Minimumbeloning zelfstandigen in 2021

Onlangs is de Wet minimumbeloning zelfstandigen in concept gepubliceerd. Alle zzp’ers gaan vanaf 2021 minimaal 16 euro per uur verdienen. Het is de bedoeling dat deze wet op 1 januari 2021 ingaat. Maar eerst kan eenieder tot 9 december 2019 reageren op het wetsvoorstel. Wat zijn de hoofdlijnen van het onderdeel minimumbeloning?

Het minimumtarief van 16 euro per uur moet voorkomen dat mensen voor een tarief werken waar ze niet van kunnen leven of waarmee ze onvoldoende verdienen om zich te verzekeren of om te sparen voor slechtere tijden. Zowel de zzp‘ers met zakelijke klanten als met particuliere klanten moeten straks minimaal dit bedrag per uur gaan verdienen. Jaarlijks op 1 januari wordt het minimumtarief geïndexeerd.

Het minimumtarief gaat gelden voor alle uren die een zzp’er aan een opdracht besteedt. Er is rekening mee gehouden dat zzp’ers gemiddeld een derde van hun tijd moeten besteden aan overige werkzaamheden, zoals acquisitie en administratie.

Het tarief is exclusief directe kosten die een zzp’er voor een klus maakt: kosten voor materiaal komen dus bovenop de 16 euro per uur.

Aan de opdracht toe te rekenen kosten en uren

  • kosten en tijd voor de voorbereiding en de feitelijke uitvoering van de opdracht
  • kosten en tijd voor vervoer in het kader van de opdracht, met uitzondering van de kosten voor vervoer van en naar de vaste woon- of verblijfplaats en voor vervoer tussen bestemmingen van verschillende opdrachten.

Niet aan de opdracht toe te rekenen kosten en uren

  • kosten en tijd voor acquisitie- en representatie
  • kosten en tijd voor administratie
  • kosten en tijd voor scholing, studie en vakliteratuur
  • verzekeringspremies, tenzij de verzekering enkel is afgesloten voor de opdracht
  • kosten voor communicatie en communicatiemiddelen
  • kosten en tijd voor het opstellen en ondertekenen van de zelfstandigenverklaring
  • kosten en tijd voor bedrijfsmiddelen die voor meerdere opdrachten worden of zullen worden gebruikt
  • kosten en tijd voor de ontwikkeling van een dienst indien deze dienst voor meerdere opdrachtgevers wordt of zal worden verricht.

Let op: De berekeningswijze van de voorgestelde minimumbeloning is dus verre van eenvoudig. In de loop van 2020 zullen er ongetwijfeld nog vele wijzigingen en details volgen. We houden u op de hoogte.

Checklist 2020 voor werkgevers

Per januari 2020 veranderen de regels rond arbeidscontracten en ontslag. Dit is geregeld in de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). De regering wil hiermee de kloof tussen vaste contracten en flexibele contracten kleiner maken. Hieronder vindt u een overzicht en een checklist.

De invoering van de WAB brengt op 1 januari 2020 de volgende veranderingen met zich mee:

Vast contract: lage WW-premie, flexcontract: hoge WW-premie
Werkgevers betalen vanaf 2020 een lagere WW-premie voor werknemers met een vast contract dan voor werknemers met een flexibel contract. De sectorpremie vervalt vanaf dat moment. Zo wordt het voor werkgevers aantrekkelijker om werknemers een vast contract te geven. 

Nieuwe mogelijkheid voor ontslag: cumulatiegrond
Er komt een nieuwe ontslaggrond: de cumulatiegrond. Ontslag wordt ook mogelijk wanneer omstandigheden uit de verschillende ontslaggronden die via de kantonrechter lopen samen een redelijke grond voor ontslag opleveren. Bij ontslag op basis van de cumulatiegrond kan de rechter een extra vergoeding toekennen aan de werknemer.

Transitievergoeding vanaf 1e werkdag
De werknemer heeft recht op de transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. Ook de berekening van de transitievergoeding verandert.

Ketenregeling: 3 tijdelijke contracten in maximaal 3 jaar
Vanaf 2020 kunnen werkgever en werknemer 3 tijdelijke contracten in maximaal 3 jaar aangaan. Het volgende contract is dan automatisch een vast contract. Tot en met 31 december 2019 is het mogelijk om 3 tijdelijke contracten in maximaal 2 jaar aan te gaan. Ook kan de tussenpoos (tijd tussen contracten) bij CAO worden verkort tot 3 maanden bij tijdelijk terugkerend werk (niet beperkt tot seizoensarbeid) dat maximaal 9 maanden per jaar kan worden gedaan. Tevens wordt vanaf 2020 in de wet een uitzondering opgenomen dat invalkrachten in het basisonderwijs op tijdelijke basis kunnen blijven invallen voor zieke leerkrachten. Dit hoeft niet meer in de CAO te staan.

Payrollwerknemer: gelijke rechtspositie en arbeidsvoorwaarden
Werknemers die vanaf 2020 een payrollcontract krijgen, krijgen minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden en dezelfde rechtspositie als werknemers die in dienst zijn van het bedrijf. Vanaf 2021 krijgen payrollkrachten recht op een goede pensioenregeling.

Oproepwerknemers: minimale oproeptermijn en aanbod voor vaste uren na twaalf maanden
Vanaf 2020 moeten werkgevers oproepkrachten minstens 4 dagen van te voren oproepen voor werk. Als de werkgever een oproep binnen 4 dagen afzegt, heeft de oproepwerknemer recht op loon over de uren waarop hij was opgeroepen. Na 12 maanden moet de werkgever een nieuw contract aanbieden met een vast aantal uren.

Tip: Op deze checklist vindt u wat u voor 1 januari 2020 kunt doen om goed voorbereid te zijn op de nieuwe situatie.

Niet aanmelden kleine ondernemersregeling 2020?

Onlangs hebben we aandacht besteed aan de nieuwe kleine ondernemersregeling voor de BTW die per 1 januari ingaat. U hebt tot uiterlijk 20 november aanstaande om te bepalen of u deze regeling vanaf 1 januari 2020 wilt toepassen. Stel, u voldoet aan de voorwaarde dat uw jaaromzet minder is dan € 20.000. Wat zijn redenen om toch niet te kiezen voor de vrijstelling van omzetbelasting?

BTW terugbetalen over uw investeringen
Hebt u in de laatste vijf tot tien jaar als BTW-ondernemer geïnvesteerd? Dan moet u de afgetrokken BTW op deze investeringen mogelijk deels terugbetalen als u per 1 januari 2020 vrijgesteld van BTW gaat ondernemen.

BTW terugvragen op toekomstige investeringen
Als u binnen drie jaar wilt gaan investeren, kan BTW-aftrek u helpen bij de financiering. Kiest u voor de vrijstelling, dan hebt u dit voordeel niet. En als de omzet stijgt boven € 20.000, pakt dit dubbel nadelig uit: geen BTW-aftrek op de investering, wel BTW afdragen over de omzet.

BTW kostenpost
Stel, u verricht diensten aan particulieren tegen een vaste prijs en u past de nieuwe regeling toe. Uw jaaromzet gaat in enig jaar toch over de grens van € 20.000 heen. Kunt u dan direct uw tarief verhogen, omdat u vanaf dat moment weer BTW-plichtig bent? Zolang u de BTW niet in uw tarief kunt doorberekenen, komt deze feitelijk voor uw rekening.

Driejaarstermijn
Kiest u voor de nieuwe regeling, dan is dat voor drie jaar, tenzij uw omzet voordien stijgt boven de € 20.000. Verlaat u de nieuwe regeling, dan mag u er pas na drie jaar weer in. Bij een dalende omzet, vraagt dat dus een strakke planning.

Tip: De genoemde aandachtspunten kunnen in uw situatie van belang zijn. Twijfelt u, vraag dan snel advies. Uw aanmeldformulier moet namelijk uiterlijk 20 november 2019 bij de Belastingdienst binnen zijn als u vanaf 1 januari 2020 de nieuwe regeling wilt toepassen
U kunt zich ook na 20 november nog aanmelden. De ingangsdatum schuift dan op naar het eerstvolgende tijdvak. Dan neemt u vanaf 1 april 2020 deel.

Tijdig lijfrentepremie betalen

Heeft u een pensioentekort, dan kunt u hiervoor een aanvullend inkomen regelen. Bijvoorbeeld door bij een verzekeraar een lijfrentepolis te sluiten of bij een bank een lijfrentebankspaarproduct. De lijfrentepremie die u in 2019 heeft betaald, kunt u aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting 2019 die u volgend jaar indient bij de Belastingdienst. Het is niet meer mogelijk om na afloop van het jaar de lijfrentepremie te betalen en dan de aftrek terug te wentelen naar het voorafgaande jaar.

 

Anticipeer op minder kostenaftrek

Heeft u een inkomen dat wordt belast in de hoogste belastingschijf? Dan krijgt u vanaf 2020 te maken met de afbouw van de persoonsgebonden aftrekposten, zoals de aftrek van giften, ziektekosten en betaalde partneralimentatie. De afbouw vindt plaats met 3% per jaar, totdat een aftrek tegen een tarief van 37,05% is bereikt. Dit jaar heeft u nog aftrek tegen 51,75%. Het heeft dus zin om aftrekposten naar voren te halen door extra giften te doen aan een goed doel of door uw alimentatieverplichting af te kopen. Laat u adviseren wat uw mogelijkheden zijn.

Let op: De aftrekbeperking geldt niet voor lijfrentepremies en premies voor arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.

 

Spreiden investeringen voor meer KIA

Het is ook zinvol om voor het benutten van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) te bekijken of u bepaalde investeringen nog in 2019 moet doen of dat u die beter kunt doorschuiven naar 2020. Het spreiden van investeringen kan u meer KIA opleveren. Investeert u tussen € 2.300 en € 57.321, dan krijgt u hierover 28% KIA. U kunt voor een totale investering tussen € 57.321 en € 106.150 een vast bedrag claimen van € 16.051. Voor investeringen van in totaal tussen € 106.150 en € 318.449 neemt dit vaste bedrag geleidelijk af. Boven een investeringsbedrag van € 318.449 krijgt u geen KIA meer. Spreiden van de investeringen over twee jaren is dan dus altijd voordeliger.

Controleer of u moet herinvesteren

Heeft u in het verleden een herinvesteringsreserve gevormd van de winst bij verkoop van een bedrijfsmiddel? Controleer dan of dit jaar het laatste jaar is, waarin u de reserve moet gebruiken. Dat moet immers binnen drie jaar na het jaar waarin u de herinvesteringsreserve heeft gevormd. Is dat geval, zorg er dan voor dat u dit jaar nog investeert en voorkom dat u de reserve aan de belastbare winst moet toevoegen.

Fiets van de zaak en onbelaste kilometervergoeding

In 2020 geldt voor een fiets van de zaak een forfaitaire bijtelling voor het privégebruik van zeven procent. Stel dat de werknemer tevens recht heeft op een onbelaste vergoeding van maximaal 19 cent per kilometer voor woon-werkverkeer. Hierover heeft de RAI Vereniging vragen gesteld aan het Ministerie van Financiën.

Werknemers met een leasefiets houden recht op een onbelaste reiskostenvergoeding van 19 cent op het moment dat zij met een ander vervoermiddel reizen en de leasefiets niet gebruiken.

Werkgever en werknemer moeten wel aannemelijk kunnen maken dat de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de leasefiets als hij de zakelijke kilometers, ondanks die terbeschikkinggestelde fiets, per trein of per auto aflegt. Als een werknemer een dag de gehele rit met de leasefiets naar het werk reist, kan geen aanspraak worden gemaakt op de onbelaste kilometervergoeding.  

Let op: De nieuwe regeling voor de leasefiets leidt dus toch tot administratieve rompslomp als tevens recht bestaat op een onbelaste kilometervergoeding. U moet dan van alle medewerkers met een leasefiets dagelijks gaan bijhouden of ze die fiets hebben gebruikt.

Werknemer valt tijdens werk van ladder

Een touringcarchauffeur is op het dak van een bus, op een hoogte van 3,7 meter, bezig met onderhoud van de airconditioning. Als hij via de ladder naar beneden klimt, komt hij ten val en loopt een gebroken hak op. De chauffeur stelt zijn werkgever aansprakelijk voor alle schade omdat deze tekort is geschoten in zijn zorgplicht. Hoe zit dat met de zorgplicht van de werkgever?

De wet zegt hierover: de werkgever is verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. De werkgever is jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij zijn zorgplicht is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

In dit geval staat volgens de rechter vast dat de chauffeur schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden en dat geen sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Daarmee staat ook vast dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade, tenzij hij aantoont dat hij zijn zorgplicht is nagekomen. En daarin slaagt de werkgever volgens de rechter niet.

De chauffeur moest één of twee keer per jaar de werkzaamheden aan de airconditioning op 3,7 meter hoogte uitvoeren. Daarbij was sprake van een (val)risico. Op het bedrijf was hiervoor een takelinstallatie met valbescherming (tuigje). De stelling van de werkgever dat het een eigen keuze van de werknemer was om die takelinstallatie niet te gebruiken, helpt hem niet. Vastgesteld wordt immers dat de werkgever voor het gebruik ervan nooit  (veiligheids-)instructies had gegeven. Juist omdat het incidentele, risicovolle werkzaamheden waren, had de werkgever dat wel moeten doen.

Tip: Werknemers verrichten af en toe werkzaamheden waaraan zekere risico’s kleven. Check regelmatig of u deze voldoende in beeld hebt, de nodige maatregelen hebt genomen en zo nodig veiligheidsinstructies hebt gegeven. Leg ook vast dat u dit hebt gedaan, wanneer en op welke wijze.

Einde aftrek rente bij woning in aanbouw

Een particulier koopt in 2007 bouwgrond om er een eigen woning op te laten bouwen. In 2009 is de bouwvergunning rond, sluit de particulier een aanneemovereenkomst en start de bouw. In de loop van 2010 komt de bouw stil te liggen omdat de aannemer failliet gaat. Begin 2012 zet de particulier de woning in aanbouw te koop. Hoe zit het met de aftrek van de hypotheekrente?

Een woning wordt mede aangemerkt als eigen woning indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat de woning leeg staat of in aanbouw is en uitsluitend bestemd is om in het kalenderjaar of in één van de daaropvolgende drie jaren hem als eigen woning ter beschikking te staan. Zo staat het in de wet.

In dit geval is daarom in 2009, 2010 en 2011 sprake van een eigen woning. De hypotheekrente is in deze jaren aftrekbaar.

In 2012 zet de particulier de woning in aanbouw te koop. Daarmee is de woning niet meer uitsluitend bestemd voor toekomstige bewoning door de eigenaar. Dus vervalt het recht op aftrek van hypotheekrente in 2012.

Tip: De fiscale regels rond de eigen woning zijn zeer gecompliceerd en veranderen regelmatig. We adviseren u graag als u een wijziging in uw woonsituatie overweegt.