Bezorgers Deliveroo niet zelfstandig

Begin 2018 heeft de maaltijdbezorgdienst Deliveroo de arbeidsovereenkomsten met bezorgers niet verlengd. Ze konden als zelfstandige voor het bedrijf gaan werken op basis van een partnerovereenkomst. Die oplossing is in 2018 door een rechter geaccepteerd. Nu denkt een andere rechter daar heel anders over.

Deze rechter vindt dat de relatie werkgever-werknemer in de praktijk niet is gewijzigd. Deliveroo heeft de standaard partnerovereenkomst opgesteld. Deze is niet onderhandelbaar, evenmin als het tarief. Er is volgens de rechter nog een gezagsverhouding, gezien het systeem dat gebruikt wordt voor inroosteren en bezorgen. Bezorgers hebben bovendien in de praktijk weinig vrijheid om een klus te weigeren. Als ze dat doen, dan werkt dat financieel nadelig voor ze uit. Zelf vervanging regelen is toegestaan, als een bezorger een klus aangeboden krijgt, moet hij snel gaan bezorgen en heeft hij daar dus geen tijd voor. En Deliveroo moet toestemming geven als een vervanger een hele dienst van een bezorger wil overnemen. Dat lijkt op de procedure bij een reguliere arbeidsovereenkomst. Deliveroo is tegen de uitspraak in beroep gegaan.

Tip: De grens tussen werken in loondienst of als zelfstandige blijft de gemoederen bezighouden. Er zijn ook flinke consequenties op het vlak van sociale zekerheid, pensioen en belastingen. Gaat u met zelfstandigen werken, laat u dan tijdig adviseren.

Op staande voet ontslagen in proeftijd?

Een uitzendkracht werkt tot eind augustus als grondwerker bij een bedrijf. Met ingang van september treedt hij in vaste dienst. In zijn contract staat een proeftijd van twee maanden. Op 22 oktober zegt de directeur de arbeidsovereenkomst telefonisch per direct op. Dit wordt schriftelijk bevestigd. De werknemer legt zich er niet bij neer.

De schriftelijke bevestiging van de opzegging bevatte de volgende redenen: onder invloed zijn tijdens werktijd, te laat op het werk verschijnen, ten onrechte ziekmelden, ongeoorloofd privé rijden met de auto van de zaak, diefstal, respectloos omgaan met de werkgever.

De advocaat van de werknemer stelt dat het proeftijdbeding nietig is en dat het ontslag dus niet rechtsgeldig is. Hij eist doorbetaling van salaris.

De rechter is van mening dat de proeftijd inderdaad nietig is. De werknemer werkte voorafgaand aan de indiensttreding bij de werkgever in dezelfde functie. De werkgever heeft voldoende gelegenheid gehad om de vaardigheden van de werknemer als grondwerker te beoordelen. Van een rechtsgeldige opzegging tijdens de proeftijd is dus geen sprake.

Volgens de werkgever gaf hij in het telefoongesprek ontslag op staande voet en had werknemer dat moeten begrijpen, ook al sprak de bevestigingsbrief over ontslag tijdens de proeftijd. De rechter is het daar niet mee eens. Ook een ontslag tijdens de proeftijd moet namelijk worden gemotiveerd. Bovendien werd niet aan de vereisten voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet voldaan. Kortom: de arbeidsovereenkomst is na 22 oktober gewoon doorgelopen. De werkgever wordt volledig in het ongelijk gesteld.

Tip: Ga vooraf na of u in een arbeidsovereenkomst met een medewerker een proeftijdbeding mag opnemen. Is er, ook in de proeftijd, een dringende reden voor ontslag op staande voet, geef dit ontslag dan onverwijld. In uw schriftelijke bevestiging vermeldt u de dringende reden voor ontslag op staande voet. Zo staat u juridisch sterker, mocht de rechter de proeftijd achteraf nietig verklaren.

Alsnog aftrek betaalde lijfrentepremie alleen als u dit kunt aantonen

U heeft het mogelijk zelf al eens bij de hand gehad; u bent vergeten om de door u betaalde lijfrentepremie in de aangifte inkomstenbelasting af te trekken. Niet getreurd, er is dan toch nog zoiets als de saldomethode waarvan u gebruik kunt maken. Deze methode houdt in dat een deel van de toekomstige uitkeringen onbelast blijft. Van belang is wel dat u moet kunnen aantonen dat de lijfrentepremie is betaald én niet is afgetrokken. De lijn in de rechtspraak is hier vrij hard. Kunt u de premiebetaling niet bewijzen? In dat geval wordt uw verzoek tot toepassing van de saldomethode geweigerd. Het is daarom verstandig om oude aangiftes en betalingsbewijzen zorgvuldig te bewaren.

Brexit: vraag btw-verlegging aan bij import

Heeft u als MKB-ondernemer die goederen importeert uit het Verenigd Koninkrijk een brief van de Belastingdienst ontvangen, waarin u wordt geattendeerd op de mogelijkheid om alvast een artikel 23-vergunning aan te vragen. Die vergunning kan worden gebruikt bij import uit een niet-EU-land. De btw op de geïmporteerde goederen hoeft u dan niet bij de inklaring aan de douane te betalen, maar wordt verlegd naar uw btw-aangifte. In dezelfde aangifte kunt u de btw als voorbelasting in aftrek brengen, mits u de goederen voor btw-belaste prestaties gebruikt. Zo voorkomt u dat u na de Brexit elke keer bij import van goederen invoer-btw moet betalen. Als de aanvraag nog voor 1 februari 2019 wordt gedaan, zal de Belastingdienst nog vóór 29 maart 2019 (de Brexitdatum) reageren.

Ook handig is het brexitloket met onder meer de brexitscan om na te gaan welke gevolgen de brexit heeft voor uw bedrijf.

Jaaraangifte btw blijft

Het plan om de jaaraangifte af te schaffen voor ondernemers die gebruikmaken van de kleineondernemersregeling en hen te verplichten om voortaan kwartaalaangifte te doen, gaat niet door. Tijdens de behandeling van de Belastingplannen 2019 in de Tweede Kamer is de regering verzocht om de jaaraangifte te handhaven voor kleine ondernemers/natuurlijke personen en voor samenwerkingsverbanden met uitsluitend natuurlijke personen. Viermaal per jaar btw-aangifte doen in plaats van eenmaal vormt een te zware administratieve belasting. De regering heeft toegezegd aan dit verzoek tegemoet te komen.

Laatste jaar pensioen afkopen met korting

In 2017 is er een einde gekomen aan de pensioenopbouw in eigen beheer. U kreeg tot eind 2019 drie mogelijkheden voor de bestaande pensioenaanspraken. Een van die mogelijkheden is afkoop van al uw bestaande pensioenaanspraken met een korting. Een gedeeltelijke afkoop is niet mogelijk. Kiest u er dit jaar voor om uw pensioenaanspraken af te kopen, dan ontvangt u een bedrag ineens in plaats van jaarlijkse uitkeringen vanaf uw pensioendatum. Over dit bedrag ineens moet u belasting betalen, maar u krijgt een korting van 19,5%. Dit is het laatste jaar waarin uw pensioen in eigen beheer met korting kan worden afgekocht.

 

Let op
U hoeft geen revisierente te betalen, maar uw bv moet wel loonbelasting inhouden en afdragen.

Transitievergoeding kleine werkgevers gewijzigd

Bent u een werkgever met een klein bedrijf en kunt u de berekende transitievergoeding voor een of meer werknemers niet betalen? Dan komt u misschien in aanmerking voor de overbruggingsregeling transitievergoeding. Voor de berekening van de transitievergoeding hoeft u dan de dienstjaren voor 1 mei 2013 niet mee te tellen. Per 1 januari 2019 zijn de voorwaarden gewijzigd.

Voorwaarden per 1 januari 2019
1. U dient een ontslagaanvraag in vanwege een slechte financiële situatie, eventueel gecombineerd met andere bedrijfseconomische redenen.

2. U bent een kleine werkgever: u heeft (samen met eventuele andere ondernemingen in een groep) gemiddeld minder dan 25 werknemers in dienst. Het gaat hierbij om de periode van 1 juli tot en met 31 december in het jaar voordat de ontslagaanvraag is ingediend.

3. Het gemiddelde nettoresultaat over de 3 boekjaren vóór het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend, is lager dan 0.

4. De waarde van uw eigen vermogen was maximaal 15% van uw totale vermogen aan het einde van het boekjaar. Het gaat dan om het boekjaar vóór het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend.

5. De waarde van uw vlottende activa was lager dan uw schulden aan het einde van het boekjaar vóór het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend. Het gaat daarbij om schulden met een resterende looptijd van maximaal 1 jaar.

Ontslagaanvraag voor 1 januari 2019 ingediend?
Als u de ontslagaanvraag heeft ingediend vóór 1 januari 2019, dan gelden voor deze aanvraag nog de oude regels bij punt 3 en 4:

3. Het nettoresultaat over de 3 boekjaren vóór het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend, is lager dan 0.

4. De waarde van uw eigen vermogen was negatief aan het einde van het boekjaar. Het gaat dan om het boekjaar vóór het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend.

Tip: De voorwaarden voor de overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers zijn ten opzichte van 2018 versoepeld. U komt dus eerder in aanmerking. In het formulier Aanvraag ontslagvergunning wegens bedrijfseconomische redenen vraagt u een verklaring aan voor toepassing van de overbruggingsregeling. Dit kan alleen als u een slechte of slechter wordende financiële situatie als reden voor het ontslag heeft aangegeven.

Werkwijzer Poortwachter vernieuwd

Eind 2018 is de nieuwe Werkwijzer Poortwachter  gepubliceerd. Deze helpt werkgevers, bedrijfsartsen, arbodiensten en re-integratiebedrijven in de begeleiding en re-integratie van zieke of arbeidsongeschikte werknemers. U vindt er antwoorden op veel vragen.

Zo vindt u onder meer informatie over de vraag wat het UWV van u als werkgever verwacht bij de re-integratie van een werknemer, hoe het UWV toetst of uw re-integratie-inspanningen voldoende zijn en wat de gevolgen zijn als uw inspanningen achteraf onvoldoende waren. In 40 pagina’s worden ook de betrokken instanties, hun acties en de procedures besproken.

Tip: U vindt de Werkwijzer Poortwachter hier

Zakelijke kilometers onzakelijk

Een parttime ondernemer in de psychosociale zorg werkt daarnaast in loondienst. De werkgever stelt een Citroën van de zaak ter beschikking. Deze wordt met name gebruikt door de echtgenote van de ondernemer. De ondernemer zelf rijdt in een Peugeot die hij op de zaak heeft staan. Woon-werkverkeer naar de werkgever doet hij in de Peugeot. Dat leidt tot fiscale complicaties.

Voor de Peugeot houdt de ondernemer een rittenadministratie bij om aan te tonen dat hij deze auto niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden gebruikt. Bij controle door de Belastingdienst blijkt echter dat in de rittenadministratie 1.282,5 kilometer woon-werkverkeer naar de werkgever is opgenomen. De ondernemer is van mening dat dit zakelijke kilometers zijn. Woon-werkverkeer is immers zakelijk.

De Belastingdienst en de rechter denken daar in dit geval anders over. Waarom? Dit gebruik van de Peugeot van de eigen zaak voor woon-werkverkeer naar de werkgever geldt – bezien vanuit de fiscale onderneming – als privégebruik, tenzij er een vergoeding voor dit gebruik in de winst is opgenomen of het loon uit dienstbetrekking deel uitmaakt van de winst. Beide zijn niet het geval. Correctie volgt: volledige bijtelling wegens privégebruik van de Peugeot.

Tip: Hebt u een eigen onderneming naast een dienstbetrekking? Let dan op met gebruik van uw auto van de eigen zaak voor woon-werkverkeer naar de werkgever. Let ook op als u de auto van de werkgever gebruikt voor woon-werkverkeer naar uw eigen zaak.

Ten onrechte geen VAR: schadevergoeding

Deze zaak ging over een gediplomeerd verzorgende Individuele Gezondheidszorg (IG). Ze vroeg eind 2013 een VAR-WUO (Verklaring Arbeidsrelatie-Winst Uit Onderneming) aan, omdat ze AWBZ-zorg in natura en PGB-zorg wilde gaan verlenen. De Belastingdienst gaf haar echter alleen een VAR-Loon Uit Dienstbetrekking. Daardoor moest ze stoppen met PGB-zorg. Ze diende een schadeclaim in.

Pas bij de rechter gaf de Belastingdienst toe dat de PGB-werkzaamheden wel degelijk een fiscale ondernemersactiviteit vormden. De rechter kende haar een schadevergoeding toe van € 5.000. In hoger beroep verviel deze, omdat mevrouw volgens het gerechtshof voor beide werkzaamheden aparte aanvragen had moeten indienen. De hoogste rechter was het daar vervolgens niet mee eens. Als iemand voor twee soorten werkzaamheden een enkele aanvraag indient, kan de Belastingdienst best twee verschillende Verklaringen Arbeidsrelatie afgeven. 

Een lagere rechter moet vervolgens onderzoeken of mevrouw recht heeft op schadevergoeding. Deze rechter stelt vast dat mevrouw door het ontbreken van de VAR-WUO inderdaad haar PGB-zorg niet kon voortzetten. Potentiële opdrachtgevers wilden haar immers niet inhuren zonder die VAR. Ze krijgt een schadevergoeding toegewezen van € 10.000.

Tip: Is uw VAR-aanvraag ten onrechte niet toegekend en hebt u daardoor aantoonbare schade geleden, dan kunt u wellicht nog een schadevergoeding claimen van de Belastingdienst.