Regulering van werk: rapport commissie Borstlap (5)

Het rapport van de Commissie Regulering van werk – onder leiding van Hans Borstlap – is in januari gepresenteerd. Het bevat vijf bouwstenen voor verbetering. De eerste vier hebben we al in afzonderlijke artikelen besproken. De vijfde bouwsteen gaat over een activerend en inclusief arbeidsmarktbeleid. Wat stelt de Commissie voor?

Voorkom langdurige uitval door tijdige switches; effectieve publiek-private samenwerking
De huidige voorzieningen om mensen te helpen deel te nemen aan de arbeidsmarkt werken onvoldoende. De verblijfsduur in uitkeringen is, algemeen gesproken, te lang. Het nieuwe stelsel zal langdurige uitval krachtig moeten tegengegaan.

Maatwerk en loopbaanwinkels
Daarvoor is integrale, effectieve, individuele begeleiding en ondersteuning nodig, zodat werkenden die met werkloosheid of arbeidsongeschiktheid te maken krijgen tijdig naar ander, passend werk kunnen overschakelen en uitkeringsgerechtigden zo snel mogelijk weer aan het werk komen. Er moet aanzienlijk meer maatwerk en individuele begeleiding komen. Dit wordt ondersteund door breed toegankelijke loopbaanwinkels en publiek-private samenwerkingsverbanden waarin werkgevers, vakbonden, onderwijsinstellingen, uitzendbedrijven, gemeenten en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) zich samen sterk maken voor een effectieve arbeidsbemiddeling en een sluitende personeelsvoorziening in de arbeidsmarktregio.

Organiseer wederkerigheid
Van mensen met een uitkering wordt in ruil voor deze ondersteuning verlangd dat ze zich constructief inzetten voor een duurzame en succesvolle re-integratie. Constructief impliceert dat uitkeringsontvangers vanaf dag één in een gestructureerde setting werken aan verbetering van hun kansen op de arbeidsmarkt. Dat geldt voor iedereen die een beroep moet doen op inkomensverzekeringen of -voorzieningen.

Investeer in volwaardige participatie aan de basis van de arbeidsmarkt
Bij een te grote afstand tot de arbeidsmarkt krijgen mensen hulp en persoonlijke begeleiding om stapsgewijs te komen tot volwaardige participatie. Om te realiseren dat ook zij de waarden van werk kunnen verzilveren, worden voor hen op of rond de arbeidsmarkt geschikte werkplekken gecreëerd. Werkgevers in de publieke en private sector werken hieraan actief mee. Zij worden daarbij zo veel mogelijk ontzorgd en op een eenduidige manier gecompenseerd voor begeleidingskosten en/of productieverlies.

Tip: Het kabinet komt uiterlijk 1 april met een reactie. De Commissie heeft overigens lijnen willen uitzetten voor meerdere kabinetsperioden. We houden u op de hoogte.

Speerpunten Belastingdienst 2020

In het jaarplan 2020 heeft de Belastingdienst onder meer aangegeven welke speerpunten bij de handhaving en controle extra aandacht krijgen. Zo heeft de Belastingdienst ontdekt dat zo’n 300.000 stichtingen en verenigingen voor geen enkele belasting aangifte doen. Voorlichting en vragenbrieven moeten een beeld opleveren van eventuele belastingplicht. Wat zijn de speerpunten voor ondernemers?

Rekening courant eigen BV
Zoals bekend, komt er een wetsvoorstel dat excessief lenen bij de eigen BV wil aanpakken. Vooruitlopend daarop gaat de Belastingdienst in 2020 extra aandacht besteden aan onzakelijk gebruik van de rekening courantverhouding met de eigen BV. De aangifte vennootschapsbelasting van de BV wordt daartoe beoordeeld in samenhang met de aangifte inkomstenbelasting van de directeur-grootaandeelhouder.

Invoer van textiel en schoenen
Bedrijven die textiel en schoenen invoeren krijgen in 2020 extra aandacht van de douane. Omdat de waarde en de oorsprong van de goederen een belangrijke maatstaf van heffing zijn, leidt opgave van een te lage waarde of een ander land van oorsprong tot een te lage afdracht van invoerrechten. Bij die bedrijven waar een verhoogd risico speelt, vraagt de douane bewijzen op in de vorm van facturen, koopcontracten en oorsprongscertificaten. Ook moeten risicobedrijven financiële zekerheid geven voordat ze deze goederen verder mogen vervoeren.

Digitale economie
Met de digitale economie vervaagt het onderscheid tussen handelen als burger of handelen als bedrijf, landsgrenzen worden minder van belang, traditionele handelsketens veranderen en er ontstaan nieuwe verdienmodellen. Het aantal transacties en het fiscale belang nemen toe. Binnen de deel- en kluseconomie zijn er problemen bij het doen van een juiste aangifte. Voor burgers is het  bijvoorbeeld niet eenvoudig om inkomsten uit de tijdelijke verhuur van een eigen woning fiscaal juist te verantwoorden. Ook voor aanbieders in de kluseconomie blijkt dit lastig, bijvoorbeeld bij vervoersdiensten. De Belastingdienst wil het toezicht hierop beter laten aansluiten.

Andere speerpunten
Handhaving is een belangrijk onderwerp in het Jaarplan 2020. Binnen het programma Verhuld Vermogen wordt het bestrijden van ondoorzichtige constructies één van de prioriteiten. Ook binnenlands verhuld vermogen, ondergebracht in (familie)stichtingen, wordt aangepakt. Daarnaast wordt er scherper gelet op fraude in de uitzend- en schoonmaakbranche en komt er extra geld voor de bestrijding van witwassen en ondermijning. Ook krijgt het toezicht op de autobelastingen extra aandacht.

Tip: Als een van de genoemde speerpunten bij u of uw bedrijf aan de orde kan zijn, besteden ook wij daar uiteraard extra aandacht aan. Wellicht is het zinvol om samen eventuele zorgen  of maatregelen te bespreken.

Correctie afwisselend gebruik bestelauto

Een aannemersbedrijf maakt gebruik van de eindheffing doorlopend afwisselend gebruik, op jaarbasis een vast bedrag van € 300 per bestelauto. Een praktische regeling, omdat het ondoenlijk is de regeling voor privégebruik individueel, per medewerker die de bestelauto gebruikt, toe te passen. Bij een controle door de Belastingdienst gaat het mis.

Hoe worden de bestelauto’s in de praktijk gebruikt?
Van elke bestelauto maken steeds twee mensen gebruik. Ze bezoeken 6 tot 15 klusadressen per dag. Zij gaan met de auto naar de klus en soms wordt gevraagd om mee te helpen bij een andere klus. Degene van het koppel die de bestelauto naar het klusadres rijdt en weer terug of naar een andere klus kan wisselen per rit en per dag. De werkgever verricht klussen die soms meerdere dagen, soms een dag of soms een dagdeel duren. Afgesproken is dat in beginsel degene die het verst weg woont van het klusadres de bestelauto ‘s avonds mee naar huis neemt en de volgende dag de ander ophaalt. Soms rijdt een andere werknemer in plaats van een van de werknemers van het vaste koppel mee. Bij vakantie van een van de twee rijdt in beginsel de andere werknemer in de auto al dan niet samen met een collega. Er is geen kilometeradministratie bijgehouden voor de bestelauto’s.

Naheffingsaanslag wegens bijtelling privégebruik
De Belastingdienst legt ten aanzien van de bestelauto’s naheffingsaanslagen op met bijtellingen privégebruik auto. Waarom? De Belastingdienst stelt dat hier sprake is van een door de werkgever makkelijk vast te stellen volgtijdelijk gebruik gedurende een bepaalde periode door één werknemer en daarna door een andere werknemer van dezelfde auto. Dan geldt de regeling eindheffing afwisselend gebruik niet. Bovendien kunnen de bestelauto’s in privé voor meer dan 500 kilometer worden gebruikt, past de werkgever op het privégebruik geen controle toe, blijven de bestelauto’s ’s avonds niet op het bedrijfsterrein van de werkgever staan, zodat de auto’s dus ongelimiteerd in privé kunnen worden gebruikt.

Oordeel rechter
De twee vaste werknemers bepalen onderling wie de bestelauto mee naar huis neemt. Meestal is dat de persoon die het verste weg woont van de opdracht die op dat moment wordt uitgevoerd en de ander ophaalt en thuisbrengt. De Belastingdienst heeft aangevoerd dat de werkgever gemakkelijk kan vaststellen wie de bestelauto ’s avonds mee naar huis neemt. Dit berust op de aanname dat alleen privéritten plaats zullen vinden door degene die de bestelbus mee naar huis neemt. Deze aanname is onjuist; een werknemer kan onderling met de ander afspraken maken over het gebruik van de auto en de privéritten.

De regeling is juist bedoeld als praktische regeling voor situaties waarin de bestelauto’s in privé voor meer dan 500 kilometer kunnen worden gebruikt, de werkgever op het privégebruik geen controle toepast, dat de bestelauto’s ’s avonds niet op het bedrijfsterrein van de werkgever blijven staan en dat de auto’s dus ongelimiteerd in privé zouden kunnen worden gebruikt. Daarom vervalt de correctie door de Belastingdienst.

Tip: De Belastingdienst komt na een controle soms met onverwachte standpunten over de toepassing van de regelgeving in uw bedrijf. Als uw adviseur kunnen we met onze kennis van de fiscale regelgeving de Belastingdienst vaak op andere gedachten brengen. Een gang naar de rechter proberen we te voorkomen, maar helaas lukt dat niet altijd. 

Matig belasting bij sterk wisselende inkomsten

Heeft u de afgelopen jaren met inkomensschommelingen te maken gehad? Bijvoorbeeld omdat u (al dan niet tijdelijk) bent gestopt met werken of door een ontslagvergoeding of door wisselende inkomsten uit uw onderneming of door een faillissement? Die wisselende inkomsten kunnen in het ene jaar zwaar belast zijn en in het andere jaar juist niet. Er bestaat echter een regeling die de belastingheffing over deze inkomsten matigt door de inkomsten gelijkmatig over de jaren te verdelen.

Bij deze zogenoemde ‘middelingsregeling’ telt u uw belastbare inkomens van drie aaneengesloten jaren op en deelt u het totaal door drie. Over dit gemiddelde inkomen herrekent u per jaar de verschuldigde inkomstenbelasting. Als u over de drie jaren meer dan € 545 minder belasting verschuldigd bent dan zonder de middeling, kunt u deze belasting terugvragen bij de Belastingdienst. De teruggaaf heeft geen invloed op de toeslagen die u al heeft gehad.

Bewaar altijd bewijsstukken verbouwingskosten van uw woning

Het voorjaar komt er aan. U overweegt om dit jaar echt die keuken uit te breiden of die badkamer te laten verbouwen. U heeft al een afspraak staan bij de bank om een verbouwingshypotheek te regelen. Als die verbouwing of de onderhoudsklus echt doorgaat, zorg er dan voor dat u de bewijsstukken van de (ver)bouwkosten goed bewaard (ten minste 30 jaar). U kunt anders uw hypotheekrenteaftrek verliezen. Uit een uitspraak van de Hoge Raad van vorig jaar blijkt dat de inspecteur die bewijsstukken namelijk altijd kan opvragen. Doet de inspecteur dat bij u, dan zult u de schriftelijke bewijzen moeten kunnen overleggen, die aantonen dat de lening een eigenwoningschuld is, waarvan de rente terecht is afgetrokken.

Laat uw aanslag vennootschapsbelasting 2020 controleren

Sinds afgelopen dinsdag 18 februari kan een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2020 worden aangevraagd of gewijzigd. Dit heeft de Belastingdienst bekendgemaakt. Laat daarom een reële inschatting maken van de vennootschapsbelasting die u in 2020 verschuldigd zult zijn, zodat uw bv niet een te lage voorlopige aanslag voor de vennootschapsbelasting krijgt opgelegd. Zo voorkomt u het risico dat de bv na afloop van het jaar 8% belastingrente in rekening gebracht krijgt, omdat zij vennootschapsbelasting blijkt te moeten bijbetalen.

Tijdig aanmelden voor de nieuwe KOR per 1 april 2020

Op 1 januari 2020 is de nieuwe kleineondernemersregeling (KOR) in werking getreden onder een nieuwe naam: de omzetgerelateerde vrijstelling omzetbelasting (OVOB). Daardoor is er veel veranderd. Heeft u zich vorig jaar niet vóór 20 november 2019 hebben aangemeld, maar wel van de OVOB gebruik zouden willen maken? Dan kan dat alsnog, mits zij uiteraard aan de voorwaarden voldoen. Als zij zich uiterlijk 3 maart 2020 aanmelden, dan kunnen zij vanaf 1 april 2020 gebruikmaken van deze nieuwe regeling. De Belastingdienst heeft namelijk vier weken nodig om een aanvraag te verwerken.

Regulering van werk: rapport commissie Borstlap (3)

Het rapport van de Commissie Regulering van werk – onder leiding van Hans Borstlap – bevat vijf bouwstenen voor verbetering. Nummer een en nummer vier hebben we al besproken. De tweede bouwsteen gaat over contractvormen voor werknemers en zelfstandigen. Wat staat erin?

Overzichtelijk stelsel van contractvormen (drie rijbanen)
De Commissie adviseert om te komen tot drie soorten contracten, zodat het voor alle partijen duidelijk is welk type contact hoort bij welk type werk:

  • overeenkomsten voor zelfstandigen die werken voor eigen rekening en risico;
  • arbeidsovereenkomsten voor werknemers die voor (on)bepaalde tijd werken in dienst van een werkgever;
  • uitzendovereenkomsten voor werknemers in dienst van een uitzendbedrijf die tijdelijk werk verrichten dat niet of moeilijk voorzienbaar is.

Afbakening tussen werknemers en zelfstandigen

Naast het verkleinen van de verschillen in behandeling tussen werknemers en zelfstandigen  zijn geschikte en eigentijdse criteria nodig om deze categorieën werkenden van elkaar te onderscheiden. De manier waarop het werk feitelijk wordt uitgevoerd, komt centraal te staan. De contractvorm en de wil van partijen zijn niet langer relevant. Het gezagscriterium wordt verduidelijkt en gemoderniseerd.

Oneigenlijk gebruik van driehoeksverhoudingen tegengaan
In beginsel is de feitelijke werkgever van de werknemer ook juridisch de werkgever, met de bij hem geldende arbeidsvoorwaarden. Gebruikmaken van driehoeksrelaties, zoals payrolling, contracting, detachering of uitzending, waarbij de contractuele werkgever een andere partij is dan de eigenaar of exploitant van de onderneming waarin of waarvoor de werknemer werk verricht, kan niet zomaar meer. Concurrentie op loonkosten via driehoeksverhoudingen wordt zo tegengegaan.

Bij uitzending door uitzendbureaus is het gerechtvaardigd dat een ander werkgever is, namelijk de uitzendwerkgever. Het uitzendbureau heeft namelijk een actieve rol bij het bijeenbrengen van de vraag naar en het aanbod van tijdelijk werk dat qua duur en omvang van tevoren niet of moeilijk te overzien is (allocatiefunctie). Hierbij blijft een verlicht ontslagregime gelden. Dit betekent niet dat de uitzendwerknemer tegen minder gunstige arbeidsvoorwaarden werkzaam is dan eigen werknemers van de opdrachtgever.

Vergroot de opeisbaarheid van rechten voor werkenden

Een ordelijke en eerlijke arbeidsmarkt is overzichtelijk. Zo kunnen werkenden hun rechten beter opeisen. De regels zijn kenbaar, duidelijk en goed te handhaven door bevoegde instanties. Werkenden krijgen laagdrempelige hulp om hun rechten te effectueren (arbeidsombudsman), zodat zij krijgen waarop zij recht hebben. 

Tip: Het kabinet komt uiterlijk 1 april met een reactie. De Commissie heeft overigens lijnen willen uitzetten voor meerdere kabinetsperioden. We houden u op de hoogte.

Fiscaal afrekenen na overlijden echtgenote DGA

De echtgenote van een directeur-grootaandeelhouder (DGA) overlijdt. Ze waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. De DGA heeft alle aandelen in een pure beleggings-B.V. Hij ontvangt een aan de erfgenamen van zijn overleden echtgenote gerichte navorderingsaanslag inkomstenbelasting over bijna € 900.000, de helft van de meerwaarde van zijn aandelen.

Omdat man en vrouw in gemeenschap van goederen waren getrouwd, hadden de erfgenamen het nagevorderde fiscale voordeel in haar overlijdensaangifte inkomstenbelasting moeten verwerken. Dat is niet gebeurd.  Wel hebben de erfgenamen de helft van de waarde van de aandelen correct in de aangifte erfbelasting opgenomen.  De erfgenamen gaan naar de rechter.

Navorderingsaanslag niet mogelijk?
Ten eerste stellen ze dat de Belastingdienst geen navorderingsaanslag mag opleggen. Waarom niet? Omdat de Belastingdienst had kunnen weten dat sprake was van een aanmerkelijk belang waarover bij overlijden zou moeten worden afgerekend. De Belastingdienst had de aangifte inkomstenbelasting zelf beter moeten controleren. De rechter oordeelt echter dat de aangifte inkomstenbelasting mogelijk juist was. De Belastingdienst hoefde er niet aan te twijfelen. Zelfs het feit dat er een jaar eerder bij de echtgenote inkomen uit aanmerkelijk belang in de aangifte was vermeld, betekent niet dat de Belastingdienst de overlijdensaangifte op dit punt nader had moeten onderzoeken.

Navorderingsaanslag te hoog?
Ten tweede stellen de erfgenamen dat de navorderingsaanslag te hoog is. Voor ruim € 151.000 zou sprake zijn van ondernemingsvermogen, waarvoor een doorschuiffaciliteit geldt. In het bewijs dat sprake is van ondernemingsvermogen slagen de erfgenamen echter niet. Ook slagen ze er niet in te bewijzen dat de werkelijke waarde van de aandelen lager ligt dan de intrinsieke waarde.

Oordeel rechter
De rechter komt tot de conclusie dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd.

Tip: Als aandelen in een B.V. deel uitmaken van een huwelijksgoederengemeenschap, dient ook fiscaal afgerekend te worden als de echtgenoot die niet zelf aandeelhouder is overlijdt. Soms zijn doorschuiffaciliteiten van toepassing. Het is verstandig om tijdig de situatie bij eventueel overlijden in kaart te brengen. Daar helpen we u uiteraard graag bij.

Teveel opgenomen uit eigen B.V.

Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) heeft aan zijn B.V. een rekening courantschuld en een schuld voor zijn eigen woning. De rekening courantschuld neemt elk jaar toe door privé-opnames en de rente over de schulden. Er zijn geen zekerheden gesteld en er is geen aflossingsverplichting. Als de schulden samen hoger zijn dan de totale winstreserve van de B.V. legt de Belastingdienst een naheffingsaanslag dividendbelasting op. De toename van de schuld in het laatste jaar wordt aangemerkt als netto-dividend.

Volgens de B.V. is geen sprake van een (definitieve) onttrekking aan haar vermogen, omdat de DGA dit bedrag vrijwel direct kan terugbetalen, onder meer door herfinanciering bij een professionele geldverstrekker. De Belastingdienst denkt hier anders over.

Wanneer is een opgenomen bedrag een uitdeling?
Als een DGA voor persoonlijke doeleinden gelden uit de kas van de B.V. opneemt, kan daarin een winstuitdeling zijn gelegen als het niet de bedoeling was geweest dat de DGA het opgenomen bedrag aan de B.V. schuldig zal worden of het meteen duidelijk moet zijn geweest dat hij het opgenomen bedrag niet kan terugbetalen of verrekenen.

Als de B.V. aan de DGA een lening verstrekt waarvan aannemelijk is dat deze niet kan of zal worden afgelost, moet deze lening worden aangemerkt als een uitdeling. Het bedrag van de lening heeft dan immers het vermogen van de vennootschap definitief verlaten. Dit wordt niet anders indien het bedrag van de lening kan worden verrekend met een toekomstige dividenduitkering uit de B.V.  of een opbrengst uit verkoop van de aandelen.

Bewijslast
Voor het in aanmerking nemen van een uitdeling, zal de Belastingdienst feiten en omstandigheden aannemelijk moeten maken waaruit volgt dat de lening niet kan of zal worden afgelost en de B.V. en de DGA zich daarvan bewust waren of hadden moeten zijn.

Afweging rechter
De DGA kan de toename van de rekening courantschuld niet terugbetalen omdat hij, los van de aandelen van de B.V. zelf, een zwaar negatieve vermogenspositie heeft. Volgens de DGA moet de waarde van de aandelen echter wel worden meegerekend. Deze opvatting volgt de rechtbank niet.

De stelling van de B.V. dat de DGA een lening bij een bank zou kunnen krijgen om de toename van de rekening-courantschuld (deels) terug te betalen, volgt de rechtbank ook niet. De DGA heeft deze mogelijkheid immers niet benut zodat deze situatie zich hier niet voordoet.

De Belastingdienst heeft aannemelijk gemaakt dat de toename van de rekening-courantvordering niet volledig kan of zal worden afgelost, omdat de DGA niet over voldoende vermogen en inkomsten beschikte om uit andere middelen dan het aandelenbezit in de B.V. de aflossing te voldoen.

Tip: Hebt u een schuld aan uw B.V., houd er dan rekening mee dat de Belastingdienst het realiteitsgehalte jaarlijks kan toetsen. Meer lenen dan u feitelijk kunt aflossen, is fiscaal een probleem. We adviseren u graag over uw financiële verhouding met uw B.V.