Aan de slag met de Wet arbeidsmarkt in balans – inventariseer tijdelijke contracten

Afgelopen dinsdag is ook de Eerste Kamer akkoord gegaan met de ‘Wet arbeidsmarkt in balans’ (Wab). Omdat de nieuwe regels van de Wab op 1 januari 2020 onmiddellijke werking hebben, moet u er waarschijnlijk dit jaar al mee aan de slag. Dat is met name het geval als u bestaande overeenkomsten hebt die nog kunnen worden verlengd en mogelijk doorlopen na 2020. De nieuwe ketenbepaling van 3 jaar is dan nl. direct van toepassing. Om te bepalen of en hoe u hiervan kunt profiteren, doet u er verstandig aan om de bestaande tijdelijke contracten te laten inventariseren.

Controleer WGA-instroomcijfers 2018

Medio mei stuurt het UWV u een brief met de WGA-instroomcijfers van 2018. Naast het landelijk instroomcijfer en het instroomcijfer van de sector waarin u bent ingedeeld, staat hierin ook uw eigen  instroomcijfer. Het is van groot belang dat u dit goed (laat) controleren, omdat de instroomcijfers direct van invloed zijn op de werkgeverspremies die u in 2020 moet betalen. U heeft na ontvangst van de brief slechts twee weken de tijd om aanpassingen door te (laten) geven aan het UWV. In juli 2019 maakt het UWV de definitieve instroomcijfers bekend.

Tarieven eurovignet per 1 juli omhoog

De tarieven van de belasting zware motorrijtuigen (het eurovignet) gaan per 1 juli 2019 omhoog. Rijdt u of rijden uw werknemers met een vrachtwagen(combinatie), dan moet u naast motorrijtuigenbelasting vaak ook de belasting zware motorrijtuigen betalen. Dat is het geval als u of uw werknemers de vrachtwagen(combinatie) op de autosnelweg wil gebruiken en uw wagen aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • de vrachtwagen(combinatie) is bestemd of wordt gebruikt voor goederenvervoer;
  • de toegestane maximummassa van de vrachtwagen(combinatie) is 12.000 kilogram of meer.

 

Het totaal aantal assen en de euronorm van uw vrachtwagen(combinatie) bepalen het tarief. Het tarief voor 1 dag wordt € 12 voor alle klassen. Klik hier voor een overzicht van de tarieven 2019 en die per 1 januari 2020.

Aftrek omdat fiscus brief laat liggen

Een particulier claimt in zijn aangifte inkomstenbelasting een aftrekpost van ruim € 4.800 specifieke zorgkosten. De Belastingdienst schrapt de aftrekpost volledig. De particulier stuurt een bezwaarschrift in en wordt gebeld door de Belastingdienst. Uit het telefoongesprek leidt hij af dat de inspecteur alsnog aftrek van bijna € 2.300 toestaat. Dat bevestigt hij in een brief naar de Belastingdienst. Dan komt de uitspraak op het bezwaarschrift.

In deze uitspraak wordt slechts aftrek van € 509 toegestaan. Zo wenst de particulier niet behandeld te worden. Hij gaat naar de rechter en beroept zich op opgewekt vertrouwen.

Volgens de rechter heeft de particulier het telefoongesprek met oog voor detail schriftelijk bevestigd. Vast staat dat de Inspecteur deze brief heeft ontvangen, maar niet heeft gereageerd. De brief kan  volgens de rechter redelijkerwijs, gegeven het besproken onderwerp en het genoemde verhoudingsgewijs omvangrijke aftrekbedrag, niet aan de aandacht van de Inspecteur zijn ontsnapt.

Op de zitting heeft de Inspecteur deze gang van zaken niet toegelicht, noch enige uitleg gegeven over de herkomst, totstandkoming, samenstelling of betekenis van het door de particulier uitdrukkelijk schriftelijk onder de aandacht gebrachte bedrag. De Inspecteur heeft slechts verklaard dat geen toezegging is gedaan en dat het beter zou zijn geweest de brief wel te beantwoorden.

Volgens de rechter moet er daarom van worden uitgegaan dat de Inspecteur in het telefoongesprek het bedrag van bijna € 2.300 wel degelijk als het aftrekbare bedrag aan specifieke zorgkosten heeft aanvaard.

Het is daarbij niet eens van belang of daadwerkelijk sprake is geweest van een toezegging door de Belastingdienst, maar veeleer hoe belanghebbende de uitlatingen in het telefoongesprek heeft ervaren en wat hij begrijpt of mocht begrijpen. Daarom vindt de rechter dat bij de particulier gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de specifieke ziektekosten voor € 2.288 in aftrek mogen komen.

Tip: Als u meent over een kwestie een afspraak met de Belastingdienst te hebben gemaakt, bevestig dat dan schriftelijk. Reageert de Belastingdienst niet of niet correct, dan kunt u, mits te goeder trouw, mogelijk een beroep doen op opgewekt vertrouwen.

Afzien van vrijwilligersvergoeding aftrekbare gift?

Man en vrouw doen vrijwilligerswerk als koster en hoofd huishoudelijke dienst voor een kerk. Het is een algemeen nut beogende instelling (ANBI). Ze hebben op papier recht op een vergoeding van € 3.000, maar zien daarvan af bij wijze van schenking. De Belastingdienst schrapt de geclaimde giftenaftrek.

Giften, die bestaan uit het afzien door een vrijwilliger van een vergoeding van een ANBI, zijn aftrekbaar indien:

  1. De instelling een verklaring heeft afgegeven dat u zich heeft ingezet als vrijwilliger als bedoeld in de regeling;
  2. U aanspraak kunt maken op de in de verklaring genoemde vergoeding;
  3. De instelling bereid en in staat is die vergoeding uit te keren, en
  4. U de vrijheid heeft over de vergoeding te beschikken.

Volgens de Belastingdienst gaat het hier mis op punt 1. De bedragen waar het echtpaar volgens afspraken met de kerk recht op had, waren te hoog voor een vrijwilligersvergoeding. Daarvoor gold een wettelijk maximum van € 150 per maand en € 1.500 per kalenderjaar (2019: € 170 per maand en € 1.700 per jaar). En dus heeft het echtpaar zich wel ingezet, maar niet als vrijwilliger als bedoeld in de regeling. Dat het echtpaar slechts de maximaal toegestane vrijwilligersvergoeding in aanmerking nam bij de giftenaftrek is hierbij niet relevant.

Overigens heeft het echtpaar ondanks verzoeken van de inspecteur daartoe, niet met enig bewijs aannemelijk gemaakt dat de kerk daadwerkelijk in staat zou zijn de vergoedingen te betalen. Dus ook op punt 3 gaat het niet goed.

Volgens de rechter heeft de Belastingdienst de giftenaftrek terecht geweigerd.

Tip: In 2019 is de maximale vrijwilligersvergoeding € 170 per maand en € 1.700 per jaar. Deze maximumbedragen gelden voor het totaal van de vergoeding voor uw inzet.

Doorwerken van AOW- tot pensioenleeftijd

Een projectsecretaresse bij een bouwbedrijf wordt in december 2018 66 jaar, haar AOW-leeftijd. Dan eindigt haar contract van rechtswege. Ze heeft haar werkgever echter in augustus al gevraagd om te mogen doorwerken tot haar pensioenleeftijd, 68 jaar. Volgens de cao moet de werkgever dat toestaan, tenzij het bedrijfsbelang zich ertegen verzet. De werkgever weigert echter.

Voor de geschillencommissie komt de werkgever met verjonging van het personeelsbestand als bedrijfsbelang. De secretaresse krijgt gelijk. Omdat de werkgever haar toch niet laat doorwerken, gaat ze naar de rechter.

Volgens de rechter was het bedrijf niet verplicht het oordeel van de geschillencommissie te volgen, maar op basis van goed werkgeverschap wel verplicht om dat heel goed te motiveren. En dat is niet gebeurd. 

De geschillencommissie had meewogen dat bij de vrouw geen sprake was van onvoldoende functioneren, onvoldoende inzetbaarheid of dat haar functie komt te vervallen. Die argumenten had het bedrijf niet weerlegd. De uitleg die het bedrijf aan de cao gaf, zou betekenen dat niemand meer na zijn of haar 66e zou kunnen doorwerken. Bovendien kan het bedrijf ook zijn personeelsbestand verjongen als de vrouw wel doorwerkt. De vrouw heeft ook nog een lager dan gemiddeld ziekteverzuim. Kortom, het bedrijf heeft volgens de rechter geen deugdelijke argumenten om de vrouw niet te laten doorwerken.

Tip: Check bij oudere werknemers of de AOW-leeftijd afwijkt van de contractuele pensioenleeftijd, wat er volgens het arbeidscontract of de cao is vastgelegd over einde van het dienstverband en eventueel recht op doorwerken.

TV-kok werkt zelfstandig

Via een BV werkt een bekende TV-kok mee aan TV-programma’s van RTL. De Belastingdienst heeft voor de werkzaamheden een Verklaring Arbeidsrelatie (VAR-dga) afgegeven. Toch stelt de Belastingdienst dat in werkelijkheid sprake is van een dienstbetrekking en dus premieplicht voor de werknemersverzekeringen. De rechter wordt ingeschakeld.

Volgens de rechter hebben partijen uitdrukkelijk geen arbeidsovereenkomst maar een overeenkomst van opdracht gesloten. De TV-kok geeft actief invulling aan de invulling van de programma’s en formats. Er is wel een script van RTL, maar dat is een levend document. Er volgt geen werkgeversgezag uit. Indien nodig wordt een programma, vaak op advies van de kok, omgegooid. Het is reality-TV en dan staat nooit iets tevoren helemaal vast. Tijdens de opnames wordt nog veel geïmproviseerd. Partijen werken daarom volgens de rechter samen op basis van gelijkwaardigheid. Daarbij is van belang dat de TV-kok nog andere werkzaamheden verricht waarmee hij via zijn BV aanzienlijke bedragen verdient. De Belastingdienst wordt dus volledig in het ongelijk gesteld.

Tip: Bij veel uitvoerende werkzaamheden buiten de TV-wereld is ook sprake van een ‘script’, waarbij de professional als deskundige toch de uiteindelijke gang van zaken bepaalt. Daarvoor wordt hij immers als deskundige ingehuurd. Zoals ook hier blijkt, heeft de Belastingdienst het dan erg moeilijk om een arbeidsovereenkomst te bewijzen.

Anticipeer tijdig op einde pensioencontract

Stel, u heeft de pensioentoezegging aan uw werknemers keurig ondergebracht bij een verzekeringsmaatschappij. Onlangs ontving u nog een brief van deze maatschappij waarin zij aangeven dat de uitvoeringsovereenkomst eindigt op 1 december aanstaande. In de waan van de dag denkt u ‘dat komt wel’. Maar wacht niet te lang met reageren. Als u op 1 december geen nieuwe uitvoeringsovereenkomst hebt gesloten, loopt u als werkgever een groot risico. De pensioentoezegging aan uw werknemers eindigt namelijk niet ook automatisch op 1 december. Als de toezegging na 1 december niet verzekerd is, bent u als werkgever zelf aansprakelijk voor bijvoorbeeld het uitkeren van een partnerpensioen.

 

Tip

Zorg ervoor dat u ruim voor de einddatum van de uitvoeringsovereenkomst met uw verzekeraar (een andere mag ook) een nieuw contract hebt afgesloten. U bent namelijk als werkgever verplicht om uw pensioentoezegging buiten de onderneming te verzekeren.

 

Wettelijk minimumloon jongeren per 1 juli 2019 tot ruim 19% hoger!

De verhoogde bedragen van het wettelijk minimumloon zijn gepubliceerd. Hieruit blijkt dat met name de bedragen voor 18-jarigen t/m 21-jarigen aanzienlijk worden verhoogd. Ten opzichte van de bedragen van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2019 krijgen 21-jarigen ruim 19% meer loon, 20-jarigen bijna 15,7%, 19-jarigen ruim 10,4% en 18-jarigen ruim 6,5% meer loon. U zult deze forse stijging van de loonkosten waarschijnlijk moeten doorberekenen in de vergoedingen voor uw producten en diensten. Ook zullen de sociale uitkeringen voor deze leeftijdscategorieën, voor zover gekoppeld aan het wettelijk minimumloon, evenredig stijgen.

 

Dien aanvraag heffingsvermindering verduurzaming woningen in vóór tijdelijke stop

Verhuurt u sociale huurwoningen (maximale huurprijs € 720,42 in 2019) en moet u verhuurderheffing betalen? U kunt dan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo) de heffingsvermindering verduurzaming aanvragen als u investeert in energiebesparende maatregelen, waarmee u een substantiële verbetering van de energieprestatie bereikt. Dit wil zeggen dat de huurwoningen met minimaal drie Energie-Indexklassen worden verbeterd en dat er na renovatie een Energie-Index van ten hoogste 1,4 (label B of beter) wordt behaald. De belangstelling voor deze heffingsvermindering is echter dusdanig groot dat deze op 1 juli 2019 (tijdelijk) wordt stopgezet. Er zijn inmiddels al zoveel aanvragen ingediend dat het beschikbare budget voor 2019 (€ 78 miljoen) al is overschreden. Gezien het tempo van de aanvragen zal op 1 juli 2019 het gehele beschikbare budget tot en met 2021 zijn aangevraagd. Dien daarom nog voor 1 juli a.s. een aanvraag in, anders moet u wachten tot 1 januari 2022; de datum waarop naar verwachting de regeling op zijn vroegst weer wordt opengesteld.