Opvragen bewijsstukken verbouwing woning verjaart niet

Bent u een hypotheek aangegaan voor een verbouwing of het onderhoud van uw eigen woning? Zorg er dan voor dat u de bewijsstukken goed bewaard (ten minste 30 jaar, die aantonen dat de lening is aangegaan voor onderhoud en/of verbetering van uw eigen woning). Anders kunt u de renteaftrek voor deze lening verliezen. Uit een recente uitspraak van de Hoge Raad – de hoogste belastingrechter – blijkt namelijk dat de inspecteur die bewijsstukken altijd kan opvragen. Het is dan aan u om de schriftelijke bewijzen te overleggen, die aantonen dat de lening een eigenwoningschuld is, waarvan u de rente terecht heeft afgetrokken.

Aftrek schenken aan goede doelen beperkt

Het kabinet komt met maatregelen om de giftenaftrek effectiever te maken en de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid te verbeteren. De giftenaftrek is namelijk voor burgers complex en foutgevoelig. Dat kan een negatief effect hebben op de bereidheid om te geven aan goede doelen.

Slim scherm voor het invullen van de giftenaftrek IB-aangifte
De burger kan straks in de online aangifte selecteren uit een lijst van instellingen met de zogenaamde ANBI-status. Daarmee wordt voorkomen dat de burger niet-aftrekbare giften voert, bijvoorbeeld omdat de begunstigde instelling geen ANBI-status heeft. Op dit moment moet de burger elders kijken of de instelling deze ANBI-status heeft en in een tekstveld de naam correct invullen. Dat is omslachtig, foutgevoelig en lastig te controleren door de Belastingdienst.

Contante giften
Contante giften zijn op dit moment uitsluitend aftrekbaar wanneer de belastingplichtige deze gift aannemelijk kan maken, bijvoorbeeld met een kwitantie. Dat blijkt fraudegevoelig. Mensen pinnen steeds vaker, of maken geld elektronisch over. Dit is een veilig en betrouwbaar alternatief voor contant geld en de gift is eenvoudig aannemelijk te maken met bijvoorbeeld een bankafschrift. Daarom wordt voorgesteld om contante giften niet langer aftrekbaar te laten zijn.

Giften in natura
Indien voor giften in natura gebruik wordt gemaakt van de giftenaftrek, moet worden uitgegaan van de waarde in het economisch verkeer. Bij giften in natura is de waardering van de gift niet altijd eenvoudig en dat leidt dan ook tot fouten. Voorgesteld wordt aan giften in natura hoger dan € 2.500 voor de giftenaftrek de eis te verbinden dat er een onafhankelijke taxatie is, of een andere schriftelijke onderbouwing van de opgegeven waarde.

Tip: Voor de beperking van contante giften is eerst een wetswijziging nodig. Het is de bedoeling dat deze ingaat per 1 januari 2021. 

Heffing over werkelijke rendement vermogen uitgesteld

In het regeerakkoord heeft het kabinet beloofd een stelsel van vermogensrendementsheffing op basis van werkelijk rendement uit te gaan werken. Tot nu toe heeft de regering wat wijzigingen doorgevoerd in de vermogensrendementsheffing die het forfaitaire rendement dichter laten aansluiten bij het gemiddelde werkelijke rendement. Ook is het belastingvrije vermogen verhoogd. Hoe nu verder?

Het kabinet komt tot de conclusie dat een overgang naar zo’n stelsel op korte of middellange termijn alleen denkbaar als er concessies worden gedaan op één of enkele gestelde uitgangspunten, namelijk het aantal belastingplichtigen (en daarmee de reikwijdte van de grondslag), de vooringevulde aangifte, de mogelijkheden tot het tegengaan van belastingontwijking of de stabiliteit en omvang van de belastinginkomsten.

Daarom laat het kabinet fundamentele beleidsopties uitwerken op het terrein van een vermogensrendementsheffing. Als het onderzoek klaar is, gaat het kabinet de opties met de Tweede Kamer bespreken. Kortom, het kan nog wel even duren.

Tip: Intussen heeft staatssecretaris Snel van Financiën bezwaarschriften tegen de vermogensrendementsheffing in de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2018 aangemerkt als massaal bezwaar. Als u het oneens bent met de box 3-heffing over het jaar 2018 moet u tijdig bezwaar maken tegen de definitieve aanslag. Een klein aantal bezwaarschriften wordt geselecteerd voor een juridische procedure. De uitkomst daarvan geldt dan ook voor de overige bezwaarschriften.

Transitievergoeding, ondanks te laat verzoek

Een administratief medewerker is twee jaar ziek en voor 50% arbeidsongeschikt verklaard. Voor dat percentage krijgt hij een WIA-uitkering. Voor de overige 50% blijft hij in dienst. Dit betekent een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst en dus recht op een gedeeltelijke transitievergoeding. De werknemer claimt deze echter te laat. Wat nu?

In de wet is een zogenaamde vervaltermijn opgenomen waarbinnen een werknemer het verzoek om toekenning van de transitievergoeding moet doen. Deze termijn eindigt drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. In dit geval werd het verzoek na vijf maanden ingediend.

Toch oordeelt de kantonrechter dat het verzoek ingewilligd moet worden. Waarom?

Omdat vier maanden na einde van de arbeidsovereenkomst de hoogste rechter heeft vastgesteld dat aanspraak bestaat op een gedeeltelijke transitievergoeding bij gedeeltelijke beëindiging van een arbeidsovereenkomst. Dat konden zowel werkgever als werknemer niet voorzien.

Het zou onredelijk zijn als de werkgever zich in deze situatie op de vervaltermijn kan beroepen, terwijl hij op grond van de Wet Compensatie Transitievergoeding met terugwerkende kracht wordt gecompenseerd voor de betaalde transitievergoeding. Daarbij acht de rechter ook de leeftijd van de werknemer en het langdurige dienstverband van belang. 

Tip: Als een werknemer te laat een verzoek om toekenning van de transitievergoeding doet, wil dat niet zeggen dat de werkgever dit zomaar naast zich neer kan leggen. Er zijn omstandigheden denkbaar dat de transitievergoeding toch moet worden toegekend.

Meer rechten flexwerkers: Europese richtlijn

Flexwerkers die minimaal drie uur per week en gemiddeld twaalf uur per vier weken werken krijgen meer rechten. Deze zijn vastgelegd in een richtlijn waarmee het Europees Parlement onlangs heeft ingestemd. Het gaat bijvoorbeeld om oproepkrachten, werknemers met korte arbeidscontracten, werknemers van online dienstenplatforms, stagiairs en jongeren met een leercontract. Om welke rechten gaat het?

Werknemers moeten, liefst op de eerste dag, maar uiterlijk zeven dagen na aanvang van de arbeidsrelatie, informatie krijgen over hun rechten en verplichtingen. Denk hierbij aan de taakomschrijving, startdatum, contractduur, salaris, vergoedingen en referentiedagen- of uren voor werknemers met onregelmatige werkroosters.

Oproepkrachten moeten vooraf een indicatie krijgen van de te verwachten werkuren en -dagen. Ze kunnen een opdracht weigeren als deze buiten de gestelde referentie-uren valt. Ook krijgen ze recht op financiële compensatie als de opdracht niet op tijd is afgezegd.

Flexwerkers mogen niet worden uitgesloten, gestraft of gehinderd bij het aannemen van werk bij andere bedrijven als dit buiten het gestelde werkschema van de werkgever valt.

Let op: Zzp-ers vallen niet onder deze richtlijn. Ook moeten de EU-lidstaten de richtlijn nog omzetten in nationale wetgeving. Daarvoor hebben ze maximaal drie jaar.

Bezwaar tegen box-3-heffing 2018 aangewezen als massaal bezwaar

Deadline correcties LIV en LKV nadert

Zijn de voorlopige berekeningen van het LKV, het LIV en het jeugd-LIV van het UWV al gecontroleerd? Als u het niet eens bent met een voorlopige berekening – of wanneer die berekening onjuist is – dan kunt u nog tot uiterlijk 1 mei a.s. correcties op de loonaangiften (laten) indienen bij de Belastingdienst. Daarna zijn correcties niet meer mogelijk; de voorlopige berekeningen van het LKV, het LIV en jeugd-LIV zijn dan definitief geworden. Zijn de voorlopige berekeningen van het LKV, het LIV en het jeugd-LIV nog niet gecontroleerd? Onderneem dan zo spoedig mogelijk actie, want de tijd dringt om nog tijdig correcties op de loonaangiften in te dienen.

Voorkom belastingrente: vraag tijdig voorlopige aanslagen aan

 

Verwacht u dat u vennootschapsbelasting over 2018 moet betalen? Zo ja, laat dan vóór 1 mei 2019 een verzoek indienen om uitreiking van een voorlopige aanslag of een herziening van een al opgelegde aanslag. Zo voorkomt u dat u belastingrente (8%!) moet betalen. Is het verzoek binnen vier maanden na afloop van het belastingjaar ingediend en komt de voorlopige aanslag overeen met het bedrag waar u om verzocht? In dat geval hoeft u geen belastingrente te betalen. Doet u geen verzoek voor de aanslag 2018, dan wordt er in beginsel vanaf 1 juli 2019 belastingrente berekend voor de te betalen aanslag.

Bedrag verblijfskosten eigenrijders 2019 bekendgemaakt

Het vaste bedrag in het kader van de regeling voor aftrek van verblijfskosten voor transportondernemers is voor 2019 vastgesteld op € 37,50 per gereden dag (in 2018: € 36,50).

Bent u een transportondernemer die meerdaagse internationale ritten maakt? In dat geval kunt u onder voorwaarden ervoor kiezen om dit vaste bedrag per gereden dag in aftrek te brengen. U hoeft dan geen bewijsstukken van de verblijfskosten te bewaren. U kunt er ook voor kiezen om de werkelijke verblijfskosten af te trekken. In dat geval moet u wel bewijsstukken bewaren om te kunnen aantonen dat de werkelijke verblijfskosten hoger zijn dan het vaste bedrag per gereden dag.

Stoppen met slapend dienstverband: transitievergoeding betalen

Als een werknemer arbeidsongeschikt wordt, heeft de werkgever een loondoorbetalingsplicht. Deze vervalt meestal na twee jaar. Als de werkgever dan de arbeidsovereenkomst beëindigt, is hij een transitievergoeding verschuldigd. Daarom wordt vaak het dienstverband in stand gelaten, zonder arbeid en zonder salaris: een slapend dienstverband. Onlangs heeft de rechter dat verboden.

De Wet compensatie transitievergoedingen zal in werking treden op 1 april 2020. Het nieuwe artikel 7:673e BW is ook van toepassing op arbeidsovereenkomsten die voor de inwerkingtreding van de wet, maar na 1 juli 2015 zijn beëindigd. In dit artikel wordt geregeld dat een werkgever die wegens beëindiging van een arbeidsovereenkomst na twee jaar arbeidsongeschiktheid door ontbinding, opzegging of met wederzijds goedvinden een transitievergoeding heeft betaald, daarvoor wordt gecompenseerd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: UWV) vanuit het Werkloosheidsfonds. De compensatie is beperkt tot het bedrag aan transitievergoeding waar de werknemer recht op zou hebben bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst op het moment dat de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever eindigt. De bedoeling van de Wet compensatie transitievergoedingen is om het voortbestaan van zogenaamde slapende arbeidsovereenkomsten tegen te gaan.

De rechter is van oordeel dat het in stand laten van een slapende arbeidsovereenkomst strijd met goed werkgeverschap oplevert. Daarbij is van belang dat in dit geval de werknemer gezien de medische perspectieven niet meer voor de werkgever aan de slag kan. Dat de werkgever een eventuele transitievergoeding moet voorschieten – omdat hij pas na 1 april 2020 aanspraak kan maken op compensatie – levert geen voldoende zwaarwegend belang voor het laten voortduren van de slapende arbeidsovereenkomst op.

De rechter verplicht de werkgever om de arbeidsovereenkomst binnen drie dagen op te zeggen en een transitievergoeding te betalen. In dit geval ging het om € 150.000.

Let op: Nu de Wet compensatie transitievergoedingen op 1 april 2020 in werking treedt, zullen slapende dienstverbanden tot het verleden gaan behoren. Rechters kunnen werkgevers verplichten om de transitievergoeding, waarvoor ze in 2020 compensatie ontvangen, voor te schieten.