Minder zelfstandigenaftrek

Een van de maatregelen die op Prinsjesdag is bekendgemaakt is dat de zelfstandigenaftrek (nu maximaal € 7.280) in 8 stappen van € 250 per jaar en 1 stap van € 280 wordt verlaagd, zodat deze aftrek uiteindelijk € 5.000 bedraagt in 2028. In 2020 bedraagt de zelfstandigenaftrek dus maximaal € 7.030. U komt in beginsel voor deze aftrek in aanmerking als u:

  • jonger bent dan de AOW-gerechtigde leeftijd én
  • tenminste 1.225 uren én
  • 50% van uw totale arbeidstijd aan werkzaamheden voor uw onderneming besteedt.

 

Heeft u aan het begin van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en voldoet u aan het urencriterium, dan heeft u recht op 50% van de aftrek.

Werknemer liegt over gezondheid: ontslag?

Een werknemer meldt zich in de maand februari 2019 verschillende keren ziek. Volgens de bedrijfsarts is zijn energie sterk beperkt en is hij geheel arbeidsongeschikt. Er zijn geen mogelijkheden voor eigen of aangepast werk. Hij is ook niet in staat om op het werk te komen voor gesprekken. Een maand later is dat nog steeds zo. Intussen is de werknemer wel spreker op lezingen, zo ontdekt de werkgever. Ontslag volgt.

Volgens werkgever heeft werknemer in de periode waarin hij aangaf volledig ziek en tot niets in staat te zijn, gewoon gewerkt door verschillende activiteiten te verrichten. De activiteiten staan opgesomd in de ontslagbrief. Het gaat om een lezing, een bijeenkomst, een gesprek met de gemeente, een huldiging en toespraak, twee lezingen in België en het geven van gastlessen.

Volgens de werknemer heeft hij deze activiteiten gemeld bij de bedrijfsarts. Ze waren bedoeld ter bevordering van zijn gezondheid en zijn herstel. Hij moest immers activiteiten ondernemen waar hij energie van kreeg. Van liegen en daarmee een dringende reden voor een ontslag op staande voet is dus geen sprake geweest.

De kantonrechter vindt dat de door werknemer ontplooide activiteiten wel degelijk vragen oproepen, zeker nu deze ook deels in België hebben plaatsgehad.

Werknemer komt echter met een e-mail van de bedrijfsarts, waarin deze vermeldt dat werknemer naar hem toe open is geweest over zijn ziekte en activiteiten en dat het pertinent onjuist is dat werknemer hem zou hebben voorgelogen. Werkgever plaatst vraagtekens bij deze e-mail. De afspraak waar deze mail uit zou voortvloeien, heeft immers volgens de arbodienst niet plaatsgevonden.

Dan weet de kantonrechter het ook niet meer. Het staat hiermee dus niet vast dat werknemer zich zieker heeft voorgedaan dan dat hij was en dus heeft gelogen over zijn gezondheidssituatie. De werkgever krijgt de opdracht dat alsnog te bewijzen.

Tip: Activiteiten van een volledig arbeidsongeschikte werknemer kunnen vragen oproepen. Voor ontslag op staande voet is nodig dat de werkgever deze vragen beantwoordt met hard bewijs.

Belastingheffing op vermogen nieuwe stijl: overige bezittingen

Voorgesteld is om de belastingheffing op inkomsten uit vermogen per 1 januari 2022 aan te passen. Het leidt tot een afname van het aantal belastingplichtigen in box 3 met 1,35 miljoen. Dat komt met name door de nieuwe behandeling van spaargelden. Er zit een addertje onder het gras. Belastingplichtigen met overige bezittingen, al dan niet gefinancierd met schulden, betalen de rekening.

Hoe ziet het nieuwe systeem er uit?
Vermogen wordt onderverdeeld in spaargeld, overige bezittingen en schulden. Is het vermogen hoger dan een drempel van 30.846 euro per belastingplichtige, dan is het geheel belast. Het forfaitaire rendement op spaargeld wordt 0,09 procent, op overige bezittingen 5,33 procent en op schulden (min) 3,03 procent. Het zo bepaalde forfaitaire inkomen wordt opgeteld en verminderd met het heffingsvrije inkomen van 400 euro per belastingplichtige. Dan hebben we het belastbare inkomen box 3, dat wordt belast tegen een tarief van 33 procent.

Hoe ziet dit sommetje eruit als een alleenstaande een pand verhuurt?
Stel, een alleenstaande verhuurt een pand met een waarde van 250.000 euro en een schuld van  50.000 euro. Er is dan een vermogen van 200.000 euro. Dat is hoger dan de drempel van 30.846 euro. Dus het box 3 vermogen is 200.000. Het forfaitaire rendement over overige bezittingen bedraagt 5,33 procent, en dat over schulden 3,03 procent. Dat betekent een inkomen in box 3 van 11.810 euro.  Dat verminderen we met het heffingsvrije inkomen van (maximaal) 400 euro. Resteert een belastbaar inkomen box 3 van 11.410 euro. Dat wordt belast tegen 33 procent. De belasting box 3 is 3.765 euro.  

Hoe verhoudt zich dit tot de huidige belastingheffing?
Dezelfde alleenstaande verhuurt een pand met een waarde van 250.000 euro en een schuld van  50.000 euro. Er is dan een vermogen van 200.000 euro. Daar trekken we het heffingsvrije vermogen van 30.846 euro vanaf. Dan resteert een rendementsgrondslag van 169.154 euro. Bij deze grondslag hoort een forfaitair rendement van 5.376, dat wordt belast tegen 30 procent. De belasting box 3 is nu 1.612 euro. Dus: in het voorgestelde systeem betaalt deze alleenstaande ruim 2,3 maal zoveel belasting box 3.

Gelden de drempel en het heffingsvrije inkomen per belastingplichtige?
Jazeker. Bij een echtpaar gaat het dus om een drempel van 61.692 euro en een heffingsvrij inkomen van 800 euro.

Als ik mijn overige bezittingen op 31 december 2021 heb omgezet in spaargeld, bespaar ik box 3 belasting?
Dat klopt. Over 100.000 euro overige bezittingen betaalt u immers 1.626 euro belasting box 3 en over 100.000 euro spaargeld helemaal niets. Als u vervolgens na 1 januari uw spaargeld weer omzet in beter renderende beleggingen, pleegt u peildatumarbitrage. Het Ministerie van Financiën gaat nog een goede manier bedenken om deze peildatumarbitrage te voorkomen.

Let op: Het is nog geen 2022. Het voorstel zal ongetwijfeld nog gewijzigd en aangevuld worden. We houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Belastingheffing op vermogen nieuwe stijl: spaargeld

U hebt het ongetwijfeld al opgepikt uit de nieuwsrubrieken: met ingang van 2022 is spaargeld tot 440.000 euro belastingvrij. Gelooft u het? Het is nog een voorstel, maar we kunnen het zeer serieus nemen. Hierna beantwoorden we enkele veel gestelde vragen over de nieuwe heffing op spaargeld.

Hoe ziet het nieuwe systeem er uit?
Vermogen wordt onderverdeeld in spaargeld, overige bezittingen en schulden. Is het vermogen hoger dan een drempel van 30.846 euro per belastingplichtige, dan is het geheel belast. Het forfaitaire rendement op spaargeld wordt 0,09 procent, op overige bezittingen 5,33 procent en op schulden (min) 3,03 procent. Het zo bepaalde forfaitaire inkomen wordt opgeteld en verminderd met het heffingsvrije inkomen van 400 euro per belastingplichtige. Dan hebben we het belastbare inkomen box 3, dat wordt belast tegen een tarief van 33 procent.

Hoe ziet dit sommetje eruit bij 440.000 spaargeld van een alleenstaande ?
Er is een vermogen van 440.000 euro spaargeld. Dat is hoger dan de drempel van 30.846 euro. Dus het box 3 vermogen is 440.000. Het forfaitaire rendement over spaargeld bedraagt 0,09 procent, dat betekent een inkomen in box 3 van 396 euro. Dat verminderen we met het heffingsvrije inkomen van (maximaal) 400 euro. Resteert een belastbaar inkomen box 3 van 0 euro.  

Hoe verhoudt zich dit tot de huidige belastingheffing?
Dezelfde alleenstaande heeft 440.000 spaargeld. Daar trekken we nu het heffingsvrije vermogen van 30.846 euro vanaf. Dan resteert een rendementsgrondslag van 409.154 euro. Bij deze grondslag hoort nu een forfaitair rendement van 15.504 euro, dat wordt belast tegen 30 procent. De belasting box 3 is nu 4.651 euro. Dus: in het voorgestelde systeem bespaart deze alleenstaande 4.651 euro.

Geldt het bedrag van 440.000 euro per belastingplichtige?
Jazeker. Bij een echtpaar gaat het dus om in totaal 880.000 euro spaargeld.

Zit er een addertje onder het gras?
Het Ministerie van Financiën heeft berekend dat het nieuwe systeem budgetneutraal uitpakt als het tarief van nu 30 procent wordt verhoogd naar 33 procent. Daarbij is al rekening gehouden met een heffingsvrij inkomen van 400 euro per belastingplichtige. Mensen die hun vermogen belegd hebben in overige bezittingen en dat gefinancierd hebben met schulden, gaan meer betalen dan nu. Zij financieren de hoge vrijstelling voor spaargelden.

Let op: Het is nog geen 2022. Het voorstel zal ongetwijfeld nog gewijzigd en aangevuld worden. Zo gaat het Ministerie van Financiën nog een goede manier bedenken om zogenaamde peildatumarbitrage te voorkomen. Wat is dat? Het ligt voor de hand om overige bezittingen (forfaitair rendement 5,33 procent) vlak voor de peildatum om te zetten in spaargeld (forfaitair rendement 0,09 procent), en dat vlak na de peildatum weer te wijzigen. We houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Wat betekent opzegging per 1 maart eigenlijk?

Een werkgever krijgt een ontslagvergunning voor een ruim twee jaar volledig arbeidsongeschikte werknemer. Hij zegt de arbeidsovereenkomst op per 1 maart. De werknemer dient op 29 mei een verzoekschrift in bij de rechtbank om een transitievergoeding toe te kennen. Volgens de rechter is dat te laat, want niet binnen drie maanden. Hoger beroep volgt.

De bevoegdheid om bij de kantonrechter zo’n verzoekschrift in te dienen vervalt drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Betekent de opzegging per 1 maart dat de overeenkomst op 28 februari eindigt, of op 1 maart? In dat laatste geval zou het verzoekschrift wel op tijd zijn ingediend.

Het Gerechtshof is van oordeel dat de werknemer redelijkerwijs heeft mogen begrijpen dat door het ontslag per 1 maart 2018 de arbeidsovereenkomst eindigde op 1 maart 2018. Per 1 maart betekent immers zoiets als Vanaf 1 maart of Met ingang van 1 maart.

Als de werkgever het dienstverband wilde laten eindigen op 28 februari 2018, dan had hij dat maar duidelijker moeten aangeven, bijvoorbeeld door in de opzeggingsbrief expliciet te vermelden dat daarmee de arbeidsverhouding zou eindigen op 28 februari 2018.

Dit betekent dat het verzoekschrift om toekenning van een transitievergoeding op tijd is ingediend.

Tip: Een ontslagen werknemer kan, als hij een hogere transitievergoeding wenst dan de werkgever wil betalen, binnen drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd een verzoekschrift indienen bij de rechter. Na drie maanden kan dat niet meer.

Denk aan tijdige aangifte en betaling verhuurderheffing 2019

Verhuurde u op 1 januari 2019 meer dan 50 huurwoningen met een maandelijkse huurprijs onder de huurtoeslaggrens (2019: € 720,42)? In dat geval moet u aangifte doen voor de verhuurderheffing. De in aanmerking te nemen WOZ-waarde waarover de heffing wordt berekend, bedraagt dit jaar maximaal € 270.000 per woning. Maar u bent vrijgesteld van verhuurderheffing als uw woningen Rijksmonumenten (woningen die volgens de Erfgoedwet als zodanig zijn aangewezen) zijn. U doet de aangifte op de website van de Belastingdienst en dient deze uiterlijk 30 september 2019 in. De heffing moet u dan ook hebben betaald.

Heeft u de aangifte verhuurderheffing 2019 al ingediend, maar is daarin een fout gemaakt? In dat geval kunt u de aangifte nog tot en met 30 september a.s. corrigeren en eventueel de extra verschuldigde verhuurderheffing bijbetalen. Daarna wordt de correctie beschouwd als bezwaar of als een verzoek om naheffing.

Wijziging box-3-heffing over spaargeld op komst

Hoe groter uw vermogen is, des te meer rendement u geacht wordt te maken en dus hoe meer box-3-heffing u moet betalen. Maar bestaat uw vermogen alleen uit spaargeld, dan maakt u vaak veel minder rendement dan u geacht wordt te maken. Het kan zo zijn dat u zelfs meer belasting moet betalen dan u werkelijk aan rente heeft genoten. De redelijkheid hiervan staat al jaren ter discussie. Maar nu lijkt er echt verandering te komen in deze systematiek van box 3. Staatssecretaris Snel heeft namelijk voorgesteld om voortaan voor de box-3-heffing meer aan te sluiten bij de werkelijke verhouding tussen spaargeld, beleggingen en schulden. Over uw werkelijke spaartegoed wordt een vooraf vastgestelde rente berekend die zoveel als mogelijk aansluit bij de werkelijke rente. Op dit moment zou die rente 0,09% bedragen. Volgens de voorlopige berekening blijft dan de eerste € 440.000 aan spaargeld onbelast. Ook de kleine belegger (tot € 30.000) blijft met het nieuwe systeem buiten de box-3-heffing. Moet u de box-3-heffing wel betalen, dan wordt het tarief 33%. U moet nog wel even geduld hebben, want het parlement moet het voorstel nog wel eerst goedkeuren en de Belastingdienst moet de wijziging dan nog doorvoeren. Daarom treedt het nieuwe systeem in box 3 pas in 2022 in werking.

Denk aan tijdig beantwoorden Informatieverzoek van fiscus voor nihilaangever

 Hebt u meer dan 15 maanden geen werknemersgegevens en bedragen ingevuld in de loonaangiften? U heeft dan als zogenoemde nihilaangever een informatieverzoek ontvangen van de Belastingdienst. Let erop dat u de gestelde vragen vóór 24 september a.s. beantwoordt. Aan de hand van de antwoorden bepaalt de Belastingdienst of en tot en met welk loontijdvak u nog loonaangiften moet indienen, als blijkt dat u geen werknemers meer in dienst heeft. U krijgt hierover binnen 8 weken bericht.

Tijd dringt voor aanvraag subsidie voor praktijk- en werkleerplaatse

Heeft u in uw bedrijf in het studiejaar 2018/2019 een praktijk- of werkleerplaats aangeboden? U kunt dan nog tot uiterlijk 16 september 2019 subsidie aanvragen als tegemoetkoming in de begeleidingskosten. Deze subsidieregeling Praktijkleren is bedoeld om mensen beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt en richt zich vooral op kwetsbare groepen, studenten in sectoren met een dreigend tekort aan gekwalificeerd personeel en wetenschappelijk personeel. De voorwaarden om hiervoor in aanmerking te komen verschillen per categorie. Het maximale subsidiebedrag is € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats.

Wet tegemoetkomingen loondomein

Per 1 januari 2017 zijn drie nieuwe tegemoetkomingen in de loonkosten voor werkgevers geïntroduceerd. Werkgevers worden zo gestimuleerd om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen of te houden. Denk aan arbeidsgehandicapte, oudere en jongere werknemers (jeugd). De tegemoetkomingen worden uitbetaald door de Belastingdienst.

In een Kennisdocument geeft de overheid informatie over de Wet tegemoetkomingen loondomein. Onlangs is een nieuwe versie van dit document beschikbaar gesteld. Daarin is de tabel voor de tegemoetkoming verhoging jeugdloon aangepast. Ook is de berekening van de uurloongrenzen gewijzigd. Er is bovendien een nieuwe vraag-en-antwoordparagraaf opgenomen.

Tip: Wilt u snel goede informatie over de tegemoetkomingen in het loondomein, raadpleeg dan het Kennisdocument.