Vraag nu subsidie aan voor praktijk- of werkleerplaatsen

Biedt u een praktijk- of werkleerplaats aan voor het studiejaar 2018/2019? Dan kunt u deze zomer (tot uiterlijk 16 september) subsidie aanvragen als tegemoetkoming voor de begeleidingskosten van een deelnemer, leerling of student. Deze subsidieregeling Praktijkleren is bedoeld om mensen beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt en richt zich vooral op kwetsbare groepen, studenten in sectoren met een dreigend tekort aan gekwalificeerd personeel en wetenschappelijk personeel. De voorwaarden om hiervoor in aanmerking te komen verschillen per categorie. Het maximale subsidiebedrag is € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. Meer informatie is te vinden op rvo.nl.

Hoezo beëindigingsovereenkomst?

Begin januari treedt een chauffeur voor 15 uur per week in dienst bij een koeriersbedrijf. Zeven weken later valt hij wegens ziekte uit. De werkgever heeft een 100% loondoorbetalingsplicht gedurende 104 weken. Toch ontvangt de werknemer alleen nog het salaris over februari. Hij spant een kort geding aan, omdat de werkgever weigert door te betalen.

De werkgever komt met een getekende Model Beëindigingsovereenkomst Dienstverband waarin staat vermeld dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden eindigt op 31 maart. De werknemer stelt dat de handtekening onder genoemde beëindigingsovereenkomst niet van hem is en dus is vervalst.

De bewijslast van de echtheid van de handtekening rust op de werkgever, nu de werknemer deze betwist. Daarvoor is echter in een kantongerechtprocedure geen plaats.

De omstandigheid dat de werkgever pas bij de rechter met de vermeende beëindigingsovereenkomst op de proppen komt, spreekt volgens de kantonrechter boekdelen. Volgens dat stuk is het door partijen op 28 februari 2019 ondertekend. De kantonrechter acht het onwaarschijnlijk dat de werkgever die overeenkomst, als die echt zou zijn, niet al veel eerder als argument had gebruikt om de gevraagde loondoorbetaling te stoppen.

Belangrijker vindt de kantonrechter dat, zelfs indien het een echte overeenkomst zou zijn, een goed werkgever zijn zieke werknemer juist behoort te behoeden voor het ondertekenen van een dergelijke nadelige overeenkomst. Daarom concludeert de kantonrechter dat de rechtsgeldigheid van die overeenkomst in een bodemprocedure met succes kan worden aangevochten, met als gevolg dat de arbeidsovereenkomst nog steeds van kracht is.

De werkgever wordt veroordeeld om aan de werknemer vanaf februari het loon door te betalen, maar ook de proces- en buitengerechtelijke kosten en de wettelijke verhoging over het nabetaalde achterstallige loon.

Let op: Zo af en toe heeft iemand het lef of de stommiteit om bij de rechter aan te komen met een niet daadwerkelijk door de andere partij ondertekende overeenkomst. De andere partij kan dan simpelweg de echtheid van de overeenkomst of de namaakhandtekening betwisten. Dan ketst de bewijslast direct terug naar degene die met de overeenkomst op de proppen kwam.   

WW-premie in 2020 hoger bij flexibel contract

Met ingang van 2020 wordt de WW-premie voor flexibele contracten vijf procentpunten hoger dan die voor vaste contracten. Maar let op: er zijn vier situaties waarin een werkgever met terugwerkende kracht te maken krijgt met een herziening van de WW-premie naar het hogere percentage. Hoe zit dat precies?

Vier herzieningssituaties
De werkgever betaalt met terugwerkende kracht de hogere WW-premie:

  1. als een vast contract in de proeftijd wordt beëindigd;
  2. als de werkgever een werknemer in de loonaangifte van een jaar meer dan 30% meer uren heeft verloond dan het aantal uren dat volgt uit de omvang van de te verrichten arbeid in de arbeidsovereenkomst;
  3. als de werknemer binnen een jaar na aanvang van de dienstbetrekking recht heeft gekregen op een WW-uitkering;
  4. als de werknemer binnen een jaar na het contract bij de werkgever opnieuw recht heeft gekregen op een WW-uitkering.

Getrapte invoering
Per 1 januari 2020 zullen alleen situatie 1 en 2 in werking treden. Daarmee accepteert het kabinet, omwille van betere uitvoerbaarheid, in eerste instantie een hoger risico op omzeiling. Werkgevers hoeven dus in 2020 bij situaties 3 en 4 de lage premie niet te herzien.

Let op: In de loop van 2021 wordt beoordeeld of de situaties 3 en 4 alsnog in werking treden.

Handhaving wet DBA wordt aangescherpt

Het kabinet heeft een moratorium ingesteld tot 1 januari 2020 voor de handhaving op de juiste kwalificatie van de arbeidsrelatie voor de loonheffingen. Alleen indien er sprake is van ‘kwaadwillendheid’ bij een onjuiste kwalificatie van de arbeidsrelatie kan de Belastingdienst handhaven door middel van het opleggen van naheffingen en boetes. Dit beleid wordt voortgezet, maar wel aangescherpt.

Het moratorium wordt verlengd tot 1 januari 2021. Maar al vanaf 1 januari 2020 kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.

In voorbereiding op de afbouw van het handhavingsmoratorium zal de capaciteit van de Belastingdienst voor het toezicht op arbeidsrelaties dit najaar worden verdubbeld van 30 naar 60 fte. In de loop van 2020 komt daar nog 20 fte bij.

Tip: Er wordt hard gewerkt aan betere wetgeving voor de zelfstandige en ter bescherming van schijnzelfstandigheid. Het is de bedoeling dat die per 2021 ingaat. In 2020 gaat de handhaving al wijzigen. Overleg regelmatig met uw adviseur wat dit voor u als opdrachtgever of opdrachtnemer kan gaan betekenen.  

Voortgang regelgeving voor zelfstandigen

De regelgeving voor zelfstandigen gaat de komende jaren veranderen. Een recente kamerbrief bevat de stand van zaken. Zo gaan alle zzp-ers in 2021 minimaal 16 euro (prijspeil 2019) per uur verdienen. Dat kan voor een zzp-er leiden tot minder opdrachten of daling van het huidige inhuurtarief naar 16 euro. Deze effecten worden nog onderzocht. Wat zijn andere aangekondigde maatregelen?

Werkwijze minimumtarief
De verantwoordelijkheid voor het controleren en betalen van het minimumtarief komt bij de opdrachtgever. Die is echter afhankelijk van informatie van de opdrachtnemer. Daarom moet de opdrachtnemer voorafgaand aan elke opdracht een offerte met een inschatting van de directe kosten en uren overleggen aan de opdrachtgever. Zo kan de opdrachtgever het verwachte uurtarief bepalen. De opdrachtnemer moet, bij opdrachten voor zakelijke opdrachtgevers, gedurende de opdracht de directe kosten en uren bijhouden, en deze gegevens na afloop aan de opdrachtgever verstrekken. Indien achteraf blijkt dat er meer directe kosten en/of uren zijn gemaakt dan vooraf ingeschat en het tarief daardoor onder het minimumtarief zou uitkomen, dan is de zakelijke opdrachtgever verplicht om bij te betalen.

Zzp-ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt
Zelfstandige ondernemers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt krijgen de mogelijkheid om niet te kiezen (opt-out) voor toepassing van loonheffing en werknemersverzekeringen. Ze hebben dan zekerheid dat ze buiten dienstbetrekking werken. De reikwijdte van deze opt-out wordt uitgebreid naar een deel van het arbeidsrecht en (onder voorwaarden) naar pensioenen en cao’s. Zo wordt het een zelfstandigenverklaring. Een werkende met een zelfstandigenverklaring kan dan bijvoorbeeld geen aanspraak maken op loondoorbetaling bij ziekte, als achteraf toch blijkt dat er sprake was van werknemerschap. En de opdrachtgever hoeft dan ook niet met terugwerkende kracht pensioenpremies te betalen als het pensioenfonds oordeelt dat de werkende met een zelfstandigenverklaring toch een werknemer is. Ook de doorwerking van de zelfstandigenverklaring naar de arbeidsvoorwaarden in cao’s biedt de opdrachtgever extra zekerheid.

Zelfstandigenverklaring
Voor gebruik van de zelfstandigenverklaring gelden de volgende voorwaarden:

  1. In de overeenkomst van opdracht moet opgenomen zijn dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten.
  2. De arbeidsbeloning bedraagt minimaal € 75 per uur (prijspeil 2019).
  3. De overeenkomst wordt aangegaan voor maximaal een jaar.
  4. De opdrachtgever en de opdrachtnemer ondertekenen beiden de zelfstandigenverklaring.
  5. De opdrachtnemer dient bij de Kamer van Koophandel ingeschreven te staan.

Stijging administratieve lasten
Voor alle betrokken partijen, zowel opdrachtnemers als zakelijke en particuliere opdrachtgevers, hebben de voorstellen een stijging van de administratieve lasten tot gevolg. Partijen moeten de directe kosten en uren bijhouden. De opdrachtgever moet het uurtarief vooraf op offertebasis en achteraf op nacalculatiebasis controleren. Daarom moet de opdrachtnemer na afloop van de werkzaamheden een overzicht verstrekken van de direct aan de opdracht toerekenbare kosten en uren. Het is van belang dat partijen goed bekijken of ze aan de voorwaarden voldoen en dat goed vastleggen. Het niet voldoen aan de voorwaarden kan namelijk grote gevolgen hebben.

Tip: De uitwerking van details duurt nog wel even, maar de markt gaat ongetwijfeld al inspelen op de voorgestelde regelgeving. Overleg tijdig met uw adviseur wat dit voor u als opdrachtgever of opdrachtnemer kan gaan betekenen.  

Belastingdienst stuurt brieven aan oud-ANBI’s voor opgaaf vermogen 2018

Bent u bestuurder van een instelling waarvan de ANBI-status op of na 1 januari 2013 is beëindigd. Dan ontvangt u begin juli een brief van de Belastingdienst. In de brief wordt aan het bestuur van de instelling verzocht vermogensgegevens over het jaar 2018 door te geven. U moet deze gegevens voor 1 september 2019 doorgeven aan de Belastingdienst. Dat doet u met een formulier Opgaaf Vermogen en schenkingen 2018 dat voor u beschikbaar is op de website van de Belastingdienst. Met de ontvangen informatie op het formulier kan de Belastingdienst controleren of over gedane schenkingen schenkbelasting is betaald.

Box-3-heffing zal niet eerder dan in 2021 worden verlaagd

Zoals bekend wordt uw spaargeld zwaar belast in box 3. Staatssecretaris Snel heeft in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat het mogelijk is om op Prinsjesdag met een oplossing te komen voor de huidige onrechtvaardige box-3-heffing. Hij merkt wel op dat het jaar 2020 te vroeg zal zijn voor invoering van nieuwe wetgeving. De huidige box-3-heffing is gebaseerd op een fictief rendement dat de meeste mensen niet kunnen halen met de huidige rentestanden. De staatssecretaris erkent dat de pijn vooral zit bij mensen met alleen spaargeld. Hoe deze mensen tegemoet zal worden gekomen, kon hij nu nog niet exact zeggen.

 

Belastingdienst wijst massaal bezwaar box-3-heffing af over de jaren 2013 tot en met 2016

De Belastingdienst heeft op zijn website een update geplaatst over de massaalbezwaarprocedures tegen de box-3-heffing over de jaren 2013 tot en met 2016. In die update geeft de Belastingdienst aan dat het massaal bezwaar over de jaren 2013 tot en met 2016 wordt afgewezen. Dit naar aanleiding van een onlangs gewezen arrest van de Hoge Raad. De afwijzing vindt plaats middels een collectieve uitspraak die wordt gepubliceerd in de Staatscourant. U ontvangt geen aparte brief. Als u uitstel van betaling heeft gevraagd, zal belastingrente in rekening worden gebracht.

Pas op met aanvragen ongehuwden-AOW na opname in verzorgingsinstelling!

Wordt u of uw echtgeno(o)t(e) opgenomen in een verzorgingsinstelling of is dat binnenkort aan de orde? Beoordeel dan snel of verhoging van de AOW-uitkering nadelig zou kunnen uitpakken voor de eigen bijdrage. Als een van beide echtgenoten wordt opgenomen in een verzorgingstehuis, kunnen beiden de ongehuwden-AOW-uitkering aanvragen. Iedere echtgenoot ontvangt dan bruto ruim € 400 per maand extra aan AOW. De keuze voor deze ongehuwden-AOW kan echter nadelige gevolgen hebben voor de berekening van de eigen bijdrage op grond van de WLZ. Deze wordt berekend op basis van het verzamelinkomen, gecorrigeerd met een component voor het box-3-vermogen. De verhoging van de AOW-uitkering leidt tot een hoger verzamelinkomen, en kan dus voor u leiden tot een hogere eigen bijdrage! De hoogte van de eigen bijdrage kunt u berekenen op www.hetcak.nl.

Vraag subsidie praktijkleren tijdig aan

Wilt u een praktijk- of werkleerplaats aanbieden? Kijk dan of u gebruik kunt maken van de subsidieregeling Praktijkleren. De subsidie is een tegemoetkoming voor de kosten die een werkgever maakt voor de begeleiding van een leerling, deelnemer of student. Maar het is ook een tegemoetkoming in de loon- of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding (toio). Het maximale subsidiebedrag is € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats.

Tijdig aanvragen
Uw aanvraag dient u in na afloop van de begeleiding. Voor het school-, studiejaar 2018/2019 kunt u een aanvraag indienen van 2 juni 2019 09.00 uur tot en met 16 september 2019 tot uiterlijk 16.59 uur.

Administratie
Als werkgever dient u tijdens de begeleiding van een leerling, deelnemer of student de gevraagde administratie zelf bij te houden, te bewaren en op verzoek te verstrekken. RVO.nl controleert of de werkgever aan alle voorwaarden voldoet.

De werkgever van een vmbo-leerling, mbo-bbl-deelnemer of een hbo-student moet in de administratie de volgende stukken hebben:

  • een (praktijkleer)overeenkomst die door alle noodzakelijke partijen is getekend en waaruit onder andere blijkt hoe de begeleiding heeft plaatsgevonden en welk deel van de leerdoelen/kwaliteiten/kwalificaties in de beroepsvorming bij de werkgever zijn behaald;
  • een aanwezigheidsregistratie van de deelnemer bij de beroepspraktijkvorming. Dit kan bijvoorbeeld een uitdraai uit het digitaal tijdschrijfsysteem zijn, een presentielijst, of een geldig arbeidscontract samen met een verzuimregistratie, zolang deze de aanwezigheid van de deelnemer in voldoende mate aantoont. De aanwezigheidsuren op school gelden niet als bewijs;
  • een administratie waaruit blijkt dat begeleiding heeft plaatsgevonden (de voortgang van de beroepsvorming) en de wijze waarop het deel van de leerdoelen/kwaliteiten/kwalificaties met betrekking tot de beroepsvorming is behaald. Dit kan bijvoorbeeld met behulp van een (BPV-)werkboek van de deelnemer, gemaakte opdrachten in het kader van de opleiding of tussentijdse gespreks-, beoordelings- en evaluatieverslagen.

Ziekte of verzuim geen onderdeel begeleide weken
Alleen een week waarin daadwerkelijk begeleiding is gegeven telt mee, ongeacht het aantal dagen waarop begeleiding plaatsvond. Een week waarin om welke reden dan ook geen begeleiding heeft plaatsgevonden, (bijvoorbeeld door ziekte, verlof of vorstverlet) kunt u niet opvoeren in de aanvraag. Wanneer u deze weken wel meetelt als begeleide weken, kan dit leiden tot een korting in de uitbetaling of eventueel een terugvordering.

Geen standaardformaat
De RVO.nl legt geen voorschriften op over hoe u de administratie precies voert. Reden hiervoor is dat de regeling verschillende sectoren betreft en RVO.nl de werkgever niet wil verplichten om in een bepaald format te werken. Dit om de administratieve lasten beperkt te houden.

Bewaarplicht
De werkgever heeft een bewaarplicht van de relevante documenten gedurende 5 jaar na het studiejaar waarvoor subsidie is verstrekt.

Controle
Na verstrekking van de subsidie voert RVO.nl steekproefsgewijs controles uit om te zien of de noodzakelijke administratie aanwezig is. Ook controleert RVO.nl of de aangevraagde weken/maanden begeleiding is geboden. De bewijslast ligt bij de werkgever. Deze moet per deelnemer de administratie kunnen tonen, wanneer RVO.nl hierom vraagt. Indien blijkt dat niet aan de voorwaarden van de regeling is voldaan vordert RVO.nl de ten onrechte uitbetaalde subsidie terug.

Tip: Bekijk eerst de tips voor aanvragers.