Regulering van werk: rapport commissie Borstlap (3)

Het rapport van de Commissie Regulering van werk – onder leiding van Hans Borstlap – bevat vijf bouwstenen voor verbetering. Nummer een en nummer vier hebben we al besproken. De tweede bouwsteen gaat over contractvormen voor werknemers en zelfstandigen. Wat staat erin?

Overzichtelijk stelsel van contractvormen (drie rijbanen)
De Commissie adviseert om te komen tot drie soorten contracten, zodat het voor alle partijen duidelijk is welk type contact hoort bij welk type werk:

  • overeenkomsten voor zelfstandigen die werken voor eigen rekening en risico;
  • arbeidsovereenkomsten voor werknemers die voor (on)bepaalde tijd werken in dienst van een werkgever;
  • uitzendovereenkomsten voor werknemers in dienst van een uitzendbedrijf die tijdelijk werk verrichten dat niet of moeilijk voorzienbaar is.

Afbakening tussen werknemers en zelfstandigen

Naast het verkleinen van de verschillen in behandeling tussen werknemers en zelfstandigen  zijn geschikte en eigentijdse criteria nodig om deze categorieën werkenden van elkaar te onderscheiden. De manier waarop het werk feitelijk wordt uitgevoerd, komt centraal te staan. De contractvorm en de wil van partijen zijn niet langer relevant. Het gezagscriterium wordt verduidelijkt en gemoderniseerd.

Oneigenlijk gebruik van driehoeksverhoudingen tegengaan
In beginsel is de feitelijke werkgever van de werknemer ook juridisch de werkgever, met de bij hem geldende arbeidsvoorwaarden. Gebruikmaken van driehoeksrelaties, zoals payrolling, contracting, detachering of uitzending, waarbij de contractuele werkgever een andere partij is dan de eigenaar of exploitant van de onderneming waarin of waarvoor de werknemer werk verricht, kan niet zomaar meer. Concurrentie op loonkosten via driehoeksverhoudingen wordt zo tegengegaan.

Bij uitzending door uitzendbureaus is het gerechtvaardigd dat een ander werkgever is, namelijk de uitzendwerkgever. Het uitzendbureau heeft namelijk een actieve rol bij het bijeenbrengen van de vraag naar en het aanbod van tijdelijk werk dat qua duur en omvang van tevoren niet of moeilijk te overzien is (allocatiefunctie). Hierbij blijft een verlicht ontslagregime gelden. Dit betekent niet dat de uitzendwerknemer tegen minder gunstige arbeidsvoorwaarden werkzaam is dan eigen werknemers van de opdrachtgever.

Vergroot de opeisbaarheid van rechten voor werkenden

Een ordelijke en eerlijke arbeidsmarkt is overzichtelijk. Zo kunnen werkenden hun rechten beter opeisen. De regels zijn kenbaar, duidelijk en goed te handhaven door bevoegde instanties. Werkenden krijgen laagdrempelige hulp om hun rechten te effectueren (arbeidsombudsman), zodat zij krijgen waarop zij recht hebben. 

Tip: Het kabinet komt uiterlijk 1 april met een reactie. De Commissie heeft overigens lijnen willen uitzetten voor meerdere kabinetsperioden. We houden u op de hoogte.

Dit jaar rijden in een elektrische auto van de zaak nog steeds voordelig

Overweegt u om in een elektrische auto van de zaak te gaan rijden? Het is aantrekkelijk om daar dit jaar mee te beginnen, want ook na 2020 gaat de bijtelling voor het privégebruik verder omhoog. Het bijtellingspercentage is nu nog 8% over de eerste € 45.000 van de catalogusprijs en daarboven 22%. Maar in 2021 gaat dit percentage omhoog naar 12% over € 40.000 en over het meerdere 22%. In 2022 tot met 2024 bedraagt de bijtelling 16% en in 2025 zelfs 17%. De catalogusprijs van een nieuwe elektrische auto waarop deze bijtellingspercentages moeten worden toegepast, is in die jaren  vastgesteld op € 40.000 en over het meerdere bedraagt de bijtelling 22%. Met ingang van 2026 bedraagt de bijtelling van de elektrische auto 22% over de hele catalogusprijs, gelijk aan die van gewone auto’s.

Dien tijdig de schenkingsaangifte in

Heeft u een schenking ontvangen in 2019, dan kan het zijn dat u voor 1 maart a.s. een schenkingsaangifte moet indienen. Dat is het geval als de schenking meer bedroeg dan het jaarlijks vrijgestelde bedrag (bij schenking ouders € 5.428, van anderen € 2.173). Was u (of uw partner) ouder dan 18 jaar en jonger dan 40 jaar en heeft u (of uw partner) een eenmalige, verhoogde, vrijgestelde schenking ontvangen van uw ouders, bijvoorbeeld voor een eigen woning? In dat geval kunt u de hoge schenkingsvrijstelling alleen benutten als u daar in de schenkingsaangifte om verzoekt. Zorg dat u de schenkingsaangifte tijdig indient bij de Belastingdienst.

Zorg voor een zakelijke borgstellingsvergoeding

U kunt borg staan voor de kredieten van uw bv. U sluit dan een borgstellingsovereenkomst met uw bv. Als uw bv failliet gaat, klopt de bank bij u als borg aan. Nadat u de schuld van uw bv hebt betaald,  krijgt u een zogenaamde regresvordering op uw bv. Omdat uw bv failliet is, wilt u deze vordering afwaarderen en uw borgstellingsverlies aftrekken. Wees ervan bewust dat dit alleen kan als u een zakelijke borgstellingsovereenkomst met uw bv hebt gesloten. Dat wil zeggen dat een onafhankelijke derde onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden ook borg zou staan voor uw bv. Een van de voorwaarden waaruit de zakelijkheid blijkt, is de borgstellingsvergoeding. Dit moet een redelijke vergoeding zijn voor het risico dat u loopt als borgsteller, ofwel de vergoeding die een onafhankelijke derde zou eisen als hij/zij hetzelfde risico zou lopen als u. Als u borg wilt staan voor een lening van uw bv, zorg er dan voor dat u een zakelijke borgstellingsvergoeding opneemt in de borgstellingsovereenkomst.

Laat uw WOZ-beschikking controleren

Binnenkort valt de WOZ-beschikking weer op uw (digitale) deurmat. Deze beschikking betreft de waarde van uw woning of bedrijfspand per 1 januari 2019. Het verdient aanbeveling deze beschikking te (laten) controleren. De gemeente maakt regelmatig een foutje. De WOZ-beschikking is niet alleen relevant voor de gemeentelijke heffingen, maar ook voor andere belastingen, zoals bijvoorbeeld de inkomstenbelasting en de schenk-  en erfbelasting.

Bent u het niet eens met de vastgestelde waarde in de WOZ-beschikking, dan moet u binnen 6 weken na de dagtekening van de beschikking daartegen bezwaar aantekenen bij uw gemeente. U kunt geen bezwaar aantekenen bij de Belastingdienst! Is de hiervoor genoemde 6-wekentermijn verstreken en heeft u geen bezwaar gemaakt? Dan zit u dus vast aan de vastgestelde WOZ-waarde voor de gemeentelijke heffingen, maar ook voor de andere belastingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de hoogte van het eigenwoningforfait in de inkomstenbelasting.

Onderzoek box 3-heffing 2013-2016

In 2019 heeft de hoogste rechter bepaald dat de belastingheffing over spaargelden in de periode 2013 tot en met 2016 een inbreuk kan vormen op het recht op eigendom. De rechter heeft daarbij aangegeven dat het niet op zijn weg ligt om de overheid te dwingen deze inbreuk te compenseren. Maar wat moet er wel gebeuren?

Oordeel rechter
De hoogste rechter kwam tot het oordeel dat de heffing van box 3 op stelselniveau een schending van het eigendomsrecht vormt indien het nominaal zonder (veel) risico’s gemiddeld haalbare rendement voor deze jaren lager is dan 1,2 procent.

Vraag
De vraag is nu: welke verplichtingen schept het Hoge Raad-arrest voor de wetgever in zaken waarin het Europese Hof voor de Rechten van de Mens op stelselniveau oordeelt dat het recht op eigendom geschonden is?

Drie deskundigen
De Minister van Financiën heeft hierover advies gevraagd aan drie onafhankelijke juridische deskundigen op het gebied van de toepassing van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

CPB
Bovendien heeft de Minister het CPB gevraagd om, met ondersteuning van DNB, te onderzoeken wat het zonder (veel) risico’s gemiddeld haalbare rendement in box 3 in de jaren 2013 tot en met 2016 is.

Termijn
Het deskundigenadvies en de resultaten van het onderzoek van het CPB zullen voor vrijdag 21 februari 2020 worden uitgebracht. De Tweede Kamer ontvangt vervolgens nog dit voorjaar het advies en de resultaten met de kabinetsreactie over de gevolgen van de arresten.

Tip: Het is dus nog even afwachten hoe het kabinet gaat reageren op de uitspraak van de hoogste rechter over de vermogensrendementsheffing in de jaren 2013 tot en met 2016. We houden u op de hoogte.

Regulering van werk: rapport commissie Borstlap (2)

Onlangs is het rapport van de Commissie Regulering van werk – onder leiding van Hans Borstlap – gepresenteerd. Het rapport bevat vijf bouwstenen voor verbetering. Deze bespreken we in afzonderlijke artikelen. In de vierde bouwsteen gaat het over het verschil tussen werknemers en zelfstandigen. Wat staat er in de vierde bouwsteen?

Zorg voor een fiscaal gelijke behandeling van en basisinkomenszekerheid voor alle werkenden
Het is volgens de Commissie van groot belang om werk fiscaal gelijk te behandelen en de basale risico’s fundamenteel op te vangen, waarmee iedereen die beroepsactief is, kan worden geconfronteerd.

Kom tot lagere lasten op arbeid en een gelijke fiscale behandeling van arbeid
Het is vanzelfsprekend om te kijken in hoeverre de totale belastingen en premies op arbeid verlaagd kunnen worden, zodat werken meer loont en/of goedkoper wordt, waarmee de aantrekkelijkheid van werk kan toenemen.

De verschillende fiscale regimes voor arbeid leiden tot een verschil in lastendruk, waardoor arbitrage tussen de fiscale regimes en de juridische vorm waarin arbeid wordt aangeboden, wordt bevorderd. Vergelijkbare werkenden leveren daardoor ongelijke bijdragen aan de collectieve lasten. De Commissie acht het verder terugdringen van de verschillen op (korte) termijn nodig. In dat kader ligt het volgens de Commissie voor de hand om:

  • de huidige ondernemersfaciliteiten (inclusief de mkb-winstvrijstelling) volgens een herkenbaar tijdpad spoedig af te bouwen;
  • voor de dga (zijn aandeel in) de winst van de vennootschap onmiddellijk te belasten, zo veel mogelijk als arbeidsinkomen;
  • fiscale faciliteiten voor ondernemers (incl. dga’s) te richten op het in de onderneming aangewende kapitaal in de vorm van een vermogens- of een (algemene) investeringsaftrek.

De Commissie is zich ervan bewust dat deze beleidsrichting tot forse lastenstijgingen leidt voor sommige zelfstandigen (ib-ondernemers en dga’s). Voor kleine zelfstandigen (ib-ondernemers) is deze lastenstijging het spiegelbeeld van ongelukkig fiscaal beleid in de afgelopen decennia. De fiscaliteit is een onhanteerbaar groot onderscheid gaan maken tussen zelfstandige en onzelfstandige arbeid, waardoor werkenden worden gestimuleerd om mede op oneigenlijke gronden (namelijk belastingbesparing) keuzes te maken. De scheefgroei bij dga’s ligt op een ander vlak: zij zijn door fiscale regels in staat gesteld om de progressieve belastingheffing over hun (arbeids)inkomen in belangrijke mate te ontgaan. Een herkenbaar tijdpad  bij de invoering van nieuwe regels geeft deze groepen duidelijkheid over hun fiscale positie en wat zij in de tijd van de overheid kunnen verwachten.

Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle werkenden
De Commissie adviseert een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle werknemers en zelfstandigen, waaraan iedereen meebetaalt. De contractvorm is dus niet langer bepalend voor het uitkeringsrecht. Gedacht wordt aan een uitkering op het niveau van het bestaansminimum. Deze basisuitkering kan worden aangevuld door maatregelen te treffen op individueel niveau, bij cao, of via een wettelijke regeling. De Commissie stelt voor een wachttijd in te bouwen die qua lengte parallel loopt met de periode waarin werkgevers bij ziekte het loon doorbetalen aan werknemers.

Daarbij zou kunnen worden overwogen ook de re-integratieverplichtingen van de werkgever, naast verkorting van de loondoorbetalingsplicht, minder zwaar te maken, bijvoorbeeld door deze te beperken tot investeringen in de herplaatsing van zieke werknemers binnen het eigen bedrijf (het zogenoemde eerste spoor) en het opzegverbod bij ziekte daarop af te stemmen. Als er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn binnen het eigen bedrijf en die ook niet kunnen worden gecreëerd, zou het dienstverband dan kunnen worden beëindigd. Met deze maatregel worden vooral kleinere werkgevers ontlast.

Uniforme voorwaarden voor pensioenvoorzieningen
Basisinkomensbescherming gedurende de oude dag is georganiseerd met de AOW en eventuele overige aanvullende collectieve (inkomens)voorzieningen (bijvoorbeeld toeslagen). Voor aanvullend pensioen boven de AOW gelden nu afwijkende verplichtingen voor verschillende werkenden. Een in gelijke mate beschermen van werkenden vergt volgens de Commissie aanpassingen in de richting van een gelijk speelveld. Een aanvullende voorziening in het fundament voor alle werkenden, boven de huidige AOW, ligt in de toekomst voor de hand.

Tip: Het kabinet komt uiterlijk 1 april met een reactie. De Commissie heeft overigens lijnen willen uitzetten voor meerdere kabinetsperioden. We houden u op de hoogte.

Regulering van werk: rapport commissie Borstlap (1)

Eind 2018 heeft het kabinet de Commissie Regulering van werk – onder leiding van Hans Borstlap- ingesteld om te adviseren over de veranderingen op de arbeidsmarkt en de mogelijke gevolgen voor de regelgeving. Leiden de regels tot de gewenste uitkomsten? Onlangs is het rapport gepresenteerd onder de titel: in wat voor land willen we werken? Het rapport bevat vijf bouwstenen voor verbetering. Deze bespreken we in afzonderlijke artikelen. Wat staat er in de eerste bouwsteen?

Ontlast het werkgeverschap en vergroot de manoeuvreerruimte binnen duurzame arbeidsrelaties De arbeidsmarkt van de toekomst vereist dat werkgevers kunnen meebewegen met vraag en aanbod en andere (bedrijfs)economische ontwikkelingen. Momenteel organiseren bedrijven dat vooral via de inzet van flexibele contractvormen

Kortere periode loondoorbetaling bij ziekte
De Commissie adviseert om de civiele loondoorbetalingsplicht en verplichtingen rondom re-integratie te verkorten tot een jaar.

Grotere interne wendbaarheid voor werkgevers binnen duurzame arbeidsrelaties
De werkgever krijgt de mogelijkheid om bij een contract voor onbepaalde tijd de arbeidsvoorwaarden eenzijdig te wijzigen indien bedrijfseconomische omstandigheden daartoe aanleiding geven. Het gaat daarbij om arbeidsomvang en salaris (tot een bepaald percentage), maar ook op het terrein van functie, werklocatie en arbeidstijden.

Er moeten heldere en toegankelijke wettelijke criteria en waarborgen komen. De werkgever kan binnen deze criteria de werknemer een aanbod tot wijziging van de arbeidsovereenkomst doen en de werknemer dient dit aanbod te accepteren tenzij sprake is van zwaarwegende belangen aan zijn kant. Hiermee wordt deeltijdontslag mogelijk.

Eenvoudiger ontslagbescherming
Als de werkgever de arbeidsovereenkomst van de werknemer wil beëindigen vanwege disfunctioneren, een verstoorde arbeidsrelatie of een andere in de persoon van de werknemer gelegen ontslaggrond moet dat kunnen, tenzij het verzoek verband houdt met een opzegverbod. Indien de kantonrechter oordeelt dat de werkgever geen redelijke grond heeft voor het ontslag dan is de werkgever een vergoeding verschuldigd aan de werknemer.

Minder werkgeverslasten
De Commissie adviseert om te bezien welke regels en verantwoordelijkheden echt noodzakelijk zijn en in hoeverre het werkgeverschap lichter gemaakt kan worden.

Beprijs tijdelijke arbeidsovereenkomsten
Een werkgever kan nu de risico’s rondom een tijdelijk en fluctuerend werkaanbod via flexibele contracten afwentelen op individuele werknemers of op het collectief. De factor arbeid is in feite te goedkoop. De Commissie adviseert te bezien of een premiedifferentiatie naar contractvorm nog duidelijker dan nu afwenteling van de kosten van flexibel werk kan beperken. Ook moet de beloning van de werknemer met een flexibel contract gaan corresponderen met de grotere risico’s die hij draagt. Dat kan in de vorm van een hoger wettelijk minimumloon of een flex-toeslag, een percentage bovenop het loon voor werknemers met een contract voor bepaalde tijd.

Waarborg dat tijdelijk werk echt tijdelijk wordt ingezet
Uit de huidige regeling om (opeenvolging van) tijdelijke contracten te reguleren blijkt onvoldoende dat tijdelijk werk ook daadwerkelijk tijdelijk dient te zijn. Idealiter zou een tijdelijk contract alleen een optie zijn indien de aard van het werk dit rechtvaardigt. Daarom adviseert de Commissie de duur van de huidige ketenregeling, weer te verkorten naar twee jaar, met uitzonderingen voor specifieke sectoren.

De Commissie stelt voor in de definitie van de uitzendovereenkomst toe te voegen dat de werkgever die werknemers ter beschikking stelt aan derden dit doet in het kader van een door hem vervulde actieve allocatiefunctie op de arbeidsmarkt. Ook adviseert de Commissie dat de uitzending naar een specifieke opdrachtgever (inlener) slechts tijdelijk van duur kan zijn en om de maximumtermijn voor opeenvolgende tijdelijke contracten met de  werkgever gelijk te trekken met ‘reguliere’ werknemers (twee jaar).

Ten slotte adviseert de Commissie de mogelijkheden tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten zonder vaste arbeidsurenomvang te beperken. Het moet wettelijk niet langer mogelijk zijn om de loondoorbetalingsplicht uit te sluiten, als er niet wordt gewerkt vanwege een oorzaak die ligt in de risicosfeer van de werkgever. Bovendien dient in elke arbeidsovereenkomst minimaal per kwartaal een vast aantal arbeidsuren overeengekomen te worden met de werknemer, waarover het loon wordt voldaan (met de eis van loonspreiding). Beide maatregelen gelden zowel voor ‘reguliere’ oproepcontracten als voor uitzendovereenkomsten.

Tip: Het kabinet komt uiterlijk 1 april met een reactie. De Commissie heeft overigens lijnen willen uitzetten voor meerdere kabinetsperioden. We houden u op de hoogte.

Afschrijving aanhorigheid bedrijfsgebouw

Hebt u als ondernemer gebouwen in eigen gebruik, dan is de fiscale afschrijving beperkt tot 50% van de WOZ-waarde.  Maar hoe zit het met andere zakelijke bouwwerken bij deze gebouwen, als voor de gebouwen zelf die 50% van de WOZ-waarde is bereikt? Deze vraag kwam aan de orde in een proefprocedure die veehouders hebben gevoerd. De uitkomst is binnen het hele MKB van belang.

Ondernemersvermogen
Tot het ondernemingsvermogen behoren in dit geval onder meer een perceel grond, woning, schuur, loods, jongveestal, ligboxenstal, een (houten) mestsilo, strooiselhok, twee stierenstallen, erfverharding en plaat/sleufsilo’s. De Belastingdienst corrigeert de afschrijvingskosten van het strooiselhok, de erfverharding en de plaat/sleufsilo omdat voor de bedrijfsgebouwen als geheel 50% van de WOZ-waarde is bereikt. In de wet staat immers dat voor de afschrijving de onderdelen van een gebouw, de daarbij behorende ondergrond en aanhorigheden als één bedrijfsmiddel worden beschouwd.

Aanhorigheden?
Volgens de ondernemer zijn deze bouwwerken echter geen aanhorigheden. Een bouwwerk is volgens hem alleen dan een aanhorigheid als het onmiddellijk en uitsluitend dienstbaar is aan het gebouw. Daarom kunnen de bouwwerken gewoon tot de restwaarde worden afgeschreven.

Volgens de Belastingdienst zijn aanhorigheden alle bouwwerken die behoren bij, in gebruik zijn bij en dienstbaar zijn aan het gebouw.

Oordeel rechter
De rechter is het met de Belastingdienst eens. Het gaat er dus niet om of de bouwwerken onmiddellijk en uitsluitend dienstbaar zijn aan het gebouw. De bouwwerken kunnen in dit geval niet los worden gezien van het bedrijfsproces van de onderneming. De correctie is daarom terecht toegepast.

Tip: Overweegt u te gaan investeren in bedrijfsgebouwen en andere bouwwerken, houd dan voor uw calculatie rekening met de wettelijke aftrekbeperking. We zijn u hier graag bij van dienst.

Brexit een feit maar wat nu?

Morgen – 31 januari 2020 – is het dan eindelijk zover. Dan verlaat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie. Hoewel dit feitelijk nog geen gevolgen voor uw bedrijf heeft – er moet namelijk nog een handelsakkoord worden bereikt tussen het VK en de EU – doet u er toch verstandig aan om alvast een artikel 23-vergunning aan te vragen. Die vergunning kan worden gebruikt bij import uit een niet-EU-land. De btw op de geïmporteerde goederen hoeft u dan niet bij de inklaring aan de douane te betalen, maar wordt verlegd naar uw btw-aangifte. In dezelfde aangifte kunt u de btw als voorbelasting in aftrek brengen, mits u de goederen voor btw-belaste prestaties gebruikt. Zo voorkomt u dat u bij import van goederen elke keer invoer-btw moet betalen. Kijk ook eens bij het brexitloket https://www.brexitloket.nl/ met onder meer de brexitscan om na te gaan welke gevolgen de brexit heeft voor uw bedrijf.