Nieuw btw-identificatienummer

Vanaf vandaag stuurt de Belastingdienst eenmanszaken het nieuwe btw-identificatienummer (het btw-id) toe, dat vanaf 1 januari 2020 geldig is. Het is een persoonlijk, uniek nummer dat net als het huidige nummer bestaat uit: NL – negen cijfers – B – twee cijfers. Dit nummer vervangt het bestaande id-nummer, maar dan zonder dat daarin het burgerservicenummer (BSN) is verwerkt. Daardoor is het id-nummer minder gevoelig voor identiteitsfraude. Het nieuwe id-nummer moet u volgend jaar gebruiken voor al uw contacten met klanten en leveranciers. Zorg dat u uw facturen, website en andere communicatiemiddelen tijdig aanpast, zodat u vanaf 1 januari a.s. het nieuwe btw-id kunt gebruiken. Ook is het van belang dat u het nieuwe id-nummer doorgeeft aan uw adviseur, zodat hij/zij dit kan aanpassen in zijn/haar software en administratie.

Inventariseer tijdelijke contracten

De nieuwe regels van de Wet arbeidsmarkt in balans hebben op 1 januari 2020 onmiddellijke werking. Dit heeft met name gevolgen voor bestaande tijdelijke contracten die u nog kunt verlengen en mogelijk doorlopen na 2020. Want wat moet u deze medewerkers aanbieden? Dat hangt heel erg af van de duur van de vorige arbeidsovereenkomst(en). Als u in 2019 de 2 jaar overschrijdt, zal er alsnog een contract voor onbepaalde tijd ontstaan. De bestaande ketenregeling schrijft immers voor dat u maximaal 3 tijdelijke arbeidscontracten gedurende maximaal 2 jaar mag aanbieden. Maar overschrijdt u pas in 2020 de 2 jaar, dan is er niets aan de hand. Op dat moment geldt namelijk dat u gedurende 3 jaar 3 tijdelijke arbeidscontracten mag aanbieden. U kunt dus dit jaar al profijt hebben van de nieuwe wetgeving. Om te bepalen of dat zo is, doet u er verstandig aan om de bestaande tijdelijke contracten te (laten) inventariseren.

Maximale uurprijzen kinderopvang in 2020 omhoog

In 2020 gaan de maximale uurprijzen omhoog waarvoor u kinderopvangtoeslag kunt ontvangen. De maximale uurprijs voor dagopvang wordt € 8,17 (in 2019: € 8,02), voor buitenschoolse opvang € 7,02 (in 2019: € 6,89) en voor gastouderopvang € 6,27 (in 2019: € 6,15). Per kind kunt u voor maximaal 230 uur per maand kinderopvangtoeslag krijgen. Ook het toetsingsinkomen wordt verhoogd. Vanaf een inkomen van € 126.832 (in 2019: € 123.920) ontvangt u 33,3% van de opvangkosten voor het eerste kind. Dit percentage loopt bij een lager toetsingsinkomen op tot 96% bij een inkomen van € 25.188 of minder.

Gesprekken opnemen onrechtmatig?

Een medewerker van een betonbedrijf komt na enige incidenten in een verslechterde werkrelatie met collega’s en leidinggevenden. Hij wordt na een ziekteperiode overgeplaatst naar een andere locatie. In kort geding eist hij terugplaatsing. Met succes, maar volgens hem is de functie vervolgens uitgehold. Hij gaat weer naar de rechter.  

De kantonrechter is het niet met hem eens. De wijzigingen in de functie zijn minimaal en ze vallen onder het instructierecht van de werkgever. Tijdens de procedure komt naar voren dat de werknemer heimelijk alle gesprekken opneemt, met de leidinggevende, met HR, met de CEO van het bedrijf, maar ook met collega’s.

Uiteindelijk start de werkgever een nieuwe procedure met een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werknemer vraagt in een tegenverzoek ook om ontbinding. Partijen verschillen van mening over de financiële aspecten rond de ontbinding.

De werkgever stelt dat de werknemer onder meer door het heimelijk maken van de geluidsopnames, zodanig (ernstig) verwijtbaar heeft gehandeld dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Van een transitievergoeding en een billijke vergoeding zou daarom geen sprake moeten zijn.

De kantonrechter maakt hier korte metten mee. Het heimelijk opnemen van gesprekken (en het gebruiken van de opnames of transscripties daarvan in een procedure) is – los van de (on)wenselijkheid daarvan – niet strafbaar voor zover degene die opneemt ook zelf deelnemer is aan dat gesprek.

Voor het maken van deze opnames, in het licht van het tussen partijen ontstane conflict, heeft de rechter zelfs enig begrip. Niet gebleken is immers dat er andere dan zakelijke onderwerpen waren opgenomen. Ook heeft de werkgever onvoldoende onderbouwd dat sprake is geweest van een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van medewerkers.

De rechter ontbindt de arbeidsovereenkomst vanwege een duurzaam en ernstig verstoorde arbeidsrelatie. Hij kent wel een transitievergoeding toe, maar geen billijke vergoeding. De werkgever heeft niet ernstig verwijtbaar gehandeld, maar er naar vermogen alles aan gedaan om de arbeidsverhouding werkbaar te houden.

Let op: Een werknemer die van mening is dat er sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie mag van de kantonrechter zakelijke gesprekken met leidinggevenden en collega’s heimelijk opnemen.

Wijzigingen vennootschapsbelasting

Heeft u een BV en maakt die meer winst dan 200.000 euro? Dan gaat helaas een eerder aangekondigde belastingverlaging niet door. Dat blijkt uit de plannen die op Prinsjesdag zijn gepresenteerd. In 2020 blijft het hoge tarief van de vennootschapsbelasting namelijk gelijk. Pas vanaf 2021 gaat het omlaag, maar minder dan eerder aangekondigd. Hoe zit dat precies en wat verandert er nog meer voor ondernemers met een BV?

Tarief
Het tarief van de vennootschapsbelasting op winsten vanaf 200.000 euro blijft 25 procent. Pas in 2021 daalt het naar 21,7 procent. Het lage tarief op winsten tot en met 200.000 euro daalt in 2020 wel naar 16,5 procent (nu 19 procent).

Aanpassing belastingrente
Vanaf 1 januari 2020 wordt bij de vennootschapsbelasting geen belastingrente in rekening gebracht als een ondernemer de aangifte indient voor de eerste dag van de zesde maand na het tijdvak waarover de belasting wordt geheven (dit is meestal 1 juni) en de ingediende aangifte juist is.

Aangekondigde maatregelen vennootschapsbelasting vanaf 2021
Het kabinet is van plan om nog drie maatregelen te nemen voor de vennootschapsbelasting. Deze maatregelen komen in het Belastingplan 2021.

  1. Verhoging van het tarief van de innovatiebox
    Als bedrijven winst maken met bepaalde vernieuwende activiteiten, hoeven zij over deze winst minder vennootschapsbelasting te betalen. Het tarief van deze innovatiebox is nu 7 procent. Vanaf 1 januari 2021 stijgt dit naar 9 procent.
  2. Liquidatie- en stakingsverlies minder vaak aftrekbaar
    Bedrijven kunnen verliezen lijden als een bedrijfsactiviteit in het buitenland of een dochteronderneming stopt. Ze mogen deze verliezen nu in veel gevallen aftrekken van de winst die zij in Nederland maken. Deze zogenoemde liquidatie- en stakingsverliesregeling wordt aangepast. De mogelijkheden voor bedrijven om deze verliezen af te trekken, worden beperkt.
  3. Geen korting meer als vennootschapsbelasting in één keer betaald wordt
    Bedrijven kunnen nu onder voorwaarden korting krijgen als zij de vennootschapsbelasting in één keer betalen. Vanaf 1 januari 2021 verdwijnt deze korting.

Tip: Een overzicht van de kabinetsplannen met het vennootschapsbelastingtarief vindt u hier.

Werkkostenregeling vriendelijker voor MKB

Voor het MKB wil het kabinet de fiscale behandeling van vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers versoepelen. Dat blijkt uit de plannen die op Prinsjesdag zijn gepresenteerd. Zo is de vergoeding van de kosten van een verklaring omtrent gedrag (VOG) ingaande 2020 vrijgesteld. Wat verandert er nog meer?

Vrije ruimte wordt groter
De werkgever mag onbelaste vergoedingen geven tot 1,2 procent van de loonsom, het loon van alle medewerkers samen. Deze vrije ruimte wordt per 2020 met 0,5 procentpunt verhoogd tot 1,7 procent. Dat geldt voor de eerste 400.000 euro van de loonsom. Voor het bedrag boven 400.000 euro blijft het huidige percentage van 1,2 procent gelden. Daarom levert deze wijziging vooral een voordeel voor het MKB op.

Hiermee wordt de vrije ruimte dus maximaal 2.000 euro hoger. Bij een loonsom van 400.000 euro mogen werkgevers in de nieuwe situatie 6.800 euro onbelast vergoeden. Nu is dat nog 4.800 euro.

Let op: Sommige vergoedingen gaan niet ten koste van de vrije ruimte. Werkgevers mogen deze dus altijd onbelast vergoeden. Dat blijft zo. Het gaat bijvoorbeeld om reiskosten, een telefoon of opleidingskosten. De Belastingdienst stelt voorwaarden aan vergoedingen om te bepalen of ze onder de gerichte vrijstellingen vallen.

Afrekening mag later
Veel werkgevers geven aan het einde van het jaar vergoedingen of geschenken aan hun werknemers. Bijvoorbeeld een kerstfeest op een externe locatie of kerstpakketten. De rekening hiervoor komt vaak pas aan het begin van het nieuwe jaar. Vergoedt of verstrekt u meer dan het bedrag van uw vrije ruimte? Dan betaalt u over dat gedeelte belasting. Voortaan mag u dit later afrekenen. Op dit moment mag dat uiterlijk bij de aangifte over het eerste aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar. Vanaf 2020 mag dat ook bij de aangifte over het tweede aangiftetijdvak.

Korting geven op producten uit eigen bedrijf
Werkgevers mogen werknemers 20 procent korting geven op producten uit het eigen bedrijf, met een maximum van 500 euro per jaar per werknemer. De Belastingdienst bepaalt de waarde van deze producten ingaande 2020 aan de hand van de gebruikelijke verkoop- of winkelwaarde, inclusief btw.

Tip: Een helder overzicht van de kabinetsplannen voor de werkkostenregeling vindt u hier.

Elektrisch rijden in en na 2020

De komende jaren blijven voor elektrische auto’s belastingvoordelen bestaan. Dat blijkt uit de plannen die op Prinsjesdag zijn gepresenteerd. Tot 2025 hoeft u geen motorrijtuigenbelasting (mrb) te betalen voor een elektrische auto. In 2020 stijgt wel de bijtelling voor elektrische auto’s van de zaak. Ondanks deze verhoging blijft de bijtelling voor elektrische auto’s lager dan voor benzine- of dieselauto’s. Hoe zit het precies?

Bijtelling van elektrische auto’s gaat omhoog
Als u een auto van de zaak ook privé gebruikt, betaalt u hierover belasting: de zogenaamde bijtelling. Vanaf 1 januari 2020 gaat de bijtelling voor volledig elektrische leaseauto’s stapsgewijs omhoog. In 2020 stijgt de bijtelling van 4 naar 8 procent over de catalogusprijs van de auto. Is de catalogusprijs hoger dan 45.000 euro? Dan geldt vanaf 45.000 euro een 22 procent-bijtelling. Nu is dit nog vanaf 50.000 euro. In de jaren erna gaat het bijtellingspercentage verder omhoog.

Let op: De bijtellingsregels voor een auto blijven van toepassing gedurende 60 maanden na de eerste dag van de maand volgend op de datum van eerste toelating. De nieuwe regels gelden dus voor auto’s die in 2020 op kenteken worden gezet.

Aanschafbelasting (bpm)
Kopers van een nieuwe elektrische auto hoeven op dit moment geen aanschafbelasting (bpm) te betalen. Dit voordeel wordt verlengd tot 2025.

Tip: Een helder overzicht van de kabinetsplannen voor de elektrische auto vindt u hier.

Minder en later verlaging Vpb-tarieven

De tarieven van de vennootschapsbelasting (Vpb) gaan minder snel en later omlaag dan vorig jaar bij de Belastingplannen was besloten. Het 20%-tarief voor belastbare winst tot € 200.000 gaat volgend jaar wel naar 16,5% (en in 2021 naar 15%), maar het 25%-tarief voor belastbare winst boven € 200.000 gaat niet volgend jaar maar pas in 2021 omlaag. Bovendien gaat dit tarief dan niet naar 20,5% maar naar 21,7%. Desondanks blijft het interessant om winst uit te stellen. Dat kan bijvoorbeeld door het vormen van een voorziening groot onderhoud of een garantievoorziening.

Verhoging vrije ruimte en andere maatregelen in de werkkostenregeling

De vrije ruimte wordt volgend jaar verruimd. U berekent de vrije ruimte dan als volgt: 1,7% van de loonsom tot € 400.000 plus 1,2% van de resterende loonsom. Door deze maatregel heeft u maximaal € 2.000 meer vrije ruimte. Daarnaast komt er een gerichte vrijstelling voor vergoedingen voor de kosten van Verklaringen Omtrent Gedrag (VOG). Maar er is meer. Er wordt namelijk ook voorgesteld om u meer tijd te geven om vast te stellen of u boven de vrije ruimte uitkomt. Als u eindheffing moet betalen, moet dit uiterlijk plaatsvinden bij de aangifte over het eerste loontijdvak. Vanaf 2020 mag dat ook bij de aangifte over het tweede loontijdvak.

Verhoging bijtelling elektrische auto’s vanaf 2020

De bijtelling voor het privégebruik van een nieuwe elektrische auto’s van de zaak wordt in 2020 verhoogd van 4% naar 8%. Deze bijtelling wordt volgend jaar berekend over de eerste € 45.000 van de catalogusprijs van de auto. Is de catalogusprijs hoger dan geldt voor het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. Nu is dat nog 4% bijtelling over de eerste € 50.000 en 22% over het meerdere. Er geldt wel een overgangsregeling, waardoor u vanaf de eerste tenaamstelling nog 60 maanden de bestaande bijtelling mag hanteren.

Het bijtellingspercentage voor elektrische auto’s wordt in 2021 verder verhoogd tot 12%. In 2022 tot met 2024 bedraagt de bijtelling 16% en in 2025 17%. De catalogusprijs van een nieuwe elektrische auto waarop deze percentages moeten worden toegepast, is in de periode 2021 tot met 2025 vastgesteld op € 40.000. Is de catalogusprijs hoger dan geldt voor het meerdere weer een bijtellingspercentage van 22%. Met ingang van 2026 bedraagt de bijtelling van de elektrische auto 22% over de hele catalogusprijs, gelijk aan die van gewone auto’s.

Let op: rijdt u in een auto op waterstof dan geldt de splitsing in het bijtellingspercentage niet voor u.