Vraag nu subsidie aan voor praktijk- en werkleerplaatsen

Heeft u in uw bedrijf in het studiejaar 2018/2019 een praktijk- of werkleerplaats aangeboden? U kunt dan tot uiterlijk 16 september 2019 subsidie aanvragen als tegemoetkoming in de begeleidingskosten. Deze subsidieregeling Praktijkleren is bedoeld om mensen beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt en richt zich vooral op kwetsbare groepen, studenten in sectoren met een dreigend tekort aan gekwalificeerd personeel en wetenschappelijk personeel. De voorwaarden om hiervoor in aanmerking te komen verschillen per categorie. Het maximale subsidiebedrag is € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats.

Doe tijdig aangifte en betaling verhuurderheffing 2019

Was u op 1 januari 2019 in het bezit van meer dan 50 huurwoningen met een maximale huurprijs van € 720,42? In dat geval bent u verhuurderheffing verschuldigd over een WOZ-waarde van maximaal € 270.000. Maar u bent vrijgesteld van verhuurderheffing als uw woningen Rijksmonumenten (woningen die krachtens de Erfgoedwet als zodanig zijn aangewezen) zijn? U moet de aangifte en de betaling uiterlijk 30 september 2019 hebben gedaan. Er zijn verschillende formulieren beschikbaar voor particulieren en voor ondernemers. Particuliere verhuurders doen aangifte met het formulier ‘Aangifte verhuurderheffing 2019 voor particulieren’. Daarvoor logt u in met uw DigiD op ‘Mijn Belastingdienst’. Bent u ondernemer, dan gebruikt u het formulier ‘Aangifte verhuurderheffing 2019 voor ondernemers’. U logt in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Lenen voor inkomensaanvulling bij vermogen in stenen

Heeft u een bescheiden pensioen, maar bent u toch vermogend dankzij de overwaarde op uw woning? Zonder verhuisplannen is het voor u moeilijk om die overwaarde te kunnen verzilveren als aanvulling op uw inkomen. Inmiddels komen er meer producten op de markt, die het voor u toch mogelijk maken om de waarde die in uw woning zit, eruit te halen. Zo biedt het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) de Verzilverlening aan en kan er inmiddels ook bij enkele banken een (verzilver)hypotheek worden afgesloten op de overwaarde. De Verzilverlening heeft wel een nadeel: er bestaat een afhankelijkheid ten opzichte van de gemeente. Het is namelijk aan de gemeente om te bepalen of zij openstaat voor deze specifieke lening voor eigenaren van een woning. Welke hypotheekvorm het beste bij u past, hangt van uw persoonlijke situatie af. Een financieel planner kan u helpen bij het maken van een keuze.

Ik moet weg, kun jij straks voor mij uitklokken?

Een productiemedewerker verlaat zijn werk tot tweemaal toe te vroeg en laat een collega met zijn pasje uitklokken. Twee weken later wordt hij op staande voet ontslagen omdat hij aldus op grove wijze zijn plichten heeft veronachtzaamd. In de ontslagbrief wordt dit fraude genoemd waardoor de medewerker het vertrouwen van de werkgever onwaardig is geworden. Bij de rechter blijkt het allemaal wat genuanceerder te liggen. 

De medewerker had al bij het ingaan van het nieuwe dienstrooster met zijn leidinggevende besproken dat hij op sommige dagen een half uur eerder naar huis moest om zijn kinderen op te vangen. Dat was geen probleem. Hij heeft zich beide keren afgemeld bij de assistent teamleider. De collega had de pas geleend omdat diens eigen pas niet goed werkte en hij daar geen eten mee kon halen. Daarom kon de medewerker niet zelf uitklokken.

Tijdens de zitting geeft een productiemanager aan dat het dagelijks voorkomt dat medewerkers onjuist of helemaal niet uitklokken. Dan wordt achteraf gevraagd naar de reden en worden eventueel de geregistreerde uren handmatig aangepast. Er is verder niemand op staande voet ontslagen wegens onjuist uitklokken.

In geval van fraude moet er sprake zijn van bedrog met als doel het zichzelf of een ander bevoordelen. Gezien het bovenstaande zijn daarvoor geen aanwijzingen. Daarom is er geen sprake van een dringende reden voor het ontslag op staande voet. Het ontslag is niet rechtsgeldig gegeven.

Een poging van de werknemer om de billijke vergoeding op twaalf maandsalarissen plus toeslagen te laten vaststellen, faalt. Wel stelt de rechter vast dat de werkgever de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang heeft opgezegd zonder dat hij daarvoor een dringende reden had. Daarmee staat vast dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De werknemer is immers ten onrechte geconfronteerd met de situatie dat hij van de ene op de andere dag zijn arbeidsovereenkomst en daarmee zijn loon heeft verloren, terwijl hij reeds dertien jaar bij de werkgever werkte. Bovendien had hij een onberispelijke staat van dienst. Maar inmiddels heeft hij al wel ander werk.

De rechter kent aan de medewerker een billijke vergoeding toe van € 5.000, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van ruim € 12.000 en, omdat van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer geen sprake is, een transitievergoeding van ruim € 17.000.

Let op: De werknemer heeft al een andere baan. Toch betaalt de werkgever flink voor miscommunicatie binnen zijn managementlagen. Zorg er als werkgever voor dat u de feiten volledig boven tafel krijgt, voordat u besluit tot ontslag op staande voet.

Ontslag na negen dagen kost werkgever zeven maandsalarissen

Een bedrijfsleider start op 4 februari bij een nieuwe werkgever. Hij heeft een tijdelijk contract voor zes maanden zonder proeftijd en/of tussentijds opzegbeding. Al op 13 februari beëindigt de werkgever de overeenkomst mondeling. De werknemer eist bij de rechter een gefixeerde schadevergoeding van zes maandsalarissen en een billijke vergoeding van een maandsalaris.

De rechter stelt vast dat de opzegging onrechtmatig is, omdat er geen proeftijd- en/of tussentijds opzegbeding was overeengekomen. Daarmee staat ook vast dat de werkgever schadeplichtig is.

Gefixeerde schadevergoeding
De werkgever is een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd. Daarom moet de werkgever aan de werknemer zes bruto maandsalarissen uitkeren.

Matiging?
De rechter mag deze vergoeding matigen. De werkgever beroept zich op een slechte financiële situatie, en onderbouwt deze met twee jaarrekeningen, waarbij de laatste een verliesjaar betreft. Dat zegt echter volgens de rechter niets over de huidige betaalcapaciteit. Omdat de werkgever niet op de zitting is verschenen en dus geen toelichting kan geven, gaat de rechter aan het beroep op matiging voorbij.

Billijke vergoeding
Het van de ene op de andere dag onregelmatig opzeggen van de arbeidsovereenkomst, is volgens de rechter ernstig verwijtbaar. Alleen al daarom is de werkgever een billijke vergoeding verschuldigd. De werknemer had echter direct weer een andere baan. Ook krijgt hij een gefixeerde schadevergoeding. Vanwege de preventieve werking veroordeelt de rechter de rechter toch tot betaling van een billijke vergoeding € 2.500 (een maandsalaris).

Tip: Een proeftijd of een tussentijds opzegbeding bestaat niet voor niets. Maak daar als werkgever gebruik van. Doet u het niet, dan kan u dat veel geld kosten als een werknemer uw verwachtingen niet of niet snel genoeg waarmaakt.

Inkomstenbelasting over renteloze schenking?

Moeder schenkt in 1997 en 2001 in totaal ruim € 2.900.000 renteloos aan haar zoon. De schenkingen zijn gedaan onder de opschortende voorwaarde van het overlijden van moeder. Bovendien is bepaald dat wanneer de zoon tegelijk met of eerder dan moeder overlijdt, niet hij maar zijn kinderen de begunstigden van de schenking zijn. Moet de zoon de schenkingen in zijn aangifte inkomstenbelasting verwerken?

De zoon vindt van niet. De opschortende voorwaarde betekent immers dat er pas een definitieve schenking is, als moeder overlijdt. En ze leeft nog. Bovendien is er een kans dat hij zelf eerder overlijdt dan moeder. En dan krijgt hij niets. De Belastingdienst heeft een andere mening. Hoe oordeelt de rechter?

Door de schenking heeft de zoon een voorwaardelijke geldvordering op zijn moeder gekregen. Die vordering moet worden gewaardeerd naar de waarde in het economisch verkeer.

Omdat de vordering renteloos is, houdt moeder het genot van de aan de vordering ten grondslag liggende gelden. Ze heeft een genotsrecht dat moet worden gewaardeerd volgens de wettelijke tabellen die daarvoor gelden. Deze tabellen bepalen de waarde van een genotsrecht aan de hand van de leeftijd van de genotsgerechtigde. De waarde van het genotsrecht van moeder komt in mindering op de nominale waarde van de vordering van de zoon.

Tip: Ook al ervaart u geen inkomen of vermogen, toch kunt u voor de inkomstenbelasting belastbaar inkomen genieten. Een goede adviseur informeert u en begeleidt u bij de vormgeving van eventuele fiscale alternatieven. 

Geld gestort op derdenrekening notaris: box 3?

Een oudere heer richt op 31 december 2012 bij de notaris een BV (A BV) op. Op dezelfde dag maakt hij van zijn privérekening €1.500.000 over als agiostorting A BV op de derdenrekening van die notaris. Een paar weken later stort de notaris dat geld door naar de BV die daarmee gekochte grond en andere activa betaalt. Het bedrag wordt niet verwerkt in de aangifte inkomstenbelasting 2013. Is dat terecht?

De rechter komt eraan te pas. Hij stelt dat degene die gelden op een derdenrekening van de notaris heeft gestort, geacht wordt rechthebbende tot die gelden te zijn, tenzij anders blijkt.

De rechter stelt vervolgens vast dat een verplichting tot agiostorting niet blijkt uit de akte van oprichting van de A BV en evenmin uit de statuten of uit een overeenkomst. De oprichter had dus vóór 1 januari 2013 geen afdwingbare verplichting om het op de derdenrekening van de notaris gestorte bedrag aan de BV te voldoen. Dus was de oprichter op 1 januari 2013, de peildatum voor het vermogen in Box 3, de enige rechthebbende op dat bedrag, zodat het zijn vermogen op dat moment niet had verlaten. Het is dus belast in Box 3.

Dat het bedrag enkele weken later, na die peildatum, van de derdenrekening aan de BV is overgemaakt, is niet relevant.

Let op: Bij belastingadvies komt het vaak aan op een exacte juridische vastlegging en een consequente uitvoering. Hier was de uitvoering er wel, maar de juridische vastlegging was onvoldoende om het beoogde resultaat te behalen.  

Wat gaat u doen met uw pensioen?

Misschien heeft u het lange tijd voor u uitgeschoven, maar 2019 is het jaar waarin u echt een beslissing moet nemen. Wat gaat u doen met uw pensioen in eigen beheer? Kiest u voor afkoop met een korting (19,5%) of toch voor omzetting in een oudedagsverplichting (ODV)? Of kiest u ervoor om uw op 31 december 2016 bestaande pensioenaanspraken gewoon als pensioen te laten uitkeren vanaf bijvoorbeeld uw 67ste verjaardag? Wilt u gebruikmaken van de afkoop of de ODV-optie? In dat geval moet u die keuze dit jaar maken, want daarna vervallen deze mogelijkheden. Het is verstandig om u bij uw keuze te laten begeleiden door een pensioenadviseur. Wacht daar niet te lang mee, want het kost tijd om alles uit te zoeken en geregeld te hebben. Voor u het weet, is het oudejaarsavond 2019.

KOR niet altijd voordelig: zorg voor tijdige afmelding

Heeft u nu ontheffing van de administratieve verplichtingen en is uw jaaromzet lager dan € 20.000? U wordt dan automatisch aangemeld voor de nieuwe KOR per 1 januari 2020. Maar dat is niet in alle gevallen voordelig. Als het nadelig is, moet u zich uiterlijk vóór 20 november 2019 afmelden voor de nieuwe KOR met het speciale afmeldformulier van de Belastingdienst. De nieuwe KOR is bijvoorbeeld nadelig als voor u de herzieningstermijn van investeringen nog niet is verstreken. Als vrijgestelde ondernemer onder de nieuwe KOR moet namelijk herzienings-btw worden terugbetaald als deze meer dan € 500 per jaar bedraagt. Meldt u zich niet tijdig af, dan zit u in beginsel 3 jaar vast aan de nieuwe KOR. Heeft u zich afgemeld, dan kunt u daarna 3 jaar geen gebruik maken van de nieuwe KOR.

Run op bestellingen van elektrische auto’s

Bent u van plan om in een elektrische auto te gaan rijden, en wilt u nog profiteren van het lage bijtellingspercentage van 4%? Dan moet u wel snel zijn! Het bijtellingspercentage wordt namelijk volgend jaar verdubbeld naar 8%. Deze verhoging is een verrassing in het onlangs gepresenteerde Klimaatakkoord. Aanvankelijk was het de bedoeling dat de eerste verhoging pas in 2021 zou ingaan. De verhoging volgend jaar leidt nu al tot een run van bestellingen van elektrische auto’s. Gerealiseerd dient te worden dat het percentage van 4% alleen geldt als de auto dit jaar geleverd wordt (de datum van eerste toelating moet dit jaar gelegen zijn). In dat geval is gedurende 60 maanden het lage percentage van 4% van toepassing.