten en omstandigheden bepaalt u van welk land een werknemer inwoner is. Als zijn/haar sociale en economische leven zich hier afspeelt, is dat Nederland. Woont het gezin in het buitenland, gaan zijn/haar kinderen daar naar school, worden er daar bankrekeningen aangehouden en wordt daar ook regelmatig naartoe gereisd? In dat geval is hij of zij geen inwoner van Nederland. U neemt dan het buitenlandse adres op in de loonadministratie.

Vraag de werknemer bij twijfel om een woonplaatsverklaring. Deze kan worden aangevraagd bij het belastingkantoor (mogelijk in het buitenland) waaronder de werknemer valt.

Aftrek BTW woon-werkpand

Man en vrouw kopen een perceel grond in onverdeelde eigendom. Daarop laten ze een huis bouwen, dat ze gezamenlijk betalen en gaan bewonen. Het huis zal voor 7% worden gebruikt door het bedrijf van de man. Het bedrijf trekt de € 60.000 BTW in de bouwkosten volledig af. Na een boekenonderzoek schrapt de Belastingdienst 50% van de aftrek. Waarom?

Man en vrouw zijn met elkaar getrouwd op huwelijkse voorwaarden, buiten gemeenschap van goederen. De huwelijkse voorwaarden voorzien niet in gemeenschappelijk eigendom van onroerend goed. De bouwkosten van de woning, waarvan zij ieder voor de helft eigenaar zijn, hebben ze samen betaald. Zij zijn als mede-eigenaren van het perceel grond, ieder voor de helft de verkrijger van de daarop gebouwde woning. Ze hebben de bouwkosten gemaakt volgens de civielrechtelijke eigendomsverhouding (50/50). Dit brengt met zich dat het bedrijf van de man (maximaal) de helft van de BTW over de bouwkosten in aftrek kan brengen.

Tip: Ondernemers trouwen vaak op huwelijkse voorwaarden, buiten gemeenschap van goederen. Als de partners samen grond kopen en een woon-werkpand laten bouwen dat ze ook samen betalen, en  het bedrijf is van slechts een partner, dan is de maximale BTW-aftrek over de bouwkosten beperkt. Laat u tijdig adviseren over mogelijke oplossingen.

Woonsituatie rond echtscheiding

Man en vrouw tekenen in 2014 een echtscheidingsconvenant. Daarin staat dat de man in maart 2014 de gezamenlijke echtelijke woning heeft verlaten en dat de woning in juni 2014 is verkocht. In augustus is de echtscheiding definitief. In november 2014 verlaat de vrouw de woning en schrijft ze zich uit bij de gemeente. De vrouw claimt over 2014 alleenstaande ouderkorting (nu: kindgebonden budget). De Belastingdienst weigert deze toe te kennen. Waarom?

Omdat de man, op verzoek van de kopers, op het adres van de verkochte woning ingeschreven bleef staan tot maart 2015. Dat betekent een tegenvaller voor de vrouw van ruim € 4.000. Ze gaat naar de rechter.

De rechter stelt vast dat de man inderdaad sinds maart 2014 niet meer bij de vrouw woonde. De vrouw was dus vanaf het vertrek van de man een alleenstaande ouder, die ook financieel volledig de zorg voor de kinderen had.

Maar helaas acht de rechter dat niet relevant. Nu de man gedurende het gehele jaar op het adres van de voormalige woning was ingeschreven en de vrouw zich pas in november 2014 heeft uitgeschreven, was de man volgens de letter van de wet tot november 2014 partner van de vrouw. En dan heeft ze helaas geen recht op de geclaimde korting.

De alleenstaande ouderkorting is per 2015 overgegaan in de regeling van het kindgebonden budget. Een alleenstaande ouder krijgt in 2019 maximaal € 3.139 euro per jaar extra.

Let op: Rond een echtscheiding kan uw feitelijke en juridische woonsituatie flinke fiscale gevolgen hebben. Laat u tijdig informeren en neem deze consequenties mee in de onderlinge afspraken.