Gewijzigde tarieven

Het tarief voor de vennootschapsbelasting en het box-2-tarief zijn gewijzigd per 1 januari 2020. Het 19%-tarief voor belastbare winst tot € 200.000 is verlaagd naar 16,5% (en gaat in 2021 naar 15%). Het 25%-tarief voor belastbare winst boven € 200.000 gaat echter pas omlaag in 2021. Bovendien gaat dit tarief dan niet omlaag naar 20,5% maar naar 21,7%.Het box-2-tarief is per 1 januari 2020 verhoogd van 25% naar 26,25%. In 2021 gaat het tarief naar 26,9%. Een dividenduitkering uit uw eigen bv is dus een stuk duurder geworden.

 

 

Loonbeslag: werkgever zelf aansprakelijk

Een bedrijf heeft een werknemer in dienst die achterstallige belastingschulden heeft. De Belastingdienst legt loonbeslag. Dan meldt zich nog een schuldeiser van de werknemer en vraagt aan het bedrijf om een zogenaamde derdenverklaring in te vullen. Dat doet het bedrijf niet. Een dure misser. Hoezo?

Wettelijke regeling
De rechter legt in zijn uitspraak de wettelijk regeling uit.

Als iemand niet uit zichzelf zijn schulden betaalt, dan regelt de wet manieren om die betaling af te dwingen. Eén van die manieren is loonbeslag. De schuldeiser legt dan beslag op het loon dat iemand van zijn werkgever moet krijgen. Daardoor wordt de werkgever dus betrokken bij de schulden van de werknemer: hij moet de schuldeiser betalen uit het loon dat de werknemer tegoed heeft. Dat begint met informatie geven. De werkgever moet binnen vier weken na de beslaglegging ‘verklaring doen’ aan de schuldeiser. Daarbij moet hij opgeven wat hij aan zijn werknemer schuldig is (het loon), maar ook bijvoorbeeld of er meer beslagen gelegd zijn en door wie. Als de werkgever die informatie niet geeft, kan hij zelf veroordeeld worden om de schuld van zijn werknemer te betalen.

Toepassing in dit geval
De deurwaarder die voor de schuldeiser optrad heeft het bedrijf gevraagd om die informatie. Maar het bedrijf heeft die niet gegeven, omdat de Belastingdienst al eerder beslag gelegd had op het loon. Volgens het bedrijf kan er dan niet nog eens beslag gelegd worden.

Dat klopt niet. Het is wel zo dat de werkgever het geld maar eenmaal hoeft af te dragen. Maar vervolgens moeten de verschillende schuldeisers dat onderling verdelen. Als er een tweede beslag gelegd wordt, moet de werkgever juist daarom opgeven wie er al eerder beslag gelegd hebben.

Het bedrijf heeft de informatie dus ten onrechte niet gegeven. Daarom moet het bedrijf zelf de hele schuld van de werknemer betalen, waarvoor het beslag gelegd is. Bovendien moet het bedrijf de proceskosten betalen.

Tip: Vul de derdenverklaring in het kader van een loonbeslag bij een van uw werknemers tijdig en correct in. Doet u dat niet, dan draait u op voor de hele schuld van uw werknemer. Daarna kunt u zelf proberen het betaalde bedrag op uw werknemer te verhalen.  

Alimentatie of loon van BV ex-echtgenoot

Een echtgenote is in loondienst bij enkele BV’s van haar man. Ze gaan scheiden. De vrouw draagt haar taken over, neemt afscheid van de medewerkers en wordt bij de Kamer van Koophandel uitgeschreven. Een van de BV’s betaalt haar salaris zevenentwintig maanden door. Als dat stopt, gaat ze naar de rechter. Ze is dan vier maanden gescheiden.

Standpunt vrouw
De salarisbetalingen stoppen omdat de betalende BV is opgeheven, zo wordt de vrouw in een brief medegedeeld. Zij stelt zich op het standpunt dat de arbeidsverhouding na haar afscheid voortduurde, dat de activiteiten van de opgeheven BV door een andere BV van haar ex-man zijn voortgezet en dat die BV haar salaris moet blijven betalen.

Wat was de afspraak?
Volgens de kantonrechter heeft de vrouw haar werkzaamheden echter welbewust en in onderling overleg beëindigd. In het kader van de voorgenomen echtscheiding hebben man en vrouw voorlopig afgesproken dat de BV nog twaalf maanden het salaris zou doorbetalen. Haar man was enig aandeelhouder van de BV die het salaris doorbetaalde, hij maakte de afspraken met haar, dus kende ook de BV deze afspraken. In de periode tussen het afscheid en de laatste salarisbetaling heeft de vrouw geen werkzaamheden voor de BV verricht.

Verdient de vrouw arbeidsrechtelijke bescherming?
Voor het standpunt van de vrouw, dat slechts sprake was van vrijstelling van de verplichting arbeid te verrichten met behoud van loon totdat de echtscheiding zou zijn geregeld, ziet de kantonrechter geen aanwijzingen. Gelet op de beëindiging van de werkzaamheden zijn twee wezenlijke kenmerken van een arbeidsverhouding verdwenen, namelijk een gezagsverhouding en de verplichting tot het verrichten van arbeid. De loonbetaling had kennelijk de strekking in het kader van de echtscheiding voorlopig te voorzien in het levensonderhoud van de vrouw. Daarmee heeft de loondoorbetaling het karakter gekregen van (voorlopige) alimentatie. Gelet op de gelijkwaardigheid van partijen in dit verband staat de arbeidsrechtelijke bescherming van de vrouw hieraan niet in de weg.

Let op: Man en vrouw spreken af dat de vrouw bij de BV van de man uit dienst treedt, maar dat haar salaris wordt doorbetaald als voorlopige voorziening in levensonderhoud vanwege hun aanstaande echtscheiding. Het is aan de rechter om te bepalen of de vrouw bij het stoppen van deze bepalingen arbeidsrechtelijke bescherming verdient. Omdat de man en de BV de bedoeling van de tijdelijke doorbetaling met bewijs kunnen onderbouwen, is dat niet het geval.

Schenking door huwelijkse voorwaarden?

Een man met een vermogen van ongeveer 150 miljoen en een vrouw, die circa een miljoen bezit, gaan trouwen. Maar eerst stellen ze huwelijkse voorwaarden op met een beperkte huwelijksgemeenschap, waarvan een en/of rekening deel uitmaakt. De man stort tien miljoen euro op deze rekening. Ruim vier jaar later overlijdt hij. De Belastingdienst stelt zich op het standpunt dat de man vijf miljoen aan de vrouw heeft geschonken. Ze ontvangt een navorderingsaanslag schenkbelasting.

De inspecteur is van mening dat zich ten tijde van het aangaan van het huwelijk door de inwerkingtreding van de huwelijkse voorwaarden een voltooide vermogensverschuiving heeft voorgedaan.

De rechter stelt de Belastingdienst in het ongelijk. Hij leidt uit de huwelijkse voorwaarden af dat het saldo op de gezamenlijke rekening , dat naar zijn aard in hoogte zal fluctueren, tot de beperkte gemeenschap is gaan behoren. Volgens de rechter was het niet de bedoeling van de echtelieden om een bedrag van tien miljoen euro tot de beperkte gemeenschap te laten behoren. In de huwelijkse voorwaarden is immers geen bedrag vermeld.

Voor de vraag of sprake was van een schenking, is doorslaggevend of een voltooide vermogensverschuiving heeft plaatsgevonden ter grootte van de helft van het saldo van de en/of-rekening. Daarover zegt de rechter dat de beperkte gemeenschap tijdens het huwelijk (afgezien van wijziging van de huwelijkse voorwaarden) niet kan eindigen. Daarom is, zolang de beperkte gemeenschap bestaat, niet bekend wat de echtelieden aan het einde van de gemeenschap kunnen verdelen. De omvang van de beperkte gemeenschap kan immers aan het einde van de gemeenschap zijn toe- of afgenomen, bijvoorbeeld door goede dan wel slechte beleggingen. Dus kan ten tijde van het aangaan van het huwelijk geen sprake zijn van een voltooide vermogensverschuiving.

Tip: De beperkte huwelijksgemeenschap vormt een interessant instrument voor vermogensplanning.

Chauffeur Uber ondernemer?

Een man werkt als chauffeur voor Uber. Hij komt in conflict met de Belastingdienst over de vraag of deze activiteit een onderneming is of resultaat uit werkzaamheden. Het verschil zit in toepassing van de fiscale faciliteiten voor ondernemers. Denk aan de MKB-winstvrijstelling en zelfstandigenaftrek. Hoe luidt het oordeel van de rechter?

Fiscaal ondernemerschap
Het antwoord op de vraag of sprake is van een onderneming in fiscale zin, is afhankelijk van een weging van verschillende factoren. Het gaat daarbij onder meer om de duurzaamheid en de omvang van de verrichte werkzaamheden, de beschikbare tijd, de winstverwachting, het ondernemersrisico, de omvang van de bruto-inkomsten, de omvang van de investeringen, het aantal opdrachtgevers en de bekendheid die naar buiten aan de werkzaamheden wordt gegeven.

Uber bepaalt
De man heeft met zijn auto voor verschillende personen ritten verricht, die hij allemaal via Uber heeft gekregen. De man bepaalt zelf alleen wanneer en hoeveel uren hij beschikbaar is om ritten uit te voeren en welke ritten hij vervolgens accepteert. Uber bepaalt de ritprijs. Uber regelt de betalingen, maar ook een groot aantal andere zaken rondom het personenvervoer. In feite bepaalt Uber onder welke voorwaarden iemand als chauffeur mag werken. Zo diende de man aan Uber een verklaring omtrent gedrag te overleggen, een bepaalde leeftijd te hebben, te verschijnen op het kantoor van Uber om een examen te doen en een overeenkomst te tekenen. Ook werd bekeken of de auto waarmee hij de ritten zou maken, voldeed aan de standaard van Uber. Daarnaast was de man verplicht een commissie te betalen aan Uber om gebruik te kunnen maken van haar diensten, zoals het platform waarmee hij de aangeboden ritten kon accepteren. Ook konden bij Uber trainingen gevolgd worden.

Oordeel rechter
Het ondernemersrisico is beperkt tot eventuele schade aan de eigen auto. Daar tegenover staat dat de man verzekerd is van inkomen doordat hij enkel een app of een website hoeft op te starten en vervolgens de aangeboden ritten hoeft te accepteren.

De rechtbank concludeert dat sprake is van één opdrachtgever en dat de mate van zelfstandigheid gering is. Er zijn geen investeringen gedaan. De man had al een auto. Aan de activiteiten voor Uber gaf hij geen bekendheid naar buiten.

De man heeft volgens de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat hij voldaan heeft aan de criteria voor fiscaal ondernemerschap. Daarom heeft hij geen recht op fiscale ondernemersfaciliteiten.

Tip: Fiscale ondernemersfaciliteiten verlagen de te betalen inkomstenbelasting. Maar voor fiscaal ondernemerschap gelden criteria. De belastingplichtige moet aannemelijk maken dat hij hieraan voldoet. Het is verstandig om, voordat u ondernemersactiviteiten start, fiscaal advies in te winnen.

BTW digitale uitgaven verlaagd

Voor elektronisch geleverde boeken (e-books), kranten en tijdschriften gaat per 1 januari 2020 het verlaagde BTW-tarief van 9% gelden. In 2019 geldt nog een tarief van 21%. Het verlaagde BTW-tarief gaat ook gelden voor downloadbare luisterboeken, bladmuziek, leermiddelen en de betaalde toegang tot websites van kranten, tijdschriften of andere journalistieke platforms. Er zijn uitzonderingen.

 

Door de tariefsverlaging is er geen verschil in BTW-tarief meer tussen papieren kranten, tijdschriften en boeken en de elektronische versies.

Het verlaagde BTW-tarief geldt niet voor het downloaden van losse artikelen, voor streamingdiensten voor films en muziek en voor toegang tot databanken.

Uitzonderingen
Voor de volgende (toevoegingen aan) elektronische uitgaven is het verlaagde tarief echter niet van toepassing:

  • Dynamische en technologische elementen zoals interactieve kaarten, recensies, reacties, spelletjes en communicatiemogelijkheden.
  • Toegang tot toeristische informatie bestaande uit beschrijvingen van bezienswaardigheden, interactieve plattegronden, de mogelijkheid om recensies achter te laten en te lezen, en de mogelijkheid gesproken woorden te vertalen en in een andere taal te laten uitspreken.
  • Toegang tot actuele weerberichten, routeplanning en interactieve taalcursussen die niet kwalificeren als educatieve leermiddelen.
  • Toegang tot databanken met als primaire functie het toegankelijk maken van informatie waarbij niet toegang tot leesinhoud centraal staat maar de mogelijkheid om informatie te doorzoeken en te ordenen.

Tip: U past het BTW-tarief toe dat geldt op het moment waarop u de BTW verschuldigd bent. Dat is het moment waarop u de factuur uitreikt of had moeten uitreiken. Als er geen factureringsplicht is – u levert rechtstreeks aan consumenten – is dat het moment waarop u de dienst verricht of het goed levert. We helpen u graag bij een correcte toepassing van de nieuwe regels.

Vragen en antwoorden over de fiets van de zaak

Vanaf 1 januari 2020 kunnen ondernemers en werknemers eenvoudiger een fiets, elektrische fiets of speed pedelec van de zaak gebruiken voor privédoeleinden. Het Ministerie van Financiën heeft vragen en antwoorden gepubliceerd over de nieuwe regeling.

Vragen voor werknemers

Ik ga nu met de auto naar het werk en krijg van mijn werkgever 19 cent per kilometer aan vergoeding. Wat betekent deelname aan de fiets van de zaak (financieel) voor mij?
Uw werkgever bepaalt welke reiskostenvergoedingen blijven bestaan of vervallen en welke hij naast elkaar aanbiedt. Als u niet meer met de auto naar uw werk reist, maakt u ook geen kosten meer voor het gebruik van een auto. Het kan zijn dat u dan ook geen kilometervergoeding meer ontvangt van uw werkgever. Als u over de kilometers die u met de fiets van de zaak aflegt ook een kilometervergoeding ontvangt, betaalt u daar wel belasting over. Over het privévoordeel van de fiets van de zaak betaalt u belasting via de bijtelling. De bijtelling houdt in dat u 7% van de waarde van de fiets bij uw salaris optelt. Zet dit voor uzelf op een rijtje.

Ik ga nu met mijn eigen fiets naar het werk en krijg van mijn werkgever 19 cent per kilometer aan vergoeding. Wat betekent deelname aan de fiets van de zaak (financieel) voor mij? 
Uw werkgever bepaalt welke reiskostenvergoedingen blijven bestaan of vervallen en welke hij naast elkaar aanbiedt. Als u niet meer met uw eigen fiets naar uw werk reist, kan het zijn dat u dan ook geen kilometervergoeding meer ontvangt van uw werkgever. Als u over de kilometers die u met de fiets van de zaak aflegt ook een kilometervergoeding ontvangt, betaalt u daar wel belasting over.
Over het privévoordeel van de fiets van de zaak betaalt u belasting via de bijtelling. De bijtelling houdt in dat u 7% van de waarde van de fiets bij uw salaris optelt. Zet dit voor uzelf op een rijtje.

Kan ik als het regent met de auto of openbaar vervoer naar het werk? 
U kunt natuurlijk bij slecht weer kiezen voor het openbaar vervoer of de auto in plaats van de fiets. Uw werkgever kan u voor die dagen een kilometervergoeding geven waarover u geen belasting betaalt. Dit hangt af van de afspraken die u met uw werkgever heeft gemaakt. U moet wel kunnen aantonen dat u met de auto of het openbaar vervoer heeft gereisd.

Wat nu als ik eerst met de fiets van de zaak naar het station rijd en dan het openbaar vervoer pak?
Ook in dit geval kan uw werkgever bepaalde reiskosten vergoeden waarover u geen belasting betaalt. Dit hangt af van de afspraken die u met uw werkgever heeft gemaakt. U moet wel kunnen aantonen dat u met het openbaar vervoer heeft gereisd.

Ik gebruik de fiets van de zaak niet privé, moet ik dan toch bijtelling betalen?
Ja, voor de fiets van de zaak maakt het niet uit of u de fiets zakelijk (inclusief woon-werkverkeer) gebruikt of privé. Daarom geldt de bijtelling altijd. Dit is anders dan bij de auto van de zaak. 

Welke vervoersmiddelen gelden als ‘fiets van de zaak’?
Voor de regeling wordt onder een fiets verstaan: een fiets die door spierkracht wordt aangedreven, eventueel met een hulpmotor. Dus een elektrische fiets en speed-pedelec kunnen wel fiets van de zaak zijn, maar een brommer of scooter niet.

Ik heb een elektrische fiets van de zaak. Wie betaalt de kosten voor het thuis opladen van de accu?
Als u de kosten zelf betaalt, dan kunt u ze niet aftrekken van de bijtelling. 

Maar een werkgever kan er ook voor kiezen om deze kosten voor opladen te vergoeden. Bijvoorbeeld met behulp van de vrije ruimte in de werkkostenregeling. 

Vragen voor werkgevers

Wat is voor mij als werkgever het voordeel van de nieuwe regeling?
U profiteert in de eerste plaats van fittere werknemers. Daarnaast is de nieuwe regeling ook een stuk eenvoudiger dan de oude regeling. Nu geldt nog dat werkgevers de werkelijke waarde van het voordeel van privé-gebruik moeten vaststellen. Straks geldt een vast tarief (de bijtelling) als loonvoordeel. 

Wat moet ik als werkgever fiscaal doen om een fiets van de zaak aan te kunnen bieden aan mijn werknemers? 
Uw werknemer mag de fiets van de zaak privé gebruiken en heeft daar voordeel van. Dit voordeel  wordt gezien als ‘loon in natura’. Hiervoor gelden de volgende regels:

  • U houdt  loonbelasting en premie volksverzekeringen in over dit loon 
  • U betaalt premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zvw over dit loon. 
  • U kunt dit loon als eindheffingsloon aanwijzen.

Wat kost de fiets van de zaak mij als werkgever? 
U kunt ervoor kiezen om zelf fietsen aan te schaffen of fietsen te leasen via een leasemaatschappij. 

Zelf kopen
In dit geval betaalt u als werkgever zelf de aanschaf van de fiets. Daar kunnen de kosten voor  onderhoud, reparatie, verzekeringen en het opladen van elektrische fietsen nog bijkomen. Dit hangt af van de afspraken die u maakt met uw werknemers. De kosten die u maakt voor de fiets, kunt u aftrekken van de winstbelasting. 

Leasen
U kunt er ook voor kiezen om fietsen te leasen via een leasemaatschappij. U betaalt dan maandelijks een leasebedrag waar alle kosten in zijn verwerkt. Deze kosten kunt u aftrekken van de winstbelasting.   

Tip: De nieuwe bijtellingsregels voor de fiets van de zaak gelden niet alleen voor werknemers, maar ook voor ondernemers en DGA’s.

Bereken de nieuwe transitievergoeding online

Werkgevers krijgen hulp van de overheid bij het berekenen van de transitievergoeding. De rekenmethode is met de komst van de WAB per 1 januari 2020 anders dan in 2019. U kunt online bepalen of de werknemer bij ontslag recht heeft op een transitievergoeding en hoeveel die bedraagt.

Ontslag in 2020
Overweegt u een werknemer in 2020 te ontslaan, dan kunt u de rekenhulp transitievergoeding gebruiken. Deze leidt u in vijf stappen naar een concrete bepaling van de verschuldigde  transitievergoeding.

Ontslag voor 2020
Vindt het ontslag plaats vóór 1 januari 2020, dan kunt u de tool transitievergoeding voor werkgevers gebruiken. De werking van de tool is hetzelfde, maar op basis van andere regels, percentages en bedragen.

Tip: Overweegt u ontslag van een werknemer? Bedenk dan dat de nieuwe regelgeving tot een flink verschil leidt tussen ontslag in 2019 en 2020. Via de online tools kunt u dit verschil bepalen. U kunt bij ons terecht voor concreet advies.

Belastingwijzigingen 2020

Op 17 december heeft de Eerste Kamer ingestemd met ruim 50 belastingmaatregelen voor burgers en bedrijven. Nederlanders gaan over het algemeen meer overhouden van iedere euro die binnenkomt. Ook wordt (meer) werken lonender. Het Ministerie van Financiën heeft de belangrijkste wijzigingen voor burgers op een rij gezet.  

Twee belastingschijven
Vanaf 2020 gaan belastingplichtigen met een inkomen tot en met € 68.507 over hun inkomen 37,35% belasting betalen, voor het inkomen daarboven is dit 49,50%. Ook worden de arbeidskorting en de algemene heffingskorting extra verhoogd. Iemand die € 25.000 per jaar verdient, gaat er door deze veranderingen € 375 op vooruit in 2020. Bij een inkomen van € 45.000 per jaar is dit € 640. En bij een inkomen van € 65.000 per jaar € 680.

Eigen woning
In 2020 wordt de hypotheekrenteaftrek geleidelijk verder afgebouwd als het inkomen meer is dan € 68.507. De aftrekbare kosten voor de eigen woning kunnen vanaf volgend jaar tegen maximaal 46% worden afgetrokken, dit is een verlaging van 3 procentpunt ten opzichte van 2019. Deze verlaging geldt ook voor andere aftrekposten als het inkomen meer is dan € 68.507.

Voor woningen met een waarde tussen de € 75.000 en € 1.090.000 daalt het eigenwoningforfait naar 0,60%. Voor iemand die in een huis met een WOZ-waarde van € 300.000 woont, daalt het forfait hierdoor van € 1950 (2019) naar € 1800 (2020).

Sinds 1 januari 2019 wordt de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (zogenoemde “Hillen-regeling”) ieder jaar verder beperkt. Voor iemand die in een huis met een WOZ-waarde van € 300.000 woont en geen aftrekbare kosten heeft, daalt de aftrek hierdoor in 2020 met € 60.

Zelfstandigenaftrek
De zelfstandigenaftrek wordt de komende jaren stapsgewijs teruggebracht tot € 5.000. Per 1 januari 2020 wordt de zelfstandigenaftrek verlaagd van € 7.280 naar € 7.030.

Fiets van de zaak
Vanaf 1 januari 2020 wordt de fiets van de zaak een stuk aantrekkelijker door een versimpeling van de fiscale fietsregeling voor woon-werkverkeer. De werknemer hoeft dan niet zelf een fiets te kopen. 

De werkgever betaalt de fiets en meestal ook de kosten voor onderhoud en reparatie. Wel krijgt de werknemer te maken met een bijtelling bij het salaris. Uiteindelijk betaalt de werknemer daardoor enkele euro’s per maand extra belasting.  

Auto
Het kabinet blijft de komende jaren elektrisch rijden stimuleren. De huidige belastingvoordelen, die in 2021 zouden aflopen, blijven de komende jaren grotendeels bestaan. Tot 2025 betalen kopers en eigenaren van elektrische auto’s bijvoorbeeld geen aanschafbelasting (bpm) en motorrijtuigenbelasting. Maar de bijtelling voor zakelijke elektrische auto’s gaat in 2020 van 4% naar 8%.

Eigenaren van een oudere dieselauto betalen vanaf 1 januari 2020 een fijnstoftoeslag van 15% op de motorrijtuigenbelasting (wegenbelasting). Voor een gemiddelde auto die op diesel rijdt en tussen de 1350 en 1450 kilo weegt, kost dat € 225 per jaar.

Vergroening
Wat vervuilender is voor het milieu wordt zwaarder belast: de belasting op aardgas gaat omhoog, die op elektriciteit omlaag. De belastingvermindering,  een vast bedrag per energieaansluiting dat wordt afgetrokken van de energiebelasting, gaat omhoog. Voor huishoudens met een gemiddeld gebruik daalt het belastingdeel van de energierekening van huishoudens in 2020 met € 100.

Verhoging tabaksaccijns
Sigaretten, rooktabak en sigaren worden in 2020 twee keer duurder.  Een pakje van 20 sigaretten wordt per 1 januari 14 cent duurder en per 1 april € 1. Een pakje shag van 40 gram wordt per 1 januari 35 cent duurder en per 1 april € 2,50 euro (voor alle bedragen geldt: inclusief accijns en BTW).

Tip: Het volledige overzicht van alle wijzigingen, ook die voor bedrijven, vindt u hier.

Voorlopige aanslag of teruggaaf laten aanpassen

Heeft u na afloop van een jaar te weinig inkomstenbelasting betaald of juist te veel teruggaaf gehad, dan moet u die belasting alsnog betalen. Vanaf 1 juli van het jaar na het betreffende belastingjaar betaalt u bovendien 4% belastingrente. Dat kunt u voorkomen door de voorlopige aanslag of teruggaaf tijdig te laten aanpassen. Doet u dat vóór het einde van het jaar, dan kan al vanaf januari 2020 hiermee rekening gehouden worden. Verwacht u bijvoorbeeld een wijziging in uw inkomen of in uw privéomstandigheden? Of heeft u uw hypotheek overgesloten naar een hypotheek met een veel lagere rente, waardoor u veel minder renteaftrek heeft? Of heeft u een inkomen in de hoogste tariefschijf, dan heeft u volgend jaar aanmerkelijk minder aftrek. Allemaal redenen waarom u waarschijnlijk uw voorlopige aanslag of teruggaaf 2020 moet laten aanpassen.