Voorkom bijbetaling vennootschapsbelasting

Laat een reële inschatting maken van de verschuldigde vennootschapsbelasting in 2019, zodat u niet een te lage voorlopige aanslag voor de vennootschapsbelasting krijgt opgelegd. Als u na afloop van het jaar vennootschapsbelasting blijkt te moeten bijbetalen, dan loopt u het risico daarover – bij de huidige rentestand – 8% belastingrente in rekening gebracht te krijgen.

Tip
Laat ook controleren of u over 2018 voldoende vennootschapsbelasting heeft betaald. Misschien doet uw bedrijf het beter dan u begin 2018 had verwacht en is uw winst waarschijnlijk hoger. Verzoek dan om een aanvullende voorlopige aanslag.

Maatregelen tegen veel lenen bij eigen bv

Bent u directeur- grootaandeelhouder van een bv? In dat geval is het volgende voor u van belang. Het lenen bij uw eigen bv boven een bedrag van € 500.000 wordt vanaf 2022 in box 2 belast als inkomen uit aanmerkelijk belang. Dat wil zeggen dat u over het meerdere 25% (huidig tarief) inkomstenbelasting moet betalen. Dit tarief wordt in 2021 zelfs verhoogd naar 26,9%. Er komt wel een overgangsregeling voor bestaande en nieuwe eigenwoningschulden van uw bv. Bovenop deze eigenwoningschulden geldt een aanvullende drempel van € 500.000 voor u en uw partner gezamenlijk. Het wetsvoorstel met deze maatregelen wordt dit voorjaar ingediend bij de Tweede Kamer.

Tip
Inventariseer uw schulden (niet zijnde eigenwoningschulden) bij uw eigen bv. Zijn deze hoger dan € 500.000? Zorg dan dat u de schuldenlast vóór 2022 zo veel als mogelijk heeft teruggebracht tot maximaal € 500.000.

Doe tijdig opgave uitbetaalde bedragen aan derden

Heeft u in 2018 bedragen uitbetaald aan derden? Denk er dan aan dat u hiervan uiterlijk 31 januari 2019 opgave doet bij de Belastingdienst. Er wordt geen uitstel verleend. U moet de gegevens over de aan derden uitbetaalde bedragen (de zogenoemde IB 47-opgave) digitaal aanleveren bij de Belastingdienst. Dat kan via de software van de Belastingdienst met de ‘Invoerapplicatie voor opgaven derden uitbetaling (IDU)’ of via uw eigen software. In het laatste geval wordt de ‘Handleiding Digitaal aanleveren van uitbetaalde bedragen aan derden met eigen software’ gebruikt. Hierin staat waar het aan te leveren bestand aan moet voldoen.

Voorlopige aanslag of teruggaaf laten aanpassen

Heeft u inkomsten waarover geen loonheffing wordt ingehouden of moet u pas achteraf inkomstenbelasting betalen? U kunt dan een voorlopige aanslag aanvragen, zodat u de verschuldigde inkomstenbelasting gespreid over het jaar alvast betaalt. Heeft u aftrekposten waarmee bij de vaststelling van de aanslag inkomstenbelasting rekening gehouden moet worden, dan kunt u alvast om een voorlopige teruggaaf vragen. U krijgt de teruggaaf dan alvast in maandelijkse termijnen in de loop van het jaar. In beide gevallen vindt de eindafrekening met de Belastingdienst plaats na afloop van het jaar, wanneer u de aangifte inkomstenbelasting hebt ingediend. Heeft u dan te weinig inkomstenbelasting betaald of te veel teruggaaf gehad, dan moet u die belasting alsnog (terug)betalen. Vanaf 1 juli van het jaar na het betreffende belastingjaar betaalt u bovendien 4% belastingrente. Dat kunt u voorkomen door de voorlopige aanslag of teruggaaf tijdig te laten aanpassen.

Tip
Wijzigt uw inkomen of uw privéomstandigheden? Of heeft u onlangs uw hypotheek overgesloten naar een hypotheek met een veel lagere rente, waardoor u veel minder renteaftrek heeft? Dan moet u waarschijnlijk uw voorlopige aanslag of teruggaaf laten aanpassen aan de nieuwe situatie. Doe dat zo spoedig mogelijk, zodat uw voorlopige aanslag of teruggaaf over 2019 daarop wordt aangepast.

Eindejaarstips voor particulieren en ondernemers

De tarieven in de inkomstenbelasting gaan de komende jaren omlaag. De meeste aftrekposten kunt u de komende jaren alleen nog tegen een lager tarief in aftrek brengen. Het is dus raadzaam te onderzoeken of u aftrekposten naar voren kunt halen of inkomen uit kunt stellen. Denk hierbij aan giften, lijfrenten, scholingsuitgaven en specifieke zorgkosten. Wat zijn andere aandachtspunten?

Samenvoegen giften en zorgkosten

Voor giften en zorgkosten geldt elk kalenderjaar een drempelbedrag. Aftrek is pas mogelijk als u meer uitgeeft. Het kan raadzaam zijn om, als dat kan, deze uitgaven over meerdere jaren te combineren om daardoor de jaardrempel te overschrijden.

Schenkingen

Voor de schenkbelasting gelden jaarlijks vrijgestelde bedragen. Schenkingen kunt u dus juist beter spreiden, om belastingheffing te voorkomen. Voor schenkingen aan kinderen geldt in 2018 een standaardvrijstelling tot € € 5.363. Maar er is ook een eenmalige verhoogde vrijstelling tot € 25.731. Verder gelden er eenmalige vrijstellingen voor schenkingen ten behoeve van een dure studie (€ 53.602) of ten behoeve van de eigen woning (€ 100.800). Daarvoor gelden bijzondere regels.

Extra aflossen op uw hypotheek?

Hebt u een relatief lage hypotheekschuld en voldoende vrij beschikbaar geld op de bank, dan kan het verstandig zijn nog dit jaar extra op de hypotheek af te lossen. Daarmee verlaagt u uw vermogen in box 3 en mogelijk de bijtelling eigenwoningforfait.  

Tip: Onze selectie van eindejaarstips geeft zeer beknopt de kern weer. Wilt u er mee aan de slag? Neem dan contact met ons op. We bespreken dan of ook u in uw specifieke situatie voordeel kunt behalen.

Eindejaarstips voor ondernemers met BV

Met ingang van 2022 wordt excessief lenen bij de eigen BV belast tegen het dan geldende box 2-tarief. Het box 2-tarief is in 2018 en 2019 nog 25%, daarna stijgt het. Van excessief lenen is sprake als u naast een eventuele eigenwoninglening bij de eigen BV meer dan € 500.000 van uw BV leent. Overweeg daarom in 2018 of 2019 al maatregelen als u in deze situatie verkeert. Wat zijn andere aandachtspunten?

Gebruik uw vrije ruimte over 2018

Als directeur-grootaandeelhouder kunt u wellicht uw jaarlijkse vrije ruimte in de werkkostenregeling nog voor 31 december 2018 onbelast of laag belast optimaliseren.

Afkoop pensioen in eigen beheer?

U kunt tot en met 2019 kiezen wat u met in eigen beheer opgebouwde pensioen wilt doen: afstempelen en afkopen met korting, afstempelen met omzetting in oudedagsverplichting of bevriezen. De korting bij afkoop bedraagt 25%. Per 2019 wordt dat 19,5%.

Dividend uitkeren?

Het tarief van de box 2-heffing gaat in 2020 van 25% naar 26,25%. Na 2021 stijgt het door naar 26,9%. Met name als u dividend uit uw BV gebruikt voor consumptieve bestedingen of wilt aanwenden voor aflossing van een (excessieve) lening bij uw BV kan het verstandig zijn uiterlijk in 2019 de uitkering te doen.

Tip: Onze selectie van eindejaarstips geeft zeer beknopt de kern weer. Wilt u er mee aan de slag? Neem dan contact met ons op. We bespreken dan of ook u in uw specifieke situatie voordeel kunt behalen.

Eindejaarstips voor ondernemers met en zonder BV

In 2019 en de jaren daarna gaan de tarieven van zowel inkomsten- als vennootschapsbelasting omlaag. Het voordeel van fiscale aftrekposten gaat ook omlaag. Het is dus fiscaal voordelig om kosten naar voren te halen en opbrengsten uit te stellen. Wellicht kunt u gebruik maken van voorzieningen, fiscale reserves of vervroegde afschrijving. Wat zijn andere aandachtspunten?

Verhoging laag BTW-tarief

Het lage BTW-tarief gaat op 1 januari 2019 van 6% naar 9%. Als u voor een levering aan een ondernemer de factuur in 2018 uitreikt, mag u het 6%-tarief toepassen, ook al vindt de levering in 2019 plaats. Voor prestaties aan particulieren die in 2019 plaatsvinden, moet voor toepassing van het 6%-tarief ook de betaling in 2018 plaatsvinden. Houd hiermede rekening als u de komende weken offertes maakt.

Investeringsaftrek optimaliseren

Investeert u in 2018 voor meer dan € 2.300 in bedrijfsmiddelen? Dan heeft u mogelijk recht op kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Bij grotere investeringen neemt het percentage, en dus uw voordeel, af. Soms kunt u die dan beter spreiden over meerdere belastingjaren. Voor sommige energiezuinige bedrijfsmiddelen ontvangt u bovendien een extra fiscale aftrek in de vorm van de energie-investeringsaftrek (EIA). Deze bedraagt dit jaar 54,5%, maar daalt in 2019 naar 45%.

Bijtelling nieuwe elektrische auto’s per 2019 naar 22%

Vanaf 2019 gaat de bijtelling voor nieuwe elektrische auto’s die duurder zijn dan € 50.000 naar 22%, voor zover de cataloguswaarde meer dan € 50.000 bedraagt. Wilt u een duurdere elektrische auto kopen? Doe dat dan vóór eind 2018. Dan houdt u de lage bijtelling van 4% over de volle cataloguswaarde van deze auto nog maximaal vijf jaar. Bovendien komt u mogelijk in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek (MIA).

Tip: Onze selectie van eindejaarstips geeft zeer beknopt de kern weer. Wilt u er mee aan de slag? Neem dan contact met ons op. We bespreken dan of ook u in uw specifieke situatie voordeel kunt behalen.

Eindejaarstips voor werkgevers

De werkkostenregeling kent een vrije ruimte van 1,2%. Wellicht kunt u deze nog inzetten voor een kerstgratificatie, bonus of een personeelsfeest. Hebt u de vrije ruimte over 2018 al benut, denk dan eens aan een nieuwjaarsgeschenk of nieuwjaarsborrel. Dan vult u uiteraard al wel uw vrije ruimte 2019 in. Het maakt overigens fiscaal nogal wat uit of u zo’n feest binnenshuis of buiten de deur houdt. Wat zijn andere aandachtspunten?

Bijtelling dure elektrische auto wijzigt

Als er werknemers zijn die de beschikking krijgen over een dure elektrische auto, maak dan haast. Als u de auto in 2018 aanschaft, houden ze vijf jaar een bijtelling van slechts 4% over de gehele cataloguswaarde. Schaft u de auto in 2019 aan, dan betalen ze over het meerdere van de catalogusprijs boven € 50.000 22% bijtelling.

Fiets van de zaak uitstellen

Vanaf 2020 betaalt de werknemer, als hij de beschikking krijgt over een fiets van de zaak, belasting over een bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets. Dit geldt alleen als hij de fiets ook voor privé en woon-werkverkeer gebruikt. Als u van deze regeling gebruik wilt maken, wacht dan tot 2020.

Tip: Onze selectie van eindejaarstips geeft zeer beknopt de kern weer. Wilt u er mee aan de slag? Neem dan contact met ons op. We bespreken dan of ook u in uw specifieke situatie voordeel kunt behalen.

Familielening eigen woning: rente 9%

Een jong stel bewoont een eigen woning die op naam staat van de man. Voor de aankoop heeft hij in 2015 van zijn ouders een annuïteitenlening van € 271.556 gekregen met een looptijd van 30 jaar. De rente is 9% en staat voor 15 jaar vast. Er zijn geen zekerheden gesteld. De Belastingdienst corrigeert de renteaftrek naar een rente van 4,5% en constateert een schenking van het meerdere aan de ouders.

Partijen gaan naar de rechtbank. Daar legt de Belastingdienst documentatie voor over de hoogte van een zakelijk rentepercentage. Daaruit blijkt volgens de rechtbank dat ten tijde van het afsluiten van de geldlening een rentepercentage in de bandbreedte van rond de 3% gangbaar was voor een lening met zekerheidsstelling en een rentevaste periode van 15 jaar.

Het ontbreken van zekerheid rechtvaardigt echter in het algemeen een hoger rentepercentage, omdat de geldverstrekker een hoger risico loopt. Op basis van hetgeen in de zitting naar voren komt, oordeelt de rechtbank dat in dit geval geen sprake is van een substantieel risico dat de zoon zijn betaalverplichtingen niet na zou kunnen komen. De rechtbank ziet geen zakelijke rechtvaardiging voor het hanteren van het extreem hoge rentepercentage van 9%.

Rekening houdend met de omstandigheid dat de geldlening van de zoon niet door zekerheid is gedekt, is de Belastingdienst uitgegaan van een rentepercentage van 4,5%. Dat vindt de rechtbank redelijk.

Tip: De familielening voor aankoop van een eigen woning is terecht zeer populair. Ouders behalen een hoger rendement dan wanneer ze hun spaargeld op de bank laten staan. Voor de kinderen is sprake van een eigenwoninglening met aftrekbare rente. De rente en overige voorwaarden van de lening dienen wel zakelijk te zijn.