Werknemer fraudeert met gewerkte uren: ontslag?

Een winkelketen hanteert een systeem voor werktijdenregistratie. De winkelmanager moet toezien op de juiste invoer en verwerking. Ook is hij verantwoordelijk voor het openen en sluiten van de winkel en het in- en uitschakelen van het alarm. Vanwege openbaar vervoerperikelen komt hij zelf regelmatig te laat. Dat komt hem duur te staan.

Bewezen wordt dat uit de inschakeltijden van het alarm blijkt dat hij achttien maal een tot twee uur te laat is begonnen. Ook wordt vastgesteld dat de manager bewust telkens als aanvangstijd van zijn werk de normale openingstijd in de werktijdenregistratie heeft ingevoerd. Hij wordt geschorst en vervolgens op staande voet ontslagen omdat hij zo ten onrechte loon heeft gehad over niet gewerkte uren. Bovendien heeft hij de werkgever benadeeld door de winkel te laat te openen. Ook heeft hij zijn voorbeeldfunctie als winkelmanager veronachtzaamd.

De rechter bevestigt dat deze werkwijze een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. Bovendien is sprake van zodanig ernstig verwijtbaar handelen dat geen transitievergoeding wordt toegekend.

De werkgever vordert ook omzetschade. Die wordt niet toegekend omdat niet wordt bewezen dat bij het telkens te laten komen sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid.

Tip: Soms kan een werknemer er, in zijn beleving, niets aan doen dat hij te laat komt. Als openen van de winkel zijn verantwoordelijkheid is, moet hij dat echter zelf voorkomen. Als hem dat niet lukt en hij voert de niet gewerkte uren in als werktijd, levert uiteraard regelrechte fraude op. Reden voor ontslag op staande voet.

Profiteer nu al met uw tijdelijke contracten van de Wet arbeidsmarkt in balans

De nieuwe regels van de Wet arbeidsmarkt in balans hebben op 1 januari 2020 onmiddellijke werking. Dit betekent dat u nu al in actie moet komen als u bestaande tijdelijke contracten hebt die nog kunnen worden verlengd en mogelijk doorlopen na 2020. Een relevante vraag is dan wat u een medewerker aanbiedt. Dat hangt heel erg af van de duur van de vorige arbeidsovereenkomst(en). Als u in 2019 de 2 jaar overschrijdt, zal er alsnog een contract voor onbepaalde tijd ontstaan. De bestaande ketenregeling schrijft immers voor dat u maximaal 3 tijdelijke arbeidscontracten gedurende maximaal 2 jaar mag aanbieden. Maar overschrijdt u pas in 2020 de 2 jaar, dan is er niets aan de hand. Op dat moment geldt namelijk dat u gedurende 3 jaar 3 tijdelijke arbeidscontracten mag aanbieden. U kunt dus dit jaar al profijt hebben van de nieuwe wetgeving. Om te bepalen of en hoe u hiervan kunt profiteren, doet u er verstandig aan om de bestaande tijdelijke contracten te (laten) inventariseren.

 

Belastingdienst trekt btw-nummers in van nihil-aangevers

Heeft u minimaal 1 jaar op uw btw-aangifte ingevuld dat u niets hebt aan te geven? U heeft dan geen btw betaald of teruggevraagd. De Belastingdienst stuurt u in dat geval een brief, waarin staat dat ervan wordt uitgegaan dat u uw onderneming hebt gestaakt en er dus geen economische activiteiten meer zijn. De Belastingdienst kondigt vervolgens aan uw btw-nummer te zullen intrekken. U moet dan mogelijk btw afdragen over de waarde van bedrijfsmiddelen die naar uw privévermogen zijn overgegaan. Heeft u uw onderneming inderdaad gestaakt, dan hoeft u in beginsel niks te doen. Staat uw onderneming ingeschreven bij de Kamer van Koophandel? Schrijf in dat geval uw onderneming uit via www.kvk.nl/uitschrijven. Wanneer uw onderneming niet is gestaakt, stuurt u uiterlijk 2 september 2019 een brief naar de Belastingdienst/Nihilaangiften in Heerlen met daarin de volgende gegevens:

  • het kenmerk van de brief van de Belastingdienst (btw-nummer);
  • waarom u al 1 jaar op uw btw-aangifte invult dat u niets hebt aan te geven;
  • uw telefoonnummer;
  • uw e-mailadres;
  • waarom u onder een ontheffing, vrijstelling of bijzondere regeling valt;
  • waarom u onder de KOR valt.

 

Als de Belastingdienst uw brief tijdig heeft ontvangen, wordt uw btw-nummer niet ingetrokken voordat er met u contact is geweest.

Doe tijdig opgaaf van gegevens 2018 ex-ANBI’s

Bent u bestuurder van een algemeen nut beogende instelling (ANBI)? Weet dan dat in Nederland gevestigde voormalige ANBI’s die hun status op of na 2013 hebben verloren, een jaarlijkse informatieverplichting hebben. De informatie over 2018 moet u vóór 1 september 2019 aanleveren bij de Belastingdienst. Daarvoor is het formulier Opgaaf Vermogen en schenkingen 2018 beschikbaar. De informatieplicht het verloop van het eigen vermogen van de ANBI vanaf het moment dat de ANBI-status eindigde verminderd met de uitgaven en kosten voor de goede doelen. Daarnaast moet u opgaaf doen van ontvangen donaties en schenkingen. De informatieplicht bestaat zolang het eigen vermogen van de voormalige ANBI meer bedraagt dan € 25.000. Daarbij telt niet mee het vermogen dat de voormalige ANBI na het statusverlies heeft opgebouwd, bijvoorbeeld uit ontvangen schenkingen en donaties. Als u daar niet aan voldoet, volgt een boete.

 

Controleer Wtl-beschikkingen 2018

Heeft u over 2018 recht op de loonkostenvoordelen (LKV’s), het lage-inkomensvoordeel (LIV) en/of het jeugd-LIV, dan heeft u inmiddels een Wtl-beschikking ontvangen met de bedragen die aan u zijn toegekend. De Belastingdienst betaalt deze bedragen aan u uit binnen 6 weken na de datum van de beschikking, uiterlijk op 12 september 2019. U doet er verstandig aan om de beschikking binnen zes weken te (laten) controleren, zodat tijdig bezwaar kan worden gemaakt, mocht dit nodig zijn.

Tariefafspraken zzp-ers toegestaan?

Mogen zelfstandigen zonder personeel collectief afspraken maken over hun beloning om aan een minimuminkomen te komen? Staat de Mededingingswet dit toe, of is het oneerlijke concurrentie? Over deze vraag heeft de Autoriteit Consument en Markt zich gebogen. Dit heeft geleid tot een concept-Leidraad tariefafspraken zzp’ers. Wat staat erin?

De Leidraad sluit aan bij de initiatieven van het kabinet om de positie van zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt te verbeteren. Markten werken niet goed als zzp’ers door lage uurtarieven onder het bestaansminimum komen.

Wat mag wel?
Soms willen zzp’ers collectieve afspraken maken over hogere tarieven. Dat mag meestal niet, omdat prijsafspraken tussen ondernemingen de concurrentie vervalsen wat leidt tot hogere prijzen voor consumenten.

De Leidraad laat zien welke ruimte zzp’ers volgens de Mededingingswet hebben om zulke afspraken te maken. Zzp-ers mogen dat doen als ze:

  • Zij-aan-zij werken met werknemers en daardoor geen onderneming zijn in de zin van de Mededingingswet.
  • Onderling afspreken om het door het kabinet aangekondigde wettelijke minimumtarief (16 euro per uur) in de periode voor de invoering daarvan al te waarborgen.
  • Met hun opdrachtgevers gezamenlijk afspreken dat een hoger minimumtarief nodig is om op een bestaansminimum te komen.

Zij-aan-zij werken met werknemers
Zzp’ers die zij-aan-zij werken met één of meer werknemers en in de dagelijkse gang van zaken niet te onderscheiden zijn van die werknemers, zijn voor dat werk geen onderneming in de zin van de Mededingingswet. Het kartelverbod geldt dan niet voor deze zelfstandigen. Zij mogen voor dat werk samen afspraken maken over hun beloning. Dat mag ook in het kader van een cao.

Aangekondigd wettelijke minimumtarief nu al waarborgen
Het kabinet heeft aangekondigd dat het in 2021 een wettelijk minimumtarief voor zzp’ers van 16 euro per uur gaat invoeren. Hiermee wil het kabinet zzp’ers beschermen tegen armoede en voorkomen dat zij tegen een te laag tarief ingehuurd worden. Ook voorkomt het dat opdrachtgevers alleen vanwege lagere kosten kiezen om zelfstandigen in te huren wat leidt tot sociale dumping. Omdat het kabinet dit voornemen heeft, zal de Autoriteit Consument en Markt in de periode voor invoering van het minimumtarief geen boetes opleggen bij afspraken tussen zzp’ers om dit minimumtarief nu al te realiseren.

Tip: Als zzp-er krijgt u dus enige ruimte om met andere zzp-ers tariefafspraken te maken.  

Verhuur tuinhuis via Airbnb

Een echtpaar heeft een eigen woning met in de tuin een tuinhuis. Ze verhuren het enkele weken per jaar via Airbnb aan toeristen. Is deze verhuur onbelast, omdat deze opgaat in het eigen woningforfait? Of is sprake van inkomsten uit tijdelijke verhuur van de eigen woning die voor 70% moeten worden bijgeteld? Of is sprake van inkomsten uit vermogen, belast in box 3?

Volgens de wet wordt tot de eigen woning onder meer gerekend een gebouw of een gedeelte van een gebouw met de daartoe behorende aanhorigheden, voor zover dat de belastingplichtige anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat.

Het tijdelijk verhuurde tuinhuis is een aanhorigheid. Het staat slechts tijdelijk (als het niet is verhuurd) aan het echtpaar ter beschikking. Dat betekent dat het niet tot de eigen woning kan worden gerekend. Daarom zijn de inkomsten uit de Airbnb-verhuur niet als inkomsten uit eigen woning belast. Uit het systeem van de wet volgt dat het tuinhuis dan behoort tot de grondslag van het inkomen uit sparen en beleggen (box 3).

De belastingheffing vindt dus forfaitair plaats op basis van de waarde per 1 januari van het tuinhuis inclusief de bijbehorende grond. De hoogte van het forfaitair rendement hangt af van de omvang van het vermogen in box 3.

Tip: Tijdelijke verhuur van een tuinhuis of een ander gedeelte van uw eigen woning kan fiscaal gunstig uitpakken. We rekenen het graag met u door.

Blunder belastingdienst: geen bijtelling busje

Een werknemer die storingen aan straatverlichting oplost, heeft de beschikking over een busje van zijn werkgever. De Belastingdienst heeft een Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto afgegeven. De werknemer ontvangt een aanslag inkomstenbelasting 2017 met een correctie van ruim € 9.000 wegens bijtelling privégebruik van het busje.

In de afwijkingsbrief meldt de Belastingdienst dat de werknemer in 2014, in een rechtszaak, heeft verklaard dat hij ook in zijn vrije tijd met de bedrijfsauto rijdt omdat hij oproepbaar is. Hij moet binnen een uur ter plaatse zijn. Deze verklaring rechtvaardigt het vermoeden dat de werknemer met de bedrijfsauto privéritten maakt.

Volgens de rechter gaat de Belastingdienst in deze zaak op drie manieren de fout in.

Correctie via de werkgever
Met betrekking tot een aan een werknemer ter beschikking gestelde bestelauto van de zaak waarvoor een ‘verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ is afgegeven en die niet is ingetrokken, dient de correctie wegens (gesteld) privégebruik plaats te vinden door middel van naheffing van loonbelasting. En dus niet uitsluitend via de inkomstenbelasting bij de werknemer.

Correctie in de actualiteit
De correctie moet zoveel mogelijk plaatsvinden naar aanleiding van een constatering van (mogelijk) privégebruik in de actualiteit. In dit geval is het vermoeden van privégebruik in 2014 ontstaan en heeft de Belastingdienst de eerste brief daarover pas in de loop van 2017 naar de werknemer gestuurd.  

Gesteld privégebruik onvoldoende onderbouwd
Waar en wanneer de werknemer in 2014, naar de Belastingdienst vermoedt, de bestelauto voor privédoeleinden heeft gebruikt, is niet vastgesteld. Aangezien het vermoeden niet op een bepaalde rit of ritten was gebaseerd, kon belanghebbende geen tegenbewijs geven. Zo’n non-specifieke onderbouwing van het vermoeden van privégebruik is onvoldoende basis voor een correctie.

Tip: Deze zaak biedt drie aanknopingspunten om een correctie wegens privégebruik van een bestelauto aan te vechten.

Zieke werknemer werkt elders: ontslag?

Een logistiek medewerker wordt wegens psychische klachten volledig arbeidsongeschikt. Bij de werkgever komt een klikbrief binnen. De medewerker zou dagelijks bij een ander bedrijf auto’s poetsen. Een ingeschakeld onderzoekbureau heeft dat bevestigd. De werknemer is op staande voet ontslagen. Hoe loopt het verder?

De werknemer ontkent eerst dat hij elders werkt. Dan stelt hij zich op het standpunt dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Hij was auto’s aan het poetsen om onder de mensen te zijn. Dat was uit medisch oogpunt noodzakelijk en had hij besproken met de bedrijfsarts.

Hoewel de rechter begrip heeft voor het gegeven ontslag op staande voet, toen de werknemer botweg ontkende, oordeelt hij dat het niet terecht was. Waarom?

De werkgever had eerst via de bedrijfsarts moeten nagaan of de werknemer nog steeds niet in staat was tot enige arbeid, bijvoorbeeld auto’s wassen, en of hij zijn genezing belemmerde door het verrichten van de werkzaamheden of dat deze juist zijn herstel bevorderden. Ook had de werkgever aan de bedrijfsarts moeten vragen of de werknemer toestemming had om de werkzaamheden te verrichten.

Tip: Ontslag op staande voet is een zware maatregel die u meestal beter niet in de, begrijpelijke, emotie van het moment kunt nemen.

Meld arbeidsongeschiktheid bij uw pensioenfonds

De meeste pensioenregelingen kennen een bepaling waaruit voortvloeit dat de pensioenregeling premievrij wordt voortgezet bij arbeidsongeschiktheid van de werknemer. De pensioenuitvoerder neemt dan als het ware de premiebetaling over. Maar aan deze premievrije voortzetting zijn wel voorwaarden verbonden. Een van die voorwaarden is vaak dat u als deelnemer bij het pensioenfonds moet melden dat u arbeidsongeschikt bent. Bent u arbeidsongeschikt? Zorg dan dat u dit bij uw pensioenfonds meld. Zo bent u er zeker van dat uw recht van premievrije voortzetting is veiliggesteld.